Bijbel in een jaar

Dag 41 - 2026 - Job 40-42, Psalm 131

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap Season 2026 Episode 47

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 10:00

Vandaag lezen we Job 40 tot 42 en Psalmen 131 uit de NBV21.

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap 

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.

Dit is dag 41.

Vandaag lezen we Job 40-42 en Psalm 131.   

--

De Heer zei tegen Job:

‘Job, je hebt veel kritiek op mij.
Je hebt mij, de machtige God, beschuldigd.
Wil je nu antwoord geven op de vragen die ik stelde?’

Job antwoordde:

‘Ik ben onbelangrijk.
Wat moet ik nog zeggen?
Laat ik mijn mond maar houden.
Ik heb al te veel gezegd,
laat ik nu maar zwijgen.’
Toen zei de Heer tegen Job, vanuit een zware storm:

‘Let op, ik ga je toch nog een paar vragen stellen,
en jij moet antwoord geven.
Laat zien wat je weet, Job!

Vind je echt dat ik niet eerlijk rechtspreek?
Veroordeel je mij, en vind je jezelf onschuldig?
Ben jij net zo sterk als ik?
Klinkt jouw stem ook zo machtig als de donder?

Als dat zo is, laat dan zien wie je bent!
Laat zien hoe sterk en machtig je bent.
En laat ook zien hoe verschrikkelijk kwaad je bent,
straf mensen die zichzelf geweldig vinden.
Als je die ziet, sla ze dan neer.
En als je misdadigers ziet, vernietig ze dan meteen!
Begraaf ze in de aarde,
laat ze verdwijnen naar het land van de dood.

Job, als je dat allemaal kunt, dan heb je gewonnen.
Dan zal ik jou alle eer geven.
Kijk eens naar het monster Behemot!
Dat dier heb ik gemaakt,
zoals ik ook jou gemaakt heb.
Behemot eet gras, net als een koe.
Kijk eens hoe sterk hij is,
kijk naar de spieren van zijn buik en zijn rug!

Zijn staart is zo sterk als een boomstam,
zijn poten hebben stevige spieren.
Zijn botten zijn zo hard als brons,
zijn ribben lijken wel van ijzer.
Hij is het geweldigste dier dat ik gemaakt heb.
Ik ben de enige die hem kan verslaan.

Hij eet gras dat groeit op de heuvels
waar wilde dieren spelen.
Onder de struiken rust hij uit,
hij verbergt zich tussen het riet.
De struiken geven hem schaduw,
hij ligt veilig onder de bomen bij de rivier.
Als het water stijgt, wordt hij niet bang.
Als de rivier wild begint te stromen, blijft hij kalm.

Job, durf jij het monster bij zijn kop te pakken?
Durf jij een haak door zijn neus te steken?
Kun jij de draak Leviatan vangen met een haak?
Kun je zijn bek dichtbinden met een touw?
Kun je een stok door zijn neus steken,
of een haak door zijn bek doen?

Wat denk je, Job?
Zal de draak je dan vriendelijk vragen om hem te laten gaan?
Zal hij aardig tegen je doen?
Zal hij plechtig beloven
dat hij altijd jouw knecht zal zijn?

Kun je dan met hem spelen zoals met een vogel?
Wil je hem dan als huisdier aan je dochters geven?
En welke prijs vragen de vissers voor het dier?
Zullen ze hem in stukken hakken en verkopen?

Heb je genoeg speren om het dier te doden?
Durf jij die door zijn kop te steken?
Probeer de draak maar eens te vangen, Job!
Dat lukt je niet, dat probeer je geen tweede keer.

---

Denk maar niet dat je de draak kunt aanvallen.
Als je naar hem kijkt, wil je al vluchten.

Niemand durft hem wakker te maken,
niemand durft bij hem te komen.
Niemand durft hem aan te vallen,
niemand op de hele wereld!
Want dat is levensgevaarlijk.

Wat ziet de draak er machtig uit, wat is hij sterk!
Ik zal je vertellen over zijn prachtige lijf.

Niemand kan de huid van zijn lichaam trekken.
Niemand kan een speer door zijn huid steken.
Geen mens durft zijn bek open te breken,
die bek met verschrikkelijke tanden!

Zijn rug lijkt wel een lange rij schilden
die elk wapen kunnen tegenhouden.
Die schilden liggen dicht tegen elkaar aan,
er kan geen lucht tussen komen.
Ze zitten stevig aan elkaar vast,
niemand kan ze losmaken.
Als de draak niest, dan schittert er licht.
Zijn ogen gloeien als de opgaande zon.
Vlammen komen uit zijn bek,
stukken vuur vliegen in het rond.

Uit zijn neus komt rook,
zoals uit een kokende pot.
Zijn hete adem zet alles in brand,
er komt vuur uit zijn bek.

Zijn nek is enorm dik en sterk,
iedereen is bang voor hem!
Het vlees onder zijn huid is stevig en hard,
het zit goed vast aan zijn botten.
Het beest is nergens bang voor,
zijn hart is zo sterk als ijzer,
zo hard als steen.
Als de draak uit het water komt,
dan worden zelfs de sterkste mensen bang.
Als de draak aanvalt, vluchten ze weg.
Ze kunnen zich niet verdedigen,
want geen wapen kan het dier verwonden.
IJzer is voor de draak zo slap als stro,
brons zo zacht als verrot hout.

Als je een pijl op hem afschiet, vlucht hij niet.
Als een steen hem raakt, merkt hij het niet.
Als je hem met een stok slaat, voelt hij het niet.
Als je een speer naar hem gooit, lacht hij erom.

Onder zijn buik zitten scherpe punten.
Daarmee trekt hij een spoor door de modder.
Hij brengt het diepste water in beweging,
hij maakt grote golven op de zee.
Als hij zwemt, komt er schuim op het water.
Hij laat een wit spoor achter op de zee.

Geen enkel dier op aarde is zo sterk als hij.
Hij is nergens bang voor.
De draak is groter en sterker dan alle andere dieren,
hij is de koning van allemaal.’

---

Toen zei Job tegen de Heer:

‘Ik weet dat u alles kunt,
voor u is alles mogelijk.
U vroeg: ‘Hoe durf je aan mijn wijsheid te twijfelen?
Je praat over zaken waar je niets van weet!’
U hebt gelijk, ik heb er geen verstand van.
Ik praatte over dingen die ik niet begrijp.

U zei: ‘Luister naar wat ik te zeggen heb.
Ik ga je vragen stellen
en jij moet antwoord geven.’
Maar ik zwijg verder.
Want vroeger kende ik u alleen uit verhalen van anderen,
maar nu heb ik u zelf gezien.
Nu heb ik troost gevonden voor mijn moeilijke leven.’
Nadat de Heer tegen Job gesproken had, zei hij tegen Elifaz: ‘Ik ben boos op jou en je twee vrienden. Want jullie hebben niet de waarheid gesproken over mij. Mijn dienaar Job heeft dat wel gedaan. Ieder van jullie moet zeven stieren en zeven rammen halen, en daarmee naar Job gaan. Dan moeten jullie voor jezelf die dieren offeren. Daarna moet Job voor jullie bidden, en dan zullen jullie niet gestraft worden. Want voor Job zal ik goed zijn, naar hem zal ik luisteren.’
Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naäma deden wat de Heer gezegd had. En de Heer was goed voor Job, hij luisterde naar zijn gebed.
Nadat Job voor zijn vrienden gebeden had, liet de Heer een nieuwe tijd voor Job beginnen. Toen ging het veel beter met hem. De Heer gaf hem zelfs twee keer zo veel bezit als vroeger.
Toen kwamen Jobs broers en zussen en zijn vrienden van vroeger bij hem thuis eten. Ze kwamen hem troosten, omdat de Heer zo veel ellende in zijn leven had laten gebeuren. Ze gaven hem allemaal een zilverstuk en een gouden ring.
De Heer zorgde ervoor dat het met Job nog beter ging dan vroeger. Op het laatst had Job 14.000 schapen en geiten, zesduizend kamelen, tweeduizend koeien en duizend ezels.
Job kreeg ook zeven zonen en drie dochters. Hij gaf zijn dochters mooie namen: de oudste heette Jemima, de tweede Kesia, en de jongste Keren-Happuch. De dochters van Job waren de mooiste vrouwen van het hele land. Zij kregen van Job net zo’n groot deel van de erfenis als hun broers.
Job leefde nog 140 jaar. Hij maakte mee dat zijn kleinkinderen werden geboren, en ook de kinderen van zijn kleinkinderen.
Toen stierf Job. Hij had een lang en goed leven gehad.

---

Psalm 31

Een lied van David. Voor de reis naar Jeruzalem.
Heer, ik voel me niet beter dan anderen,
ik denk niet dat ik belangrijk ben
of dat ik alles kan.

Nee, ik ben rustig en stil,
ik voel me veilig bij u,
zoals een kind in de armen van zijn moeder.

Israël, vertrouw op de Heer,
nu en altijd!

---

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 41.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap