Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 21 - 2026 - Mattheüs 11-13
Vandaag lezen we Matteüs 11-13 uit de NBV21.
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 21.
Vandaag lezen we Mattheüs 11-13.
Dat waren de opdrachten die Jezus gaf aan zijn twaalf leerlingen. Daarna reisde hij weer verder. In de steden gaf hij uitleg over God en vertelde hij het goede nieuws.
Johannes de Doper zat in de gevangenis. Hij hoorde over alle dingen die Jezus deed. Hij stuurde een paar van zijn leerlingen naar Jezus toe met een vraag. Ze vroegen: ‘Bent u de messias die zou komen? Of moeten we wachten op iemand anders?’
Jezus zei tegen hen: ‘Ga terug naar Johannes. En vertel hem alles wat je hier hoort en ziet: Blinde mensen kunnen zien. Mensen die niet konden lopen, lopen rond. Mensen met een huidziekte zijn weer beter. Dove mensen kunnen horen. Dode mensen leven weer. En arme mensen horen het goede nieuws. Het echte geluk is voor iedereen die vertrouwen in mij heeft.’
De leerlingen van Johannes de Doper gingen weer weg. Toen begon Jezus de mensen te vertellen over Johannes. Hij zei: ‘Een tijd geleden gingen jullie naar de woestijn. Waarom gingen jullie daarheen? Toch niet om het riet bij de rivier de Jordaan te bekijken, dat beweegt in de wind? En toch ook niet om iemand met prachtige kleren te zien? Nee, mensen met prachtige kleren vind je in een paleis, niet in de woestijn.
Waarom gingen jullie dan wel naar de woestijn? Jullie gingen erheen om een profeet te zien. En luister goed: Johannes is geen gewone profeet. God zegt over hem in de heilige boeken: «Ik stuur iemand vooruit. Hij moet de weg vrijmaken.» Luister goed naar mijn woorden: Er is geen mens op aarde zo belangrijk als Johannes de Doper. Maar in Gods nieuwe wereld zijn zelfs de gewoonste mensen nog belangrijker dan hij.’
Jezus zei verder: ‘De heilige boeken vertellen over Gods nieuwe wereld. En over een nieuwe Elia die komt. Geloof me, Johannes is die nieuwe Elia. Want Johannes heeft alles klaargemaakt voor de nieuwe wereld. Maar zodra hij met zijn werk begon, zijn er vijanden tegen hem in actie gekomen. Zij proberen de nieuwe wereld met geweld tegen te houden. Laat dat goed tot je doordringen!’
Jezus zei: ‘Ik ga iets zeggen over jullie, de mensen die nu leven. Jullie lijken op kinderen op een plein, die nergens zin in hebben. Als er vrolijke muziek gemaakt wordt, dan zeggen ze: ‘Wij willen niet dansen.’ En als er een verdrietig lied gezongen wordt, dan zeggen ze: ‘Wij willen niet huilen.’
Zo is het ook met jullie. Eerst kwam Johannes de Doper. Hij at geen brood en hij dronk geen wijn. Toen zeiden jullie: ‘Hij heeft een kwade geest in zich.’ En daarna kwam ik, de Mensenzoon. Ik eet wel brood en ik drink wel wijn. En nu zeggen jullie: ‘Kijk eens, die man eet zich vol en hij is gek op wijn. Echt een vriend van tollenaars en slechte mensen!’
Maar het wijze plan van God komt uit. Dat zie je aan alle dingen die ik doe.’
Jezus had vooral veel wonderen gedaan in een paar steden in Galilea. Toch hadden de inwoners van die steden hun leven niet veranderd. Daarom sprak Jezus deze dreigende woorden tegen hen:
‘Jullie daar, inwoners van Chorazin en Betsaïda! Jullie zullen gestraft worden. Jullie hebben veel wonderen gezien, maar jullie hebben niet geluisterd. Stel dat de mensen in Tyrus en Sidon al die wonderen meegemaakt hadden. Dan hadden ze allang laten zien dat ze spijt hadden van hun fouten. En dan hadden ze hun leven veranderd! Luister naar mijn woorden: Als God rechtspreekt over de wereld, zal hij jullie zwaar straffen. Nog zwaarder dan Tyrus en Sidon.
En jullie daar in Kafarnaüm. Denk je dat jullie welkom zijn in de hemel? Nee, jullie komen in de hel terecht! Stel dat al die wonderen gebeurd waren in Sodom. Dan had die stad vandaag nog bestaan. Luister naar mijn woorden: Als God rechtspreekt over de wereld, zal hij jullie zwaar straffen. Nog zwaarder dan Sodom.’
In die tijd zei Jezus: ‘Vader, Heer van de hemel en de aarde, ik dank u! Want u hebt al die dingen bekendgemaakt aan heel gewone mensen. Maar voor wijze en verstandige mensen hebt u die dingen verborgen. Ja, Vader, zo wilde u het doen.’
Daarna zei Jezus: ‘Alle macht die ik heb, heeft mijn Vader aan mij gegeven. Alleen de Vader kent de Zoon. En alleen de Zoon kent de Vader. En de Zoon vertelt over zijn Vader aan de mensen die hij uitkiest.’
Jezus zei tegen de mensen: ‘Vind je het moeilijk om te doen wat God wil? Is het een te zware eis voor je? Kom dan bij mij. Ik zal je rust geven. Doe wat ik je zeg, en leer van mij. Je moet vriendelijk zijn, net als ik, en jezelf niet het belangrijkste vinden. Dan zul je werkelijk rust vinden. Wat ik van je vraag, is eenvoudig. Wat ik van je eis, is niet zwaar.’
--
Op een keer liep Jezus met zijn leerlingen door de korenvelden. Het was die dag sabbat. De leerlingen hadden honger. Ze plukten koren om iets te eten. Toen de farizeeën dat zagen, zeiden ze tegen Jezus: ‘Kijk nou! Uw leerlingen doen iets dat op sabbat verboden is!’
Maar Jezus zei tegen hen: ‘Jullie weten toch wel wat David ooit gedaan heeft, toen hij en zijn mannen honger hadden? David is toen de tempel in gegaan, en hij en zijn mannen hebben van het offerbrood gegeten. Dat mocht niet, want alleen priesters mogen daarvan eten.
En jullie weten toch wel wat er in de wet staat over priesters die werken op sabbat? Priesters die op sabbat in de tempel werken, houden zich niet aan de regels. Maar toch doen ze niets verkeerds.
Luister naar mijn woorden: Er is iets dat belangrijker is dan de tempel. In de heilige boeken staan deze woorden van God: «Ik wil geen offers, maar ik wil dat jullie goed zijn voor elkaar.» Jullie hebben dat niet begrepen. Want jullie hebben kritiek op mensen die niets verkeerds gedaan hebben. Maar ik ben de Mensenzoon. Ik bepaal wat je op sabbat mag doen.’
Jezus ging weer verder. Hij kwam in een synagoge. Daar was ook een man met een vergroeide hand. De farizeeën vroegen aan Jezus: ‘Mag je op sabbat iemand beter maken?’ Ze hoopten dat Jezus ja zou zeggen. Dan konden ze een klacht tegen hem indienen. Maar Jezus zei tegen hen: ‘Stel dat je één schaap hebt. En dat schaap valt op sabbat in een diepe kuil. Zou je dat schaap dan niet uit die kuil trekken? Een mens is veel belangrijker dan een schaap. Je mag op sabbat dus iets goeds doen.’
Toen zei Jezus tegen de zieke man: ‘Steek je hand uit.’ De man stak zijn hand uit en meteen was de hand beter. Hij was net zo gezond als zijn andere hand.
De farizeeën liepen weg. Ze maakten een plan om Jezus te doden.
Jezus wist wat de farizeeën van plan waren. Daarom ging hij meteen weg. Grote groepen mensen gingen met hem mee. Jezus maakte alle zieken beter. En hij zei streng tegen hen: ‘Je mag aan niemand vertellen wie ik ben.’
Dat moest allemaal zo gebeuren, want in het boek Jesaja staan deze woorden van God: «Hier is mijn Zoon, ik heb hem uitgekozen. Hij alleen is mijn Zoon, mijn liefde voor hem is groot. Ik zal hem mijn Geest geven. Mijn Zoon zal aan alle volken bekendmaken dat hij komt om recht te spreken. Hij maakt geen ruzie en hij schreeuwt niet. Hij doet ook niet zijn best om op te vallen. Hij heeft geduld met mensen die zwak zijn. Hij is voorzichtig met mensen die het moeilijk hebben. En dan komt het moment dat hij zal rechtspreken over de wereld. Zo zal hij overwinnen. Alle volken verlangen naar zijn komst.»
Toen brachten de mensen een man bij Jezus die blind was en ook niet kon praten. Dat kwam doordat hij een kwade geest in zich had. Jezus maakte de man beter. Nu kon de man zien en praten. Alle mensen waren stomverbaasd. Ze zeiden: ‘Is Jezus soms de Zoon van David?’
Maar toen de farizeeën hoorden wat er gebeurd was, zeiden ze: ‘Jezus kan die kwade geesten alleen maar wegjagen omdat Satan hem helpt. Want Satan is de leider van de kwade geesten.’
Jezus wist hoe de farizeeën over hem dachten. Daarom zei hij tegen hen: ‘Een land dat oorlog voert tegen zichzelf, wordt leeg en verlaten. En een stad of een familie waar de mensen ruzie hebben, zal niet blijven bestaan. Met Satan is het net zo. Als Satan kwade geesten wegjaagt, dan vecht hij tegen zichzelf. En dan vernietigt hij zijn eigen macht.
Jullie beweren dat ik kwade geesten wegjaag met hulp van Satan. Maar jullie eigen leerlingen jagen ook kwade geesten weg. Dat doen ze toch ook niet met hulp van Satan? Zij zijn dus het bewijs dat jullie ongelijk hebben.
Ik jaag de kwade geesten weg met hulp van de Geest van God. Daaraan kunnen jullie zien dat Gods nieuwe wereld gekomen is.
Het huis van een sterke man kun je niet zomaar leegroven. Je moet eerst die man vastbinden. Pas dan kun je zijn huis leeghalen.
Iedereen die niet voor mij kiest, is mijn vijand. Als je mij niet helpt, dan help je Satan. Ik breng mensen bij God, maar Satan houdt mensen juist bij God weg.’
Jezus zei: ‘Luister naar mijn woorden: God wil alles vergeven wat mensen verkeerd doen. Zelfs als ze God beledigen. Maar iemand die de heilige Geest beledigt, krijgt geen vergeving.
Als iemand slechte dingen zegt over de Mensenzoon, kan hij vergeving krijgen. Maar als iemand slechte dingen zegt over de heilige Geest, krijgt hij geen vergeving. Niet nu in deze wereld, en ook niet straks in Gods nieuwe wereld.’
Jezus zei verder tegen de farizeeën: ‘Een goede boom geeft goede vruchten, een slechte boom geeft slechte vruchten. Aan de vruchten kun je dus zien of een boom goed of slecht is.
Jullie zijn een stelletje slangen! Uit jullie mond kan niets goeds komen, want jullie zijn slecht. Aan de dingen die mensen zeggen, kun je zien hoe ze van binnen zijn. Een goed mens zegt goede dingen, omdat hij van binnen goed is. En een slecht mens zegt slechte dingen, omdat hij van binnen slecht is.
Luister naar mijn woorden: God zal rechtspreken over de wereld. En dan bekijkt hij of mensen verkeerde dingen gezegd hebben. Want de woorden die je spreekt, bepalen of God je een goed of een slecht mens vindt.’
Een paar wetsleraren en farizeeën zeiden tegen Jezus: ‘Meester, laat ons een teken van uw macht zien.’
Maar Jezus zei tegen hen: ‘Jullie zijn slechte mensen, die God ontrouw zijn. Jullie vragen om een teken. Maar het enige teken dat jullie krijgen, is het voorbeeld van de profeet Jona. Jona zat drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis. Net zo zal de Mensenzoon ook drie dagen en drie nachten diep in de aarde zijn.
Op een dag zal God rechtspreken over de wereld. Dan zullen jullie voor hem staan, samen met de inwoners van de stad Nineve. God zal jullie straffen, maar de inwoners van Nineve niet. Want toen de profeet Jona hen waarschuwde, hebben zij hun leven veranderd. En nu staat hier iemand die belangrijker is dan Jona. Maar jullie luisteren niet.
Op een dag zal God rechtspreken over de wereld. Dan zullen jullie voor hem staan, samen met de koningin van het Zuiden. God zal jullie straffen, maar haar niet. Want zij kwam uit een ver land om te luisteren naar de wijsheid van koning Salomo. En nu staat hier iemand die belangrijker is dan Salomo. Maar jullie luisteren niet.’
Jezus zei: ‘Stel je eens voor: Een kwade geest woont in een man. Op een dag gaat die kwade geest uit hem weg. De geest zwerft door de woestijn. Hij zoekt een plek om te rusten, maar vindt die niet. Dan denkt hij: Ik ga terug naar huis, naar de man in wie ik eerst woonde.
De kwade geest komt terug en ziet dat zijn huis leeg en schoon is. Het is klaar om in te wonen. Dan roept hij er zeven andere geesten bij, die nog erger zijn dan hijzelf. En allemaal gaan ze in die man wonen. Dan gaat het met die man nog slechter dan daarvoor.’
Toen zei Jezus: ‘Zo zal het ook gaan met de slechte mensen hier.’
Terwijl Jezus nog tegen de mensen aan het praten was, kwamen zijn moeder en zijn broers. Ze bleven buiten staan. Ze wilden Jezus spreken.
Iemand zei tegen Jezus: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten. Ze willen u spreken.’ Jezus zei tegen hem: ‘Wie is mijn moeder? En wie zijn mijn broers?’ Toen wees hij naar zijn leerlingen. En hij zei: ‘Dat is mijn moeder! Dat zijn mijn broers! Mensen die doen wat mijn hemelse Vader wil, die zijn mijn broer, mijn zus en mijn moeder.’
--
Nog diezelfde dag ging Jezus naar het meer. Daar ging hij zitten. Er kwam een grote groep mensen om hem heen staan. Daarom stapte hij in een boot die daar lag. Hij zat in de boot, en alle mensen stonden langs de kant. Jezus vertelde de mensen veel, en hij gebruikte steeds voorbeelden.
Hij zei: ‘Een boer gaat naar zijn land om te zaaien. Hij strooit het zaad op het land, en een deel van het zaad valt op de weg. Dat wordt door de vogels opgegeten.
Een ander deel van het zaad valt op harde grond vol stenen. Daar ligt maar een dun laagje aarde. Dat zaad komt wel snel op. Maar door die stenen kunnen er geen wortels in de grond groeien. Door de felle zon gaat het koren dood.
Weer een ander deel van het zaad valt tussen het onkruid. Door het onkruid kan dat zaad niet groeien. Het krijgt geen ruimte en gaat dood.
Maar een ander deel van het zaad valt in goede grond. Dat zaad levert goed koren op, met wel honderd of zestig of dertig graankorrels. Laat dat goed tot je doordringen!’
De leerlingen kwamen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waarom geeft u steeds voorbeelden als u de mensen toespreekt?’
Jezus zei: ‘Jullie mogen de geheimen van Gods nieuwe wereld kennen. Maar de andere mensen niet. Want iemand die veel heeft, krijgt nog meer, zelfs meer dan genoeg. Maar iemand die bijna niets heeft, raakt ook het laatste nog kwijt. Ik geef de mensen voorbeelden. Ze zien mij en ze horen mij, maar ze begrijpen mij niet.
Zo gebeurt wat de profeet Jesaja al heeft gezegd over dit volk: «Jullie luisteren wel goed, maar jullie begrijpen het niet. Jullie kijken wel goed, maar jullie snappen het niet. Dat komt doordat jullie zo vreselijk eigenwijs zijn. Jullie ogen en oren zitten dicht. Jullie willen het niet zien. Jullie willen het niet horen. Anders zouden jullie begrijpen dat jullie je leven moeten veranderen. En dan zou ik jullie te hulp komen.»’
Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Het echte geluk is voor jullie. Want jullie zien en horen de geheimen van Gods nieuwe wereld. Luister goed naar mijn woorden: Er zijn veel profeten geweest, en mensen die dicht bij God leefden. Zij hoopten die geheimen te horen en te zien. Maar zij kregen ze niet te zien of te horen, en jullie wel.’
Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Luister goed naar de betekenis van het voorbeeld van de boer die zaait.
Sommige mensen lijken op het zaad dat op de weg valt. Die mensen hebben het nieuws over Gods nieuwe wereld wel gehoord, maar ze begrijpen het niet. Dan komt de duivel en hij steelt het bij hen weg. Die mensen zijn het nieuws snel vergeten.
Andere mensen lijken op het zaad dat valt op harde grond vol stenen. Die mensen zijn blij als ze het nieuws horen. Maar dat duurt niet lang. Ze houden het niet vol om te geloven. Als ze in moeilijkheden komen door hun geloof, dan geven ze het meteen weer op.
Weer anderen lijken op het zaad dat tussen het onkruid valt. Die mensen hebben het nieuws gehoord, maar ze doen er niets mee. Want ze maken zich zorgen over de dagelijkse dingen. Ze willen rijk worden. Dat vinden ze belangrijker.
Maar er zijn ook mensen die lijken op het zaad dat in goede grond valt. Dat zijn de mensen die het nieuws over God horen en het begrijpen. Zij leven zoals God het wil. Zij lijken op het goede zaad, dat koren oplevert met wel honderd of zestig of dertig graankorrels.’
Jezus gaf nog een voorbeeld aan de mensen. Hij zei: ‘Gods nieuwe wereld lijkt op een boer die goed zaad strooit op zijn land. ’s Nachts, als iedereen slaapt, komt de vijand van de boer. De vijand zaait onkruid tussen het koren en gaat dan weer weg. Het koren komt op en groeit. Maar tegelijk komt ook het onkruid op.
De knechten van de boer gaan naar hem toe. Ze zeggen: ‘U hebt toch goed zaad op het land gestrooid? Waar komt al dat onkruid dan vandaan?’ De boer zegt: ‘Dat heeft een vijand gedaan.’
De knechten vragen: ‘Wilt u dat we het onkruid weghalen?’ Maar de boer zegt: ‘Nee, want als je het onkruid weghaalt, dan trek je ook het koren uit de grond. Laat het koren en het onkruid maar allebei groeien tot de tijd van de oogst. Dan laat ik mijn mannen eerst het onkruid van het land halen. Dat moeten ze bij elkaar binden en in brand steken. Daarna kunnen ze het koren naar mijn schuur brengen.’’
Jezus gaf nog een voorbeeld aan de mensen. Hij zei: ‘Gods nieuwe wereld lijkt op een mosterdzaadje. Dat is het kleinste zaadje dat er is. Als iemand het zaait op zijn land, dan groeit er uit dat kleine zaadje een boom. Die boom is het grootst van alle planten. En de vogels bouwen er hun nest in.’
Jezus gaf nog een voorbeeld. Hij zei: ‘Gods nieuwe wereld lijkt op gist. Een vrouw doet een klein beetje gist bij een grote zak meel. Daardoor verandert al het meel.’
Jezus gaf de mensen al die voorbeelden. Hij gebruikte alleen maar voorbeelden als hij tegen hen sprak. Dat moest zo gebeuren, want dat wordt al gezegd in de heilige boeken. Daar staat: «Ik spreek met voorbeelden. Op die manier maak ik het geheim bekend dat zo oud is als de wereld zelf.»
Jezus stuurde de mensen weer weg en ging naar huis. De leerlingen kwamen bij hem en vroegen: ‘U gaf het voorbeeld van het onkruid op het land. Wilt u ons ook uitleggen wat het betekent?’
Jezus zei: ‘De man die het goede zaad op het land strooit, dat is de Mensenzoon. Het land, dat is de wereld. Het goede zaad, dat zijn de mensen die horen bij Gods nieuwe wereld. Het onkruid, dat zijn de mensen die bij de duivel horen. De vijand die het onkruid zaait, dat is de duivel. De tijd van de oogst, dat is het einde van deze wereld. En de mannen op het land, dat zijn de engelen.
Het onkruid wordt van het land gehaald en verbrand. Dat is wat er gebeurt bij het einde van deze wereld. Dan stuurt de Mensenzoon zijn engelen op weg. Zij halen alle slechtheid weg uit de wereld, alle mensen die steeds maar weer gedaan hebben wat God niet wil. Die mensen worden in een brandende oven gegooid. Daar huilen ze van ellende en spijt.
Maar alle mensen die Gods wil gedaan hebben, zullen gelukkig zijn. Ze zullen leven in de nieuwe wereld van hun Vader. Laat dat goed tot je doordringen!’
Jezus zei: ‘Gods nieuwe wereld lijkt op een schat die verstopt is in de grond. Op een dag vindt een man de schat. Hij is heel blij. Toch verstopt hij de schat weer in de grond. Dan verkoopt hij alles wat hij heeft. En van het geld koopt hij het stuk land waar de schat verstopt is.
Gods nieuwe wereld lijkt ook op een koopman die op zoek is naar mooie parels. Op een dag ziet hij een heel bijzondere parel. Hij verkoopt alles wat hij heeft. En van het geld koopt hij die ene parel.
Gods nieuwe wereld lijkt ook op een net dat uitgegooid wordt in een meer. In dat net worden allerlei vissen gevangen. Als het net vol is, trekken de vissers het naar de kant. Ze gaan zitten en halen de goede vissen eruit. Die doen ze in manden. Maar de slechte vissen gooien ze weg. Zo zal het gaan bij het einde van deze wereld. Dan zullen de engelen komen. Zij zullen de slechte mensen weghalen bij de mensen die gehoorzaam zijn geweest aan God. En zij zullen die slechte mensen in een brandende oven gooien. Daar zullen ze huilen van ellende en spijt.’
Jezus vroeg aan de leerlingen: ‘Hebben jullie alles goed begrepen?’ ‘Ja,’ antwoordden ze. Toen zei Jezus: ‘Stel dat iemand de heilige boeken goed kent. En dat hij een leerling van mij wordt, en gelooft in het nieuws over Gods nieuwe wereld. Dan lijkt hij op een man met een huis vol schatten. Hij heeft veel nieuwe schatten om te laten zien, en ook veel oude.’
Dat waren de voorbeelden die Jezus gaf. Daarna reisde hij weer verder.
Jezus ging naar de stad waar zijn familie woonde. In de synagoge gaf hij de mensen uitleg over God.
De mensen waren erg verbaasd, en zeiden tegen elkaar: ‘Hoe komt hij aan al die wijsheid? Hoe kan hij al die wonderen doen? Hij is toch de zoon van de timmerman? Zijn moeder is Maria. Zijn broers zijn Jakobus, Josef, Simon en Judas. En zijn zussen wonen bij ons in de stad. Hoe kan het dan dat hij al die dingen doet?’
De mensen daar wilden niets met Jezus te maken hebben. Daarom zei Jezus: ‘Een profeet wordt door iedereen met respect behandeld. Behalve door de mensen in zijn eigen stad en door zijn eigen familie.’
De mensen in die stad hadden helemaal geen geloof. Daarom deed Jezus daar maar weinig wonderen.
--
Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 21.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.