Bijbel in een jaar

Dag 66 - 2026 - Leviticus 5-6, Psalm 119:41-48

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap Season 2026 Episode 77

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 10:51

Vandaag lezen we Leviticus 5 tot 6 en Psalm 119 vers 41 tot 48 uit de NBV21.

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap 

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.

Dit is dag 66.

Vandaag lezen we Leviticus 5-6 en Psalm 119:41-48. 

Leviticus 5
In de volgende gevallen is iemand schuldig, omdat hij iets verkeerds gedaan heeft.
Als iemand weigert om de waarheid te vertellen bij de rechter, is hij schuldig. Als iemand een misdaad gehoord of gezien heeft, moet hij dat aan de rechter vertellen. Anders doet hij iets verkeerds.
Als iemand vergeet dat hij een dood dier aangeraakt heeft, is hij schuldig. Want dode dieren zijn onrein. En als iemand een dood dier aanraakt, is hij zelf ook onrein. Het maakt niet uit of het een wild of een tam dier is, of een heel klein dier.
Als iemand vergeet dat hij een onrein mens aangeraakt heeft, is hij schuldig. Het maakt niet uit waarom die ander onrein is.
Als iemand een plechtige belofte doet en daarbij zonder nadenken de naam van de Heer gebruikt, is hij schuldig. Het maakt niet uit of hij iets goeds belooft of iets slechts.
Als iemand weet dat hij iets verkeerds gedaan heeft, moet hij dat in het openbaar zeggen. Hij moet zijn fout toegeven. En hij moet een schaap of een geit aanbieden aan de Heer. Het moet een vrouwelijk dier zijn. Dat dier is voor het offer waarmee een fout goedgemaakt wordt.
Als de priester het dier geofferd heeft, zal de Heer de fout vergeven.
Stel dat iemand een schaap of een geit niet kan betalen. Dan mag hij twee tortelduiven of twee jonge gewone duiven aanbieden aan de Heer. De ene duif is voor het offer waarmee een fout goedgemaakt wordt. De andere duif is voor het offer dat helemaal verbrand moet worden.
De duiven moeten naar de priester gebracht worden. Die moet eerst de ene duif gebruiken voor het offer waarmee een fout goedgemaakt wordt. Hij moet de kop van de duif een stukje lostrekken. Maar hij mag hem er niet helemaal af trekken. Dan moet hij wat bloed van de duif tegen de zijkanten van het grote altaar spatten. De rest van het bloed moet hij voor het altaar op de grond gieten. Dan is het een offer waarmee een fout goedgemaakt wordt.
Daarna moet de priester de andere duif helemaal verbranden, volgens de regels.
Als de priester de duiven geofferd heeft, zal de Heer de fout vergeven.
Stel dat iemand ook twee duiven niet kan betalen. Dan mag hij 2,5 kilo fijn meel aanbieden aan de Heer. Dat meel is voor het offer waarmee een fout goedgemaakt wordt. Bij dit offer mag geen olijfolie of wierook gebruikt worden.
Het meel moet naar de priester gebracht worden. Hij moet een handvol meel verbranden, tegelijk met de andere offers voor de Heer. Die handvol meel is een teken voor het hele offer. Het is een offer waarmee een fout goedgemaakt wordt.
Als de priester het meel geofferd heeft, zal de Heer de fout vergeven. De rest van het meel is voor de priester, net zoals bij het graanoffer.’’
De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Als iemand iets voor zichzelf gebruikt dat voor de Heer bestemd is, is hij schuldig. Want alles wat voor de Heer is, is heilig. Ook als hij het per ongeluk doet, is het verkeerd.
Hij moet een ram aanbieden aan de Heer voor het offer waarmee zijn schuld weggenomen wordt. De ram moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben. En hij moet een bepaald bedrag waard zijn. Dat bedrag wordt van tevoren door de priesters vastgesteld.
Wat iemand voor zichzelf gebruikt heeft, moet hij terugbetalen aan de priester. En hij moet ook nog een boete betalen van 20 procent. De priester moet de ram dan offeren aan de Heer om de schuld weg te nemen.
Als het dier geofferd is, zal de Heer de fout vergeven.
Stel dat iemand per ongeluk iets verkeerds doet, iets dat de Heer verboden heeft. Dan is die persoon schuldig. Ook al doet hij het per ongeluk, hij is toch schuldig. Hij moet een ram aanbieden aan de Heer voor het offer waarmee zijn schuld weggenomen wordt. De ram moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben. En hij moet een bepaald bedrag waard zijn. Dat bedrag wordt van tevoren vastgesteld.
Als de priester de ram geofferd heeft, zal de Heer de fout vergeven. Het is een offer om iemands schuld weg te nemen, want die persoon was schuldig tegenover de Heer. Ook al deed hij per ongeluk iets fout, of zonder erbij na te denken.’’
De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Als iemand liegt bij de rechter, is dat verkeerd. Bijvoorbeeld als hij iets voor een ander bewaard heeft, maar zegt dat het van hemzelf is. Of als hij iets geleend heeft, maar zegt dat hij dat niet gedaan heeft. Iemand doet ook iets verkeerds als hij iets gestolen heeft en daarover liegt. Of als hij geld van een ander afpakt, en daarover liegt. Of als hij iets gevonden heeft dat van iemand anders is, maar het zelf houdt. Over al die dingen mag nooit gelogen worden bij de rechter. Als iemand dat wel doet, is hij niet trouw aan de Heer.
Als iemand één van die dingen toch gedaan heeft, is hij schuldig. Dan moet hij terugbetalen wat hij gestolen of afgepakt heeft. Hij moet alles teruggeven wat van iemand anders is. Hij moet ook een boete betalen van 20 procent. Dat moet gebeuren op dezelfde dag dat hij een offer brengt om zijn schuld weg te nemen.
Hij moet een ram aanbieden voor het offer om zijn schuld weg te nemen. De ram moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben. En hij moet een bepaald bedrag waard zijn. Dat bedrag wordt van tevoren vastgesteld. De ram moet naar de priester gebracht worden. En de priester moet de ram dan aan de Heer offeren om de schuld weg te nemen.
Als de ram geofferd is, zal de Heer de fout vergeven.’’

---

De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen: ‘Nu volgen er regels over offers die helemaal verbrand moeten worden.
Zo’n offer moet de hele nacht op het altaar blijven liggen, en het vuur moet blijven branden.
De volgende ochtend moet de priester een linnen broek en een linnen mantel aantrekken. Hij moet de as van het verbrande offer weghalen en naast het altaar leggen. Daarna moet hij andere kleren aantrekken. En dan moet hij de as naar de ashoop buiten het kamp brengen.
Het vuur op het altaar moet steeds blijven branden. Het mag niet uitgaan. Daarom moet de priester elke ochtend hout op het vuur leggen. En op het hout moet hij een nieuw offer leggen dat helemaal verbrand moet worden. Ook de vette delen van de offers bij een feestmaal moeten dan verbrand worden.
Het vuur op het altaar moet altijd blijven branden. Het mag nooit uitgaan.
Nu volgen er regels over graanoffers.
De priesters moeten het meel voor een graanoffer aan de Heer aanbieden bij de voorkant van het altaar. Dan moet één van de priesters een handvol meel en wat olijfolie pakken. Dat moet hij samen met wat wierook op het altaar verbranden. Het is een teken voor het hele offer.
Zo’n offer heeft een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.
De rest van het meel is voor de priesters. Ze moeten er brood zonder gist van bakken. Dat brood moeten ze opeten op het plein bij de heilige tent. Want dat plein is een heilige plaats.
Het brood voor het graanoffer is heel heilig, net als de offers waarmee goedgemaakt wordt wat iemand verkeerd gedaan heeft. Ook alles wat met het graanoffer in contact geweest is, wordt heilig.
De Heer heeft een deel van het graanoffer dus speciaal bestemd voor de priesters. Alle nakomelingen van Aäron mogen ervan eten. Zij mogen altijd een deel van de graanoffers voor de Heer hebben.’’
De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg ook tegen Aäron en zijn zonen: ‘De hogepriester moet elke dag een eigen graanoffer brengen aan de Heer. Dat moet hij doen vanaf de dag dat hij hogepriester wordt. Hij moet elke dag 2,5 kilo meel offeren, de ene helft ’s ochtends en de andere helft ’s avonds.
Hij moet het meel mengen met olijfolie. Daarna moet hij er op een vuur broden van bakken. Die broden moet hij in stukken breken en aanbieden aan de Heer.
Zo’n offer heeft een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.
Alle priesters die Aäron opvolgen als hogepriester, moeten elke dag een eigen graanoffer brengen aan de Heer. Het meel van dat offer moet helemaal verbrand worden. Het is voor de Heer bestemd.
Alle graanoffers die de priesters voor zichzelf brengen, moeten helemaal verbrand worden. De priesters mogen er niet van eten. Die regels gelden voor altijd.’’
De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg ook tegen Aäron en zijn zonen: ‘Nu volgen er regels over offers waarmee fouten goedgemaakt worden.
De priester moet de dieren voor zo’n offer slachten bij het grote altaar bij de ingang van de heilige tent. Dat offer is heel heilig.
Het vlees van het offer is voor de priester die het offer brengt. Maar de andere priesters mogen er ook van eten. Omdat het offer heilig is, moet het vlees gegeten worden op het plein bij de heilige tent. Want dat is een heilige plaats.
Alles wat met het vlees in contact komt, wordt ook heilig. Het is voor de Heer bestemd. Als er bloed van het offerdier op iemands kleren komt, worden die kleren heilig. Ze moeten dan gewassen worden op een heilige plaats. Ook de potten waar het vlees in gekookt wordt, worden heilig. Stenen potten moeten kapotgeslagen worden. En koperen potten moeten geschuurd en afgespoeld worden.
Soms mag het vlees niet opgegeten worden. Dat is het geval als er in de heilige tent bloed van het offerdier gespat is, om goed te maken wat iemand verkeerd gedaan heeft. Dan moet het offer helemaal verbrand worden.

---

Psalm 119

Heer, laat mij uw liefde zien.
Help me, zoals u beloofd hebt.
Dan weet ik wat ik moet zeggen
tegen mensen die mij beledigen.
Ik vertrouw op uw woorden.

Laat mij altijd de waarheid spreken.
Ik vertrouw op uw regels.
Ik wil leven volgens uw wet,
nu en altijd.

Als ik blijf denken aan uw woorden,
zal mijn leven niet moeilijk zijn.
Ik zal zelfs aan koningen uw wetten bekendmaken,
zonder me te schamen.

Ik ben blij met uw woorden,
uw wetten heb ik lief.
Ik verlang naar uw wetten,
uw woorden heb ik lief.
Ze zijn steeds in mijn gedachten.

---

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 66.

Een podcast van het NBG.

Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap