Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 64 - 2026 - Leviticus 1-2, Psalm 119:1-32
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Leviticus 1 tot 2 en Psalm 119 vers 1 tot 32 uit de NBV21.
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 64.
Vandaag lezen we Leviticus 1-2 en Psalm 119:1-32.
De Heer riep Mozes en zei tegen hem vanuit de heilige tent: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Als iemand een dier wil offeren aan de Heer, moet dat een rund, een schaap of een geit zijn. Het dier moet helemaal verbrand worden.
Als iemand een rund wil offeren, moet het een stier zijn. De stier moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben.
Degene die het offer brengt, moet de stier naar de ingang van de heilige tent brengen. En hij moet daar zijn hand op de kop van de stier leggen. Dan zal de Heer het offer aannemen. Zo kan iemand goedmaken wat hij verkeerd gedaan heeft.
Daarna moet de stier geslacht worden voor de Heer. Dat moet gebeuren bij het grote altaar bij de ingang van de heilige tent. De priesters uit de familie van Aäron moeten het bloed naar het altaar brengen. Ze moeten het langs de zijkanten van het altaar gieten.
Daarna moet de huid van de stier eraf getrokken worden. En de stier moet in stukken gesneden worden. De priesters moeten een vuur maken op het altaar en daar hout op leggen. Dan moeten ze de stukken vlees, de kop, en het vet van de nieren op het altaar leggen.
Daarna moeten de priesters de ingewanden en de poten wassen, en die op het vuur leggen. Ten slotte moeten de priesters alles helemaal verbranden op het altaar.
Zo’n offer heeft een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.
Iemand kan ook een schaap of een geit offeren aan de Heer. Het moet een mannelijk dier zijn dat gezond is en geen gebreken heeft.
Het dier moet aan de noordkant van het altaar geslacht worden voor de Heer. De priesters moeten het bloed langs de zijkanten van het altaar gieten.
Daarna moet het dier in stukken gesneden worden. De priesters moeten de stukken vlees, de kop, en het vet van de nieren op het altaar leggen.
Dan moeten ze de ingewanden en de poten wassen, en die ook naar het altaar brengen. Ten slotte moeten de priesters alles helemaal verbranden op het altaar.
Zo’n offer heeft een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.
Iemand kan ook een vogel offeren aan de Heer. Het moet een tortelduif of een jonge gewone duif zijn. De priesters moeten de duif naar het altaar brengen. Daar moeten ze de kop eraf trekken en die op het altaar verbranden. Het bloed moeten ze langs de zijkanten van het altaar gieten. Dan moeten de priesters de maag van de duif met de inhoud weggooien. Ze moeten die op de ashoop gooien, aan de oostkant van het altaar.
Daarna moeten de priesters de vleugels van de duif een stukje lostrekken. Maar ze mogen de vleugels er niet helemaal af trekken. Ten slotte moeten ze de duif helemaal verbranden op het altaar.
Zo’n offer heeft een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.’’
De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Als iemand een graanoffer wil brengen aan de Heer, moet hij fijn meel gebruiken. Hij moet er olijfolie overheen gieten en er wierook bij leggen.
Dat offer moet naar de priesters uit de familie van Aäron gebracht worden. Zij moeten een handvol meel met olie pakken, en dat met alle wierook verbranden op het altaar. Zo’n offer heeft een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.
Er hoeft maar een handvol meel verbrand te worden. Dat is een teken voor het hele offer. De rest van het meel is voor de priesters. Het meel is heel heilig, omdat het bij een offer voor de Heer hoort.
Voor een graanoffer kunnen verschillende soorten brood gebruikt worden. Iemand kan een brood offeren dat in een oven gebakken is. Dat brood moet gemaakt zijn van fijn meel zonder gist. Het kan een dik brood zijn, dat met olijfolie gemaakt is. Maar het kan ook een dun brood zijn, waar alleen olie op gesmeerd is.
Iemand kan ook een brood offeren dat op een vuur gebakken is. Dat brood moet ook gemaakt zijn van fijn meel, gemengd met olijfolie. En er mag geen gist in zitten. Het brood moet in stukken gebroken worden, en er moet olijfolie overheen gegoten worden. Dan is het geschikt als offer.
Ten slotte kan iemand ook een brood offeren dat in een pan gebakken is. Ook dat brood moet van fijn meel en olijfolie gemaakt zijn.
Het offer moet aangeboden worden aan de Heer. Het moet aan de priester gegeven worden, en die moet het naar het altaar brengen. De priester moet een deel van het offer verbranden op het altaar. Dat deel is een teken voor het hele offer. De rest is voor de priesters. Het brood is heel heilig, omdat het bij een offer voor de Heer hoort.
Zo’n offer heeft een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.
Voor een graanoffer mag geen brood met gist gebruikt worden. Want gist en honing mogen nooit als offer verbrand worden. Jullie mogen gist en honing wel aan de Heer aanbieden om hem te danken voor de oogst. Maar je mag ze nooit verbranden op het altaar.
Bij al jullie graanoffers moeten jullie zout toevoegen aan het meel. Dat zout is een teken van de afspraken die God met jullie gemaakt heeft. Want die afspraken blijven altijd bestaan, net zoals voedsel langer blijft bestaan door zout. Ook bij al je andere offers moet je zout toevoegen.
Als jullie met een graanoffer de Heer willen danken voor de oogst, moet je geroosterd graan of platgeslagen graan gebruiken. Daar moet olijfolie overheen gegoten worden, en er moet wierook bij gelegd worden. Dan is het geschikt als graanoffer.
De priester moet een deel van het offer verbranden. Dat is een teken voor het hele offer.’’
---
Psalm 119
Gelukkig zijn mensen die altijd het goede doen,
die leven volgens de wet van de Heer.
Gelukkig zijn mensen
die altijd denken aan de woorden van de Heer,
die hem zoeken met heel hun hart.
Nooit zijn ze bezig met slechte dingen,
maar ze doen wat de Heer wil.
Heer, u hebt aan de mensen uw regels gegeven.
Zo weet ik wat ik moet doen.
Ik wil leven volgens uw wetten,
en dat volhouden, elke dag weer.
Als ik steeds denk aan uw opdracht,
dan doe ik niets waarvoor ik me moet schamen.
Ik leer van u wat goed en eerlijk is.
Daarom dank ik u met heel mijn hart.
Ik wil me houden aan uw wetten.
Verlaat me toch nooit!
Hoe kan iemand vanaf zijn jeugd goed leven?
Door te doen wat u gezegd hebt, Heer.
Met heel mijn hart zoek ik u.
Help mij om te doen wat u wilt.
Elke dag denk ik aan uw woorden,
dan doe ik geen verkeerde dingen.
Heer, ik wil u danken.
Leer mij wat er in uw wetten staat.
U hebt gezegd wat goed en eerlijk is,
en dat herhaal ik steeds weer.
Ik wil graag leven zoals u dat wilt.
Dat heb ik liever dan grote rijkdom.
Over uw regels denk ik na,
en ik let op alles wat u doet.
Ik ben blij met uw wetten,
uw woorden zal ik niet vergeten.
Heer, wees goed voor mij.
Dan zal ik leven, en doen wat u zegt.
Help mij om te zien
hoe machtig uw wet is.
Ik weet niet hoe ik moet leven.
Help mij dus met uw wetten.
Elke dag verlang ik ernaar
om te weten wat goed en eerlijk is.
Het zal verkeerd aflopen
met mensen die niet aan uw wetten denken.
Mensen die denken dat ze zelf alles weten,
zult u straffen.
Heer, laat niemand kwaad over mij spreken,
want ik leef volgens uw regels.
Ik blijf altijd aan uw wetten denken,
ook al willen machtige mensen mij kwaad doen.
Ik ben blij met uw woorden,
want daardoor weet ik hoe ik moet leven.
Heer, ik heb bijna geen kracht meer.
Maak mij weer sterk, zoals u beloofd hebt.
Ik heb u verteld hoe moeilijk mijn leven is,
en u hebt mij geholpen.
Leer mij ook nu wat ik moet doen.
Maak me duidelijk wat uw opdracht is.
Dan zal ik aan uw wonderen denken.
Ik heb verdriet, ik voel me ellendig.
Help mij, zoals u beloofd hebt.
Laat me altijd eerlijk zijn.
Wees goed voor mij, leer mij uw wet.
Ik wil u altijd trouw zijn,
altijd uw regels volgen.
Ik wil graag doen wat u van mij vraagt, Heer.
Dan doe ik niets waarvoor ik me moet schamen.
Alles wat u van me vraagt, wil ik doen.
U geeft mij nieuwe moed.
---
Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 64.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.