Bijbel in een jaar

Dag 86 - 2026 - Numeri 1-4

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap Season 2026 Episode 100

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 28:48

Vandaag lezen we Numeri 1 tot en met 4 uit de NBV21.

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap 

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 86.
Vandaag lezen we Numeri 1-4.

In de Sinai-woestijn sprak de Heer in de heilige tent tegen Mozes. Dat gebeurde in het tweede jaar nadat de Israëlieten weggegaan waren uit Egypte, op de eerste dag van de tweede maand.
De Heer zei: ‘Mozes, je moet de Israëlieten tellen. Tel alle mannen van twintig jaar en ouder die geschikt zijn voor het leger. Tel ze allemaal, één voor één, en schrijf hun namen op. Schrijf ook op bij welke familie iemand hoort, en bij welk deel van het leger.
Je moet dit werk samen met Aäron doen. En uit elke stam van het volk moet iemand jullie daarbij helpen, iemand die de leiding heeft over een familie.
Dit zijn de mannen die jou en Aäron moeten helpen bij het tellen:
Elisur, de zoon van Sedeür, uit de stam Ruben. Selumiël, de zoon van Surisaddai, uit de stam Simeon. Nachson, de zoon van Amminadab, uit de stam Juda. Netanel, de zoon van Suar, uit de stam Issachar. Eliab, de zoon van Chelon, uit de stam Zebulon.
Verder Elisama, de zoon van Ammihud, uit de stam Efraïm. Gamliël, de zoon van Pedasur, uit de stam Manasse. (Efraïm en Manasse waren zonen van Jozef.)
Ook Abidan, de zoon van Gidoni, uit de stam Benjamin. Achiëzer, de zoon van Ammisaddai, uit de stam Dan. Pagiël, de zoon van Ochran, uit de stam Aser. Eljasaf, de zoon van Deüel, uit de stam Gad.
Ten slotte Achira, de zoon van Enan, uit de stam Naftali.
Dat zijn de belangrijkste Israëlieten. Zij worden het hoofd van hun stam. En zij moeten samen het leger van de Israëlieten leiden.’
Mozes en Aäron riepen de mannen bij zich die de Heer genoemd had. En diezelfde dag, de eerste dag van de tweede maand, riepen ze alle Israëlieten bij elkaar.
Alle mannen van twintig jaar en ouder werden één voor één geteld. Hun namen werden opgeschreven in familielijsten. Alles werd gedaan zoals de Heer het gezegd had.
Het tellen gebeurde in de Sinai-woestijn. De stam Ruben werd als eerste geteld, want Ruben was de oudste zoon van Jakob.
Hier volgen de aantallen van alle mannelijke Israëlieten van twintig jaar en ouder:
de stam Ruben: 46.500
de stam Simeon: 59.300
de stam Gad: 45.650
de stam Juda: 74.600
de stam Issachar: 54.400
de stam Zebulon: 57.400
de stam Efraïm: 40.500
de stam Manasse: 32.200
de stam Benjamin: 35.400
de stam Dan: 62.700
de stam Aser: 41.500
de stam Naftali: 53.400.
Dat waren de aantallen die opgeschreven werden door Mozes, Aäron en de twaalf leiders. Ze telden alle mannelijke Israëlieten van twintig jaar en ouder die geschikt waren voor het leger. Het tellen gebeurde per familie. Het totale aantal mannen was 603.550.
De mannen van de stam Levi werden niet meegeteld. Want de Heer had tegen Mozes gezegd: ‘De Levieten moet je niet met de andere Israëlieten meetellen. Zij moeten zorgen voor de heilige tent met de heilige kist, en voor alles wat daarbij hoort.
Als het volk verder reist, moeten de Levieten de heilige tent uit elkaar halen. Onderweg moeten zij de tent en alle heilige voorwerpen dragen. En als het volk langere tijd op een plek wil blijven, moeten de Levieten de heilige tent weer opbouwen.
Alle stammen moeten hun tenten opzetten bij de vlag van hun eigen stam. Maar de Levieten moeten hun tenten opzetten rondom de tent met de heilige kist. Zij moeten ervoor zorgen dat er verder niemand bij de heilige tent komt. Als dat toch gebeurt, word ik woedend op het volk. Alleen de Levieten mogen bij de heilige tent komen. Alle andere mensen die er komen, moeten gedood worden.’
De Israëlieten deden alles precies zoals de Heer het gezegd had.

De Heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Als de Israëlieten hun tenten opzetten, moeten ze dat doen bij de vlag van hun eigen familie en hun eigen stam. Alle tenten moeten rondom de heilige tent staan, maar niet te dicht bij de heilige tent.
Aan de oostkant van de heilige tent, aan de kant waar de zon opkomt, moet de vlag van de stam Juda komen. Daar moeten de mensen van de stam Juda hun tenten opzetten. Hun leider is Nachson, de zoon van Amminadab. Hun leger heeft 74.600 soldaten.
De stam Issachar komt ook aan de oostkant. Hun leider is Netanel, de zoon van Suar. Hun leger heeft 54.400 soldaten.
Ook de stam Zebulon komt aan de oostkant. Hun leider is Eliab, de zoon van Chelon. Hun leger heeft 57.400 soldaten.
Die stammen moeten het eerst vertrekken als het volk verder reist. In totaal zijn er 186.400 soldaten bij de vlag van de stam Juda.
Aan de zuidkant van de heilige tent moet de vlag van de stam Ruben komen. Daar moeten de mensen van de stam Ruben hun tenten opzetten. Hun leider is Elisur, de zoon van Sedeür. Hun leger heeft 46.500 soldaten.
De stam Simeon komt ook aan de zuidkant. Hun leider is Selumiël, de zoon van Surisaddai. Hun leger heeft 59.300 soldaten.
Ook de stam Gad komt aan de zuidkant. Hun leider is Eljasaf, de zoon van Deüel. Hun leger heeft 45.650 soldaten.
Die stammen moeten als tweede vertrekken als het volk verder reist. In totaal zijn er 151.450 soldaten bij de vlag van de stam Ruben.
De stam Levi komt in het midden, rondom de heilige tent. Ook als het volk verder reist, blijven de Levieten in het midden. Want onderweg blijven alle stammen op hun eigen plaats, bij hun eigen vlag.
Aan de westkant van de heilige tent moet de vlag van de stam Efraïm komen. Daar moeten de mensen van de stam Efraïm hun tenten opzetten. Hun leider is Elisama, de zoon van Ammihud. Hun leger heeft 40.500 soldaten.
De stam Manasse komt ook aan de westkant. Hun leider is Gamliël, de zoon van Pedasur. Hun leger heeft 32.200 soldaten.
Ook de stam Benjamin komt aan de westkant. Hun leider is Abidan, de zoon van Gidoni. Hun leger heeft 35.400 soldaten.
Die stammen moeten als derde vertrekken als het volk verder reist. In totaal zijn er 108.100 soldaten bij de vlag van de stam Efraïm.
Aan de noordkant van de heilige tent moet de vlag van de stam Dan komen. Daar moeten de mensen van de stam Dan hun tenten opzetten. Hun leider is Achiëzer, de zoon van Ammisaddai. Hun leger heeft 62.700 soldaten.
De stam Aser komt ook aan de noordkant. Hun leider is Pagiël, de zoon van Ochran. Hun leger heeft 41.500 soldaten.
Ook de stam Naftali komt aan de noordkant. Hun leider is Achira, de zoon van Enan. Hun leger heeft 53.400 soldaten.
Die stammen moeten als laatste vertrekken als het volk verder reist. In totaal zijn er 157.600 soldaten bij de vlag van de stam Dan.’
In totaal had het volk van Israël in alle families 603.550 soldaten. Zo veel waren er geteld. De Levieten waren niet meegeteld met de andere Israëlieten. Want zo had de Heer het tegen Mozes gezegd.
De Israëlieten deden alles wat de Heer tegen Mozes gezegd had. Alle stammen zetten hun tenten op bij hun eigen vlag. En als ze verder reisden, bleef iedereen bij zijn eigen familie en zijn eigen stam.

Nu volgen de namen van de nakomelingen van Mozes en Aäron. Die nakomelingen leefden in de tijd dat de Heer met Mozes sprak op de berg Sinai.
De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar. Nadab was de oudste. Die zonen had Mozes als priester aangesteld.
Maar Nadab en Abihu stierven in de woestijn. Want ze hadden een offer gebracht op een verkeerde manier, niet volgens de regels van de Heer. Ze hadden geen zonen. Daarom waren in de tijd dat Aäron leefde, alleen Eleazar en Itamar nog over als priesters.
De Heer zei tegen Mozes: ‘Laat alle mannen van de stam Levi bij je komen. Zij moeten in dienst komen van Aäron en hem helpen bij het werk. Ze moeten voor hem en voor het hele volk bij de heilige tent werken, en zorgen voor alle heilige voorwerpen. Alle Levieten moeten Aäron en zijn zonen helpen. Dat doen ze namens alle Israëlieten.
Aäron en zijn zonen zijn de priesters. Alleen zij mogen in de heilige tent komen. Ieder ander die in de heilige tent komt, moet gedood worden.’
De Heer zei ook tegen Mozes: ‘De Levieten zijn voor mij. In Egypte heb ik de oudste zoon van elk gezin gedood. Toen heb ik gezegd dat alle oudste zonen van de Israëlieten voor mij zijn, en het oudste jong van al hun dieren ook. Maar nu kies ik de Levieten in plaats van de oudste zonen van alle Israëlieten. Zij zijn van mij, want ik ben de Heer.’
Daar in de Sinai-woestijn zei de Heer tegen Mozes: ‘Schrijf de namen op van alle mannelijke Levieten van één maand en ouder. En schrijf op bij welk gezin en bij welke familie ze horen.’
Mozes deed wat de Heer gezegd had. Hij schreef de namen op van de mannelijke Levieten.
De zonen van Levi waren: Gerson, Kehat en Merari.
Gerson had twee zonen: Libni en Simi. Kehat had vier zonen: Amram, Jishar, Chebron en Uzziël. En Merari had twee zonen: Machli en Musi.
De verschillende families van de Levieten werden naar deze zonen en kleinzonen van Levi genoemd.
De families van Libni en Simi stamden af van Gerson. Het aantal mannelijke personen van één maand en ouder in die families was 7500. Hun leider was Eljasaf, de zoon van Laël.
Die nakomelingen van Gerson zetten hun tenten op achter de heilige tent, aan de westkant. Zij moesten zorgen voor het volgende: de heilige tent en de tent die over de heilige tent heen kwam, de kleden om de buitenste tent af te dekken en het gordijn bij de ingang van de heilige tent, de schermen van het plein rondom de heilige tent en het altaar, het gordijn bij de ingang van het plein, en alle touwen die nodig waren om de tent op te zetten.
Alles wat te maken had met de heilige tent, was hun werk.
De families van Amram, Jishar, Chebron en Uzziël stamden af van Kehat. Het aantal mannelijke personen van één maand en ouder in die families was 8600. Hun leider was Elisafan, de zoon van Uzziël.
Die nakomelingen van Kehat zetten hun tenten op aan de zijkant van de heilige tent, aan de zuidkant. Zij moesten zorgen voor de dingen uit de heilige tent. Dus voor de heilige kist, de tafel en de kandelaar, de altaren, de heilige voorwerpen en het gordijn voor de allerheiligste ruimte.
Alles wat te maken had met de dingen uit de heilige tent, was hun werk.
De leider van alle Levieten was Eleazar, de zoon van de priester Aäron. Eleazar had de leiding over iedereen die bij de heilige tent werkte.
De families van Machli en Musi stamden af van Merari. Het aantal mannelijke personen van één maand en ouder in die families was 6200. Hun leider was Suriël, de zoon van Abichaïl.
Die nakomelingen van Merari zetten hun tenten op aan de andere zijkant van de heilige tent, aan de noordkant. Zij moesten zorgen voor het volgende: de planken, de dwarsbalken en de palen van de heilige tent, alle voetstukken, pinnen en touwen.
Alles wat te maken had met het opbouwen van de heilige tent, was hun werk.
Aan de voorkant van de heilige tent, aan de oostkant, zetten Mozes, Aäron en de zonen van Aäron hun tenten op. Zij dienden de Heer in de heilige tent. Dat deden ze namens alle Israëlieten.
Ieder ander die in de heilige tent kwam, werd gedood.
Het totale aantal mannelijke Levieten van één maand en ouder was 22.000. Zo veel hadden Mozes en Aäron er geteld. Ze hadden de namen opgeschreven per gezin en per familie.
De Heer zei tegen Mozes: ‘Maak een lijst van alle oudste zonen van de Israëlieten die één maand of ouder zijn. Tel hoeveel het er zijn. Zij zijn voor mij. Maar ze mogen vervangen worden door Levieten. En het eerste jong van elk dier van de Israëlieten mag vervangen worden door een dier van de Levieten. Elk eerste jong is voor mij, want ik ben de Heer.’
Mozes deed wat de Heer gezegd had. Hij telde alle oudste zonen van de Israëlieten. In totaal waren dat 22.273 mannen en jongens van één maand en ouder.
Daarna zei de Heer tegen Mozes: ‘De Levieten vervangen de oudste zonen van de Israëlieten. En de dieren van de Levieten vervangen de eerste dieren van de Israëlieten. De Levieten zijn voor mij, want ik ben de Heer.
Maar er zijn 273 Levieten te weinig. Voor die 273 moet betaald worden, per persoon 5 zilverstukken van 10 gram volgens het officiële gewicht. Dat zilver moet je aan Aäron geven. Je kunt ermee betalen voor de 273 Israëlieten die niet door Levieten vervangen kunnen worden.’
Mozes deed wat de Heer gezegd had. Hij liet de Israëlieten 1365 zilverstukken betalen voor de oudste zonen. Dat zilver gaf hij aan Aäron en zijn zonen, zoals de Heer tegen hem gezegd had.

De Heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Jullie moeten de Levieten tellen. Begin met de nakomelingen van Kehat. Tel per familie alle mannen die tussen de dertig en de vijftig jaar oud zijn. Zij moeten werk doen bij de heilige tent. Het is hun taak om te zorgen voor de allerheiligste ruimte van de tent.
Als het volk verder gaat reizen, moeten Aäron en zijn zonen het gordijn losmaken dat voor de heilige kist hangt. Ze moeten het over de heilige kist leggen. Dan moeten ze er een kleed van zwart leer overheen leggen, en een paars kleed. Daarna moeten ze de stokken vastmaken om de kist te dragen.
Ook over de tafel met het offerbrood moeten ze een paars kleed leggen. Op dat kleed zetten ze de schotels, schalen, kannen en kommen, en ook het offerbrood. Daar komt een rood kleed overheen, en een kleed van zwart leer. Daarna moeten ze de stokken vastmaken om de tafel te dragen.
Aäron en zijn zonen moeten ook een paars kleed leggen over de kandelaar, de olielampen, de tangen om het licht te doven, de bakjes voor de tangen en alle oliekannen. Daarna moeten ze alles op een plank zetten die met een kleed van zwart leer bedekt is. Op die plank kan alles gedragen worden.
Over het gouden altaar komt een paars kleed, en een kleed van zwart leer. Daarna worden de stokken vastgemaakt om het altaar te dragen.
Alle voorwerpen die in de heilige tent gebruikt worden, moeten op een paars kleed gelegd worden, met daaroverheen een kleed van zwart leer. Daarna wordt alles op een plank gelegd om het te dragen.
Ten slotte moeten Aäron en zijn zonen het grote altaar schoonmaken, en er een rood kleed overheen leggen. Op dat kleed leggen ze alle voorwerpen die bij het altaar horen: pannen, vorken, scheppen en schalen. Daar leggen ze een kleed van zwart leer overheen, en dan maken ze de stokken vast om het altaar te dragen.
Als het volk verder gaat reizen, moeten Aäron en zijn zonen dus eerst alle heilige voorwerpen inpakken. Daarna moeten de nakomelingen van Kehat die dragen. Ze mogen de heilige voorwerpen niet aanraken, want dan zullen ze sterven. Hun taak is dus het dragen van de heilige tent en alles wat erbij hoort.
Eleazar, de zoon van Aäron, moet zorgen voor de olie van de kandelaar, voor de wierook, voor het graanoffer en voor alle heilige olie. Hij is verantwoordelijk voor de heilige tent, voor alles in de tent en voor alle heilige voorwerpen.
Let erop dat de nakomelingen van Kehat niet te dicht bij de allerheiligste ruimte van de tent komen. Want dan zullen ze sterven. Aäron en zijn zonen moeten de tent in gaan. En zij moeten de nakomelingen van Kehat vertellen wat ze moeten doen en wat ze moeten dragen. De nakomelingen van Kehat mogen zelf niet in de heilige tent komen. Want als ze ook maar iets van de heilige voorwerpen zien, zullen ze sterven.’
Daarna zei de Heer tegen Mozes: ‘Tel alle nakomelingen van Gerson, per familie. Tel alle mannen die tussen de dertig en de vijftig jaar oud zijn. Zij moeten werk doen bij de heilige tent.
De nakomelingen van Gerson moeten helpen bij het vervoer van de heilige tent. Zij moeten de tentdoeken dragen, en de kleden van rood en zwart leer die over de tent heen liggen. Ook moeten ze het gordijn voor de ingang van de tent dragen. Ten slotte de schermen die om het plein met het altaar staan, het gordijn voor de ingang van het plein, de touwen en al het gereedschap. Voor al die dingen moeten ze zorgen.
Dat is de taak van de nakomelingen van Gerson bij het vervoer van de heilige tent. Die taak hebben ze gekregen van Aäron en zijn zonen. Itamar, de zoon van Aäron, heeft de leiding bij het werk. En jij, Mozes, moet tegen iedereen zeggen wat hij moet dragen.
Je moet ook de nakomelingen van Merari tellen, per familie. Tel alle mannen die tussen de dertig en de vijftig jaar oud zijn. Zij moeten werk doen bij de heilige tent.
De nakomelingen van Merari moeten helpen bij het vervoer van de heilige tent. Zij moeten de planken van de tent dragen, de dwarsbalken, de palen en de voetstukken. Ook de palen voor het scherm om het plein, met de pinnen, de touwen en al het gereedschap. Alles wat met het vervoer van die dingen te maken heeft, is hun werk. Maak een lijst van alles wat zij moeten dragen.
Dat is de taak van de nakomelingen van Merari bij het vervoer van de heilige tent. Itamar, de zoon van Aäron, heeft de leiding over hun werk.’
Mozes, Aäron en de leiders van het volk telden alle nakomelingen van Kehat, zoals de Heer gezegd had. Ze schreven per familie de namen van alle mannen op die tussen de dertig en de vijftig jaar oud waren. Die mannen moesten werk doen bij de heilige tent. In totaal waren het er 2750.
Ook alle nakomelingen van Gerson werden per familie geteld, zoals de Heer gezegd had. De namen van alle mannen tussen de dertig en de vijftig jaar oud werden opgeschreven. Ook die mannen moesten werk doen bij de heilige tent. In totaal waren het er 2630.
Ook alle nakomelingen van Merari werden per familie geteld, zoals de Heer gezegd had. De namen van alle mannen tussen de dertig en de vijftig jaar oud werden opgeschreven. Ook die mannen moesten werk doen bij de heilige tent. In totaal waren het er 3200.
In totaal werden er 8580 Levieten geteld die tussen de dertig en de vijftig jaar oud waren. Mozes en Aäron schreven hun namen op, per familie. Al die mannen moesten werk doen bij de heilige tent. Onder leiding van Mozes werden al hun namen opgeschreven, zoals de Heer gezegd had. En elke Leviet kreeg een taak bij het vervoer van de heilige tent. Zo had de Heer het tegen Mozes gezegd.

---

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 86.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap