Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 71 - 2026 - Leviticus 14-15, Psalm 119:113-128
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Leviticus 14 en 15 en Psalm 119 vers 113 tot 128 uit de NBV21.
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 71.
Vandaag lezen we Leviticus 14-15 en Psalm 119:113-128.
Leviticus 14-15
--
De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Nu volgen er regels voor iemand die genezen is van een huidziekte. Voordat die persoon weer rein verklaard kan worden, moet hij naar de priester gebracht worden. De priester moet hem onderzoeken buiten het kamp.
Als de ziekte inderdaad verdwenen is, moet de priester het volgende doen. Hij moet twee levende, reine vogels laten halen, en ook een stukje cederhout, een beetje rode kleurstof en een paar kruidentakjes. Hij moet één vogel slachten boven een stenen schaal met vers water, zodat het bloed van de vogel in het water terechtkomt. De nog levende vogel moet hij samen met het stukje hout, de kleurstof en de takjes door het water met het bloed heen halen.
Daarna moet de priester zeven keer wat van dat bloed druppelen op de persoon die een huidziekte had. En dan moet de priester verklaren dat die persoon rein is.
Ten slotte moet de priester de nog levende vogel vrijlaten buiten het kamp.
Daarna moet de persoon die een huidziekte had, zijn kleren wassen. Ook moet hij al zijn haar afscheren en zich wassen. Hij is dan rein en mag weer terugkomen in het kamp. Maar hij moet nog zeven dagen buiten zijn eigen tent blijven.
Op de zevende dag moet hij opnieuw al zijn haar afscheren: zijn baard en zijn snor, zijn wenkbrauwen en het haar op zijn hoofd. En hij moet ook zijn kleren en zichzelf nog een keer wassen. Dan is hij helemaal rein.
Na die zeven dagen moet de persoon die een huidziekte had, offers brengen. Hij moet twee jonge rammen halen die gezond zijn en geen gebreken hebben. En ook een schaap van één jaar oud, dat gezond is en geen gebreken heeft. Ook moet hij 8 kilo fijn meel meenemen, gemengd met olijfolie. Dat meel is voor het graanoffer. En hij moet een kruikje met een halve liter olijfolie meenemen.
De priester moet die persoon met alle offers naar het grote altaar brengen bij de ingang van de heilige tent.
Eén van de rammen is voor het offer waardoor iemand weer rein wordt. Ook de halve liter olijfolie is voor dat offer. De priester moet de ram en de olie eerst omhooghouden om ze aan te bieden aan de Heer.
Daarna moet de priester de ram slachten voor het grote altaar bij de ingang van de heilige tent. De priester mag het vlees van de ram opeten. Het is heel heilig, net als het vlees van offers waarmee iemands schuld weggenomen wordt.
Ten slotte moet de priester wat bloed van de ram smeren op de persoon die een huidziekte had: op zijn rechteroor, zijn rechterduim en zijn rechter grote teen.
Dan moet de priester wat olie in zijn linkerhand gieten. Met zijn rechtervinger moet hij zeven keer wat olie spatten in de richting van de heilige tent.
Daarna moet hij wat olie smeren op de persoon die een huidziekte had: op zijn rechteroor, zijn rechterduim en zijn rechter grote teen. De olie komt over het bloed van de ram heen.
Ten slotte moet de priester de rest van de olie op het voorhoofd smeren van de persoon die een huidziekte had.
Zo zorgt de priester ervoor dat alles weer goed is tussen de Heer en die persoon.
Daarna moet de priester het schaap offeren. Dan wordt de persoon die een huidziekte had, weer rein. Zo zorgt de priester ervoor dat alles weer goed is tussen de Heer en die persoon.
Dan moet de priester de tweede ram slachten, voor het offer dat helemaal verbrand moet worden. Hij moet dat offer samen met het graanoffer verbranden op het altaar. Zo zorgt de priester ervoor dat alles weer goed is tussen de Heer en de persoon die ziek was. En dan is die persoon weer rein.
Stel dat iemand een huidziekte had maar arm is, en dat hij al die dingen niet kan betalen. Dan is één ram voldoende voor het offer waardoor iemand weer rein wordt. De priester moet de ram omhooghouden om hem aan te bieden aan de Heer.
Ook moet die persoon 2,5 kilo fijn meel meenemen, gemengd met olijfolie. Dat meel is voor het graanoffer. En hij moet een kruikje met een halve liter olijfolie meenemen.
Hij heeft ook twee tortelduiven nodig. Maar als hij die niet kan betalen, zijn twee jonge gewone duiven ook goed. Eén duif is voor het offer dat helemaal verbrand moet worden. En de andere duif is voor het offer waardoor iemand weer rein wordt.
Op de achtste dag moet alles naar de priester gebracht worden, bij de ingang van de heilige tent.
De priester moet de ram en de olie omhooghouden bij het grote altaar, om ze aan te bieden aan de Heer.
Daarna moet de priester de ram slachten. En hij moet wat bloed smeren op de persoon die een huidziekte had: op zijn rechteroor, zijn rechterduim en zijn rechter grote teen.
Dan moet de priester wat olie in zijn linkerhand gieten. En met zijn rechtervinger moet hij zeven keer wat olie spatten in de richting van de heilige tent.
Daarna moet de priester wat olie smeren op de persoon die een huidziekte had: op zijn rechteroor, zijn rechterduim en zijn rechter grote teen. De olie komt over het bloed van de ram heen.
Ten slotte moet de priester de rest van de olie op het voorhoofd smeren van de persoon die ziek was.
Zo zorgt de priester ervoor dat alles weer goed is tussen de Heer en die persoon.
Dan moet de priester de duiven offeren. Dat mogen tortelduiven of jonge gewone duiven zijn. Eén van de duiven is voor het offer waardoor iemand weer rein wordt. De andere duif moet helemaal verbrand worden, samen met het graanoffer. Zo zorgt de priester er bij het altaar voor dat alles weer goed is tussen de Heer en die persoon.’’
Dat zijn de regels voor mensen die een huidziekte gehad hebben, en gewone offers niet kunnen betalen.
De Heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Over een tijd komen jullie in het land Kanaän. Dat land zal de Heer aan jullie geven.
Stel dat de Heer daar schimmel laat ontstaan op de muren van een huis. Dan moet de eigenaar van het huis dat aan de priester vertellen. De priester moet alle spullen uit het huis laten halen, voordat hij de plek met schimmel bekijkt. Anders zou hij alle spullen onrein moeten verklaren. Als de spullen uit het huis zijn, moet hij het huis onderzoeken.
De priester moet de plekken op de muren bekijken. Stel dat hij ziet dat de plekken rood of groen van kleur zijn, en diep in de muur zitten. Dan moet hij het huis verlaten, en het voor zeven dagen afsluiten.
Op de zevende dag moet de priester terugkomen. Dan moet hij kijken of de plekken op de muren groter geworden zijn.
Als de plekken groter geworden zijn, moet de priester de stenen met schimmel uit de muur laten halen. Die stenen moeten weggegooid worden buiten de stad, op een onreine plek. Ook alle kalk moet van de muren gehaald worden. En ook dat afval moet weggegooid worden buiten de stad, op een onreine plek.
Daarna moeten er nieuwe stenen in de muur gezet worden. En er moet weer nieuwe kalk op de muren gedaan worden.
Stel dat de oude stenen vervangen zijn en dat er nieuwe kalk op de muren zit. Als er toch weer rode of groene plekken op de muren te zien zijn, moet de priester opnieuw komen. Als hij vaststelt dat de gekleurde plekken teruggekomen zijn, dan is het schimmel. Dan is het huis onrein.
Het huis moet dan gesloopt worden. En de stenen, het hout en al het andere afval moeten weggegooid worden buiten de stad, op een onreine plek.
Stel dat een huis door de priester afgesloten is en iemand gaat toch naar binnen. Dan is die persoon onrein tot de avond.
Of stel dat iemand langer in zo’n huis is, en er slaapt of eet. Dan moet hij zijn kleren wassen.
Als er weer nieuwe kalk op de muren zit, moet de priester het huis opnieuw onderzoeken. Als er geen rode of groene plekken te zien zijn, is de schimmel verdwenen. Dan moet hij verklaren dat het huis rein is.
De priester moet dan twee vogels, een stukje cederhout, een beetje rode kleurstof en een paar kruidentakjes laten halen. Daarmee kan hij het huis weer helemaal rein maken.
De priester moet één vogel slachten boven een stenen schaal met vers water. De nog levende vogel moet hij samen met het stukje hout, de kleurstof en de takjes even in de schaal leggen. Daarna moet hij zeven keer wat bloed van de vogel in de richting van het huis spatten. Zo wordt het huis weer rein.
Ten slotte moet de priester de nog levende vogel vrijlaten buiten de stad.
Zo zorgt de priester ervoor dat alles weer goed is. En dan is het huis weer helemaal rein.’’
Dat zijn de regels over huidziektes en schimmel: de regels over huidziektes op het hoofd of de kin, over dikke plekken, uitslag of vlekken op de huid, en de regels over schimmel op stoffen of muren.
Door die regels weten de priesters precies wanneer iemand of iets rein is, of onrein.
---
De Heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Als een man een ontsteking heeft en daardoor vocht verliest uit zijn penis, is hij onrein. Het maakt niet uit of het vocht dun is of dik. In beide gevallen is de man onrein.
Die man maakt alles onrein waarop hij ligt of zit. Dus ook een zadel waarop hij gezeten heeft, is onrein.
Iemand die het bed van die man aanraakt, moet zichzelf en zijn kleren wassen. Hij is onrein tot de avond. Datzelfde geldt voor iemand die gaat zitten op iets waarop die man gezeten heeft. En ook voor iemand die iets aanraakt of verplaatst waarop die man gezeten heeft. Wie dat doet, moet zichzelf en zijn kleren wassen. Hij is onrein tot de avond.
Ook iemand die de onreine man aanraakt, moet zichzelf en zijn kleren wassen. Hij is onrein tot de avond.
Stel dat de onreine man spuugt op iemand die zelf rein is. Dan moet die ander zichzelf en zijn kleren wassen. Hij is onrein tot de avond.
Stel dat de onreine man iemand anders aanraakt zonder dat hij eerst zijn handen gewassen heeft. Dan moet die ander zichzelf en zijn kleren wassen. Hij is onrein tot de avond. Als de onreine man een stenen voorwerp aanraakt, moet dat stukgeslagen worden. Als hij een houten voorwerp aanraakt, moet dat schoongemaakt worden.
Als de ontsteking van de man genezen is, moet hij zeven dagen wachten. Daarna moet hij zichzelf en zijn kleren wassen met water uit een bron. Dan is hij weer rein.
Na die zeven dagen moet hij met twee tortelduiven of twee jonge gewone duiven naar de heilige tent van de Heer gaan. Bij de ingang van de tent moet hij de duiven aan de priester geven. De priester moet de duiven offeren. De ene duif is voor het offer waardoor iemand weer rein wordt. En de andere duif is voor het offer dat helemaal verbrand moet worden.
Zo zorgt de priester ervoor dat alles weer goed is tussen de Heer en de man die een ontsteking had.
Als een man een zaadlozing gehad heeft, moet hij zijn hele lichaam wassen. Hij is dan onrein tot de avond. Alles van stof of leer waarop zijn zaad terechtgekomen is, moet met water schoongemaakt worden. Het is onrein tot de avond.
Als een man met een vrouw naar bed geweest is, moeten ze zich allebei wassen. Ze blijven onrein tot de avond.
Als een vrouw ongesteld is, is ze zeven dagen onrein. Iemand die haar tijdens die dagen aanraakt, is onrein tot de avond.
Een vrouw die ongesteld is, maakt alles onrein waarop ze ligt of zit.
Iemand die het bed van die vrouw aanraakt, of iets op haar bed, moet zichzelf en zijn kleren wassen. Hij is onrein tot de avond. Datzelfde geldt voor iemand die gaat zitten op iets waarop de vrouw gezeten heeft. En ook voor iemand die iets aanraakt waarop de vrouw gezeten heeft.
Als een man naar bed gaat met een vrouw die ongesteld is, is hij zeven dagen onrein. En alles waarop hij tijdens die dagen ligt of zit, wordt ook onrein.
Een vrouw is ook onrein als ze bloed verliest terwijl ze niet ongesteld is. Of als ze langer ongesteld is dan normaal. Dan gelden dezelfde regels als wanneer ze ongesteld is.
Dus alles waarop ze zit of ligt zolang ze bloed verliest, wordt onrein. En iemand die iets aanraakt waarop de vrouw gezeten of gelegen heeft, wordt ook onrein. Hij moet zichzelf en zijn kleren wassen. En hij blijft onrein tot de avond.
Als de vrouw geen bloed meer verliest, moet ze zeven dagen wachten. Daarna is ze weer rein.
Na die zeven dagen moet ze twee tortelduiven of twee jonge gewone duiven naar de priester brengen, bij de ingang van de heilige tent. De priester moet de duiven offeren. De ene duif is voor het offer waardoor iemand weer rein wordt. En de andere duif is voor het offer dat helemaal verbrand moet worden.
Zo zorgt de priester ervoor dat alles weer goed is tussen de Heer en de vrouw die bloed verloor.’’
De Heer zei verder tegen Mozes en Aäron: ‘Zorg ervoor dat de Israëlieten zich aan mijn regels houden. Als ze onrein zijn, mogen ze niet bij mijn heilige tent komen, die midden in het kamp staat. Als ze dat toch doen, zullen ze sterven.’
Dat zijn de regels voor mannen die onrein vocht verliezen, een zaadlozing hebben, of naar bed gaan met een vrouw die ongesteld is. En de regels voor vrouwen die ongesteld zijn, of door een andere oorzaak bloed verliezen.
--
Psalm 119
Mensen die niet voor u kiezen,
kunnen mijn vrienden niet zijn.
Ik heb uw wet lief.
Bij u ben ik veilig, u beschermt me.
Ik hoop dat u doet wat u beloofd hebt.
Ik zeg tegen slechte mensen: ‘Ga weg!’
Want ik wil alleen doen wat u van mij vraagt.
Heer, help mij, zoals u beloofd hebt.
Dan zal ik leven.
Help me toch!
Heer, geef me kracht,
help me om steeds op uw regels te letten.
Mensen die niet doen wat u wilt,
die alleen maar liegen,
die houdt u ver bij u vandaan.
U laat slechte mensen van de aarde verdwijnen
alsof ze afval zijn.
Daarom heb ik uw woorden lief.
Als ik aan u denk,
dan beef ik van angst.
Ik ben bang voor uw straf.
Heer, ik leef goed en eerlijk.
Laat mijn vijanden me niet grijpen!
Zij leven niet volgens uw wet.
Zorg dat ze mij geen kwaad doen!
Zorg dat het goed met me gaat.
Ik verlang ernaar dat u me redt.
Kom mij bevrijden, dat hebt u beloofd!
Wees goed voor mij.
Leer me wat uw wetten zijn.
Geef mij verstand,
dan begrijp ik wat u wilt
en dan kan ik u dienen.
Wacht niet langer, Heer, doe iets!
Want niemand houdt zich aan uw wet.
Ik heb al uw wetten lief.
Voor mij zijn ze meer waard dan goud.
Aan al uw regels wil ik me houden,
nooit wil ik verkeerde dingen doen.
--
Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 71.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.