Bijbel in een jaar

Dag 30 - 2026 - Job 8-10

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap Season 2026 Episode 35

Vandaag lezen we Job 8-10 uit de NBV21.

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 30.
Vandaag lezen we Job 8-10.

Toen zei Bildad uit Suach tegen Job:

‘Houd nu eens op met je gepraat!
Alles wat je zegt, is onzin.
De machtige God is echt rechtvaardig.
Alles wat hij doet, is goed.
Je kinderen hebben vast en zeker slechte dingen gedaan,
en daarom heeft God hen gestraft.

Vraag hulp aan de machtige God,
vraag of hij goed voor je wil zijn.
Als je eerlijk en onschuldig bent,
dan zal hij je helpen.
Dan zal hij je weer een familie geven.
En dan zul je nog rijker worden dan je was.
Denk aan de wijze woorden
van de mensen die vroeger leefden.
Je kunt veel van hen leren.
Wij weten maar heel weinig,
want we zijn nog jong,
en ons leven duurt maar kort.
Maar van je voorouders kun je veel leren,
zij vertellen je wijze dingen.

Zij hebben ons dit geleerd:
‘Waar een rivier is, daar groeit riet.
Waar water is, daar vind je gras.’
Maar als er in de rivier geen water meer is,
zal het riet verdrogen,
ook al is het nog jong en sterk.

Iemand zonder God is net als riet zonder water.
Zijn hoop is verdwenen, zijn leven is in gevaar.
Hij vindt nergens steun,
hij heeft niets waarop hij kan vertrouwen.
Zijn geld helpt hem niet,
zijn bezit beschermt hem niet.

Eerst lijkt het goed met hem te gaan.
Hij lijkt op een plant die bloeit in de zon.
De stengels gaan de hele tuin door,
de wortels groeien tussen de stenen,
ze komen overal.

Maar dan wordt de plant ineens vernietigd,
en niemand weet meer waar hij stond.
Zo plotseling verdwijnt een mens zonder God.
Hij leeft maar kort,
en er komt een ander in zijn plaats.
God is goed voor eerlijke mensen,
maar mensen die kwaad doen, helpt hij niet.
Eens zal hij je weer laten lachen, Job,
eens zul je weer zingen van vreugde.
En al je vijanden zullen vernederd worden.
Zij zullen voor altijd verdwijnen.’

--

Toen zei Job tegen Bildad:

‘Wat je zegt, is waar.
Voor God is niemand zonder fouten.
Iemand die met God een rechtszaak wil beginnen,
zal het niet winnen, nooit.
God is wijs en sterk.
Niemand kan tegen hem strijden,
niemand kan hem overwinnen.

God is machtig.
Als hij woedend is, laat hij de bergen schudden,
hij duwt ze zomaar omver.
Hij laat de aarde beven,
de aarde staat niet meer stevig vast.
Als God het wil, komt de zon niet meer op.
Als hij het zegt, geven de sterren geen licht meer.

God heeft de hemel gemaakt, hij alleen.
Hij heeft macht over de golven van de zee.
Hij heeft de sterren gemaakt,
alle sterren aan de hemel.
God doet wonderen, ontelbaar veel,
hij doet dingen die mensen niet begrijpen.

Als hij voorbijkomt, zie je hem niet.
Hij kan vlak bij je zijn zonder dat je het merkt.
Als hij iets wegneemt, houdt niemand hem tegen.
Als hij iets doet, kan niemand hem stoppen.
Als God woedend is, is hij sterker dan iedereen.
Dan buigen zijn grootste vijanden voor hem.
Tegen zo’n sterke God kan ik me niet verzetten,
ik zal toch altijd de verkeerde dingen zeggen.
Ik weet dat ik onschuldig ben,
maar ik kan me niet verdedigen.
God heeft me al veroordeeld,
ik kan alleen om medelijden vragen.

Als ik God roep en hij geeft me antwoord,
dan zal hij me toch geen gelijk geven.
Hij zal een storm sturen en mij neerslaan.
Hij zal me steeds meer pijn doen, zonder reden.
Hij geeft me geen rust,
steeds opnieuw laat hij me lijden.

Niemand is sterker dan God, dat is zeker.
En niemand kan hem voor de rechter brengen.
Ik ben onschuldig,
maar mijn woorden worden tegen me gebruikt.
Ik ben onschuldig,
maar toch zegt God dat ik schuldig ben.
Ik heb niets verkeerds gedaan.
Toch zou ik liever dood zijn,
ik haat het om nog langer te leven.

God vernietigt iedereen,
de goede en de slechte mensen.
Als onschuldige mensen getroffen worden door een ramp,
dan heeft God geen medelijden met hen.
Hij geeft misdadigers alle macht op aarde.
Hij maakt rechters blind, ze zien de waarheid niet.
Het is God die dat allemaal doet!
Mijn leven vliegt voorbij,
ik geniet nergens meer van.
Ik zal heel gauw sterven.
Nog even, en ik ben er niet meer.

Ik zou mijn zorgen wel willen vergeten,
ik zou wel weer vrolijk willen zijn.
Maar ik ben bang, doodsbang.
Want God vindt dat ik schuldig ben.
Voor hem ben ik nu eenmaal slecht.
Het heeft geen zin dat ik me verdedig.

Als ik me zou wassen met helder water,
en mijn handen zou schoonmaken met zeep,
dan zou God me in een vieze put gooien,
en al mijn kleren zouden gaan stinken.
God is geen mens, zoals ik.
Ik kan hem niet voor de rechter brengen,
ik kan me niet verdedigen.

Was er maar een rechter die zijn oordeel gaf,
die het goed kon maken tussen God en mij.
Dan zou God me niet meer straffen,
dan zou hij me niet meer bang maken.
Dan kon ik me zonder angst verdedigen.
Maar nee, zo is het niet.

--

Ik vind het leven afschuwelijk.
Ik kan alleen maar klagen,
zo veel verdriet heb ik.
Tegen God wil ik zeggen:
God, denk niet dat ik slecht ben.
Vertel me toch, waarom vecht u tegen mij?
Hebt u er plezier in om mij te laten lijden?
U hebt me toch zelf gemaakt?
Waarom laat u mij in de steek,
terwijl u slechte mensen helpt?

U ziet toch meer dan de mensen zien,
u denkt toch niet zoals de mensen denken?
U leeft toch langer dan de mensen leven,
u hebt toch alle tijd om mij te laten lijden?
Weet u wel zeker dat ik slecht ben?
Weet u wel zeker dat ik alleen maar fouten maak?
God, u zou moeten weten dat ik onschuldig ben.
Maar ik heb niemand die mij verdedigt.
U hebt mij met uw eigen handen gemaakt.
Gaat u me nu vernietigen?
Bedenk dat u mij het leven gegeven hebt.
Haalt u het leven nu weer uit mij weg?

U hebt mij helemaal gemaakt,
vanaf het eerste begin.
U bedekte mijn vlees met huid,
u gaf mijn lichaam spieren en botten.
U gaf me leven en liefde,
u hebt goed voor mij gezorgd.

Maar nu pas zie ik uw bedoeling,
nu zie ik wat uw plannen zijn.
U wilt mijn fouten ontdekken,
u wilt zien dat ik iets verkeerds doe.
Want dan kunt u me straffen.
Als ik schuldig ben, straft u me.
Maar zelfs als ik onschuldig ben, voel ik me slecht.
Ik schaam me diep, ik voel me ellendig.

Juist als ik mijn best doe,
dan jaagt u op mij, zoals een leeuw op zijn prooi jaagt.
Dan gebruikt u uw macht om mij te laten lijden.
Steeds opnieuw valt u me aan,
u wordt steeds bozer op mij.
Steeds weer vindt u een reden om mij pijn te doen.
Waarom hebt u mij geboren laten worden?
Ik was liever bij mijn geboorte doodgegaan.
Dan was ik in een graf gelegd
zonder ooit te hebben geleefd.

Ik leef maar zo kort,
laat me toch met rust!
Laat me nog even vrolijk zijn,
voordat ik sterf en voorgoed verdwijn.
Dan ga ik naar het land van de dood,
het land waar alles donker is,
waar niets een vaste plaats heeft,
waar het licht niet bestaat.’

--

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 30.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap