Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 29 - 2026 - Job 6-7, Spreuken 20
Vandaag lezen we Job 6 en 7 en Spreuken 20 uit de NBV21.
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 29.
Vandaag lezen we Job 6-7 en Spreuken 20.
Toen zei Job tegen zijn vrienden:
‘Vrienden, jullie begrijpen niet hoe boos ik ben,
jullie zien niet hoe ik moet lijden!
Mijn verdriet is te groot, mijn pijn is te zwaar.
Daarom sprak ik zonder na te denken.
De machtige God voert oorlog tegen mij.
Hij schiet pijlen op mij af,
zijn giftige pijlen raken mij diep.
Hij maakt me doodsbang.
Ik schreeuw het uit van pijn,
zoals een dier schreeuwt van honger.
Ik wil dit lijden niet meer,
het is afschuwelijk.
Het is net als met eten dat geen smaak heeft:
dat mag je toch weigeren?
Laat toch gebeuren wat ik vraag,
laat God toch doen wat ik wil!
Laat hij me vernietigen,
laat hij een eind aan mijn leven maken!
Dat zou me troosten.
Dan zou ik blij zijn, ondanks alle pijn.
Ik ben hem toch altijd trouw geweest?
Ik heb toch steeds gedaan wat hij van me vroeg?
Ik kan niet langer wachten op de dood,
ik heb geen geduld meer.
Ik voel me zwak en moe.
Niets kan me nog helpen,
het komt nooit meer goed met mij.
Iemand die zijn vriend in de steek laat,
heeft ook geen eerbied voor de machtige God.
Ik ben teleurgesteld in jullie, mijn vrienden,
zoals iemand teleurgesteld is die water zoekt in de woestijn
en alleen maar een droog dal vindt.
In de winter is het dal vol water,
maar in de zomer is het droog.
Al het water is verdwenen.
Uit verre landen komen handelaars.
Vol hoop gaan ze op zoek naar water,
maar ze vinden alleen een droog dal.
Ze zijn teleurgesteld, ze voelen zich bedrogen.
Zo teleurgesteld ben ik ook in jullie.
Jullie zien mijn ellende,
maar jullie schrikken en zijn alleen maar bang.
Nooit heb ik jullie iets gevraagd,
nooit wilde ik een geschenk van jullie.
Als ik werd onderdrukt,
vroeg ik jullie niet om hulp.
Als ik door vijanden werd aangevallen,
hoefden jullie me niet te beschermen.
Zeg maar wat jullie denken, ik luister.
Vertel me maar wat ik fout gedaan heb.
Ik wil graag de waarheid horen,
maar aan jullie beschuldigingen heb ik niets.
Jullie hebben kritiek op mijn woorden,
maar jullie zien niet hoe wanhopig ik ben.
Jullie hebben geen gevoel!
Jullie zouden zelfs een kind of een vriend verkopen
om er zelf rijk van te worden.
Kijk naar mij, en zeg eens eerlijk:
Sta ik tegen jullie te liegen?
Beschuldig mij niet langer.
Veroordeel mij niet,
want ik heb geen schuld.
Ik vertel geen leugens,
ik weet heel goed wat lijden is.
--
Ik vind het leven moeilijk.
Het is zwaar, elke dag weer.
Ik voel me als een slaaf in de hitte,
op zoek naar schaduw.
Ik voel me als iemand die heel hard moet werken,
voor heel weinig geld.
Elke dag heb ik nieuwe zorgen,
elke nacht heb ik pijn.
Als ik naar bed ga, denk ik:
Was het maar tijd om op te staan.
Maar de nacht duurt lang,
onrustig lig ik wakker tot de ochtend.
Mijn lichaam is vuil, het zit vol zweren.
Mijn huid is kapot, de wonden zijn open.
Mijn leven gaat heel snel voorbij,
zonder hoop ga ik naar het einde.
God, denk aan mij,
mijn leven is bijna voorbij.
Ik zal nooit meer gelukkig zijn.
Nu ziet u me nog, maar straks niet meer.
Als u me zoekt, ben ik verdwenen.
Ik ga naar het land van de dood,
en ik kom niet meer terug.
Ik verdwijn, er blijft niets van mij over.
Ik zal nooit meer terugkomen in mijn huis.
Mensen die mij kenden, zullen me snel vergeten.
Daarom moet ik nu spreken.
Ik ben kwaad, ik kan niet zwijgen.
Ik heb verdriet, ik schreeuw het uit!
U houdt me gevangen,
alsof ik een gevaarlijk monster ben.
Want soms ga ik naar bed om troost te vinden,
dan wil ik in de slaap mijn verdriet vergeten.
Maar dan geeft u me verschrikkelijke dromen,
dromen die me doodsbang maken.
Ik ben liever dood!
Dat is beter dan verder te moeten leven.
Ik heb er genoeg van, laat me toch met rust!
Want ik heb nog maar kort te leven.
God, waarom vindt u mensen zo belangrijk?
Waarom geeft u ze zo veel aandacht?
Elke ochtend komt u bij me,
de hele dag let u op mij.
Voortdurend kijkt u naar me,
u laat me geen moment alleen.
U wilt precies weten wat ik doe.
Maar wat maakt het u eigenlijk uit
als ik een fout maak?
Waarom zoekt u me steeds weer op?
U hebt alleen maar last van mij!
Kijk niet naar mijn fouten,
let niet op mijn schuld.
Want binnenkort ben ik dood.
Als u me dan zoekt, ben ik er niet meer.’
--
Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 29.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.