Bijbel in een jaar

Dag 31 - 2026 - Job 11-14

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap Season 2026 Episode 36

Vandaag lezen we Job 11-14 uit de NBV21.

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 31.
Vandaag lezen we Job 11-14.

Toen zei Sofar uit Naäma tegen Job:

‘Iemand die zo veel praat,
moet een duidelijk antwoord krijgen.
Anders denkt hij nog dat hij gelijk heeft!
Jij praat wel veel, Job,
maar toch zwijgen wij niet!
Jij lacht wel om ons,
maar wij zeggen hoe we over je denken!
Je blijft maar zeggen dat je gelijk hebt.
Je denkt dat je voor God onschuldig bent.

Ik zou willen dat God zelf met je sprak.
Dan zou hij je zelf antwoord kunnen geven.
Dan zou hij je zelf alles kunnen uitleggen,
alles wat wij niet begrijpen.
Dan zou je ontdekken
dat God je niet straft voor elke fout.
Denk niet dat je God helemaal kunt begrijpen.
Je kunt niet begrijpen hoe groot zijn macht is.
God weet wat er boven de hemel is,
hij kan verder zien dan het land van de dood.
Dat is voor jou niet te begrijpen.
De aarde is niet te meten, zo groot.
De zee lijkt geen eind te hebben.
Maar de wijsheid van God is nog groter.

Als God iemand gevangenneemt
en een rechtszaak tegen hem begint,
dan kan niemand hem tegenhouden.
Want God weet welke mensen slecht zijn,
hij ziet precies wat mensen fout doen.
Dat vergeet hij niet.
Maar een dwaas zoals jij zal nooit wijs worden,
net zoals een ezel nooit een mens zal worden.
Job, denk eens goed na,
en bid tot God.
Doe geen verkeerde dingen meer
en houd het kwaad weg uit je huis.

Dan hoef je je niet te schamen.
Dan hoef je voor niemand bang te zijn,
want dan ben je sterk.
Je zult deze ellendige tijd gaan vergeten,
tot je er helemaal niet meer aan denkt.

De zon zal weer gaan schijnen in je leven,
na alle ellende komt er weer vrolijkheid.
Je zult vertrouwen hebben in de toekomst.
Je zult veilig zijn, en rustig slapen.

Niemand wil dan nog ruzie met je,
iedereen wil je vriend zijn.
Maar voor slechte mensen is er geen hoop.
Zij zullen nergens meer veilig zijn.
Zij verlangen alleen maar naar de dood.’

--

Toen zei Job tegen Sofar:

‘Tjonge, wat zijn jullie toch wijs!
Als jullie sterven, zal alle wijsheid verdwijnen!
Maar ik heb ook verstand, net als jullie.
Wat jullie weten, dat weet ik ook,
en dat weet iedereen.

Ik heb altijd goed en eerlijk geleefd.
Maar nu ik God om hulp vraag,
nu lachen jullie me uit.
Jullie, mijn eigen vrienden!
Jullie hebben zelf geen zorgen,
maar jullie lachen om mijn ellende.
Ik heb al heel veel meegemaakt,
maar door jullie wordt alles nog erger.
Jullie zijn niet beter dan misdadigers, die spotten met God.
Zij hebben een mooi leven en voelen zich veilig.
Ze vertrouwen op hun eigen kracht.
Vraag eens aan de dieren wat God doet,
dan zullen zij het je zeggen.
De vogels in de lucht kunnen het vertellen.
De bloemen op het veld leggen het uit.
De vissen in de zee kunnen het verklaren.

Zo kan iedereen weten wat de Heer doet:
hij laat alles ontstaan,
zonder hem zou er geen leven zijn.

We moeten eerst alles onderzoeken.
Dan pas weten we wat goed of slecht is.
Als we ouder worden,
begrijpen we steeds meer
en worden we steeds wijzer.
Maar alleen God is werkelijk wijs.
Hij heeft echt inzicht, hij begrijpt alles.
Als God iets verwoest,
kan niemand dat weer opbouwen.
Als God iemand opsluit,
kan niemand die mens bevrijden.
Als God het water tegenhoudt,
dan wordt het land dor en droog.
Als hij het water laat stromen,
dan spoelt het land weg.

God is machtig,
alles gebeurt zoals hij het wil.
Hij heeft macht over bedriegers,
en over mensen die bedrogen worden.
Hij maakt grote leiders arm,
en wijze rechters maakt hij dom.
God laat koningen hun macht verliezen,
en hij maakt slaven van hen.
God zorgt dat priesters alles verliezen
en dat sterke mensen zwak worden.

God laat raadgevers zwijgen,
wijze mannen worden twijfelaars.
Hij maakt sterke heersers machteloos,
machtige leiders maakt hij zwak.
God laat zien wat diep verborgen is,
hij brengt licht waar het donker is.

Hij maakt volken groot, maar hij vernietigt ze ook.
Hij maakt ze eerst sterk, en verslaat ze dan.
Belangrijke leiders maakt hij dom,
ze weten niet meer wat ze doen.
Ze zien niet meer waar ze zijn,
ze lopen rond als dronken kerels.

--

Ik heb gezien hoe machtig God is,
ik heb begrepen wat hij doet.
Wat jullie weten, dat weet ik ook.
Ik ben niet dommer dan jullie.
Nu wil ik met God zelf spreken,
ik wil me verdedigen tegenover de machtige God.

Want jullie hebben alleen maar mooie praatjes,
net als dokters die geen verstand hebben van ziektes.
Zeg maar liever niets meer,
dan zijn jullie tenminste verstandig.
Luister nu eens naar mijn verhaal,
hoor hoe ik me verdedig.
Jullie liegen de hele tijd.
Denken jullie dat je God daarmee helpt?
Hebben jullie iets van God nodig,
willen jullie hem daarom verdedigen?

Denken jullie dat God tevreden over jullie is?
Hij ziet heus wel of jullie hem bedriegen.
Als jullie oneerlijk zijn tegenover God,
zal hij jullie streng straffen.
Als God zijn macht laat zien, zullen jullie bang worden,
jullie zullen schrikken van zijn grote kracht.

Jullie mooie woorden zijn waardeloos,
ze zijn als stof dat wegwaait in de wind.
Zwijg nu, en laat mij spreken,
ik zal me verdedigen.
Laten we zien wat er dan gebeurt.
Ik weet dat het gevaarlijk is,
misschien sterf ik wel.

Maar zelfs als God me wil doden,
dan nog blijf ik me verdedigen.
Als ik echt slecht was, zou ik dat niet durven.
Want slechte mensen blijven ver bij God vandaan.

Luister goed naar mijn woorden,
denk na over wat ik vertel.
Ik weet precies wat ik tegen God zal zeggen.
Ik weet dat ik deze zaak ga winnen.
Als iemand kan bewijzen dat ik schuldig ben,
dan zwijg ik verder.
En dan zal ik sterven.
God, ik vraag u twee dingen:
Straf mij niet langer,
en maak mij niet langer bang.
Dan hoef ik me niet voor u te verbergen.

Als u nu eerst spreekt, dan zal ik antwoorden.
Maar ik kan ook beginnen, en dan antwoordt u.
Zeg mij wat ik verkeerd gedaan heb.
Ik doe toch altijd wat u wilt?

Waarom luistert u niet naar mij?
Waarom doet u alsof ik uw vijand ben?
U achtervolgt mij, u jaagt op mij.
Ik heb geen kracht meer, ik ben moe.

U veroordeelt me, u maakt mijn leven ellendig!
U straft me zelfs voor fouten uit mijn jeugd.
U behandelt me als een gevangene.
Overal waar ik ben, bewaakt u me,
u wilt altijd weten waar ik heen ga.
Er is bijna niets meer van mij over.
Ik ben zo zwak als hout dat verrot is,
als een jas die versleten is.

--

Een mens leeft maar kort,
en elke dag zijn er verdriet en zorgen.
Een mens lijkt op een bloem
die opkomt en maar even bloeit.
Het leven gaat snel voorbij.
Waarom let u dan zo op mij?
Waarom wilt u me straffen?
Mensen zijn niet volmaakt,
en wat ze doen, is ook niet volmaakt.

U weet hoe kort het leven is,
u bepaalt zelf wanneer mensen sterven.
Kijk toch eens een andere kant op,
en laat de mensen met rust.
Dan kunnen ze genieten van hun korte leven.
Voor een boom die omgehakt wordt, is er hoop.
Hij gaat weer groeien, hij krijgt nieuwe takken.
Zijn wortels zijn misschien wel oud,
en er is niets meer over van zijn stam.
Maar als er een klein beetje water is,
komt de boom weer tot leven.
Hij krijgt nieuwe takken, net als een jonge boom.

Maar als een mens sterft,
dan is er niets meer over van zijn kracht.
Zijn adem stopt, en het is voorbij.
Als het water opdroogt, verdwijnt de zee,
en rivieren bestaan niet meer.
Zo gaat het ook met een mens:
Hij gaat liggen en hij staat niet meer op.
Hij slaapt en hij wordt nooit meer wakker.
God, verberg me alstublieft!
Verberg me ergens in het land van de dood.
Verstop me tot uw woede voorbij is,
en denk dan weer aan mij.
Ja, stel dat een dode weer zou kunnen leven!
Dan zou ik alle pijn en moeite verdragen,
dan zou ik wachten tot u me kwam bevrijden.

Dan zou u me roepen en ik zou antwoorden.
U zou verlangen naar mij, uw eigen kind.
U zou voor me zorgen,
en niet letten op wat ik verkeerd had gedaan.
U zou al mijn fouten vergeven,
u zou er niet meer aan denken.
Maar nee, zo zal het niet gaan.
Want u laat alle hoop van mensen verdwijnen, God.
Alle hoop verdwijnt, in één klap,
net zoals bergen instorten en rotsblokken omlaagvallen.
Alle hoop verdwijnt,
net zoals stenen meegenomen worden door wilde rivieren,
en de grond wegspoelt door zware regen.
Met grote kracht slaat u een mens neer.
U stuurt hem uit het leven weg.
Hij sterft, hij krijgt het gezicht van een dode.

Hij ziet zijn kinderen niet opgroeien.
Hij weet niet of het goed of slecht met hen gaat.
Hij voelt alleen maar zijn eigen pijn,
hij heeft alleen verdriet om zichzelf.’

---

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 31.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap