Vrijmetselaars Podcast - verkenning van de vrijmetselarij
Mijn naam is Sander en in deze podcast interview ik vrijmetselaars en betrokkenen om samen antwoorden te vinden op vragen als: wat is vrijmetselarij, wat doen vrijmetselaars en hoe word je lid? Ontdek de betekenis, symboliek en verhalen achter de vrijmetselarij — en krijg een helder beeld van wat het écht is… en wat niet. Elke maand komt er een nieuwe aflevering online.
Vrijmetselaars Podcast - verkenning van de vrijmetselarij
55 - Sander leest de Oude Plichten
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Een tekst van een paar eeuwen oud kan onverwacht modern klinken, zeker als hij gaat over zelfbeheersing, respect en het vermijden van ruzie. Ik neem je mee naar het kantelpunt waarop oude metselaarsvoorschriften niet alleen worden doorgegeven, maar ook opnieuw worden gerangschikt en betekenis krijgen binnen de opkomende, georganiseerde vrijmetselarij in Londen. Je hoort waarom er ineens behoefte ontstaat aan één gedeeld verhaal over regels, identiteit en geschiedenis.
Ik zoom in op James Anderson, de Schotse predikant die in 1721 de opdracht krijgt om oude constituties en overleveringen te verzamelen en te ordenen, wat in 1723 verschijnt als de “Constitutions of the Freemasons”. Dat document is geen simpele kopie van middeleeuwse manuscripten, maar een bewerking die oude plichten in een nieuw raamwerk plaatst. Terwijl ik de tekst voorlees, hoor je plichten over God en godsdienst, de verhouding tot overheid en vrede, de structuur van de loge, en het idee dat bevordering draait om innerlijke waarde en verdiensten.
Daarna wordt het heel concreet: gedragsregels in open loge, na sluiting, buiten de loge, in het bijzijn van niet-ingewijden en thuis. Matigheid, hoffelijkheid, geen onwelvoegelijke taal, geen politieke of religieuze twisten, en vooral: broederlijke liefde als bindmiddel, met een zorgvuldige manier om conflicten op te lossen zonder de band te breken.
De Oude Plichten: https://www.ritusentempelbouw.nl/product/de-oude-plichten/
Bronnen: https://www.1723constitutions.com/ https://academic.oup.com/dsh/article/39/2/690/7686334
🙋♂️ Ik vind het leuk als je contact met me opneemt. Dat kan via:
📧 E-mail - vrijmetselaarspodcast@gmail.com
📸 Instagram - VrijmetselaarsPodcast
👍 Facebook - VrijmetselaarsPodcast
📰 Substack - VrijmetselaarsPodcast
🧑💻 Website - https://vrijmetselaarspodcast.buzzsprout.com
🫙Luister je graag naar de Vrijmetselaars Podcast en wil je een fooi geven? Dat kan! Ga naar Fooienpod en doneer vrijblijvend éénmalig of maandelijks een zelf te bepalen bedrag. Alvast bedankt!
Een Regel Over Matigheid
SanderMen mag zich verkikken met onschuldig vermaak, elkaar naar vermogen onthalen, doch onder vermijding van alle onmatigheid geen broeder dwingen meer te eten of te drinken dan waartoe hij geneigd is. Nog hem beletten te vertrekken wanneer zijn beslommelingen dat zouden vereisten.
Welkom En Kader Van Tweeluik
SanderWelkom bij de 55ste aflevering van de Vrijmetelaars podcast. Mijn naam is Sander, en in deze podcast interview ik elke aflevering een vrijmetelaar of een persoon gelinkt aan de vrijmetselarij om samen met jou, de luisteraar, antwoorden te vinden op vragen over de vrijmetselarij. Op deze manier hoop ik een helder beeld te scheppen wat de Vrijmetselarij nu werkelijk is en wat niet is. Maar voor de luisteraars die de vorige aflevering hebben geluisterd, weten dat deze aflevering deel 2 is van een tweeluik. De vorige aflevering heb ik even kort het regenjesgedicht behandeld en daarna het regenjesgedicht voorgelezen. Ik hoop dat jullie dat allemaal leuk vonden, leerzaam. Dat in elk geval. Maar goed, in de vorige aflevering hebben we dus geluisterd naar dat regenesgedicht. Dat is een van de oudste bekende teksten uit de traditie van de zogenaamde old chargers, oftewel de oude voorschriften en overleveringen van het metselaarsambacht. En in deze aflevering ga ik dus de oude plichten voorlezen. En even kort behandelen eerst.
Van Regius Naar Anderson
SanderWant in deze aflevering maken we een sprong van de middeleeuwen naar het begin van de 18e eeuw. En daarmee komen we bij een man die een buitengewoon belangrijke rol zou spelen in de overgang van die oude traditie ten tijde van het regisgedicht naar de moderne vrijmetsarij. Dus het gaat hier van de operatieve metselaren naar de speculatieve vrijmetselaren. En die man draag de naam James Anderson. James Anderson was een Schotse predikant. Het is belangrijk om meteen één onderscheid te maken. Even op laat iedereen. Anderson heeft de All Chargers niet geschreven. De traditie van deze oude manuscripten bestond al eeuwen voordat hij op het toneel verscheen. Dus Anderson. Er waren verschillende handschriften in omloop met verhalen over de oorsprong van het metselaarsambacht, regels voor meesters en gezellen en voorschriften over hun gedrag en hun onderlinge verhoudingen. Maar aan het begin van de 18e eeuw was de situatie veranderd, want in Londen was, zoals de meeste mensen waarschijnlijk wel weten, in 1717 de eerste Grand Lodge ontstaan. En de Vremetsarij begon zich steeds meer te ontwikkelen als een georganiseerde, zoals ik net al zei, speculatieve broederschap. Er ontstond behoefte aan een gemeenschappelijke geschiedenis, gemeenschappelijke regels en ook een document dat de identiteit van deze nieuwe beweging kon vastleggen. En dat is eigenlijk het moment dat James Anderson in beeld komt. Want in 1721 kreeg Anderson opdracht om de oude constituties en overleveringen van het ambacht te verzamelen en te orden. Hij kreeg daarbij toegang tot oude documenten en manuscripten die binnen de Vrijmetselaarswereld bewaard werden. Een commissie van Vrijmetelaars onderzocht vervolgens zijn werk en brachten correcties in aan. Uiteindelijk werd het werk goedgekeurd en in 1723 gepubliceerd als de Constitutions of the Freemasons. De Constitutions van 1723 vormen het eerste grote wet en geschrift van de georganiseerde speculatieve Vrijmetselarij en bevatten onder meer een legendarische geschiedenis, regels, liederen en de Charges of a Freemason. Deze charges moeten echter niet worden verward met de veel oudere en eigenlijk ook wel middeleeuwse old charges die vanaf de late 14e eeuw bestonden en als bron dienden voor Andersens bewerking. Bovendien was Anderson niet noodzakelijk de enige auteur. Onderzoek wijst op een belangrijke rol voor onder andere Desagui en George Payne, P. A. Y en E. Het is daarom nauwkeuriger om te zeggen dat Anderson oudere massonieke tradities verzamelde, bewerkte en ordende, en deze in 1723 samenbracht in de Constitutions.
Constituties 1723 Als Keerpunt
SanderWaarin hij de Charges of a Freemason opnam als een 18e eeuwse bewerking die voortbouwde op de veel oudere tradities van de old charges. Anderson deed daarbij echter veel meer dan oude teksten eenvoudig overschrijven. Hij selecteerde materiaal uit die oude traditie, bewerkte het en plaatste het in een nieuw geheel. Hij schreef een uitgebreide legendarische geschiedenis van de vrijmetselarij en stelde daarnaast zes nieuwe charges, oftewel plichten, samen. Die werden gepresenteerd als afkomstig uit oude bronnen, maar waren in hun vorm aangepast aan de behoeften van de vrijmetselarij van zijn eigen tijd. Ook de zogenaamde General Regulations werden in de Constitutions opgenomen en bewerkt. Daarmee werd Anderson in zekere zin de redacteur van het verleden. En om een traditie die verspreid was over verschillende oude manuscripten, gaf hij een nieuwe vorm die paste bij de jonge Vrijmetelaarsorganisatie van Londen. De middeleeuwse bouwmeester en zijn ambacht werden daarbij steeds meer een symbolisch en moreel voorbeeld voor een broederschap waarin niet iedereen daadwerkelijk met steen werkte, of misschien niet iedereen iedereen niet. Dat is misschien wel het meest interessante aspect aan die old churches. Wanneer wij vandaag een tekst uit deze traditie lezen, kijken we niet alleen terug naar de middeleeuwen. We kijken ook naar de manier waarop vrijmetselaars in de 18e eeuw hun eigen verleden begonnen te reconstrueren en betekenis te geven. De constitutions van 1723 vormen daarbij een belangrijk keerpunt. Anderson presenteerde de vrijmetselarij als een zeer oude traditie met wortels die volg zijn geschiedenis teruggingen tot de vroegste tijden. Hij gebruikte daarvoor elementen uit de oudere oldchargers, maar maakte er een veel uitgebreider en samenhangender verhaal van. Modern historisch onderzoek laat bovendien zien dat Anderson waarschijnlijk de belangrijkste auteur was van de legendarische geschiedenis, terwijl de precieze bijdrage aan de Charges en de General Regulations minder eenvoudig aan één persoon kunnen worden toegeschreven. En juist daarom is het goed om de Old Charges en Anderson naast elkaar te leggen. De oude manuscripten laten zien wat er voor de vorming van de moderne Vrijmetselarij bestond. Anderson laat ons vervolgens zien hoe die oude traditie in de 18e eeuw werd verzameld, bewerkt en opnieuw geïnterpreteerd. De tekst die we in deze aflevering gaan horen, staat dus op een bijzonder kruispunt. Hij komt voort uit een eeuwenoude traditie, maar werd onderdeel van een nieuwe vrijmetselarij die zich in het londen van de 18e eeuw aan het vormen was. Luister daarom zometeen niet alleen naar de regels en de voorschriften die worden genoemd, maar luister ook naar de stem van een tijd waarin oude middeleeuwse overleveringen werden samengebracht tot een nieuw verhaal over identiteit, geschiedenis en idealen van de Vrijmetselaar. Dit is de traditie van de oldchargers, oftewel de oude plichten, zoals die uiteindelijk door James Anderson een nieuwe plaats kregen in de geschiedenis van de vrijmetselarij.
Plicht Over God En Godsdienst
SanderDan ga ik de old chargers, oftewel de oude plichten, zo voorlezen. Ik heb gewoon een boekje. Dus de vorige keer had ik het van scherm aan bij de reegjesgedicht. En nu horen jullie de papiertjes al. Oké, daar zijn we er klaar voor. 1. Over God en Godsdienst. Een vrijmetselaar is op grond van zijn verbindenis verplicht zich te houden aan de zedenwet en indien hij de kunst met hoofdletter K werkelijk verstaat, zal hij nooit een domme godlogenaar of een ongelovige vrijdenker zijn. Ofschoon echte vrijmetselaren in de oude tijd in elk land verplicht waren te behoren tot de godsdienst van dat land of die natie, welke deze ook mogen zijn, wordt het thans niet te min dienstiger geacht en slechts tot die godsdienst te verplichten waarin alle mensen overeenstemmen. O behoud van hun eigen bijzondere meningen, wat betekent mannen achtbaar en waarheidslievend, dit is mannen van eer en goede naam, ongeacht de religieuze groepering of overtuiging, waardoor zij zich van elkaar mochten onderscheiden. Daardoor wordt de vrijmetselarij tot een middelpunt van vereniging en tot een middel om personen in ware vriendschap tot elkaar te brengen, die anders voor eeuwig van elkaar gescheiden hadden moeten blijven. 2.
Plichten Over Overheid En Loges
SanderOver de hogere en de lagere overheid. Een vrijmetselaar is waar hij ook woont of werkt, een vreedzaam onderdaan van het burgerlijk gezag en dient zich niet meer in te laten met complotten en samensweringen tegen de vrede en het welzijn van de natie, nog te weigeren zijn verplichtingen na te komen tegenover de lagere overheid. Want, aangezien de vrijmetselij steeds benadeld is door oorlog, bloed vergieten en onrust, zo waren koningen en vorsten altijd zeer geneigd de ambachtslieden vanwege hun vredeliefendheid en hun trouw bescherming te verlenen. Waardoor zij in feite de verdachtmakingen der tegenstanders beantwoorden en de eer der broederschap bevorderen, die immer gedijden in vredestijd. Indien der halve een broeder mocht opstaan tegen de staat, dient hij niet gesterkt te worden in zijn opstandigheid, doch met mededogen bejegen te worden, aangezien hij een ongelukkig mens is. En indien hij aan geen ander vergrijp schuldig wordt bevonden, kan hij al mag en kan de gezagstrouwe broederschap zijn opstandigheid niet tolereren, nog argwaan of rede tot politieke ergernis geven aan de redenering, niet uit de loge worden gestoten en blijft de band met haar onschendbaar. 3. Over de loges. Een loge is een plaats waar vrijmetselaren samenkomen en arbeiden. Daarom wordt een dergelijke samenkomst of een regulier georganiseerde vereniging van vrijmetselaren een loge genoemd. En dient iedere broeder er tot een te behoren en zich de onderwerpen aan haar huishoudelijk reglement en aan de reglementen van de grootloge. Een loge is of een bijzondere of een grootloge door hen te bezoeken, en uit die hierbij gevoegde reglementen van de algemene of grootloge zal men deze het best leren kennen en verstaan. Outtijd kon geen gezel wegblijven, vooral niet wanneer hij daartoe was opgeroepen, zonder zich bloot te stellen aan een strenge berisping, tenzij het de meester en opzieners gebleken was, dat er sprake was van zuivere overmacht. Zij die als leden tot een logje werden toegelaten, moesten goede eerlijke personen zijn, vrij geborgen en gekomen tot de jaren des onderscheids, geen horige of vrouwen, onzedelijk nog aanstootgevend, doch mannen die te goede naam en vaam bekend stonden. 4.
Verdiensten En Leiderschap In De Loge
SanderOver meesters, opzieners, gezellen en leerlingen. Elke bevordering onder Vrijmetsaren wordt uitsluitend gebaseerd op wezenlijke innerlijke waarden en persoonlijke verdiensten. Opdat de bouwheren goed gediend worden, de broeders niet beschaamd staan, nog de koninklijke kunst in opspraak wordt gebracht. Daarom wordt geen meester of opziener gekozen op grond van ancianiteit doch op grond van zijn verdiensten. Het is niet wel mogelijk deze zaken in geschriften vast te leggen en iedere broeder dient er zich op de hem toegekomen plaats op toe te leggen en er vertrouwd mee te geraken op een wijze welke eigen is aan de broederschap. Slechts kandidaten mogen weten dat geen meester een leerling mag aanstellen, tenzij hij voldoende arbeid voor hem heeft, en tenzij hij een voortreffelijk jongeling is, recht van lijf en leden en zonder lichamelijke gebreken, welke hem ongeschikt zouden maken om de kunst te leren of de bouwheren van zijn meester te dienen, om aangenomen te worden en om te zijn tijd, zelfs nadat hij het daar te landig gebruikelijk aantal jaren heeft uitgediend, gerechtig te zijn, bevorderd te worden tot gezel. Ook moet hij geboren zijn uit eerzame ouders, zodat, indien hij voor het overige eveneens bekwaam is, hem de eer te beurt mogen vallen om opziener te worden en vervolgens meester der loge. Grootopziener en tenslotte grootmeester van alle loges, zulks in overeenstemming met zijn verdiensten. Geen broeder kan opziener worden voordat hij gezel is, nog meester voordat hij als opziener heeft giend. Nog grootopziener, tenzij hij meester van een loge is geweest, nog grootmeester, tenzij hij reeds gezel was voor zijn verkiezing. De grootmeester dient tevens van aderlijke geboorte te zijn, of een heer van voorname stand dan wel eminent geleerde, een vooraan staande bouwmeester of andere kunstenaar, geboren uit eerzame ouders en naar het oordeel van de loges van grote verdiensten. En ten einde zijn taak beter, lichter en eervoller te kunnen volbrengen, is de grootmeester gerechtigd zijn eigen gedeputeerd grootmeester te kiezen. Die op het tijdstip van verkiezing of voordien meester van een loge moet zijn geweest en die het recht heeft te mogen handelen zoals de grootmeester zijn principaal zou handelen, tenzij die principaal zelf aanwezig zou zijn of zijn wensen schriftelijk heeft doen kennen. Deze leiders en bestuurders van de al oude loge, ongeacht hun rang, dienen in hun respectieve ambten door alle broeders met alle nederigheid eerbied liefde en bereidwilligheid te worden gehoorzaamd. Overeenkomstig de oude plichten en reglementen over de leiding van de arbeid.
Werk Ethiek En Broederlijke Omgang
SanderAlle Vrijmetselaren dienen op werkdagen hun werk naar behoren te verrichten opdat zij op feestdagen lofwaardig kunnen leven en de tijdsindeling voorgeschreven door de landswetten dan wel bepaald door het gebruik in acht zal worden genomen. De bekwaamste gezel zal gekozen of benoemd worden tot meester of opzichter over het werk van de bouwheer. En hij zal meester genoemd worden door hen die onder hem werken. Vrijmetsalaren dienen alle kwalijke taal te vermijden en elkaar niet onheus aan te spreken, doch met broeder en zich in en buiten de loge hoffelijk te gedragen. De meester, bewust van zijn eigen bedrevenheid, zal het werk van de bouwheer zo billijk mogelijk aannemen en diens grondstoffen getrouwlijk doen benutten, alsof het zijn eigen waren. Nog zal hij meer loon uitbetalen aan enig gezel of leerling dan deze in feite toekomt. Zowel de meester als de vrijmetselaren die hun loon rechtmatig ontvangen, zullen trouw zijn aan de bouwheer en het werk. Of dat nu aangenomen is, dan wel in dagloon wordt uitgevoerd deugdelijk voltooien. Ook mag een werk dat gewoonlijk in dagloon wordt uitgevoerd niet als aangenomen worden verricht. Niemand zal afgunst aan de dag leggen over de voorspoed van een broeder. Nog hem verdringen of werkloos maken, indien deze bekwaam genoeg is om het werk te voltooien. Niemand immers kan het werk van een ander tot voordeel van de bouwheer goed volbrengen, tenzij hij grondig bekend zou zijn met de ontwerpen en tekeningen van Hem die het werk begon. Wanneer een gezel onder de meester tot opziener over het werk wordt gekozen, dient hij trouw te zijn zowel aan de meester als aan de gezel, en zal hij tijdens de afwezigheid van de meester ten voordele van de bouwheer zorgvuldig toezicht houden op het werk. Ook dienen zijn broeders hem te georzamen. Alle in dienst zijnde vrijmetselaren zullen hun loon zonder morde of opstandigheid en alle nedigheid aanvaarden en de meester niet verlaten voordat het werk voltooid is. Een jongerebroeder zal tijdens het werk onderwezen worden om te voorkomen dat de materialen door ondeskundigheid worden bedorven en om de broederlijke liefde te versterken en te bestendigen. Alle bij het werk benutten gereedschappen dienen goedgekeurd te worden door de grootloge. Geen ongescholde kracht mag bij enige vrijmetselaars arbeid te werk worden gesteld, nog zullen vrijmetselaren zonder dringende noodzaak werken met niet-vrijmetselaren. Nog mogen zij ongescholde arbeiders of niet-vrijmetselaren onderrichten zoals zij dat een broeder zouden doen.
Gedrag Binnen Buiten En Thuis
Sander6 overgedragingen. 1. In open loge. Er mogen geen geheime bijeenkomsten of onderlinge besprekingen worden belegd zonder toestemming van de meester, nog mag er worden gesproken over iets dat niet aan de orde dan wel onbetamelijk is. Nog mogen de meester of de opzieners of een broeder die met de meester spreekt, in de reden worden gevallen. Evenmin is het geoorloofd zich lachwekkend te gedragen of te schersen, terwijl de loge zich bezighoudt met wat ernstig en plechtig is. Nog onder welk voorwensel dan ook onwelgevoegelijke taal gebruiken, doch men dient de meester, de opzieners en de broeders de hun toekomende hoogachting te betuigen en hun de verschuldige eerbied te bewijzen. Indien er enige klacht ingediend wordt, dient de broeder die schuldig wordt bevonden, zich te houden aan de uitspraak en beslissing van de loge, welke, tenzij een beroep wordt gedaan op de grootloge, gerechtigd en bevoegd is een oordeel te vellen over geschillen welke alle in haar handen moeten worden gesteld. Zulks, behalve indien de arbeid voor een opdrachtgever in die tussentijd mocht worden vertraagd, in welk geval een speciaal scheidsgerecht mag worden ingesteld. Nimmer mag er naar de profane rechten worden gegaan in zaken aangelegenheden welke de. Vrijmets betreffen, zonder dat aan de loge de dringende noodzaak daarvan gebleken is. Punt 2. Na de sluiting der loge terwijl de broeders nog niet uiteens zijn gegaan, men mag zich verkwikken met onschuldig vermaak elkaar naar vermogen onthalen, doch onder vermijding van alle onmatigheid geen broeder dwingen meer te eten of te drinken dan waartoe hij geneigd is. Nog hem beletten te vertrekken wanneer zijn beslommeringen dat zouden vereisen. Evenmin mag men iets doen of zeggen dat aanstoot kan geven, en waardoor een vrij en ongedwongen gesprek zou worden belemmerd. Want dat zou onze eens gezindheid ondermijnen en onze loflijke bedoelingen verejelen. Daarom mogen persoonlijke wrok nog twisten binnen de poort der loge worden gebracht. En nog veel minder geschillen over godsdienst, afkomst of politiek. Want als vrijmetselaren hangen wij slechts de bovenvermelde algemene godsdienst aan en behoren zelf eveneens tot alle nationaliteiten, stammen, talen en dialecten, waarbij wij vastberadig kan zijn tegen politiek, welke nog nimmer het welzijn der Loge heeft bevorderd of zulks ooit zal doen. Deze plicht is altijd met gestrengheid opgelegd en nauwgezet in acht genomen, in het bijzonder vanaf de Reformatie in Brittannië of de afscheiding van de Britse volken van de geloofsgemeenschap van de Kerk van Rome. Punt 3. Wanneer broeders elkaar ontmoeten buiten de tegenwoordigheid van vreemde, doch niet in de open loge. Men dient elkaar hoffelijk te begroeten op de wijze zals worden geïnstalleerd elkaar broeder te noemen en elkaar vrijelijk te onderrichten voor zover zulks dienstig wordt gevonden en men niet bespied of beluisterd wordt. Daarbij zal men geen inbreuk maken op elkaars gezindheid, nog te kort doen aan die wederzijdse achting, welke men elkaar evenzeer verschuldigd zou zijn, indien de broeder geen vrijmetselaar was geweest. Want ofschoon alle vrijmetselaren als broeders elkaars gelijken zijn, doet de vrijmetselarij toch niet af aan het aanzien dat men voordienreeds bezat. Ja, zij versterkt zelfs eerder dat aanzien, en het bijzonder indien men zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de broederschap, welke slechte manieren dient te ondermijden en ere dient te geven wie eeren toekomt. Punt 4. In het bijzijn van niet ingewijden. Men dient omzichtig te zijn in woord en gebaar, omdat zelfs de schranderste buitenstaande niet in staat zal zijn datgene te ontdekken of gewaard te worden, wat niet passend is om bekend te raken. Soms moet men een gesprek behoedzaam een andere wending geven, opdat de roep van de achtbare broederschap niet wordt aangetast. 5. Thuis en in eigen omgeving. Men dient zich te gedragen zoals een eerbaar en wijs man betaalt. En het bijzonder mag men om voor de hand liggende redenen niet gezin, vrienden of buren, aangelegenheden, etc. van de loorje doen kennen. Maar men dient in wijsheid het eigen geweten te raadplegen en de eer van de oude broederschap hoog te houden. Ook dient men eigen gezondheid in acht te nemen, door na de loorje bijeenkomst niet te lang bij één of te ver van huis te blijven en gulsigheid of dronkenschap te vermijden, opdat de gezinnen niet verwaarloosd of benadeeld zullen worden, nog men zelf ongeschikt wordt tot de arbeid. Tegenover een onbekende broeder. Men dient hem behoedzaam te onderzoeken op een wijze die voorgeschreven wordt door voorzichtigheid. Opdat men niet misleid zal worden door een onwetende en valse bedrieger die men met minachting en hoon moet afwijzen en men dient zich te wachten hem iets omtrent onze verborgen kennis te laten blijken. Bevindt men echter dat hij een ware en oprechte broeder is, dan dient men hem indien enigszins mogelijk te helpen, dan wel aanwijzingen te geven hoe hij hulp zou kunnen verkrijgen. Men dient hem enkele dagen te werk te stellen, dan wel voor te werkstelling aan te bevelen. Doch men is niet gehouden iets boven zijn vermogen te doen. Men dient slechts een arme broeder die een goed en oprecht man is, te verkiezen boven anderen die in dezelfde omstandigheden verkeren. Ten slotte dient men al deze plichten in acht te nemen en ook die welke anderszins zullen worden medegedeeld.
Broederlijke Liefde En Conflicten
SanderMen dient de broederlijke liefde te betrachten, welke de grond en sluitsteen het bindmiddel en de glorie is van deze al oude broederschap. Daarbij zal men alle twisten en krakelen, alle laster en kwaadsprekerij vermijden, nog toestaan dat andere welke eerzame broeder dan ook belasten. Doch men zal zijn naam hoog houden en alle goede zorgen aan hem besteden voor zover zulk zonder gevaar mogelijk is en in overeenstemming met onze eer. En indien een broeder een van ons onrecht aandoet, dient men zich tot de eigen loge of tot die van een ander te wende, waarna men nog in beroep mag gaan bij de kwartaalbijeenkomst van de grootloge en vervolgens bij de jaardbijeenkomst zoals dat steeds en alom heeft behoord, tot de oude en hoffelijke handelswijze onze voorvaderen. Immers men spande nimmer een geding aan dan wanneer de zaak niet op een andere wijze kon worden beslist. Daarbij dient men geduldig te luisteren naar eerlijke en vriendschappelijke raad van de meester en gezelle, wanneer deze willen voorkomen dat men gaat procederen met buitenstaanders of willen aanzetten tot het sneldoende beëindigen van alle denkbare processen, zodat men zich met des te meer ijver en succes kan wijden aan de zaak der vrijmetselarij. Waar het evenwel broeders betreft die elkaar een proces aandoen, dienen meesters en gezellen hun vriendschappelijke bemiddeling aan te bieden, waarna de twistende broeders zich dankbaar dienen te onderwerpen. En indien zulks onmogelijk mocht blijken, zullen zij hun proces of rechtsgeding voortzetten zonder haat en niet. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, zullen zij niet zeggen of doen wat de broederlijke liefde en de hervatting en voortzetting van hun goede betrekkingen in de weg kan staan. Opdat ieder de weldadige invloed van de vrijmetselarij mogen aanschouwen, zoals alle ware vrijmetselaren hebben gedaan vanaf het begin der wereld en zullen doen tot het einde der dagen. Amen. Zo mogen het zijn.
Afsluiting En Contactmogelijkheden
SanderBedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Vrijmetselaars Podcast. Ik vind het leuk als je contact met me opneemt. Dit kan via Instagram of Facebook. Zoek in beide gevallen op Vrijmetelaars podcast en je kan me ook een mailtje sturen op vrijmetselaarspodcast.gmail.com. Vanaf aflevering 30 is er van elke aflevering een transcriptie beschikbaar. Deze transcriptie is te vinden op de website van de podcast. Luister je graag naar de Vrijmetschelaars podcast en waardeer je de afleveringen dan kan je nu ook een voi geven. Dit kan via voor jepod.com, en voor je pod is met de D van podcast. Of klik op de support de show link onderaan de show notes. Tot de volgende aflevering.
People on this episode
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Craftcast: The Freemasons Podcast
United Grand Lodge of England