Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 32 - 2026 - Job 15-17
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Job 15-17 uit de NBV21.
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 32.
Vandaag lezen we Job 15-17.
Toen zei Elifaz tegen Job:
‘Als je verstandig was, Job,
dan zei je niet zulke domme dingen.
Dan zou je nadenken voordat je iets zei.
Want je woorden zijn totaal zinloos,
ze betekenen helemaal niets.
Zo toon je geen eerbied voor God,
zo vereer je hem niet.
Je zegt zulke domme dingen
omdat je echt schuldig bent.
Met leugens probeer je dat te verbergen.
Uit je eigen woorden blijkt dat je schuldig bent,
dat hoef ik je toch niet te vertellen.
Je hebt jezelf al veroordeeld.
Job, jij kunt niet alles weten.
Jij hebt niet gehoord welke plannen God had.
Want jij bent niet de eerste mens die werd geboren.
Jij bent niet gemaakt voordat de bergen er waren.
Je bent echt niet wijzer dan andere mensen.
Jij weet niet meer dan wij.
Jij begrijpt niet meer dan wij.
Wij hebben onze wijsheid van wijze mannen,
mannen die nog ouder zijn dan jouw vader.
We hebben gezegd dat God je wil troosten.
Vind je dat niet genoeg?
Wat wil je nog meer?
Waarom reageer je zo heftig?
Waarom kijk je zo fel?
Waarom ben je zo kwaad op God?
Waarom praat je zo tegen hem?
Niemand is helemaal volmaakt.
Iedereen maakt fouten, ook jij!
God weet dat je zelfs engelen niet kunt vertrouwen,
voor hem is ook de hemel niet volmaakt.
Dan moet hij de mensen wel slecht vinden.
Want mensen doen voortdurend kwaad,
alsof dat heel gewoon is!
Luister, Job, ik zal het je uitleggen.
Ik zal je vertellen wat ik weet.
Mijn woorden komen van wijze mannen,
en zij hebben die weer van hun voorouders gehoord.
Die voorouders kregen hun land van God.
Ze woonden er toen nog alleen,
niemand had een slechte invloed op hen.
Slechte mensen zijn elke dag bang.
Mensen die anderen onderdrukken, hebben altijd angst.
Ze horen dag en nacht verschrikkelijke geluiden.
Zelfs als alles rustig is, voelen ze gevaar.
Ze hebben geen hoop dat ze in leven blijven,
ze weten zeker dat ze gedood zullen worden.
Ze vluchten, en zoeken overal naar eten.
Ze weten dat hun leven bijna voorbij is.
Ze zijn vol zorgen, ze zijn doodsbang,
overal zien ze gevaar.
En Job, weet je waarom?
Omdat slechte mensen zich tegen God verzetten.
Ze willen sterker zijn dan de machtige God.
Ze vallen hem aan als soldaten, trots en brutaal,
en ze verdedigen zich met hun wapens.
Ze zijn dik en vet,
en ze laten zien dat ze sterk zijn.
Maar straks zullen ze wonen in verwoeste steden,
in kapotte huizen, waar ze niet veilig zijn.
Ze raken al hun rijkdom kwijt,
ze houden niets over.
Als ze sterven, hebben ze helemaal niets.
Ze kunnen niet aan de dood ontsnappen.
Ze worden helemaal vernietigd,
ze sterven door de woede van God.
Ze vertrouwen op leugen en bedrog,
en daarom worden ze zelf bedrogen.
Slechte mensen lijken op bomen
die veel te vroeg doodgaan,
en nooit meer nieuwe takken krijgen.
Ze lijken op druivenplanten
die hun druiven laten vallen voordat ze rijp zijn.
Ze lijken op olijfbomen
die te vroeg hun bloemen verliezen.
Zo mislukken de plannen van slechte mensen.
Terwijl ze anderen omkopen en bedriegen,
worden hun huizen door brand verwoest.
Ze zorgen voor veel kwaad en ellende,
en hun hart is vol bedrog.’
--
Toen zei Job tegen Elifaz:
‘Wat jullie zeggen, heb ik al zo vaak gehoord.
Het troost me niet, het maakt alles alleen maar erger.
Stop toch eens met jullie domme gepraat.
Waarom wil je steeds iets terugzeggen, Elifaz?
Stel dat jullie meegemaakt hadden
wat ik heb meegemaakt.
En stel dat ik dan tegen jullie zou spreken.
Ik zou mijn woorden goed kiezen,
ik zou medelijden laten zien.
Ik zou jullie moed inspreken
en dingen zeggen om jullie te troosten.
Dan zouden jullie merken
dat woorden de pijn niet minder maken.
Maar zwijgen helpt ook niet,
want de pijn blijft.
God heeft al mijn kracht weggenomen,
en mijn hele familie heeft hij gedood.
Hij heeft mijn lichaam kapotgemaakt.
Als mensen mijn zweren zien, denken ze dat ik slecht ben.
Het lijkt alsof ik schuldig ben,
omdat ik zo veel ellende moet meemaken.
God is woedend op mij, hij valt me aan.
Hij is net een roofdier dat mij wil verscheuren.
Hij is mijn vijand, hij volgt me met zijn ogen.
Mensen staan om me heen en schreeuwen tegen mij.
Ze lachen me uit, ze slaan me in het gezicht.
Slechte mensen hebben macht over mij,
en God heeft daarvoor gezorgd.
Alles ging goed met mij, totdat God me aanviel.
Hij greep me en gooide me op de grond.
Het is alsof hij al zijn pijlen op mij richt,
alsof hij voortdurend op mij schiet.
Hij raakt me waar hij maar kan,
hij kent geen medelijden.
Mijn hele lichaam zit vol wonden.
Hij valt me steeds opnieuw aan.
Met al zijn wapens komt hij op mij af.
Al mijn kracht is verdwenen.
Ik draag zwarte kleren, ik heb veel verdriet.
Mijn gezicht is nat van tranen,
ik heb donkere kringen om mijn ogen.
Toch heb ik nooit iets slechts gedaan,
en in mijn gebeden ben ik altijd eerlijk.
Laat niemand op aarde zwijgen
over het onrecht dat mij is aangedaan.
Laat iedereen horen hoe ik om hulp roep!
In de hemel is iemand die mij helpt,
en die alles gezien heeft.
Hij zal me verdedigen,
hij zal zeggen dat ik onschuldig ben.
Mijn vrienden helpen me niet, ze lachen om mij.
Daarom huil ik, en vraag ik God om hulp.
Hij moet me komen helpen en mijn zaak verdedigen,
net zoals mensen elkaar verdedigen.
Ik zal nog maar korte tijd leven.
Dan sterf ik, en ik kom niet meer terug.
--
Mijn leven is voorbij, ik heb geen kracht meer.
Ik lig al bijna in mijn graf.
Mijn vijanden lachen me uit,
ik hoor hoe ze mij beledigen.
God, u moet mij bevrijden!
U bent de enige die mij kan helpen.
Het is uw schuld dat mijn vrienden me niet begrijpen.
Zorg ervoor dat ze niet van mij winnen!
Ze verraden mij om er zelf beter van te worden,
maar hun eigen kinderen laten ze honger lijden.
Overal beledigen mensen mij,
niemand heeft respect voor mij.
Mijn ogen zijn rood van verdriet,
ik zie eruit als een dode.
Als goede mensen mij zo zien, schrikken ze.
Ze denken dat ik niet trouw ben aan God.
Want mensen die eerlijk en trouw zijn,
worden steeds sterker.
Toe, vrienden, laat jullie mening nog eens horen,
ook al zal ik er niet veel aan hebben.
Mijn leven gaat voorbij,
ik heb geen toekomst meer.
Ik wilde nog veel doen,
maar er is geen tijd meer.
Het is donker om mij heen.
Mijn vrienden zeggen dat alles goed komt,
en dat er licht is in het donker.
Maar ik wil liever wonen in het land van de dood.
Daar wil ik liggen, in het donker.
Daar zeg ik tegen mijn graf:
‘Hier ben ik thuis.’
En tegen de wormen zeg ik:
‘Bij jullie wil ik wonen.’
Hier heb ik geen enkele hoop meer,
hier heb ik geen toekomst.
Mijn hoop neem ik mee in het graf,
mijn toekomst verdwijnt met mij.’
--
Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 32.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.