Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 118 - 2026 - Deuteronomium 29-30, Psalm 19
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Dit is de Bijbel in een jaarpodcast van het NBG. Dit is dag 119. Vandaag lezen we Deuteronom 29 en 30 en Pzalme 19. Deuteronom 29 en 30.
SPEAKER_00Verdere vermaningen. Mozes riep het hele volk van Israël bijeen en sprak het als volgt toe. U hebt in Egypte met eigen ogen gezien wat de Heer allemaal heeft gedaan met de faro en al zijn dienaren en met heel zijn land. U was getuige van zijn grootse daden en tekenen en wonderen. Maar tot op de dag van vandaag heeft de Heer u geen inzicht gegeven, uw de oren en ogen niet geopend. Veertig jaar lang heeft hij u door de woestijn geleid. En in al die tijd raakte uw kleren en uw sandalen niet versleten en had u geen brood en geen wijn of bier nodig. Dat moest u ervan doordringen dat Hij de Heer uw God is. Toen wij vervolgens hier aankwamen, trok koning Sigon van Gespon en koning Och van Bazan tegen ons ten strijde. Maar wij versloegen hen en namen hun land in bezit. Dat hele gebied werd aan de stammen Ruben en Gat, en aan de helft van de stam Manasse toegewezen. Houd u daarom aan de regels van dit verbond opdat u slaagt in alles wat u doet. Hier bent u al nu bijeen, ten overstaan van de Heer uw God. De stamhoofden, de oudsten, de schrijvers, alle mannen, vrouwen en kinderen van Israël en alle vreemdelingen die als houthakker of waterputter in het kamp werken. Bij één om toe te treden tot het verbond dat de Heer uw God vandaag met u sluit en de sancties die erbij horen te aanvaarden. Zo wil Hij u vandaag tot zijn volk maken, en dan zal Hij uw God zijn, zoals hij u heeft beloofd, en zoals Gij ook uw voorouders Abraham, Isaac en Jacob, onder Ede heeft toegezegd. Niet alleen met u, die hier nu ten overstaan van de Heer, onze God bijeen bent, sluit ik dit verbond, maar ook met degene die er nu nog niet bij zijn. U herinnert u de tijd dat we in Egypte woonden en hoe we daarna door het gebied van andere volken trokken. U hebt toen kennis gemaakt met de gruwelijke afgodsbeelden van hout, steen, zilver en goud die zij erop nahielden. Mogelijk is er hier een man of vrouw, of zelfs een familie of stam, die op dit moment liever de Heer, onze God zou willen verlaten om de goden van die volken te gaan vereen. Mogelijk sluimert er zo'n giftige kiem in ons midden. Mocht zo iemand bij het horen van de vervloekingen menen, als ik mijn eigen koppige hart volg, zal het mij even goed voor de wind gaan en zichzelf daarmee geruststellen. Dan zet hij alles wat Hij is en heeft op het spel. Want de Heer zal het hem niet willen vergeven. De Heer zal zijn gekrænkte liefde wreken en al zijn woede tegen hem laten losbarsten. Alle vervloekingen die in dit boek beschreven zijn, zullen hem treffen. En de Heer zal zijn naam onder de hemel uitwissen. De Heer zal hem afzonderen van de stammen van Israël en hem voor het ongeluk bestemmen, overeenkomstig de vervloekingen van het verbond dat in dit wetboek is opgetekend. Wanneer de komende generaties, zowel uw eigen nakomelingen als buitenlanders uit verre streken, zien hoe uw land te lijden heeft en met welke plagen de Heer het heeft getroffen, heel de bodem door zwavel en zout vergiftigd, zodat zaaien geen zin meer heeft en er helemaal niets meer wil groeien, net zoals toen de Heer in zijn grote woede Sodom en Gomorra atma en Seboim weggevaagd had. Dan zal bij hen de vraag reizen, net als bij ieder volk: waarom behandelt de Heer dit land zo? Waarom is zijn toon zo hevig opgeleid? Dit zal het antwoord zijn. Zij hebben het verbond geschonden dat de Heer, de God van hun voorouders, met hen sloot, toen hij hen wegleidde uit Egypte. Ze zijn andere goden gaan vereen en hebben neergeknield voor Goden die ze nog niet kenden, en die de Heer niet voor hen had bestemd. Dat is de reden waarom de Heer in woede tegen dit land is uitgebarsten en alle vervloekingen die in dit boek beschreven staan over hen heeft uitgestort. Zo kwaad, zo woedend, zo razend was de Heer, dat Hij hen van hun eigen grond heeft gerukt en naar een ander land heeft weggeslingerd. Zo ver is het nu gekomen. Wat verborgen is, behoort de Heer onze God toe, wat openbaar is, komt ons toe. Wij en onze kinderen dienen ons altijd te richten naar alle bepalingen van deze wet. Wanneer alles werkelijkheid is geworden wat ik u beschreven heb, de zegeningen en de vervloekingen, en wanneer u ten slotte door de Heer uw God uiteengejaagd en verstrooid onder alle volken, daar lering uitgetrokken hebt en samen met uw kinderen naar de Heer uw God terugkeert en hem weer met hart en ziel gaat gehoorzamen. Daartoe heb ik u vandaag aangespoord. Dan zal de Heer, uw God in uw lot een keer brengen. Hij zal zich over u ontfermen en u, naar uw eerst verstrooid te hebben, weer uit al die landen bijeenbrengen. Zelfs als zijn sommige verbannen naar het eind van de wereld, de Heer, uw God, zal u terughalen en weer bij elkaar brengen. Hij zal u terugbrengen naar het land dat uw voorouders ooit bezaten en het u weer in bezit geven. Hij zal u meer nog dan uw voorouders zegenen en in aantal doen toenemen. De Heer, uw God, zal uw hart besnijden en ook dat van uw nakomelingen, zodat u hem weer met hart en ziel zult lief hebben en in leven zult blijven. De vervloekingen zal H bestemmen voor uw vijanden en voor alle die uw hate en jacht op u maakten. En u zult de Heer weer gehoorzaam zijn en al zijn geboden zoals ik ze u vandaag heb voorgehouden, in acht nemen. De Heer, uw God, zal u voorspoed geven in alles wat u onderneemt, uw kinderen rijk maken en uw vee en uw land vruchtbaar maken. Hij zal er weer vreugde in vinden om u te zegenen, zoals voorheen bij uw voorouders. Want u toont de Heer, uw God, dan uw gehoorzaamheid door de geboden en bepalingen in dit wetboek in acht te nemen en u wilt hem weer met hart en ziel toe behoren. De geboden die ik u vandaag heb gegeven, zijn niet te zwaar voor u en liggen niet buiten uw bereik. Ze zijn niet in de hemel, dus u hoeft niet te zeggen, wie stijgt voor ons op naar de hemel om ze daar te halen en ze ons bekend te maken, zodat wij ernaar kunnen handelen. Ook zijn ze niet aan de overkant van de zee, dus u hoeft niet te zeggen, wie steekt de zee voor ons over om ze daar te halen en ze ons bekend te maken, zodat wij erna kunnen handelen. Nee, die geboden zijn heel dicht bij u, in uw mond en in uw hart, u kunt ze volbrengen. Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood. Wanneer u zich houdt aan de geboden van de Heer, uw God, zoals ik ze u vandaag heb gegeven, door Hem lief te hebben, door de weg te volgen die Hij wijst en zijn geboden, wetten en regels in acht te nemen, dan zult u in leven blijven en in aantal toenemen, en dan zal de Heer uw God u zegenen in het land dat u in bezit zult nemen. Maar als u hem de rug toekeert en weigert te luisteren, als u zich ertoe laat verleiden neer te knielen voor andere goden en die te vereen, dan zeg ik u op voorhand dat u te gronden zult gaan. Dan zal u aan de overkant van de Jordaan, in het land dat u in bezit zult nemen, geen lang leven beschoren zijn. Ik roep vandaag hemel en aarde als getuige op. U staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloeg. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen, door de Heer, uw God lief te hebben, Hem te gehoorzamen en Hem toegedaan te blijven. Dan zult u lang blijven wonen in het land dat Hij uw voorouders, Abraham, Isaac en Jacob, onder Ede heeft beloofd.
SPEAKER_01Psalmen 19. Voor de koorleider. Een Psalm van David. De hemel verhaalt van Gods majestijd. Het uitspansel roemt het werk van zijn handen. De dag zegt het voort aan de dag die komt. De nacht vertelt het door aan de volgende nacht. Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord. Het is een spraak zonder klank. Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal. Daar heeft hij een tent opgeslagen voor de zon. Een jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat, een held die juichend voortnelt op zijn weg. Aan het ene einde van de hemel komt hij op, aan het andere einde voltooit hij zijn loop. Niets blijft voor zijn groed verborgen. De wet van de Heer is volmaakt, levenskracht voor de mens. De richtlijn van de Heer is betrouwbaar, wijsheid voor de eenvoudige. De bevelen van de Heer zijn eenduidig, vreugde voor het hart. Het gebod van de Heer is helder, licht voor de ogen. Het ontzag voor de Heer is zuiver. Houd stand voor altijd. De voorschriften van de Heer zijn waarachtig, rechtvaardig, geheel en al. Ze zijn begeerlijker dan goud, dan fijn goud in overvloed en zoeter dan honing, dan honing vers uit de raad. Uw dienaar laat zich er door gezeggen. Wie ze opvolgt, wordt rijk beloond. Maar wie kan al zijn fouten kennen? Spreek mij vrij van verborgen zonden. Bescherm mij, uw dienaar, en laat hoogmoed niet over mij heersen. Dan zal ik volmaakt zijn en bevrijd van grote zonden. Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpijnzingen van mijn hart uw bekoren. Heer, mijn rots, mijn bevrijder.
SPEAKER_02Dit is de Bijbel in een jaar podcast van het NBG. Morgen staat er weer een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.