Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 46 - 2026 - Exodus 13-15, Psalm 136
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Exodus 13 tot 15 en Psalmen 136 uit de NBV21.
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 46.
Vandaag lezen we Exodus 13-15 en Psalm 136.
--
De Heer had ook nog tegen Mozes gezegd: ‘Elke oudste zoon en elk dier dat het eerst geboren wordt, is heilig. Alles wat het eerst geboren wordt, is voor mij.’
Mozes had tegen de Israëlieten gezegd: ‘Blijf altijd denken aan deze dag, en eet dan brood zonder gist. Want op deze dag zijn jullie weggegaan uit het land van de slavernij. Toen heeft de Heer jullie zijn grote macht laten zien en jullie uit Egypte bevrijd. Op deze dag van de eerste maand gingen jullie weg uit Egypte.
De Heer zal jullie naar het land brengen waar nu nog de Kanaänieten en andere volken wonen. Dat land heeft hij plechtig beloofd aan jullie voorouders. Het is een land waar voor iedereen genoeg te eten en te drinken is, meer dan genoeg.
Als jullie in dat land zijn, moeten jullie elk jaar in de eerste maand feestvieren. Zeven dagen lang moeten jullie dan brood zonder gist eten. En al die tijd mag er in jullie land niets te vinden zijn waar gist in zit. Op de zevende dag is er dan een feest voor de Heer. Op die dag moeten jullie aan je kinderen vertellen waarom je dit feest viert. Je moet dan zeggen: ‘Omdat de Heer ons uit Egypte heeft bevrijd.’
Door dat feest zullen jullie altijd denken aan wat er gebeurd is. Altijd zullen jullie eraan denken dat de Heer zijn grote macht heeft laten zien en jullie uit Egypte bevrijd heeft. Op het feest zullen jullie elkaar altijd vertellen wat de Heer van ons wil. Vier dat feest elk jaar op de afgesproken tijd.
De Heer zal jullie naar het land van de Kanaänieten brengen. Dat heeft hij jullie en je voorouders beloofd. Als jullie daar wonen, zal elke oudste zoon voor de Heer bestemd zijn. Ook elk mannelijk dier dat het eerst geboren wordt, is voor hem. Maar niet het eerste jong van een ezel. In plaats daarvan moet je een lam geven, of je moet de nek van het jong van de ezel breken. En in plaats van je oudste zoon moet je een geldbedrag aan de Heer geven.
Je kinderen zullen later vragen waarom je dat doet. Dan moet je zeggen: ‘De Heer heeft zijn grote macht laten zien en ons uit de slavernij in Egypte bevrijd. De farao wilde ons pas laten gaan, toen de Heer de oudste zoon van elke Egyptenaar doodde en het eerste jong van elk dier. Daarom offer ik het eerste jong van elk dier. En daarom betaal ik een geldbedrag voor mijn oudste zoon.’
Ook door die gewoonte zullen jullie er altijd aan denken dat de Heer zijn macht heeft laten zien, en dat hij ons uit Egypte bevrijd heeft.’
Toen de farao de Israëlieten had laten gaan, leidde God hen niet door het land van de Filistijnen. Dat was wel de kortste weg. Maar God dacht: Als ze moeten vechten tegen de Filistijnen, willen ze misschien terug naar Egypte. Dan krijgen ze misschien spijt dat ze weggegaan zijn. Daarom liet God de Israëlieten een omweg maken. Hij leidde ze door de woestijn naar de Rietzee.
De Israëlieten waren goed voorbereid uit Egypte vertrokken. Mozes had het lichaam van Jozef meegenomen. Want Jozef had gezegd: ‘God zal jullie helpen. Als jullie uit Egypte weggaan, moeten jullie mijn lichaam meenemen.’ De Israëlieten hadden plechtig beloofd dat ze dat zouden doen.
De Israëlieten kwamen eerst in Sukkot. Daarna gingen ze verder naar de stad Etam, aan de rand van de woestijn. Daar zetten ze hun tenten neer. De Heer ging voor de Israëlieten uit, overdag in een grote wolk en ’s nachts in een vuur. Zo wees hij hun de weg. Daardoor konden ze dag en nacht verdergaan. Want overdag ging de wolk altijd voor hen uit, en ’s nachts het vuur.
--
De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten dat ze terug moeten gaan. Ze moeten hun tenten neerzetten voor de stad Pi-Hachirot, tussen de stad Migdol en de zee. Dat is tegenover de stad Baäl-Sefon, vlak bij de Rietzee. De farao zal dan denken dat ze verdwaald zijn in de woestijn. En dat ze daar niet meer weg kunnen komen. Hij zal ze achtervolgen. Want hij zal het nog steeds niet goedvinden dat ze uit Egypte weggegaan zijn. Daar zal ik voor zorgen. Maar ik zal hem en zijn hele leger verslaan. Zo zal ik laten zien hoe machtig ik ben. En dan zullen de Egyptenaren begrijpen dat ik de Heer ben.’
De Israëlieten deden wat de Heer gezegd had.
Toen de farao en zijn dienaren hoorden dat de Israëlieten gevlucht waren, kregen ze spijt. Ze zeiden: ‘We hadden ze niet moeten laten gaan. Nu kunnen ze niet meer voor ons werken!’
De farao liet paarden voor zijn strijdwagen zetten en riep zijn soldaten bij elkaar. Hij nam de zeshonderd beste wagens van Egypte mee, en ook alle andere wagens. Op elke wagen zaten sterke soldaten. Toen ging de farao de Israëlieten achterna, die zonder angst vertrokken waren. Hij liet zich niet tegenhouden. Daar zorgde de Heer voor.
De farao achtervolgde de Israëlieten met al zijn paarden, wagens en soldaten. Bij de stad Pi-Hachirot haalde hij ze in. Daar hadden ze hun tenten neergezet, tegenover de stad Baäl-Sefon, vlak bij de Rietzee.
De Israëlieten zagen de farao aankomen, met zijn hele leger. Ze werden doodsbang en smeekten de Heer om hulp. En tegen Mozes zeiden ze: ‘Waarom hebt u ons meegenomen uit Egypte? Om hier in de woestijn te sterven? Omdat er in Egypte geen plaats was om ons te begraven? In Egypte zeiden we al dat u ons met rust moest laten. We zijn nog liever slaaf in Egypte, dan dat we sterven in de woestijn!’
Maar Mozes zei tegen het volk: ‘Wees niet bang! Wacht maar rustig af. Vandaag zullen jullie merken hoe de Heer jullie redt. Jullie zullen die Egyptenaren nooit meer zien. En jullie hoeven zelf niets te doen, want de Heer zal voor jullie vechten.’
De Heer zei tegen Mozes: ‘Waarom vraag je mij om hulp? Zeg tegen de Israëlieten dat ze verder moeten gaan. En pak jij je stok, houd hem boven de zee en verdeel zo het water in tweeën. Dan kunnen de Israëlieten over droge grond door de zee lopen. Ik zal zorgen dat de Egyptenaren jullie blijven achtervolgen. Dan zal ik laten zien hoe machtig ik ben. Ik zal de farao verslaan, met al zijn wagens en soldaten. Dan zullen de Egyptenaren begrijpen dat ik de Heer ben.’
Steeds was de engel van de Heer voor de Israëlieten uit gegaan. Maar nu ging hij achter hen staan. Ook de wolk die steeds voor hen was, ging naar achteren. De wolk was nu tussen het leger van de Egyptenaren en het leger van de Israëlieten. Aan de kant van de Israëlieten gaf de wolk de hele nacht licht. Maar aan de kant van de Egyptenaren maakte hij alles donker. Daardoor konden zij de Israëlieten niet inhalen.
Toen hield Mozes zijn stok omhoog boven de zee. De Heer liet de hele nacht een harde oostenwind waaien. Het water stroomde naar twee kanten, en er kwam droge grond tevoorschijn. Rechts en links was een muur van water. Daartussen konden de Israëlieten door de zee lopen, over droge grond.
De Egyptenaren achtervolgden de Israëlieten. Alle soldaten, paarden en wagens van de farao gingen achter hen aan, de zee in. Maar vlak voordat het ochtend werd, keek de Heer vanuit de wolk en het vuur naar de Egyptenaren. Hij zorgde ervoor dat ze in paniek raakten. De wielen van hun wagens kwamen vast te zitten, en ze konden bijna niet meer vooruitkomen. ‘We moeten vluchten!’ riepen ze. ‘De Heer helpt de Israëlieten. Hij vecht tegen ons!’
Toen zei de Heer tegen Mozes: ‘Houd je arm boven de zee. Dan stroomt het water terug. Het zal over de soldaten van Egypte en over al hun wagens heen stromen.’
Mozes deed dat. Toen het ochtend begon te worden, stroomde het water terug. De Egyptenaren vluchtten tegen de stroom in. De Heer stuurde hen zo de golven in. Het water stroomde over het leger van de farao, dat achter de Israëlieten aan gegaan was. Het stroomde over al zijn wagens en al zijn soldaten. Iedereen verdronk.
Maar de Israëlieten waren dwars door de zee gegaan. Ze liepen over droge grond, tussen muren van water. Zo redde de Heer hen op die dag van de Egyptenaren. De Israëlieten zagen hen dood op het strand liggen. Toen begrepen ze met hoeveel kracht de Heer de Egyptenaren verslagen had. Ze kregen grote eerbied voor de Heer. Ze vertrouwden op hem en op zijn dienaar Mozes.
---
Mozes zong samen met de Israëlieten dit lied voor de Heer:
‘Ik zing voor de Heer!
Hij is machtig en sterk.
Alle paarden en soldaten
heeft hij de zee in gejaagd.
De Heer maakt mij sterk,
hij beschermt mij.
Hij heeft me geholpen.
Hij is mijn God
en de God van mijn voorouders.
Ik eer hem en ik dank hem.
Hij wint elke strijd.
Zijn naam is: Heer.
Het hele leger van de farao,
alle soldaten en wagens,
heeft de Heer de zee in gejaagd.
Zelfs de sterkste soldaten zijn verdronken.
Hoge golven spoelden over hen heen,
in het diepe water zonken ze als stenen.
De Heer heeft de vijanden vernietigd,
hij heeft ze vernietigd met grote kracht.
Heer, u verslaat alle vijanden door uw grote macht.
Als u woedend wordt,
blijft er niets van ze over.
U hebt het water weggeblazen.
De hoge golven stonden plotseling stil.
Ze stonden rechtop als een muur,
midden in de zee.
De farao zei: ‘Ik ga dat volk achterna!
Ik zal ze inhalen, die Israëlieten,
ik zal ze grijpen!
Alles pak ik van ze af.
Ze zullen weer mijn slaven worden,
ik zal ze dwingen met mijn zwaard!’
Maar u hebt het water over de vijanden heen geblazen.
Ze verdronken in de diepe zee,
ze zonken als stenen naar de diepte.
Geen enkele god is zo machtig en heilig als u!
Niemand doet zulke geweldige dingen.
Niemand doet zulke grote wonderen.
Heer, wie is zo machtig als u?
Door uw macht zijn de vijanden voor altijd verdwenen,
en uw volk is door uw goedheid bevrijd.
U leidt uw volk naar uw heilige land.
Zo machtig bent u!
Alle volken horen het,
alle volken beven,
ze beven van angst!
De Filistijnen zijn bang,
de leiders van Edom zijn geschrokken,
de leiders van Moab beven,
de inwoners van Kanaän trillen van schrik.
Ze zijn allemaal bang,
omdat ze weten hoe machtig u bent.
Ze zijn doodstil van angst.
Want uw volk komt eraan, Heer,
het volk dat u zelf hebt gemaakt!
U brengt uw volk naar de berg Sion.
Daar wilt u hen laten wonen.
Daar woont u ook zelf, Heer,
op uw heilige berg.
Daar is de tempel,
die u zelf hebt gebouwd.
Heer, u bent koning, voor altijd!’
Het hele leger van de farao was met alle paarden en alle wagens de zee in gegaan. Toen had de Heer het water over hen heen laten stromen. Maar de Israëlieten waren over droge grond door de zee gelopen.
Toen pakte Mirjam, de zus van Aäron, een trommel. En alle vrouwen deden met haar mee. Ze speelden op trommels en dansten. Mirjam was een profetes. Samen met de andere vrouwen zong ze dit lied:
‘Zing voor de Heer!
Hij is machtig en sterk.
Alle paarden en soldaten
heeft hij de zee in gejaagd.’
Onder leiding van Mozes gingen de Israëlieten weg bij de Rietzee. Ze reisden verder, de Sur-woestijn in. Drie dagen lang liepen ze door de woestijn, en nergens konden ze water vinden. Toen kwamen ze bij de plaats Mara. Daar was wel water, maar het was zo bitter dat het niet te drinken was. Daarom heet het meer daar Bittermeer.
Toen begon het volk te protesteren. Ze zeiden tegen Mozes: ‘Wat moeten we drinken?’
Mozes vroeg of de Heer hen wilde helpen. De Heer wees Mozes een stuk hout aan, en Mozes gooide dat in het water. Toen werd het water zoet.
Daar in de woestijn gaf de Heer wetten en regels aan de Israëlieten. En daar wilde hij weten of ze hem vertrouwden. Hij zei: ‘Jullie moeten goed naar mij luisteren, want ik ben de Heer, jullie God. Jullie moeten doen wat ik wil. Jullie moeten je houden aan mijn wetten en regels. Dan zullen jullie niet de ziektes krijgen die ik naar de Egyptenaren gestuurd heb. Ik ben de Heer. Ik zorg ervoor dat jullie gezond blijven.’
Toen kwamen de Israëlieten in Elim. Daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen. Ze zetten daar hun tenten op bij het water.
---
Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 46.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.