Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 69 - 2026 - Leviticus 11-12, Psalm 119:65-72
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Leviticus 11 en 12 en Psalm 119 vers 65 tot 72 uit de NBV21.
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 69.
Vandaag lezen we Leviticus 11-12 en Psalm 119:65-72.
--
De Heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Zeg namens mij tegen de Israëlieten: ‘Jullie mogen niet alle dieren eten die op het land leven. Jullie mogen alleen dieren eten die hun voedsel herkauwen en die gespleten hoeven hebben. Dat zijn hoeven die helemaal in tweeën gedeeld zijn.
Je mag geen dieren eten die wel gespleten hoeven hebben, maar niet herkauwen. En je mag ook geen dieren eten die wel herkauwen, maar geen gespleten hoeven hebben.
Dat betekent dat kamelen, klipdassen en hazen voor jullie verboden zijn. Die dieren zijn onrein. Want zij herkauwen hun eten wel, maar ze hebben geen gespleten hoeven. Ook varkens mag je niet eten. Ze zijn onrein. Want ze hebben wel gespleten hoeven, maar ze herkauwen niet.
Al die dieren mag je niet eten. En je mag ze ook niet aanraken als ze dood zijn. Ze zijn onrein voor jullie.
Jullie mogen alle dieren eten die in het water leven, in de zee of in rivieren, als ze maar vinnen en schubben hebben. Alle kleine of grote waterdieren zonder vinnen of schubben mag je absoluut niet eten. En je mag ze ook absoluut niet aanraken als ze dood zijn.
Nu volgen de vogels die jullie absoluut niet mogen eten: de rode wouw, de struisvogel, de visarend, de ooievaar en de hop, alle soorten gieren, buizerds, kraaien, valken, uilen en reigers. En je mag ook geen vleermuizen eten.
Al die dieren zijn erg onrein.
Jullie mogen absoluut geen insecten met vleugels eten, behalve als ze kunnen springen. Dan mag je ze wel eten. Dat zijn dus alle soorten sprinkhanen. Die mag je gewoon eten.
Alle andere insecten met vleugels zijn absoluut verboden voor jullie.
Jullie mogen nooit een onrein dier aanraken dat dood is. Onrein zijn alle dieren die hun eten niet herkauwen, en alle dieren die hoeven hebben die niet helemaal gespleten zijn. Onrein zijn ook alle dieren met vier poten die op hun hele voet lopen. Die dieren zijn allemaal onrein voor jullie.
Als je een onrein dier aanraakt dat dood is, word je zelf ook onrein. Je blijft onrein tot de avond. En als je zo’n dier verplaatst, moet je daarna je kleren wassen. Je bent dan onrein tot de avond.
Nu volgen de dieren die over de grond kruipen en onrein zijn voor jullie. Dat zijn ratten en muizen, de verschillende soorten padden, en alle soorten hagedissen. Alle dieren die over de grond kruipen, zijn onrein. Als die dieren dood zijn en je raakt ze aan, ben je onrein tot de avond.
Alle voorwerpen waarop zo’n dood dier gevonden wordt, zijn ook onrein. Het maakt niet uit of het voorwerp van hout, stof, leer of wol is. Je moet dat voorwerp schoonmaken met water. Het blijft onrein tot de avond. Daarna is het weer rein.
Stel dat je zo’n dood dier vindt in een stenen kruik. Dan is alles wat er verder in de kruik zit, ook onrein. De kruik moet kapotgeslagen worden. Voedsel uit de kruik wordt onrein zodra je het mengt met water. Maar water of andere drank uit de kruik is altijd onrein.
Ook alle andere voorwerpen waarop je zo’n dood dier vindt, zijn onrein. Ovens van steen blijven altijd onrein en moeten daarom kapotgeslagen worden. Een waterput of een bron waarin je zo’n dood dier vindt, is niet onrein. Maar iedereen die het dode dier aanraakt, wordt wel onrein.
Stel dat je zo’n dood dier vindt op zaad waarmee direct gezaaid kan worden. Dan is dat zaad niet onrein. Maar stel dat je zo’n dood dier vindt op zaad dat nog niet geschikt is om te zaaien. Dan is het zaad wel onrein.
Stel dat een rein dier, dat jullie mogen eten, vanzelf doodgaat. Dan mag je zo’n dier niet aanraken. Anders word je onrein, en dat blijf je tot de avond.
Als je van het dode dier eet of het verplaatst, moet je je kleren wassen. En je blijft onrein tot de avond.
Jullie mogen geen dieren eten die over de grond kruipen. Het maakt niet uit of ze op hun buik over de grond kruipen, op vier poten lopen of heel veel poten hebben. Al die dieren zijn verboden voor jullie. Ze zijn onrein. Je mag zulke dieren dus niet eten. Anders word je zelf ook onrein.
Ik ben de Heer, jullie God. Jullie moeten goed leven. Jullie moeten heilig zijn, omdat ik heilig ben. Jullie mogen niet onrein worden door het eten van onreine dieren die over de grond kruipen. Ik ben de Heer, ik heb jullie bevrijd uit Egypte. Zo heb ik laten zien dat ik jullie God ben. Jullie moeten heilig zijn, omdat ik heilig ben.’
Dat zijn de regels over de dieren die op het land of in de zee leven, de vogels, en de dieren die over de grond kruipen. Nu weten jullie welke dieren rein zijn, en welke niet. En welke dieren jullie wel mogen eten, en welke niet.’
De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Als een vrouw een kind krijgt, en het is een jongen, is ze zeven dagen onrein. Ze is dan net zo onrein als wanneer ze ongesteld is. Na die zeven dagen moet de jongen besneden worden.
De vrouw is daarna nog 33 dagen onrein, omdat ze bloed verloren heeft bij de bevalling. Ze mag al die tijd niets aanraken dat heilig is. En ze mag ook niet bij de heilige tent komen.
Als een vrouw een meisje krijgt, is ze veertien dagen onrein. Ze is dan net zo onrein als wanneer ze ongesteld is.
De vrouw is daarna nog 66 dagen onrein, omdat ze bloed verloren heeft bij de bevalling.
Een vrouw die een kind gekregen heeft, is dus veertig of tachtig dagen onrein. Daarna moet ze een ram van één jaar oud naar de priester brengen. De ram is voor het offer dat helemaal verbrand moet worden.
De vrouw moet ook een jonge gewone duif of een tortelduif meenemen. De duif is voor het offer waardoor ze weer rein wordt. Ze moet de dieren naar de ingang van de heilige tent brengen.
De priester moet de offers aanbieden aan de Heer. Als de Heer de offers aanneemt, is de vrouw weer rein.
Als de vrouw geen ram kan betalen, moet ze twee tortelduiven of twee jonge gewone duiven meenemen. De ene duif is voor het offer dat helemaal verbrand moet worden. En de andere duif is voor het offer waardoor de vrouw weer rein wordt.’’
Dat zijn de regels voor vrouwen die net een kind gekregen hebben.
---
Psalm 119
Heer, u bent goed voor mij geweest,
precies zoals u mij beloofd hebt.
Leer me om te weten
wat goed is en wat kwaad is.
Ik vertrouw op uw wetten.
Vroeger deed ik veel verkeerd.
U strafte mij daarvoor.
Maar nu leef ik volgens uw regels.
Heer, u bent goed,
en alles wat u doet, is goed.
Leer mij uw wetten kennen.
Slechte mensen spreken kwaad over mij.
Maar ik volg uw regels, met heel mijn hart.
Die leugenaars willen niet naar u luisteren,
maar ik ben blij met uw wet.
U strafte mij, en dat was goed voor mij.
Want daardoor leerde ik wat u van mij wilt.
Ik luister graag naar uw wet,
uw wet is meer waard dan zilver en goud.
---
Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 69.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.