Bijbel in een jaar

Dag 35 - 2026 - Job 22-24

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap Season 2026 Episode 41

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 10:13

Vandaag lezen we Job 22 tot 24 uit de NBV21.

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 35.
Vandaag lezen we Job 22-24.

Toen zei Elifaz tegen Job:

‘Het is voor jezelf fijn als je wijs bent,
maar God heeft daar geen voordeel van.
Je kunt wel een goed mens zijn,
maar de machtige God heeft daar niets aan.
Het helpt hem niet als jij geen fouten maakt.
Of denk je soms dat God je straft
omdat je eerbied voor hem hebt?
Nee, hij straft je juist omdat je slecht bent.
Want alles wat je deed, was helemaal verkeerd.

Je leende geld aan arme mensen,
maar je wilde in ruil daarvoor hun jas.
Je pakte ook nog hun laatste kleren af.
Je gaf geen water aan mensen die dorst hadden.
Je gaf geen eten aan mensen die honger hadden.
Je gebruikte je macht en je invloed
om land van anderen af te pakken.
Je hebt weduwen niet geholpen,
en kinderen zonder vader heb je weggejaagd.

Daarom gaat het nu zo slecht met je.
Daarom ben je zo verschrikkelijk bang.
Je weet niet meer wat je doen moet,
je bent totaal machteloos.
God woont in de hemel,
hoog boven de aarde,
hoger dan de hoogste sterren.
Daarom denk je misschien:
God weet niet wat er op aarde gebeurt.
Hij ziet niet wat de mensen doen,
want er zijn wolken om hem heen.
Zelfs als hij aan de rand van de hemel komt,
dan nog ziet hij niets van de aarde.
Job, blijf niet leven zoals je voorouders,
die leefden als slechte mensen!
Zij gingen dood toen ze nog jong waren.
Ze werden met geweld van de aarde weggenomen.
Ze zeiden tegen God: ‘Ga weg!’
Ze dachten: De machtige God kan ons toch niets doen.
Maar ze zagen niet dat hun rijkdom van God kwam.

Ik begrijp niets van slechte mensen,
en ik wil ook niet denken zoals zij.
Als slechte mensen gestraft worden,
zijn goede mensen blij.
Ze lachen en zeggen:
‘Onze vijanden zijn vernietigd,
al hun bezittingen zijn verbrand.’
Job, wees niet langer een vijand van God,
sluit liever vrede met hem!
Dan zal het weer goed met je gaan.
Luister naar de lessen van God,
en denk daar goed over na.

Keer terug naar de machtige God,
dan komt alles weer goed met je.
Doe geen verkeerde dingen meer,
jij niet en je familie ook niet.
Gooi al je goud maar weg,
het is toch waardeloos.
Laat God voor jou belangrijker zijn dan zilver,
en waardevoller dan het zuiverste goud.

Dan zul je de machtige God vertrouwen,
dan zul je blij zijn dat hij jouw God is.
Hij zal je geven wat je aan hem vraagt,
en jij zult doen wat je aan hem belooft.
Je zult al je plannen kunnen uitvoeren.
Alles wat je doet, zal je lukken.

Als anderen veel ellende meemaken,
dan zul jij hun nieuwe moed geven.
Door jou zal God machteloze mensen helpen.
Dan zal God jou ook redden,
zelfs als je schuldig bent.
Want hij redt mensen die goed leven.’

--

Toen zei Job tegen Elifaz:

‘Toch blijf ik klagen, ik blijf me verzetten.
Het kost me veel moeite om rustig te blijven.
Als ik wist waar ik God kon vinden,
dan zou ik naar hem toe gaan.

Ik zou hem uitleggen dat ik onschuldig ben,
ik heb daar genoeg bewijzen voor.
Ik zou zijn antwoord willen horen,
ik zou hem goed willen begrijpen.

God is veel sterker dan ik,
maar hij zou niet tegen mij vechten.
Nee, hij zou goed naar me luisteren.
Kon ik me maar verdedigen bij God.
Dan zou hij zien dat ik onschuldig ben,
want ik ben altijd eerlijk geweest.
Maar ik kan God nergens vinden.
Niet in het oosten en niet in het westen,
niet in het noorden en niet in het zuiden.
Ik zoek hem overal, maar ik vind hem niet.

Maar God kent mij, hij weet hoe ik leef.
Als hij in mijn hart naar kwaad zou zoeken,
dan zou hij alleen goede dingen vinden.
Ik heb altijd naar hem geluisterd,
ik heb altijd geleefd zoals hij het wil.
Ik heb steeds precies gedaan wat hij zei,
ik heb zijn woorden in mijn hart bewaard.
Wat God over mij heeft beslist, dat gaat hij doen.
Niemand kan zijn besluiten veranderen.
Wat hij wil, dat gebeurt ook.
En hij heeft nog veel meer plannen.

Daarom ben ik bang om hem te ontmoeten.
Als ik aan hem denk, dan beef ik van angst.
De machtige God laat mij alle moed verliezen.
Als ik aan hem denk, raak ik in paniek.
Voor de nacht ben ik niet bang,
het donker is voor mij niet het einde.
Nee, ik ben bang voor God!

--

Waarom spreekt de machtige God geen recht?
Waarom straft hij misdadigers niet voor hun daden?

Sommige mensen pakken land van anderen af.
Ze stelen schapen van arme boeren,
en brengen die naar hun eigen kudde.
Ze stelen van weduwen en van kinderen zonder vader,
ze pakken hun koe en hun ezel af.
Ze halen zelfs kinderen bij hun moeder weg.
Zo dwingen ze de moeder om haar schulden te betalen.

Arme mensen hebben geen rechten meer,
ze vluchten en moeten zich verbergen.
Ze zoeken de hele dag naar voedsel,
net als wilde ezels in de woestijn.
Want ze willen hun kinderen te eten geven.
Ze zoeken op de velden naar koren
dat bij de oogst is blijven liggen.
Ze plukken de druiven die zijn blijven hangen.

’s Nachts slapen ze in de kou,
zonder kleren en dekens om warm te blijven.
In de bergen worden ze nat van de regen,
tussen de rotsen zoeken ze een droge plek.

Ze lopen naakt rond,
want ze hebben geen kleren.
Ze moeten de boeren helpen met de oogst,
terwijl ze zelf niets te eten hebben.
Ze maken olie van olijven,
en van druiven maken ze wijn,
maar zelf moeten ze dorst lijden.
Overal in de stad liggen mensen te sterven,
gewonden schreeuwen om hulp.
Maar God ziet het onrecht niet.
Slechte mensen houden niet van daglicht,
ze willen niet dat hun misdaden gezien worden.
Moordenaars werken voordat het licht wordt,
’s nachts doden ze arme en zwakke mensen.

Mannen die verlangen naar de vrouw van een ander,
gaan ’s avonds op pad.
Ze bedekken hun gezicht,
want ze willen door niemand herkend worden.
Dieven stelen als het donker is.
Overdag verstoppen ze zich,
want ze houden niet van het licht.

Ze werken allemaal graag in het donker,
ze zijn niet bang voor de nacht.
Maar eens moeten slechte mensen toch verdwijnen.
Eens zal er niets meer op hun akkers groeien,
niemand van hen zal nog druiven oogsten.
Zo snel als sneeuw verdwijnt door de hitte van de zon,
zo snel zullen misdadigers verdwijnen.
Ze gaan naar het land van de dood.
Ze zullen opgegeten worden door de wormen,
en zelfs hun moeder denkt niet meer aan hen.
Ze worden in één keer vernietigd,
zoals een boom wordt omgehakt.
Zo moet het gaan met slechte mensen!
Want ze onderdrukken vrouwen zonder kinderen,
ze geven geen hulp aan weduwen.

God is toch sterker dan mensen met macht!
Als hij besluit om hen tegen te houden,
dan komt er een eind aan hun leven.
Zolang God het wil, overkomt hun geen kwaad.
Maar intussen ziet hij alles wat ze doen.
Een korte tijd zijn ze belangrijk,
maar plotseling verdwijnen ze.
Ineens worden ze weggehaald uit het leven,
zo snel als koren gemaaid wordt.

Wie durft te zeggen dat ik lieg?
Wie kan bewijzen dat ik ongelijk heb?’

--

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 35.

Een podcast van het NBG.

Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap