DoorBrekers Diamonds

Herstel - Ilona Paauwe | Diamonds Night

DoorBrekers Diamonds Season 2026 Episode 3

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 31:41

Iedere vrouw kent momenten van verlies, teleurstelling, afwijzing of gebrokenheid. Misschien ben je iets kwijtgeraakt: een droom, vertrouwen, identiteit of hoop. Ilona Paauwe vertelt over het feit dat God niet alleen je pijn ziet, maar ook een weg heeft naar volledig herstel.

Jesaja 61:3 (HSV)
Om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest, opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid, een planting door de HEERE, om Hem te verheerlijken.

Aan de hand van Jesaja 61 laat God zien dat Hij een sieraad geeft in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw en een lofgewaad in plaats van een benauwde geest. Door de verhalen van Naomi, Ruth, Hagar en Petrus ontdek je dat jouw verleden niet bepaalt wie je bent. 

Jezus is aan het kruis gestorven voor jouw herstel, vrijheid en een nieuwe identiteit.

Of je nu al jarenlang gelooft of juist op zoek bent naar God, deze boodschap zal je bemoedigen om opnieuw te hopen, te geloven en te leven vanuit de liefde.

SPEAKER_00

Ik wil even een gebed uitspreken. Ik geloof gewoon dat God. Hij is hier in ons midden. Vader, dank u wel voor het woord dat voorbereid is. Vader, uw woord, uw woord verandert, uw woord verandert levens. Uw geest raakt ons aan met uw kracht, met uw glorie en met uw heerlijkheid. Vader, dank u wel. U heeft de dochters, uw dochters hebt u geroepen. Uw dochters heb u geroepen met een kracht, met een glorie, met een heerlijkheid. Vader, dank u wel. Vader, ik bid dat het weer opnieuw zal schijnen in hun midden. Vader, zullen we opstaan en zullen schitten in de machtige naam van Jezus. Amen. Amen. Ik had heel sterk dat ik, voor deze avond had ik herstel, herstel. Onlangs keek ik de film Blue Diamond. Ik weet niet of jullie het kennen, is echt ontzettend oud. Die is in 2008. Jongevrouw zullen jullie wel niet gennen, maar misschien ook wel, weet ik niet. En wat mij raakte, was niet het diamant zelf, maar de prijs die ervoor betaald werd. De pijn, het verlies, de gebrokenheid die ermee gepaard ging in die film. En er was nog iets wat me diep raakte. Dat was een vader die zijn zoon kwijt was. En wat er ook gebeurde, hij bleef zoeken. Hij gaf niet op en hij bleef geloven dat wat verloren was, gevonden kon worden. En terwijl ik keek, dacht ik, is dat niet precies het hart van God. Onze hemelse Vader die blijft zoeken naar ons. Die niet opgeeft tot iedereen gered is, die niet wegloopt wanneer het moeilijk wordt. Die blijft roepen, zeggen dat is mijn dochter. Die blijft lief hebben. En ben je hier en voel je je vanavond een stukje. Misschien ben je een stukje van jezelf kwijtgeraakt. Misschien is het teleurstelling wat je hebt meegemaakt of is de afwezing. Dat je afwijzing ervaart, dat je afgewezen bent of dat mensen je afwijzen. Maar weet, God wijst je nooit af. En weet je, dit is wat ik ervaar dat God me liet zien ook. De plaats waar een diamant ligt, bepaalt nooit zijn waarde. Nooit. Waar je ook bent, wat je ook voelt, wat je ook ervaart. Je bent kostbaar, je blijft kostbaar van God. Een diamant in de modder blijft kostbaar. Een diamant onder het stof, die blijft zijn waar nog steeds waardevol, die blijft zijn waarde houden. En precies zo spreekt God in Jezaja 61, vers 3. En er staat dan om aangaande de treurenden van Sion te beschikken aan hun gevels door worden: sieraad in plaats van as. Vreugdeolie in plaats van rauwolie en een lofgewaad in plaats van een benauwde geest. Er zijn drie dingen het hè: drie hemelse omwisselingen, drie beloftes die God geeft, drie bewegingen van God naar ons toe. En ik wil vanavond door alle drie deze drie heen lopen. De eerste is sieraad in plaats van as. En het heeft te maken met verlies. Je kunt hier zitten en niemand weet wat je werkelijk draagt. Je kunt lachen terwijl je hart pijn draagt. Je kunt functioneren en tegelijk leeg zijn, je kunt sterk lijken, terwijl je van binnen iets lang opgehouden hebt. Sommige verlies is zichtbaar. Als er iemand overleden is, of er een begrafenis is, of er een scheiding heeft plaatsgevonden, als er een diagnose is over een ziekte. Dat zijn dingen die zichtbaar zijn. Maar dat is ook verlies dat niemand ziet. Niemand ernaar vraagt of niemand beseft wat je draagt. Het verlies van een droom. Het verlies van vertrouwen. Het verlies van veiligheid. Het verlies van wie je dacht te zijn voordat het leven je raakte. En juist dat verlies kan het diepst gaan omdat niemand het ziet. Dan zegt de Bijbel: Siraad voor as. In de Bijbel had ze as een betekenis. As die sprak van rauw, as sprak van verries, as sprak van gebrokenheid. Het was het verstand nadat het vuur zijn werk had gedaan en dat overblees wat ooit was. Wat niet meer terug te draaien was, want het was gewoon weg. Misschien kijk je wel naar een deel van je leven en denk je dat is wat overbleef, as. De rest van wat ooit was. Wat mij ook zo bijzonder raakt dat God een God is, dat Zij nooit alleen kijkt naar wat zichtbaar is. Mensen zien soms je glimlach, God ziet je tranen. Mensen zien hoe sterk je bent, God ziet hoeveel kracht je zelf geeft om sterk te blijven. Mensen zien wat je laat zien, God ziet wat je vasthoudt. God geneest niet wat Hij niet eerst benoemt. God begint niet vanavond bij herstel, maar Hij begint bij de as. Hij zegt sieraad voor as. Hij begint bij de pijn of de gebrokenheid. En God grijpt niet gelijk meteen in, vaak begint Hij anders. Vaak begint Hij met het benoemen. Dat maak je mee. Dat heb je meegemaakt. Als iets wordt benoemd door God. Van wat al een tijd in je leeftijd waar je doorheen bent gegaan, als jij door rauw bent heen gegaan, of verdriet of verlies of pijn, als God dat benoemt. En juist daarin, als God dat benoemt, dan merk je dat Hij dichtbij is. Dan benoem je het en dan is hij om jou daarin aan te raken. Een van de meest eerlijke vrouwen in de Bijbel is Naomi. En toen ze naar Moab vertrok, had ze alles wat een vrouw zekerheid kon geven. Ze had een man, ze had twee zonen, ze had thuis, ze had een toekomst. Maar wanneer ze terugkomt, is alles anders. Haar man is gestorven, haar zonen zijn gestorven, haar zekerheid is weg, is gewoon verdwenen. En wanneer de vrouwen haar zien terugkomen, terug naar het land, zegt ze zelf. Noem mij maar niet Naomi, maar noem maar Mara. Want de al machten heeft mijn grote bitterheid aangedaan. Naomi probeert haar pijn niet mooier te maken dan die is. Ze voelt zich leeg, ze voelt zich bitter, ze voelt zich gebroken. En misschien herken je dat dat je doorgaat, dat je lacht, dat je dat je zorgt. Maar van binnen voel je, ik ben niet meer wie ik was. En wat mij dan voor raakt in dit verhaal van Naomi en Rut. Terwijl Naomi dacht dat ze alles verloren had, had God al iemand naast haar geplaatst. En dat is vriendschap. God had al wel iemand naast haar geplaatst, ze had Rut ze naast haar geplaatst. Rut. Soms zijn ze zo gefocust op wat ze kwijt zijn, dat we niet zien wie God nog ons heeft gegeven. Want voordat God naar Omi herstel gaf, gaf hij haar eerst een vriendin. Voordat Boas kwam, was Rutter. Voordat voorziening kwam, was Rutter. Voordat de doorbraak kwam, was Rutter. En Rut zegt iets dieps, ook tegen Naomi. Ze zegt: waar u zult gaan, daar zal ik gaan. Waar u zult overnachten, daar zal ik overnachten. Rut 1, vers 16. Dat is vriendschap. Dat is vriendschap. Waar je zult gaan, zal ik ook gaan. Waar overnachten, zal ik ook overnachten. Dat is vriendschap. Dat is geen oplossing voor de problemen of antwoorden of met grote woorden. Maar gewoon ik laat je niet alleen. Je gaat niet alleen weg, ik ga met je mee. Soms is dat precies hoe God werkt. Soms is dat God antwoord op jouw gebed. Soms niet een wonder, maar een vrouw die naast je blijft staan. Een vriendin. Een vriendin die niet wegloopt als het waar wordt. Maar een vriendin die met je meeloopt door de rouw heen. Want echt een vriendschap zegt niet ik begrijp alles. Maar zeg maar ik blijf bij jou. Ik blijf. En misschien heeft God jou een rut gegeven. Iemand die jou heeft gedragen in een seizoen waarin je het zelf niet meer kon. En ik geloof. Dat God mensen verdinnen aan elkaar gegeven. God roept jou vanavond om een Rut te zijn voor iemand anders. Rut. En ik geloof dat er mensen naast je zitten voor wie jij een Rut kan zijn. Want er zijn vrouwen om je heen die glimlachen, maar van binnen hebben ze ze gebroken, van binnen breken ze. Vrouwen die sterk lijken, maar moe zijn. En God vraagt niet of je hun leven kunt helpen of oplossen. Hij vraagt alleen: wil jij meelopen? Wil je meelopen? En ik denk van: ik denk van misschien heb jij je vriendin dan meegenomen. Geef ze maar even een zetje. Ik wil een Rut voor je zijn op dit moment. Geef ze maar even een setje. Maak er wel even actie van. Want dat is vriendschap. Spreek het gewoon tegen elkaar uit. Ik wil er voor je zijn. Ik wil er voor je zijn. Ik wil een rut voor je zijn. Ik blijf door je stormen heen. Ik blijf naast je staan. Ik laat je niet alleen. Ik ga met je, ik overnacht met je, ik ben blij bij je. Want herstel. Blijf dan even goed. Dat is heel goed, heel goed. Her stel gebeurt niet alleen in Gods tegenwoordigheid, dat gebeurt absoluut ook. Maar herstel, ik geloof ook in de veiligheid van goddelijke vriendschappen. Mensen die God aan je gegeven heeft. Een diamant. Een diamant die schittert alleen. Maar samen vormen ze een kroon. En net zoals Naomi een rut kreeg, werd Hagar gezien door El Roe. Hagar bevindt zich op een plek waar niemand wil zijn. Ze is ook afgewezen. Ze is alleen. Ze is verdreven en ze zit in de woestijn. En juist daar verschijnt God. Niet omdat Hager naar hem toe gaat, en omdat God naar haar toe gaat. Midden in haar pijn, midden in haar eenzaamheid. God zag Hagar niet toen ze sterk was. God zag Hagar toen ze gekwetst was. En daarna geeft Hager God een naam die de Bijbel nooit eerder had gekend, dat is Elroe. En dat is de God die mij ziet. Je bent hier niet zomaar. Je bent hier niet zomaar. Het is niet de God die ooit zag, of niet de God die misschien ziet, maar de God die mij ziet. En dat is ook voor vandaag en nu: God is een God die jou ziet. Je bent hier niet zomaar. Er is geen toeval dat je bent gekomen. Ik weet niet wat jij mee hebt gemaakt. Ik even de gebedkaarten waar Gelinde het over had, maar ik geloof dat er situaties zijn. God ziet jou. Op dit moment is Hij er om jou te bedienen met zijn glorie, met zijn heerlijkheid en met zijn kracht en zijn herstel. Hij was alleen dat bedenkt als hij zegt: ik zie jou. Dat is zo krachtig. Weet je, hij ziet elke traan. God ziet elke traan. Hij zegt zelfs van ik verzamel ze in een fles. Hij ziet elke slapeloze nacht als je ontdenken bent over dingen. Hij ziet elke teleurstelling. Elke keer dat je misschien zelf zag goed, terwijl het helemaal niet goed ging. God ziet je. Misschien is het daar wel de herstel begint. Niet bij een wonder of niet bij een oplossing, maar bij de zekerheid: ik ben gezien door mijn Hemelse Vader. Ik ben gezien. Ik ben gezien door de God van Naomi. Ik ben gezien door de God van Hagar. Ik ben gezien door de Vader die bleef zoeken, de hemelse Vader, door de God die nog niet klaar is met jouw verhaal. Het tweede, het eerste was verlies: sieraad voor as. Het tweede is herstel. Dat is vreugdeolie in plaats van rauwolie. Ruwolie is verdriet, maar vreugdeolie was een zoving. Dat is nieuwe kracht is herstel. God laat ons nooit alleen als we verlies hebben. Zijn hart is herstel. Niet omdat pijn niet echt is, niet omdat verdriet niet diep is, omdat verlies nooit het laatste woord heeft wanneer God betrokken is. As is wat je ziet. Het is wat overblijft, wat ooit branden. Maar de tweede belofte van Jezaja gaat verder. Rouwolie was iets wat je dagelijks met je meedrocht. Het was een geur die je had. Het was een last die niet verdween, want je had rauw. Het is iets wat je meedraagt. Ik sprak gisteren een vrouw maar op een bruiloft. Zij heeft een zoon verloren. Ze kwam echt naar ons toe. Ze wilde luisteren wat wij te zeggen hadden. Ze kwamen er eens toe van. Ik heb mijn zoon verloren en was nog zo'n verdriet en pijn. Ik draag het eigenlijk mijn hele leven met me mee. Ze ging niet meer naar de kerk. Dat is ontzettend jammer. Ze wilde nog een keer naar doorbrekers komen. Maar ze zei van eigenlijk zoveel verdriet bij me dat ik een beetje boos ben op God. God is nooit degene die dat verdriet doet. God wilde rauwolie veranderen in vreugdeolie. Je draagt altijd wel een last bij je. Sommige vrouwen dragen ook, jaren van wachten, jaren van tranen, jaren van verborgen strijd, jaren van aanrapen terwijl anderen in overvloed leven. God zegt ook die rauolie, die dagelijkse last, die ruil ik in. Wat een beloft is dat God die rauwe olie. Hij ziet niet alleen het grote, hij ziet ook de kleine dingen, de dagelijkse vermoeidheid, verdriet. Rauw is rauw, dat is gewoon zo. Maar hij wil het omdraaien in vreugde olie. Hij wil het omdraaien. En Rut. Rut is een weduwe. Ze heeft geen bezit. Ze heeft geen zekerheid, geen toekomst, wat ze kan zien. Wat God doet, hij begint niet met een paleis, hij begint met een veld. Want Rut gaat aanrapen. Dat klinkt mooi wanneer je het lees en denkt, oh, dat is gaaf. Eindelijk iets wat Rut kon doen, aanrapen. Maar dat was eigenlijk werk voor de armen. Voor mensen zonder bezit. Voor mensen die afhankelijk waren van de genade van anderen, want wat overbleef, kon zij rapen. Terwijl we weten dat Rut was onderweg naar haar stijl, voelt Rut misschien wel als overleven. Soms voelt het sel niet als een wonder. Als we trouw zijn in de kleine dingen, de gewone dingen. Soms vraag je af: Heer, gebeurt er eigenlijk nog wel iets? Maar wat Rut niet wist of dat God al bezig was? Terwijl ze dacht dat ze eten verzamelde, was God een toekomst aan het bouwen. Terwijl ze dacht dat ze het overleven was, was God geschiedenis aan het schrijzen. Terwijl ze dacht dat ze een gewone dag leefden, was God een wonder aan het voorbereiden. Dat is hoe God vaak werkt. Hij werkt achter de schermen terwijl wij denken dat er niets gebeurt. Zoals een zaad in de grond. Je ziet niks en toch groeit er iets. Soms brengt Hij herstel door een gewone dag. Gewoone keuze. Gewoon een stap op een gewoon veld. Vertrouw de dag. Je vertrouw wat God je heeft gegeven. Vertrouw het veld. God werkt ook daar. God brengt Rut niet alleen terug naar wat ze was. Hij brengt haar verder. Rut, een wedu, een vreemdeling, een vrouw zonder toekomst maar wordt opgenomen in de standboom van Jezus Christus. En hij schrijft grotere verhalen dan wij kunnen zien. En dan zegt hij. En ik geloof dat ook een gedeelte is voor ons: ik zal u de jaren vergoeden die de springgaan heeft afgevreten. Jowel 2, vers 25. Misschien heb je wel heel veel verlies meegemaakt. Is er heel veel gebeurd in je leven? Zijn er jaren? De Bijbel zegt hier: u de jaren vergoeden. Die de springgaan heeft opgegeten, afgevreten, zegt hij eigenlijk. Dat is niet dagen, dat is niet weken, dat zijn jaren. Maar God zal het vergoeden. Misschien zit je al jaren te wachten op iets, wat God beloofd heeft. Hij zal het vergoeden. Misschien er jaren dat je voor je kinderen bidt. Misschien zijn al jaren dat je om een man bidt. Misschien verden het al jaren dat je voor een kind bidt. Maar God zal die jaren vergoeden. God kan terugbrengen uit een seizoen waarvan jij dacht dat er nooit niet iets uit zou komen. En God doet dat. Want dat is God. Hij is zo goed. En herstel: herstel begint bij overgave. We hebben dat. Surender. 2026 hebben wij het woord surender, dat is overgave. En we willen allemaal herstel. Maar we willen niet altijd overgaven, want het is echt ons hele leven overgeven. We willen allemaal vrede, maar we houden soms vast aan controle. Willen genezing, we blijven onze wond beschermen. We willen vrijheid, maar soms leven we toch in het oude. Toch begint herstel altijd op een plek. De Bijbel zegt: kom naar mij, allen die vermoeid en belastheid. En ik zal u rust geven. Matthäus 1, vers 28. Kom, kom, niet eerst even oplossen. Niet eerst even sterker worden of even alles op orde krijgen. Kom. Kom zoals je bent. Met je vragen. Met je verdriet, met je rauwolie, met je as. Kom, zegt God. Want een God die schoonheid geeft voor alles, vraagt één ding: dat is je as. En misschien is dat precies wat hij vanavond aan jou vraagt. Niet om alles te begrijpen, maar om hem te vertrouwen met wat jij niet meer kunt dragen. Togeren kan het niet dagen, want waar overgave begint, begint herstel. Niet perfect, niet sterk, niet met alle antwoorden, maar met open handen. Hier ben ik. Hier ben ik. Kom tot mij. Alle die vermoeite en belasting. Als je een last bij je draagt, kom tot mij. En God die altijd naar jou toe is gekomen. God die altijd naar je toe is gekomen. Die was in een Omi's leeg. Omi was leeg. God komt. Hij komt in Hager in een woestijn. Hij komt. Hij komt op Rut op het veld bij Rut. En God komt er naar jou toe. Vanavond. Hij is hier. Hij is er voor jou. Het derde deel. Lofgewaad in plaats van een benauwde geest. We hebben gekeken naar verlies. We hebben gekeken naar her stel. Maar haar stel heeft een naam en zijn naam is Jezus. Dat is de derde belofte, Isaja 61. Dat is een hele diepe. Want as verlies je, rauw olie draag je, maar een benauwde geest, dat is iets wat je van binnen bent geworden. Dat is schaamte, dat is schuld, het gevoel dat je niet meer bent wie je ooit was. Misschien is dat wel het diepste verlies, niet wat je kwijt bent geraakt, maar wie je denkt geworden te zijn. As ligt op je hoofd, rauw olie draag je. Maar een benauwde geest gaat in je denken zitten en zit in je denken. En juist daarom wil God een belofte. En dat is een lof gewaad. Maar wie kan dat geven? Wie kan dat geven? Wie kan as omruilen voor schoonheid? Wie kan rauw wegnemen, die al jaren draagt en wie kan schaamte van je afhalen en je opnieuw bekleden met lof? Peter die altijd vanaf wat al aan in zijn preek Simon Petrus. Wist hoe dat voelde. Hij hield van Jezus. Hij liep met Jezus. Hij geloofde in Hem. En hij zei zelfs: al zou iedereen nu verlaten. Ik nooit. Toen kwam de nacht. Te druk, de angst. De confrontatie. Dat kwam. En drie keer zei Petrus. Nee, ik ken hem niet. Ik ken hem niet. Hij zweerde. Hij vervroekte zelfs. Diezelfde mond die had gezegd: U bent een Christus, zei: ik ken hem niet. Dat is de pijn van falen en de schaamte die erop volgt. En ik denk, sommige vrouwen kennen dit gevoel. Je kijkt terug naar een seizoen. Je krijgt terug naar een keuze. Of een moment en denkt. Als ik het anders had gedaan, is alles anders geweest. En de vijand fluistert dan, zie je wel, je hebt het verpest. Je bent beschadigd, God kan jou niet meer gebruiken. Wat dat is een leugen. Dat is een leugen. Want na zijn opstanding zoekt Jezus Christus Peters op. Niet om af te wijzen, niet om te vernederen, niet om vast te zetten in zijn falen, om te terug te brengen naar zijn identiteit, naar zijn bestemming. En drie keer vraagt Jezus, heb je mij lief? Hij vroeg niet waarom waarom viel je? Waarom verlogen je? Maar hij vroeg: heb je mij lief? Waarom vroeg hij nou, waar heb je me lief? Omdat liefde dieper gaat dan falen. Omdat genade sterker is dan schaamte. Omdat jouw vol niet het einde is van jouw verhaal. Het is niet het einde wat er ook gebeurt. Als je iets verkeerd hebt gedaan, maar daarom meer met Peters en Jezus. Bekleed Jezus Peters opnieuw. Niet met schuld, niet met schaamte, maar met genade, met herstel, met roeping, met bestemming. Dat is het lofgewaad. Niet een opgelopste versie van wie je was, maar opnieuw bekleed worden van wie God zegt dat je bent. De vijand wil jouw falen gebruiken om jouw identiteit te stelen. Maar Jezus gebruikt genade om jouw identiteit te herstellen. Genade herstellen. Peter was gevallen, maar hij was niet verloren. Misschien ben je hier en draag je niet alleen de pijn van wat jou is aangedaan, maar ook de pijn van wat je zelf hebt gedaan. En Jez zegt ook tegen jou: kom terug, kom terug. Ik heb genade voor jou. Ik heb genade voor jou. En Jezus kent je pijn. Soms denken we dat niemand begrijpt wat we dragen. En soms voelt het dat ook zo. Mensen kunnen van je houden, maar je soms niet begrijpen. Maar er is één persoon die jou volledig begrijpt. Zijn naam is Jezus. Hij weet wat afwijzing is. Zijn eigen volk wees hem af. Hij weet wat verraad is. Een van zijn vrienden verkocht hem voor geld. Hij weet wat teleurstelling is, discipelen vluchten weg. Hij weet wat eenzaamheid is. In gaat steemen nee bad hij alleen, terwijl zijn vrienden sliepen. Hij weet wat verdriet is. Maar het graf van lasers huilde hij. En de Bijbel zegt een man van smarten. Vertrouwd met ziekte. Jezaja 53. Jezus niet een man van succes, niet een man van comfort. Maar hij was een man van smarten. Je denkt niemand begrijpt wat ik draag, maar Jezus wel. Je denkt soms niemand ziet mij strijd, maar Jezus ziet het wel. Je denkt als mensen echt wisten hoe ik me van het binnen voelde? Jezus weet het. Niet omdat iemand het hem heeft verteld, maar omdat hij het zelf, hij heeft zelf geleden heeft. Hij kent de leegte van de omen. Hij kent de eenzaamheid van Hagel. Hij kent de onzekerheid van Rut. Hij kent de schaam van Petrus. Hij kent jouw verhaal en hij kent mijn verhaal van binnenuit. En Jezus begrijpt ons. God is geen God van een afstand. Hij is een God van dichtbij. Hij is hier in ons midden. Hij daalde af. Hij daalde af vanuit de hemel als mens voor ons. Hij daalde af. Hij leefde het leven uit. Hij droeg het, zodat wij het niet eeuwig hoeven dragen, hoe die pijn, die eenzaamheid, die last. Jezus kwam al niet alleen om onze pijn te begrijpen. Hij kwam om te dragen wat wij niet konden dragen. Om te betalen wat wij nooit konden betalen. Dan zie je dat deed Jezus aan het kruis. Hij droeg de as dat wij bij schoonheid kon ontvangen. Hij droeg het. Hij droeg de rauwolie aan het kruis, zodat wij vreugde olie kunnen ontvangen. Hij droeg onze benauwdheid, onze angst en onze verlatenheid, zodat wij een lof gewaad zouden ontvangen. Hij werd verworpen, zodat wij aangenomen konden worden. Hij droeg schande, zodat wij vrijmoedig kunnen ontvangen. Hij werd gebroken, zodat wij heel zijn geworden. Weet je, dat is de evangelie. Niet God maakt jouw leef wat mooier. Maar Jezus heeft jouw leven, jouw aan het kruis, jouw herstel gekocht. En dat zijn de beloften van Jezaja 361. Dat zijn geen mooie wensen, maar dat zijn betaalde beloftes aan het kruis. Iemand moest de as dragen, iemand moest de rouw dragen. Iemand moest de zware geest dragen. En Jezus deed dat. Hij deed dat volledig en Hij zei: het is volbracht. De prijs is betaald, de weg is open. De belofte van Jezaja 61 werd gekocht op Godan. De vijand is nooit alleen achter jouw vrede aan, ook achter je in de identiteit. Ik ben niet goed genoeg, ik ben te beschadigd, ik ben te oud, ik ben te laat. Dan leest Hij in jou denken. Maar God spreekt een ander woord over ons. God noemt ons niet om onze pijn ons noemt. Godt jou niet ons verleden ons noemt. God noemt ons niet wat andere mensen ons noemen. God noemt ons met een nieuwe naam. En God noemt ons dochter. Geliefd. Gekozen. Geroepen. Je bent waardevol, we zijn nieuw. Zo dan. Iemand in Christus is die nieuwe schepping is. We zijn nieuw in Hem. Niet opgelapt, niet gerepareerd. Nieuw. Je bent een dochter van de Allerhoogste God. En dat verandert alles. Daarom geloven we dat God vanavond één woord. Hij wil haar stel brengen, één woord spreekt. Hij wil haar stel brengen. En hij wil weer dat we opnieuw opnieuw gaan schitteren. Stal op en schitter. Weer dromen. Weer geloven, weer leven, weer stralen. Sterker, dieper, wijzer en vrijer. Her stel brengt je terug. Niet terug naar wie je was. Her stel brengt je naar wie God je heeft geroepen te zijn. En hij zegt: Zie, ik maak iets nieuws: nieuws, iets diepes, iets moois. Iets wat mijn hand laat zien. Je kan alles hebben meegemaakt en het gevoel dat het te laat is. Maar God is nooit te laat. Hij herstelt. Hij vernieuwt. Hij maakt levend. Als jij dat voelt, zeg je misschien, dan heb je het over mij. Het is jouw moment om naar hem toe te komen. Niet dat je alles op orde hebt, maar juist zoals je bent. Dan begin ik weer bij die diamant. Een diamant kan diep verborgen liggen, bedekt met stof, omringd door donkertof, onder druk. Maar één ding verandert nooit: dat is zijn waarde. God niet omdat zichzelf waarde geeft, omdat Hij waarde heeft. Zo is het ook met ons. God heeft ons die waarde gegeven als een diamant. Jezus loopt niet weg voor jouw pijn. Hij komt juist dichterbij. En aan het kruis heeft Hij gedroeg Hij, wat Jij nooit hoeft te dragen. Misschien ben je hier vanavond en voel je je, dit gaat over mij. Zij verlangt je hart. Ik verlang naar herstel in je hart. In je denken of in je identiteit. Dat is één woord. Dat is kom. Kom, laat hem aanraken wat gebroken is. Laat hem herstellen wat verloren leek. Weet je, misschien ben jij dat wel, dan wil ik voor je bidden. En dan wil ik vragen, wil je gaan staan. Als jij dat bent, zij je voelt, zij je verloren voelt, als jij jij verlaten voelt, als jij je afgewezen voelt. Als jij dat hebt, ga staan dan wil ik voor je bidden. Als maar één weg kom naar hem. En laten we bidden. Vader, dank u wel. We zijn hier, hier zijn wij. Vader, u ziet de as, u ziet het verlies, u ziet de plekken waar iets gestorven is in ons. De dromen die gebroken zijn. Dank u. Vader dat u een God bent van herstel. Dank u bent de God van de Omi, God van de Hager. U bent de God van Rut en Peters en u bent ook onze God. Dank u wel dat u de as hebt gedragen, dat u onze rauw hebt gedragen, dat onze schaamd hebt gedragen, dat u aan het kruis voor ons betaalde voor ons herstel. Kom, Heilige Geest, raak aan wat wij niet kunnen aanraken. Genees wat wij niet kunnen genezen. Herstel wat verloren leek, waar een rauw olie is. Vader, giet uw vreugde uit, waar benauwdheid is, breng uw lof gewaad, waar de vijand gelogen heeft, Vader, spreek uw waarheid. Vader, ik bid ook dat de keten zullen afvallen, het lasten zullen afvallen, de harte genezen. Laat uw dochters weer opstaan. Vader, we gaan dromen. Win gaan stralen, we gaan geloven. Want u bent nog niet klaar. In de machtige naam van Jezus spreek je dat uit. Vader, uw herstel over deze vrouwen. Jezus naam. Amen en Amen.