Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 88 - 2026 - Numeri 7-8, Psalm 134
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Numeri 7 en 8 en Psalm 134 uit de NBV21.
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 88.
Vandaag lezen we Numeri 7-8 en Psalm 134.
---
Numeri 7 en 8.
Toen Mozes klaar was met het opbouwen van de heilige tent, goot hij er olijfolie overheen. Hij goot ook wat olie over alles wat bij de tent hoorde. En over het altaar, en over alle voorwerpen die bij het altaar hoorden. Zo werd alles heilig.
Daarna kwamen de leiders van de Israëlieten naar de heilige tent. Zij hadden de leiding over hun familie en over hun stam, en ze hadden het volk geteld. Ze brachten geschenken voor de Heer: zes wagens, en twaalf ossen om de wagens te trekken. Elke leider gaf één os, en elke twee leiders gaven samen één wagen. Ze zetten de wagens en de ossen voor de heilige tent neer.
De Heer zei tegen Mozes: ‘Neem de wagens en de ossen aan, en geef ze aan de Levieten. Zij kunnen ze gebruiken bij al het werk dat ze doen voor de heilige tent.’
Mozes verdeelde de wagens en de ossen onder de Levieten. Hij gaf twee wagens en vier ossen aan de familie van Gerson. En hij gaf vier wagens en acht ossen aan de familie van Merari. Ze konden ze gebruiken voor het werk dat ze deden onder leiding van Itamar, de zoon van de priester Aäron.
Aan de familie van Kehat gaf Mozes geen wagens en ossen. Zij hadden ze niet nodig. Want zij droegen de heilige voorwerpen op hun schouders.
Mozes had het altaar heilig gemaakt door er olijfolie overheen te gieten. Daarna kon het altaar officieel in gebruik genomen worden. De leiders van het volk brachten toen nog meer geschenken.
Toen de leiders met hun geschenken bij het altaar stonden, zei de Heer tegen Mozes: ‘Laat in de volgende dagen elke dag één leider komen. Die kan dan zijn geschenken voor het altaar aanbieden.’
Op de eerste dag kwam Nachson zijn geschenken brengen. Hij was een zoon van Amminadab, en kwam uit de stam Juda. Hij gaf een zilveren schotel van 1300 gram, volgens het officiële gewicht, en een zilveren schaal van 700 gram. De schotel en de schaal waren allebei gevuld met fijn meel, gemengd met olijfolie. Het meel was bedoeld voor het graanoffer. Hij gaf ook een gouden schaaltje van 100 gram, gevuld met wierook.
Verder gaf hij een jonge stier, een volwassen ram en een ram van één jaar oud, voor de offers die helemaal verbrand moesten worden. Hij gaf ook een bok, voor het offer waarmee fouten goedgemaakt worden. Ten slotte gaf hij twee koeien, vijf volwassen rammen, vijf bokken, en vijf rammen van één jaar oud. Die dieren waren bestemd voor het offer bij een feestmaal.
Dat waren de geschenken van Nachson, de zoon van Amminadab.
Op de tweede dag kwam Netanel, de zoon van Suar, de leider van de stam Issachar. Hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
Op de derde dag kwam Eliab, de zoon van Chelon, de leider van de stam Zebulon. Ook hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
Op de vierde dag kwam Elisur, de zoon van Sedeür, de leider van de stam Ruben. Ook hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
Op de vijfde dag kwam Selumiël, de zoon van Surisaddai, de leider van de stam Simeon. Ook hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
Op de zesde dag kwam Eljasaf, de zoon van Deüel, de leider van de stam Gad. Ook hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
Op de zevende dag kwam Elisama, de zoon van Ammihud, de leider van de stam Efraïm. Ook hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
Op de achtste dag kwam Gamliël, de zoon van Pedasur, de leider van de stam Manasse. Ook hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
Op de negende dag kwam Abidan, de zoon van Gidoni, de leider van de stam Benjamin. Ook hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
Op de tiende dag kwam Achiëzer, de zoon van Ammisaddai, de leider van de stam Dan. Ook hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
Op de elfde dag kwam Pagiël, de zoon van Ochran, de leider van de stam Aser. Ook hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
En op de twaalfde dag kwam Achira, de zoon van Enan, de leider van de stam Naftali. Ook hij gaf dezelfde geschenken als Nachson.
Nu volgt het totaal van de geschenken van de leiders van het volk. Ze gaven die geschenken toen het altaar officieel in gebruik genomen werd.
Allereerst gaven ze twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren schalen en twaalf gouden schaaltjes. Elke zilveren schotel woog 1300 gram, en elke zilveren schaal woog 700 gram. In totaal wogen de zilveren voorwerpen 24 kilo volgens het officiële gewicht. Elk gouden schaaltje woog 100 gram. In totaal wogen de gouden schaaltjes 1200 gram volgens het officiële gewicht. De schaaltjes werden gevuld met wierook.
De leiders van het volk gaven ook dieren om te offeren. Eerst dieren voor de offers die helemaal verbrand moesten worden met de graanoffers die erbij hoorden. Dat waren in totaal twaalf jonge stieren, twaalf volwassen rammen en twaalf rammen van één jaar oud. Daarna gaven ze dieren voor de offers waarmee fouten goedgemaakt worden, in totaal twaalf bokken.
Ten slotte gaven ze dieren voor de offers bij een feestmaal. Dat waren in totaal 24 jonge stieren, zestig volwassen rammen, zestig bokken, en zestig rammen van één jaar oud.
Dat waren de geschenken die aangeboden werden. Ze waren bedoeld om het altaar in gebruik te nemen. Mozes had het altaar eerst heilig gemaakt door er olijfolie overheen te gieten.
Telkens als Mozes de heilige tent binnenging om met de Heer te spreken, hoorde hij de stem van de Heer. De stem van de Heer klonk tussen de twee engelen, boven het deksel van de heilige kist. Zo sprak de Heer met Mozes.
De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron dat hij de olielampen op de kandelaar zet. Hij moet ze zo neerzetten dat het licht van alle zeven lampen naar voren schijnt.’
Aäron deed wat de Heer gezegd had. Hij zette de lampen zo op de kandelaar dat het licht naar voren scheen.
De hele kandelaar was van één stuk goud gemaakt, van onder tot boven. Ook de versieringen met bloemen, boven aan de kandelaar, waren van goud. De kandelaar was net zo gemaakt als het voorbeeld dat de Heer aan Mozes had laten zien.
De Heer zei tegen Mozes: ‘Zet de Levieten apart van de andere Israëlieten. Je moet ervoor zorgen dat de Levieten rein worden. Je moet eerst water over hen heen druppelen. En zij moeten al het haar van hun lichaam wegscheren en hun kleren wassen. Dan zijn ze rein.
Daarna moeten ze een jonge stier bij je brengen en een graanoffer van fijn meel, gemengd met olijfolie. Laat dan nog een jonge stier komen, voor het offer waarmee hun fouten goedgemaakt worden.
Zeg dat de Levieten zich moeten verzamelen voor de heilige tent. En laat ook alle andere Israëlieten daarheen komen. Daar, voor de tent, moeten de Israëlieten hun handen op de hoofden van de Levieten leggen. Dan moet Aäron namens het volk de Levieten aan mij aanbieden. Want zij zijn voor mij, zij zullen mij dienen.
De Levieten moeten hun hand op de kop van de twee stieren leggen. De ene stier is het offer waarmee hun fouten goedgemaakt worden. De andere stier is het offer dat helemaal verbrand moet worden. Als die offers aan mij gebracht zijn, is alles weer goed tussen mij en de Levieten.
De Levieten moeten in dienst van Aäron en zijn zonen werken. De Levieten zijn een bijzonder geschenk voor mij. Ze zijn anders dan de andere Israëlieten, want ze zijn voor mij bestemd. Als de Levieten rein geworden zijn, en als ze aan mij aangeboden zijn, mogen ze bij de heilige tent werken.
Ik heb de Levieten uitgekozen om mij te dienen. Zij nemen de plaats in van de oudste zonen van de Israëlieten. Want eigenlijk is elke oudste zoon voor mij, en ook elk dier dat het eerst geboren is. Dat heb ik bepaald toen ik de oudste zonen van de Egyptenaren doodde. Maar ik heb de mannen van de stam Levi uitgekozen om de plaats in te nemen van de oudste zonen van de Israëlieten.
De Levieten moeten Aäron en zijn zonen helpen. Want de andere Israëlieten mogen niet te dicht bij de heilige tent komen. Als ze dat wel doen, zullen ze sterven. Daarom moeten de Levieten het werk bij de heilige tent doen. Zo zorgen zij ervoor dat het altijd goed is tussen mij en het volk.’
Mozes en Aäron en de andere Israëlieten zorgden ervoor dat alles gebeurde wat de Heer over de Levieten gezegd had. De Levieten wasten zich om rein te worden, en ze wasten ook hun kleren. Daarna bracht Aäron hen naar het altaar. Hij bracht offers om alles tussen de Heer en de Levieten goed te maken. Toen waren de Levieten helemaal rein.
Daarna konden de Levieten bij de heilige tent gaan werken onder leiding van Aäron en zijn zonen. Alles wat de Heer tegen Mozes gezegd had over de Levieten, gebeurde ook.
De Heer zei tegen Mozes: ‘Alle Levieten van 25 jaar en ouder moeten bij de heilige tent werken. Als ze vijftig zijn, hoeven ze dat niet meer te doen. Ze mogen dan nog wel de anderen helpen, maar ze zijn niet meer verplicht om te werken. Zo moet het werk van de Levieten geregeld worden.’
--
Psalm 134
Een lied voor de reis naar Jeruzalem.
Dank de Heer, dienaren van God,
jullie die dag en nacht in zijn tempel zijn.
Bid in zijn heilige tempel,
dank de Heer!
Laat de Heer jullie geluk en vrede geven vanuit Sion,
de Heer die de hemel en de aarde gemaakt heeft.
---
Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 88.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.