Bijbel in een jaar

Dag 65 - 2026 - Leviticus 3-4, Psalm 119:33-40

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap Season 2026 Episode 76

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 10:33

Vandaag lezen we Leviticus 3 tot 4 en Psalm 119 vers 33 tot 40 uit de NBV21.

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap 

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.

Dit is dag 65.

Vandaag lezen we Leviticus 3-4, Psalm 119:33-40.   

---

Leviticus 3
De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Als iemand een feestmaal wil houden, moet hij een koe of een stier offeren. Het dier moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben.
Degene die het offer brengt, moet zijn hand op de kop van het dier leggen. Daarna moet hij het slachten bij de ingang van de heilige tent. De priesters uit de familie van Aäron moeten het bloed langs de zijkanten van het altaar gieten.
Een deel van het offer moet aangeboden worden aan de Heer. De rest is voor het feestmaal. Voor de Heer zijn de vette delen: het vet dat aan de ingewanden zit, de twee nieren en het vet van de nieren. En ook het vette stukje van de lever is voor de Heer. Dat stukje moet tegelijk met de nieren verwijderd worden.
De priesters moeten dat allemaal op het vuur op het altaar leggen. Dan moeten ze alles verbranden, tegelijk met de andere offers.
Zo’n offer heeft een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.
Als iemand een feestmaal voor de Heer wil houden, kan hij ook een schaap of een geit offeren. Het mag een mannelijk of een vrouwelijk dier zijn. Het dier moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben.
Als iemand een schaap wil offeren aan de Heer, moet hij zijn hand op de kop van het dier leggen. Daarna moet hij het slachten bij de heilige tent. De priesters moeten het bloed langs de zijkanten van het altaar gieten.
Een deel van het offer is voor de Heer, de rest is voor het feestmaal. Voor de Heer zijn de vette delen: de hele staart, het vet dat aan de ingewanden zit, de twee nieren en het vet van de nieren. En ook het vette stukje van de lever is voor de Heer. Dat stukje moet tegelijk met de nieren verwijderd worden.
De priesters moeten dat allemaal verbranden op het altaar. Het is een offer voor de Heer.
Als iemand een geit wil offeren aan de Heer, moet hij zijn hand op de kop van het dier leggen. Daarna moet hij het slachten bij de heilige tent. De priesters moeten het bloed langs de zijkanten van het altaar gieten.
Een deel van het offer is voor de Heer, de rest is voor het feestmaal. Voor de Heer zijn de vette delen: het vet dat aan de ingewanden zit, de twee nieren en het vet van de nieren. En ook het vette stukje van de lever is voor de Heer. Dat stukje moet tegelijk met de nieren verwijderd worden.
De priesters moeten dat allemaal verbranden op het altaar. Al het vet is voor de Heer.
Zo’n offer heeft een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.
Vet en bloed mogen jullie niet eten. Dat is een regel die voor altijd geldt, ook voor jullie nakomelingen, waar ze ook wonen.’’

---

De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Soms doet iemand per ongeluk iets dat de Heer verboden heeft. Als de hogepriester zoiets doet, maakt hij daarmee het hele volk schuldig. De hogepriester moet dan een jonge stier offeren om zijn fout goed te maken. De stier moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben.
De hogepriester moet de stier naar de ingang van de heilige tent brengen. Hij moet zijn hand op de kop van de stier leggen, en hem slachten voor de Heer.
Daarna moet de hogepriester een deel van het bloed van de stier naar de heilige tent brengen. Hij moet met zijn vinger zeven keer wat bloed spatten in de richting van het gordijn dat voor de heilige kist hangt.
Ook moet hij wat bloed aan de hoeken van het wierookaltaar smeren. Dat altaar staat in de heilige tent, vlak bij de heilige kist.
De rest van het bloed moet hij op de grond gieten voor het grote altaar bij de ingang van de heilige tent.
Daarna moet de hogepriester alle vette delen van de stier verwijderen. Dat is al het vet dat aan de ingewanden zit, de twee nieren, het vet van de nieren, en het vette stukje van de lever. Dat stukje moet hij tegelijk met de nieren verwijderen.
Al die delen moet hij verbranden op het altaar, net zoals bij het offer bij een feestmaal.
Ten slotte moet de hogepriester de rest van de stier buiten het kamp brengen. Dat is dus de huid, al het vlees, de kop, de poten, de ingewanden en alles wat in de ingewanden zit.
Alles moet naar de plek waar ook de as van de offers heen gebracht wordt. Dat is een reine plek. Daar moet alles verbrand worden op een vuur.’’
De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Soms doet het hele volk per ongeluk iets dat de Heer verboden heeft. Dat kan gebeuren zonder dat iemand het merkt. Dan is het hele volk schuldig. Als de mensen begrijpen wat er verkeerd gedaan is, moet er een jonge stier geofferd worden. Zo kunnen ze hun fout goedmaken.
De stier moet naar de heilige tent gebracht worden. De leiders van het volk moeten daar hun hand op de kop van de stier leggen, en hem slachten voor de Heer.
De hogepriester moet een deel van het bloed van de stier naar de heilige tent brengen. Hij moet met zijn vinger zeven keer wat bloed spatten in de richting van het gordijn dat voor de heilige kist hangt.
Ook moet hij wat bloed smeren aan de hoeken van het wierookaltaar. Dat altaar staat in de heilige tent, vlak bij de heilige kist.
De rest van het bloed moet hij op de grond gieten voor het grote altaar bij de ingang van de heilige tent.
Daarna moet de hogepriester alle vette delen van de stier verwijderen en verbranden op het altaar.
De hogepriester moet de rest van de stier buiten het kamp brengen. Daar moet hij alles verbranden. Hij moet dus met die stier hetzelfde doen als met de stier die hij offert voor zijn eigen fout.
Als de stier geofferd is, zal de Heer de fout van het volk vergeven.’’
De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Soms doet een leider van het volk per ongeluk iets dat de Heer, zijn God, verboden heeft. Dan is de leider schuldig. Als hij begrijpt wat hij verkeerd gedaan heeft, moet hij een bok offeren. De bok moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben.
De leider moet zijn hand op de kop van de bok leggen. Daarna moet hij hem slachten bij het grote altaar bij de ingang van de heilige tent.
De bok is een offer waarmee de fout van de leider goedgemaakt wordt.
De priester moet een deel van het bloed aan de hoeken van het grote altaar smeren. De rest van het bloed moet hij voor het altaar op de grond gieten.
Hij moet alle vette delen van de bok op het altaar verbranden, net als bij het offer bij een feestmaal.
Als de priester de bok geofferd heeft, zal de Heer de fout van de leider vergeven.’’
De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Soms doet iemand uit het volk per ongeluk iets dat de Heer verboden heeft. Dan is die persoon schuldig. Als hij begrijpt wat hij verkeerd gedaan heeft, moet hij een geit offeren. Het moet een vrouwelijk dier zijn, dat gezond is en geen gebreken heeft. Met dat offer kan hij zijn fout goedmaken.
Hij moet zijn hand op de kop van de geit leggen. Daarna moet hij het dier slachten bij het grote altaar bij de ingang van de heilige tent.
De priester moet een deel van het bloed aan de hoeken van het grote altaar smeren. De rest van het bloed moet hij op de grond gieten voor het altaar.
Alle vette delen van de geit moet hij aanbieden aan de Heer, net als bij het offer bij een feestmaal. Daarna moet de priester alles op het altaar verbranden voor de Heer.
Zo’n offer heeft een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.
Als de priester de geit geofferd heeft, zal de Heer de fout vergeven.
Iemand uit het volk die een fout gemaakt heeft, mag ook een schaap offeren. Het moet een vrouwelijk dier zijn, dat gezond is en geen gebreken heeft.
Degene die het offer brengt, moet zijn hand op de kop van het schaap leggen. Daarna moet hij het dier slachten bij het grote altaar bij de ingang van de heilige tent.
De priester moet een deel van het bloed aan de hoeken van het grote altaar smeren. De rest van het bloed moet hij voor het altaar op de grond gieten.
Alle vette delen van het schaap moet hij verwijderen, net als bij het offer bij een feestmaal. Daarna moet de priester alles op het altaar verbranden voor de Heer.
Als de priester het schaap geofferd heeft, zal de Heer de fout vergeven.

--

Heer, leer mij wat uw regels zijn,
ik wil ze mijn hele leven volgen.
Laat me uw wet begrijpen,
dan kan ik me daaraan houden,
met heel mijn hart.

Help mij om te doen wat u vraagt,
want dat doe ik het liefst.
Ik wil niet zoeken naar rijkdom,
maar bezig zijn met uw wetten.

Laat mij niet verlangen naar zinloze dingen.
Help me met uw wetten,
leer me om goed te leven.
Doe wat u beloofd hebt,
dan zal ik u altijd eren.

Bescherm mij tegen mensen die mij uitlachen.
Zij maken me bang,
maar uw wetten maken mij gelukkig.
Ik wil leven zoals u dat van mij vraagt.
Help me om te leven zoals u bedoeld hebt.

---

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 65.

Een podcast van het NBG.

Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap