Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 38 - 2026 - Job 32-34
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Job 32 tot 34 uit de NBV21.
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 38.
Vandaag lezen we Job 32-34.
De drie vrienden gingen niet verder met Job in discussie. Want Job bleef vinden dat hij onschuldig was.
Maar Elihu uit Buz was er ook bij. Hij was een zoon van Barachel, die uit de familie van Ram kwam. Elihu was boos op Job, omdat Job vond dat hij zelf onschuldig was. Hij gaf God de schuld van zijn ellende.
Elihu was ook boos op de drie vrienden van Job. Want zij zeiden dat Job schuldig was. Maar ze konden niet zeggen wat hij fout gedaan had.
Elihu had tijdens het gesprek tussen Job en zijn vrienden niets gezegd. Hij had gezwegen, omdat hij de jongste was. Maar toen de vrienden niets meer wisten te zeggen, werd hij heel boos.
Elihu zei:
‘Ik ben jong, jullie zijn veel ouder.
Daarom durfde ik niets te zeggen,
ik was bang om mijn mening te geven.
Ik dacht: Laat de ouderen eerst spreken,
zij kunnen vast wel wijze dingen zeggen.
Maar oude mensen weten het niet altijd beter,
hun leeftijd maakt hen niet wijzer.
Alleen de machtige God geeft mensen wijsheid,
zijn geest maakt mensen verstandig.
Luister daarom nu naar mij,
dan zal ik mijn mening geven.
Toen jullie spraken, heb ik gewacht.
Ik heb vol aandacht geluisterd,
terwijl jullie steeds met nieuwe argumenten kwamen.
Ik heb goed gehoord wat jullie zeiden.
En dit is mijn conclusie:
jullie kunnen niet bewijzen dat Job schuldig is.
En zeg nu niet: ‘Wij weten wel wat wijs is,
wij weten dat alleen God antwoord kan geven aan Job.’
Want Job heeft nog niet met mij gepraat,
ik zal heel andere dingen zeggen dan jullie!
Jullie weten het gewoon niet meer,
jullie weten niets meer te zeggen.
Maar daarom hoef ik toch niet te zwijgen?
Nu is het mijn beurt om te reageren,
nu zal ik mijn mening geven.
Ik heb zo veel te zeggen,
ik kan gewoon niet langer zwijgen.
Ik stik bijna,
mijn woorden moeten eruit!
Ik moet spreken, dan zal ik me beter voelen.
Ik moet zeggen wat ik ervan vind!
Ik zal eerlijk tegen jullie zijn,
ik maak de dingen niet mooier dan ze zijn.
Want dat kan ik niet, zo ben ik niet.
En als ik dat deed, zou God me direct straffen.
--
Job, luister nu eens naar mij,
luister goed naar alles wat ik ga zeggen.
Ik doe mijn mond al open,
de woorden liggen op mijn tong.
Ik zal heel eerlijk tegen je zijn,
ik zal je duidelijk zeggen wat ik vind.
De machtige God heeft mij gemaakt,
zijn adem houdt me in leven.
Hij heeft mij gemaakt van klei, en jou ook!
Voor God zijn wij gelijk.
Bereid je voor op het gesprek met mij
en verdedig je, als je kunt.
Wees niet bang voor mijn woorden,
ik zal het je niet moeilijk maken.
Ik heb goed gehoord wat je zei,
ik heb het goed onthouden.
Je zei: ‘Ik heb niets gedaan, ik ben onschuldig,
er is bij mij geen enkele fout te vinden.
Toch is God tegen mij,
hij doet alsof ik zijn vijand ben.
Hij behandelt me als een gevangene,
hij let op alles wat ik doe.’
Maar, Job, ik zeg je dat je ongelijk hebt.
God staat ver boven de mensen.
Waarom beschuldig je hem,
waarom zeg je dat hij nooit iets terugzegt?
God spreekt wel, op allerlei manieren,
maar mensen merken het niet.
Hij spreekt tegen mensen in hun dromen,
als ze diep slapen, of bijna wakker zijn.
God geeft mensen raad in hun dromen,
en hij waarschuwt ze.
Hij wil niet dat mensen kwaad doen,
of dat ze zichzelf te belangrijk vinden.
Want God wil niet dat mensen jong sterven,
hij wil hen beschermen tegen de dood.
Soms waarschuwt God iemand door pijn,
iemand die ziek is en op zijn bed ligt.
Dan trilt zijn hele lichaam van de koorts.
Hij wil niet meer eten,
hij laat zelfs zijn lievelingseten staan.
Hij wordt heel mager, hij kan zijn botten tellen.
Hij ligt al bijna in het graf,
hij is dicht bij de dood.
Misschien zal dan een engel de zieke helpen,
één van al die duizenden engelen
die aan de mensen vertellen wat God wil.
De engel zal medelijden met de zieke krijgen.
Hij zal tegen God zeggen: ‘Laat hem niet doodgaan,
daar is helemaal geen reden voor, laat hem vrij.’
Dan wordt de zieke weer zo sterk als vroeger,
hij wordt weer jong, hij krijgt weer kracht.
Hij bidt tot God, en God luistert naar hem.
Dan dankt hij God, en hij juicht van vreugde
omdat God hem heeft gered.
Hij is blij, en zegt tegen iedereen:
‘Ik heb veel fout gedaan,
maar God heeft me daar niet voor gestraft.
Hij heeft me niet laten sterven.
Ik mag weer van het leven genieten.’
Dat doet God voor mensen, steeds opnieuw.
Hij haalt ze bij de donkere dood vandaan,
hij geeft ze weer leven en licht.
Luister goed, Job,
luister naar wat ik je te zeggen heb.
Zwijg, en laat mij nu spreken.
En als je het niet met me eens bent,
dan moet je het zeggen. Want ik geef je graag gelijk.
Maar als je niets te zeggen hebt, zwijg dan.
Luister, dan zal ik je leren wat wijsheid is.’
--
Elihu zei verder:
‘Luister, vrienden,
jullie zijn zo wijs, jullie weten alles zo goed.
Luister nu naar mij.
Laten we de zaak goed onderzoeken,
en kijken wat er goed of slecht is.
Laten we kijken of Job gelijk heeft,
en of het waar is wat hij heeft gezegd.
Job heeft gezegd: ‘Ik ben onschuldig,
maar God weigert om mij gelijk te geven.
Alles wat over mij gezegd is, is gelogen.
Ik heb niets verkeerds gedaan,
en toch word ik zwaar gestraft.’
Kennen jullie iemand zoals Job?
Hij spot met God alsof het heel gewoon is.
Hij is een vriend van misdadigers,
hij gaat om met slechte mensen.
Jullie weten wat hij gezegd heeft:
‘Het helpt niet om te doen wat God graag wil.’
Vrienden, jullie zijn verstandig.
Luister daarom naar wat ik jullie te zeggen heb.
De machtige God doet geen slechte dingen,
hij wil nooit iemand kwaad doen.
De machtige God straft mensen die verkeerd leven,
hij geeft alle mensen hun verdiende loon.
Dit is zeker: de machtige God doet geen kwaad,
hij verandert het recht niet in onrecht.
Hij regeert over de aarde, niemand anders.
De hele wereld is van hem, van hem alleen.
Als God geen aandacht voor de mensen had,
dan zouden ze allemaal sterven.
Als God zijn adem niet aan de mensen gaf,
dan zou het leven uit hen verdwijnen.
Job, als je verstandig bent, luister dan naar mij,
luister goed naar wat ik zeg.
God regeert over alle mensen.
Dan moet hij toch een eerlijke rechter zijn?
Dan kun jij hem toch niet veroordelen?
Hij is een rechtvaardige en machtige God,
die tegen koningen en leiders kan zeggen:
‘Verdwijn! Alles wat jullie doen, is slecht!’
Hij behandelt leiders niet anders dan gewone mensen,
rijken zijn voor hem niet meer waard dan armen.
Want voor God zijn alle mensen gelijk,
hij heeft ze zelf gemaakt.
Mensen sterven onverwachts, midden in de nacht.
Machtige leiders verdwijnen plotseling,
God haalt ze zomaar uit het leven weg.
Hij ziet alles wat mensen doen,
hij ziet elke stap die ze zetten.
Slechte mensen verbergen zich in het donker,
maar God weet hen toch te vinden.
God bepaalt zelf wanneer hij zijn oordeel geeft,
mensen kunnen dat niet bepalen.
God beslist wanneer een machthebber weg moet,
en er iemand anders moet gaan regeren.
Want God weet hoe slecht machtige mensen zijn.
Midden in de nacht vernietigt hij hen.
Hij straft hen alsof ze misdadigers zijn,
hij straft hen terwijl iedereen toekijkt.
Want ze willen niet naar hem luisteren,
ze houden zich niet aan zijn regels.
Door hun schuld schreeuwen arme mensen om hulp,
God hoort die arme mensen huilen en klagen.
Maar soms doet God niets.
Dan mogen wij hem niet veroordelen.
Als God zich niet laat zien,
dan kunnen we alleen maar wachten.
Toch zorgt hij voor volken en mensen.
Hij wil niet dat slechte mensen regeren,
hij wil niet dat slechte leiders hun volk onderdrukken.
Job, luister naar mij,
en zeg tegen God dat je fouten gemaakt hebt.
Beloof hem om geen kwaad meer te doen.
Vraag hem of je iets verkeerds gedaan hebt,
zonder dat je het wist.
En zeg dan dat je het niet nog eens zult doen.
Moet God je straffen op jouw manier,
omdat je zijn manier veroordeelt?
Zeg jij het maar, ik doe dat niet.
Zeg maar hoe jij daarover denkt.
Verstandige en wijze mensen zeggen tegen mij:
‘Job gebruikt zijn verstand niet,
wat hij zegt, is onzin.
Job moet heel streng gestraft worden,
want hij praat zoals slechte mensen praten.
Ook nu nog komt hij in opstand tegen God.
Hij verzet zich tegen God waar wij bij zijn,
en hij blijft God maar beschuldigen.’’
---
Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 38.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.