Bijbel in een jaar

Dag 87 - 2026 - Numeri 5-6, Psalm 33

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap Season 2026 Episode 101

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 14:02

Vandaag lezen we Numeri 5 en 6 en Psalm 33 uit de NBV21.

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap 

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.

Dit is dag 87.

Vandaag lezen we Numeri 5-6 en Psalm 33.  

---

De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten dat ze onreine mensen weg moeten sturen uit het kamp: mensen die een huidziekte hebben, mensen die bloed of ander onrein vocht verliezen, en mensen die een dode aangeraakt hebben. Al die mensen moeten weggestuurd worden. Het maakt niet uit of het mannen of vrouwen zijn. Want het kamp moet rein blijven, omdat ik bij het volk woon.’
De Israëlieten deden wat de Heer tegen Mozes gezegd had. Ze stuurden alle onreine mensen weg uit het kamp.
De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg het volgende tegen de Israëlieten: ‘Stel dat een man of een vrouw iets verkeerds doet waardoor een ander schade heeft. Zo iemand maakt een fout tegenover de Heer, en is schuldig. Hij moet in het openbaar zijn fout toegeven. En hij moet aan zijn slachtoffer de hele schade betalen, en een boete van 20 procent.
Stel dat het slachtoffer gestorven is en geen familie heeft. Dan kan de schade niet aan het slachtoffer of zijn familie betaald worden. Dan is het geld voor de Heer. De persoon die de schade veroorzaakt heeft, moet dan het geld aan de priester betalen. Hij moet ook een ram aan de priester geven. Als de priester de ram geofferd heeft, zal de Heer de fout vergeven.
Altijd als jullie een offer brengen, moeten jullie een deel ervan aan de priester geven. De rest is voor degene die het offer brengt.’’
De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg ook dit tegen de Israëlieten: ‘Stel dat een man denkt dat zijn vrouw hem ontrouw is. Hij denkt dat ze met een andere man geslapen heeft. Dan zijn er twee mogelijkheden. Of de vrouw heeft inderdaad met een andere man geslapen, maar niemand heeft het gezien en er is geen bewijs. Toch is haar eigen man jaloers geworden. Of de vrouw is helemaal niet ontrouw geweest, maar haar man denkt het alleen maar, en is jaloers.
Omdat de man jaloers is, moet hij met zijn vrouw naar de priester gaan. Hij moet voor haar een graanoffer meenemen van 2,5 kilo meel, zonder olijfolie of wierook erbij. Dat is een offer voor zijn jaloezie. Het zal duidelijk maken of de vrouw schuldig is.
De priester moet met de vrouw voor het altaar gaan staan. Dan moet hij een kom vullen met water uit de waterbak in de heilige tent. Hij moet wat zand van de grond in de heilige tent oprapen, en dat in het water doen. Daarna maakt hij het haar van de vrouw los, en dan geeft hij het graanoffer aan haar. Zelf houdt hij de kom met het water vast. Dat bittere water kan een straf voor de vrouw worden.
Dan moet de priester een plechtige verklaring van de vrouw vragen. Hij moet tegen haar zeggen: ‘Als er geen andere man met je geslapen heeft, en je dus niet ontrouw geweest bent aan je man, dan zal dit bittere water je geen schade doen. Maar als je wel ontrouw geweest bent aan je man door met een ander te slapen, dan zal de Heer je straffen. Je buik zal heel dik worden door dit bittere water, en je zult nooit meer kinderen krijgen. Je naam zal door de Israëlieten gebruikt worden als voorbeeld van slechtheid.’
De vrouw moet dan antwoorden: ‘Amen, laat het zo gebeuren.’
De priester moet de woorden die hij gezegd heeft, op een stuk papier schrijven. En hij moet daarna dat papier oplossen in het bittere water.
Dan moet de priester het graanoffer uit de handen van de vrouw pakken. Hij moet het aan de Heer aanbieden, en het naar het altaar brengen. Daar moet hij een handvol meel verbranden als teken voor het hele offer. Ten slotte moet hij de vrouw het bittere water laten drinken. In haar buik kan dat water een straf voor haar worden.
Als de vrouw ontrouw geweest is aan haar man, zal het bittere water een straf voor haar zijn. Ze zal onvruchtbaar worden, en haar naam zal door de Israëlieten gebruikt worden als voorbeeld van slechtheid. Maar als de vrouw niets verkeerds gedaan heeft, zal er niets met haar gebeuren. Ze kan dan nog gewoon zwanger worden.
Dat moet dus gebeuren als een man jaloers is en denkt dat zijn vrouw met een andere man geslapen heeft. Hij moet met haar naar het altaar gaan, en de priester moet precies doen wat eerder gezegd is. De man is onschuldig. Als zijn vrouw schuldig is, moet ze gestraft worden.’’

---

De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Er volgen nu regels voor iemand die nazireeër wil worden. Een nazireeër is een man of een vrouw die belooft om de Heer op een speciale manier te dienen.
Zo iemand mag geen wijn of bier drinken. Ook druivensap mag hij niet drinken, en hij mag geen azijn gebruiken die van wijn gemaakt is. Hij mag ook geen druiven en rozijnen eten. In de tijd dat hij de Heer dient, mag hij niets eten dat van een druivenplant komt. Hij mag zelfs geen pit of velletje van een druif eten.
Hij mag ook zijn haar niet knippen. Zolang hij de Heer dient, is hij heilig en moet hij zijn haar laten groeien.
Ten slotte mag een nazireeër niet in de buurt van een dode komen. Zelfs als zijn vader of moeder sterft, of zijn broer of zus, mag hij niet bij hun dode lichaam komen. Want hij mag niet onrein worden. Hij dient God, en zijn lange haar is daarvan het teken.
Zolang iemand nazireeër is, hoort hij bij de Heer.
Er kan heel onverwachts iemand in de buurt van een nazireeër sterven. Dan wordt de nazireeër onrein. Om weer rein te worden, moet hij zeven dagen later zijn hoofd kaalscheren.
Nog een dag later moet hij twee tortelduiven of twee jonge gewone duiven naar de priester brengen, bij de ingang van de heilige tent. De priester moet de ene duif offeren voor de fout van de nazireeër, en hij moet de andere duif helemaal verbranden. Dan vergeeft de Heer de nazireeër dat hij in de buurt van een dode geweest is. Vanaf die dag moet de nazireeër zijn haar weer laten groeien.
Ten slotte moet de nazireeër een ram van één jaar oud aanbieden als offer om zijn schuld goed te maken. Dan moet hij opnieuw beloven dat hij de Heer een bepaalde tijd zal dienen. De tijd dat hij al nazireeër geweest is, telt niet meer mee. Want in die tijd is hij onrein geworden.
Als de afgesproken tijd om nazireeër te zijn, voorbij is, gelden de volgende regels.
De nazireeër moet naar de ingang van de heilige tent gebracht worden. Daar moet hij een offer aanbieden. Hij moet een gezonde ram van één jaar oud meebrengen die helemaal verbrand moet worden. Verder een gezond schaap van één jaar oud voor het offer waarmee zijn fouten goedgemaakt worden. En een gezonde volwassen ram voor het offer bij een feestmaal. Hij moet ook een mand aanbieden met brood zonder gist: dikke broden die met olijfolie gemaakt zijn, en dunne broden waar alleen olie op gesmeerd is. Ten slotte moet hij graan en wijn aanbieden als offer.
De priester moet die offers aan de Heer brengen. Hij moet het schaap offeren om de fouten van de nazireeër goed te maken. En de ram van één jaar oud moet hij helemaal verbranden op het altaar. Verder moet hij de volwassen ram en het brood offeren voor het feestmaal ter ere van de Heer. En ten slotte moet hij het graan en de wijn offeren.
De nazireeër moet zich dan kaalscheren bij de ingang van de heilige tent. Zijn lange haar was een teken van zijn belofte om de Heer te dienen. Nu moet hij het haar in het vuur gooien van het offer voor het feestmaal.
Daarna geeft de priester hem een gekookte schouder van de ram, en een dun en een dik brood zonder gist. Dat moet de priester omhooghouden om het aan te bieden aan de Heer. Het is heilig en de priester mag het eten, net als de borst en de rechterachterpoot van de ram.
Vanaf dat moment mag de nazireeër weer wijn drinken.
Dat zijn de regels voor nazireeërs, mensen die beloven om de Heer op een speciale manier te dienen. En dat zijn de offers die ze moeten brengen. Iemand die rijk is, mag ook nog meer geven. Maar als hij beloofd heeft om meer te geven, moet hij dat ook doen.’’
De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat ze de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen: ‘De Heer zal jullie gelukkig maken en jullie beschermen. De Heer zal bij jullie zijn en voor jullie zorgen. De Heer zal aan jullie denken en jullie vrede geven.’
Als Aäron en zijn zonen zo mijn naam noemen voor het volk, zal ik de Israëlieten geluk en vrede geven.’

---

Psalm 33

Juich, mensen die horen bij de Heer.
Zing allemaal voor hem!
Juich voor de Heer en maak muziek,
speel op de harp en zing een lied.
Zing een nieuw lied voor hem,
zing vrolijk en maak mooie muziek.

Want wat de Heer zegt, is waar.
Alles wat hij doet, is goed.
De Heer wil eerlijkheid en recht.
Overal op aarde zie je zijn goedheid.
De Heer heeft de hemel gemaakt.
De sterren zijn er omdat hij heeft gesproken.
Hij heeft het water van de zeeën verzameld,
hij bewaart het als een kostbare schat.

Laat de hele wereld de Heer vereren.
Laat iedereen eerbied voor hem hebben.
Want de Heer sprak, en alles was er.
Hij zei één woord, en alles bestond.
De Heer laat plannen van mensen mislukken,
plannen van volken laat hij niet doorgaan.
Maar de plannen van de Heer blijven bestaan.
Alles gebeurt zoals hij het bedenkt.
Gelukkig is het volk dat leeft met de Heer.
De Heer is hun God,
hij heeft hen uitgekozen.
Vanuit de hemel kijkt de Heer omlaag,
hij ziet alle mensen op aarde.
Vanuit de hemel waar hij woont,
kijkt hij naar de mensen op aarde.
De Heer heeft de mensen gemaakt.
Hij weet precies wat ze doen.

Een koning wint een oorlog niet met zijn leger.
Soldaten hebben niet genoeg aan hun kracht.
Paarden kunnen een mens niet redden,
ook al zijn ze nog zo sterk.
Maar de Heer helpt mensen die hem vereren,
en die vertrouwen op zijn liefde.
Hij redt hen als de dood dichtbij is.
Als er hongersnood is, blijven zij leven.
Vol hoop wachten wij op de Heer.
Hij helpt ons, hij beschermt ons.
Hij maakt ons gelukkig,
bij hem zijn wij veilig.

Heer, laat ons uw liefde zien!
Op u vertrouwen wij.

---

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 87.

Een podcast van het NBG.

Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap