Almere Vertelt
Almere Vertelt is een terugkerend storytelling programma waarbij er in een reeks weekenden per jaar Almeerders een persoonlijk en ontroerend verhaal vertellen. Als bezoeker geniet je van oprechte verhalen in de intieme setting van restaurant De Rode Haring, op het terrein van Vis à Vis. 'Almere Vertelt De Podcast' is de podcast versie.
Almere Vertelt
Seizoen 1, aflevering 4: Waldi Van Kogelenberg
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Waldi Van Kogelenberg vertelt in deze aflevering een bijzonder verhaal over zijn, uit het voormalig Nederlands-Indië afkomstige, oma.
Wil je als eerste weten wanneer er weer nieuwe vertelavonden zijn van Almere Vertelt? Volg dan Almere Vertelt via Facebook, Instagram of neem een kijkje op de website voor meer informatie.
Mijn naam is Anatom. Leuk dat je luistert naar de podcast van Almere 187. Een podcast met persoonlijke verhalen van diverse Almere. Zij vertellen verhalen over geluk, avontuur, tragiek en voorsport. De verhalen in deze podcast zijn verteld tijdens een van onze vertelwekenden bij vis-a-vis in het restaurant De Rode Haring. Almere 187 is een samenwerking van vis-a V en Master. De House of Stories. En wil door middel van verhalen mensen elkaar laten ontmoeten. En ook de nieuwsgierigheid naar het persoonlijk verhaal van een onbekende prikkel. In deze aflevering vertelt Waldi van Kochelenberg zijn verhaal. Waldi is geboren in Suriname als Waldi Ponima Diporeggio. De naam van Kochlenberg is zijn adoptienaam. In het dagelijks leven is hij vooral te vinden in zijn atelier waar hij tekent, schildert en muziek maakt. De Javaanse cultuur waarin hij is opgevoed, kent de traditie van de mondelingen overlevering middels verhalen en liederen. Met zijn verhaal hoopt hij iets te kunnen meegeven van het magische gevoel wat hij als kleine jongen uit deze traditie haalde.
SPEAKER_02Goeiedag allemaal. In Amsterdam sta ik voor de winkel. Het is koud en het heeft gesneeuwd. In de etalage zijn mooie baard kledingstukken geëetaleerd. Batik is een soort verftechniek uit het oosten. Wat met sierlijke motieven wordt gestempeld of getekend met een pen. Dit is hier een voorbeeld van, dit is Batik. Ik ga naar binnen dat de deur achter me ligt, en het is lekker warm. Want het is koud buiten. Ik kijk om me heen, ik zie allemaal mooie kleuren. En het ruik naar vier ook, nou was en nieuw textiel. De verkoopster is bezig achter de kassa. Dus ik kijk nog even om me heen. Het is een kleine winkel of je door een markt loopt, links, rechts tafelt. Je had een kledingrekje. En al snel valt een oog op een pasp met een rode klambi. Een rode klambi. Een klambi is een bloes. Een vrouwelijk bloes. Een driekwouwen, strakke taaien. En wat dan zo los overloop tot bij heupen. Ik heb ooit een keer een belofte gedaan. En een jare. Een jaren is laten we zeggen een soort luxe. Ik denk dat de meeste van jullie weten wat een salon is. Een salong is een lap van baat, die dat on je middel doet. Ik heb hier een jarre. Een jarre is wat ik net vertelde iets wat luxer is. Een salong draag je gewoon alle dags thuis, in je vrije tijd en een jarre draag je als je dan uitging. Dus je doet het om je middel. En aan de voorkant ga je een beetje plooien, sla je van binnen op naar buiten, toe, zo dat het goed vast zit, ik ben hier niet zo'n behendig in, maar mijn oma wel, en mij zal het langer, hè? Ik ga naar de verkoopster toe. Ze was toevallig klaar. En ik vraag haar: mevrouw, heeft u ook een bijpassende jarre voor die klambi daar die ik haar aanwijs. Zij knik: natuurlijk, meneer, ik mocht meelopen en we kwamen bij de nieuwste collectie saaders aan. Ze wijs er eentje aan, en ik kijk naar de zarum, begint te voelen lekker zachte stof, mooie kleuren, mooie printen. Ik glim lachen, ik zeg, ik kijk eraan, ja, deze wil ik. Toen ik baby was, tot mijn kleute jaren, werd ik vaak opgevangen door mijn oma. Mijn oma ritem dat is haar naam Rietje. Het was heel gewoon vroeger dat als je dan een groot gezin had, of je had het druk het werken, dat sommige kinderen werden opgevangen door andere familieleden, en mijn oma heeft mij onder mijn vleug genomen. Omar kwam uit het voormalig Nederlands Indië. Wat nu Indonesië heet. Ze was als 15-jarige meisje. Vijftienjarige meisje dat in 1928 met de boot naar Suriname kwam. Op de boot zaten natuurlijk veel meer mensen: de meesten met haar gingen naar Suriname toe om als contractarbeiders te werken in Suriname. Oom een nieuw begin te beginnen met een toekomst te leven en immigreren. Als contractarbeiders mocht je na vijf jaar dan terugkeren naar Indonesië of je mag blijven. Maar sommigen werden geronsteld. Er werden echt mensen geronsteld of soms gedwongen om naar Suriname te gaan. Mijn oma vertelde dat ze toen ze 15 jaar was, een boodschappen ging doen op de mark voor haar ouders. Ze werd door een vreemde man op Athene getrapt. En zo gezegd betoverd door magie op de boot beland. Er waren meerdere mensen die hetzelfde verhaal hadden. Maar mijn oma kwam nooit meer thuis. Dus met haar viel zijn ze naar Suriname gegaan. Mijn oma opnoette mij opa op de boot en daarna waren ze getraid in Suriname. Ze kregen vijf kinderen. Mijn opa was helaas al vroeg gestorven voordat ik geboren werd. Mijn oma woonde op Marienburg. Mariburg is een plaatsje in Suriname. En op Mariburg werd suikerriet verbouwd. Ja, er moest gepland worden of geoost, en dat deden ze met de hand was heel schaar werk. En in de fabriek werd de suikerriet. Daar werd rietsuiker gemaakt of malissen of wat zeggen stroop, suiker stroop worden gemaakt en een rum. Het was een welvarend plaatsje maar in Burg, omdat ze daar ook hun eigen mund hadden op een gegeven moment. Oma woonde in een klein huisje, een soort barak, wat verdeeld is in vijf compattementen van huizen. Het had een kleine veranda. Een woonkamer, de achter keuken. Een open binnenplaats waar we ons konden wassen, en daar stond ook een regeton. Aan de rechterkant van de kamer had je het bed waar we in sliepen, aan de linkerkant van de bed had je de klerenkast en aan de andere kant het nachtkastje. Daar werd het servies bewaard, maar ook het eten onder een vliegedeksel. In het midden van de kamer had je een lage tafel. Er waren twee stoelen, maar meestal staat het op de grond op een rietenadje, wat klossen heet een klossen is een rietenpadje waar je op kan zitten of slapen of liggen. Voor de rest had het een houten vloer en een dak van zingplaten. Golfzingplaten. En als het regende, dan komen de grote harde tropische regen zo hard op het dak terecht. En dat was zo overdovend, maar toch wel prettig om te horen. En als het een regenton vol liep, dan pakte ik een kopje fris zoete. Regenwater. En dan heb ik een slok van. Als oma ging koken, dan kookte ze op dan stookt ze een houten vuur. En dan hoe je zo het gedder van het vuur, en dan zag je het er ook zo daarboven verdwijnen. En ze kookte met een wang. Een wat is een wokpan. Het is een grote ronde wokpan, dat kookt ze mee. Je kon altijd merken wanneer oma het eten aan voorbereiden was. Want in een hele mooie ritme schaam ze met de ijzeren potlepel in de pan, streng schreng. En tikt ze dan met de lepel tegen de pan aan, dan kreeg je een geluid te horen van streng streng, tik, tik, klang, klang, streng, streng, tik dan in een hele mooie ritme. Dus ah maar oma is lekker aan het koken. Als oma uitging, dan trok ze haar mooiste kleding aan. Een klambieren het bloesje en een charet. Om haar middel droeg ze een koppelriem. Een riem wat je dan aan elkaar hebt gekoppeld. Het was een zwarte riem, kan ik je herinneren breed, wat mooi gebeduurd is met verschillende kleuren van bloemen en groene bladeren. En aan de binnenkant van de riem had je allemaal verschillende gleuven. En daar kon je je geld in doen ze haar geld in. Oma hield ook van mooi sieraden, vooral goud. Ze komt altijd heel mooi, rustig en zorgvuldig haar? En dan maak ze een mooi knotje op haar achterhoofd. Ze doet het vast beter dan ik, want ik ben er niet zo handig in. En dan pint ze dat vast. Met een pin. Wat je ziet is wat versierd is met munten. Gouden munten, heel zie ik. Ze had gouden oorknopjes en meestal een ketting met een grote munstukje. Voor bij de klambi, bij de knopen, werd ook versierd met gouden munten. Dan trok ze dan haar schatte schoentjes aan. Oma oma Rietje. Ja, heeft echt hard moeten werken. En ze was al vroeg wedenu, en het heeft haar gemaakt tot een toch best wel een pittige dame. Die de meeste mensen wel kenden. Oma, dan moet je geen ruzie meer hebben. Nee, dat hou je ineens een moepetje. Dat betekent zijn je ogen blind of zo? Of dit. Roep een ki. Dat betekent? Jouw gezicht is net als dit. En dan trok ze haar rok omhoog van voren een stukje om te laten zien wat ze bedoelde. Ja? Oma is geen, dan moet je geen grappen mee maken. Dat was oma. Maar oma had ook een zachte kant. En als je goed was met haar, ja, als je haar goed met respect behandelde, dan kreeg je ook respect terug. Ja kon je met oma lachen, grappel maken, gezellig eten met elkaar. En dan ving je af en toe een twinkel in de ogen dat ze daar heel echt tevreden en blij is met het gezelschap. Ja, dat is oma. Oma nam me vaak overal mee toen ik klein was. Als kleinkind droeg ze me eigenlijk op haar rug en dan had ze een slindang. Slindang is eigenlijk een smalle sarum. Dat doe je om je schouder heen en dan bind je je kind. Dan draag je je kind van achter mee vast, en dan knop je dat. Dan ging je met je benen over haar heupen, en dan ging je zo lekker. En elke beweging die ze maakten, dan ging je ook natuurlijk zo. Maar later nam ze mij bij de hand, en dan gingen we dan vaak buurten, ze hield van kaarts spelen en naar een theater gaan of een bioscoop. Maar vooral. Met elkaar spelen. Dat was ook zoiets. Als ze dan aan de Vlies aan de hand was, dan kon je dat goed merken. Je weet hoe oma kan zijn, hè. Ja, dat was wel een ding. Ja, dat was oma ritje. Oma ritje. Om mij te verzorgen omdat je een last had van de rug. Ja en gezondheid liep er een beetje in de steek. Dus ging weer terug naar mijn biologische ouders en die dan in de stad woonden in Paramaribo. En later daarna toen ik tien was, ging ik naar Nederland toe. Heel af en toe bezocht ik dan een ritje, als we op vakantie waren, bezocht ik dan haar in Marienburg. Het is nu alweer een maand geleden dat ik de zadom en een klambi heb gekocht dat jarin de luxe sarum. Ik ben net geland op vliegveld van pademaribo. En als ik de vliegtuigdeuren open ging, dan voel ik het klimaat het klamme klimaat voel ik dan. En ik stap naar buiten en ik snuif het puur zuurstof van regenwoud. Het is al donker het s'avonds en ik word opgehaald door mijn broer. Ik ga bij hem slapen die avond. En de volgende dag als we opstaan, als ik me aangekleed heb, ik heb mij heel erg niks aangekled: een witte bloes. En een witte broek. Groene gimpen. Die dag gaan wij naar Marienburg toe, en niemand weet dat we naar Mariburg gaan. Het is een reis van anderhalf uur. We komen op Mariburg aan en ik zie oma al op de verander zitten. Ze heeft niks door. Ik stap uit de auto. Neem een spullen mee. En mijn broer volgde mij. Daar ben je de veranderen aangekomen.
SPEAKER_01Zeg ik: klop, klop, klopt. Zo pakon ho. Dat betekent: wie is daar? Ik ben het oma. Akkoe. Hoe heet je dan?
SPEAKER_02Akkoe, wel die. En dan ineens hoor ik haar: Oh, alla.
SPEAKER_01Pilie. Hoe gaat het alle machtig kind?
SPEAKER_02Hoe gaat het met jou? En ze staat op en loop naar mij toe.
SPEAKER_01Oh, het is zo lang geleden dat je er bent geweest. Eindelijk ben je er.
SPEAKER_02Ze pak mijn gezicht vast met beide handen. Druk haar neus tegen mijn wang. En snuift aan mijn huid. Dat was haar begroeting. Dat was haar kus. Ik omhelste haar. Ja, oma, eindelijk ben ik er. Het is lang geleden, dat weet ik, maar ik ben er.
SPEAKER_01Kom zitten, kom zitten.
SPEAKER_02En broer, dan kwam ik naar boven en werd ook begroet. En we zaten allemaal op de veranderen. Oma, ja? Ik heb een cadeautje voor je. Wat is het dan? Je kan het goed in Nederlands praten, maar. Koma to, wat is dat dan? Pak maar gauw over oma. Ik pak het cadeautje. Ik zeg oma, hier. Een cadeautje voor u, maak maar gauw open, hier oma, kijk alsjeblieft. Oma pakte met haar oude tangehandjes helemaal gimpeld, en ze maakt het voorzichtig open, kijk. Oh, het is een klambie en een saur. Ja, oma. Je bent het niet vergeten, jongen. Zij nee inderdaad oma. Weet je nog? Ik heb altijd beloofd als ik werk en geld verdien, dan koef ik voor u een mooie rode klambie en een jarry. Sad. En je zag dat ze zo blij en verrast was. Blijf je verzitten, blijf je zitten, en ze gaat naar binnen toe. Ik was eigenlijk vergeten te vertellen. Dat elke keer en telkens als oma zich ging aankleden, dan deed ze een gebedje. Een gebedje om dan gezegend over straat te kunnen lopen. Het duurde even en ja, ik hoorde zachtjes haar gebelen. Ze kwam buiten. En presenteerde zich. Oh, oma, wat zie je er geweldig uit? En mijn broer lachte ook. Echt mooi, je bent weer zo jong als toen. Oma lachte. En je kon zien dat ze heel erg blij was. En dat liet ze ook zien: dat was oma rietje, mijn oma. Dankjewel.
SPEAKER_00Leuk dat je luisterde naar de podcast van Almere 187, een samenwerking van vis-avi en Mesra, de House of Stories. Mijn naam is Sahande Shepdivani, initiatiefnemer en artistiek verantwoordelijke van Mesra. Namens vis-a-vis en Meswap willen we alle vertellers en medewerkers bedanken die dit project en ook de podcast mogelijk maken. Vond je de podcast zo leuk dat je Almere 187 wel een keertje live zou willen meemaken Houd de website www.visav.nl in de gaten voor nieuwe live vertelavonden in de rode haren. Wil je de Almere 187 podcast supporten? Dat kan. Via de website petje.af kun je een supportersabonnement nemen of eenmalig doneren. Volgende week hebben we weer een nieuwe podcast waarin een andere verteller aan het woord is. Dan zal Akash Bagu zijn verhaal vertellen. Akash is werkzaam bij een kantoorartikelen bedrijf als operations manager en in zijn vrije tijd houdt hij zich bezig met yoga en muziek maken. Hij komt uit een Hindoestaans gezin van vier kinderen. Hij vertelt graag over zijn persoonlijke belevingen. Zijn motto is: We maken genoeg mee om te kunnen delen met de ander. Ben je benieuwd naar het verhaal van Akas? Luister dan volgende week naar een nieuwe aflevering van de podcast van Almere 187.