Zeg es notaris

Omgaan met verlies: opnieuw rust vinden na een overlijden

Notaris.be Season 9 Episode 3

Send us a text

Wat komt er allemaal op je af als een dierbare overlijdt? Op emotioneel vlak, maar ook op praktisch vlak? We praten erover met  klinisch psycholoog Manu Keirse en notaris Bénédicte Strobbe.

Ellen Wauters:

Welkom beste luisteraar bij Zegis Notaris, de podcast van Notaris.de. In deze reeks bespreken we verschillende topics die te maken hebben met verlies. In deze aflevering willen we vooral stilstaan bij wat verlies met ons doet. En aan mijn zijde heb ik gelukkig daarvoor twee experten die elk vanuit een heel andere invalshoek te maken hebben met rouwende mensen. Notaris Benedikt Stropbe, welkom. Hallo en professor in de geneeskunde, dokter Manu Kersen.

Manu Keirse:

Dankjewel.

Ellen Wauters:

We hebben het al heel uitvoerig gehad over rouw in de eerste aflevering. En daar gaan we nog verder over door. Want er is nog zoveel over te vertellen. Want ja, erfgenaam wordt het is meer dan erven die juridische situatie. Het doet ook gewoon wel iets met iemand. Wlots word je dan geconfronteerd met de erfenis. De rekeningen van overleden worden gedeblokkeerd. Je krijgt ook wel very awkward. Toegang tot alle gegevens van een overleden dierbare. En dan moet je ook nog eens gaan praten over geld laat staan met je broer of zussen, die misschien al maanden niet meer gezien hebben. Ik ben een dictie. Ik trek het misschien even op flessen, maar erfgenamen voelen zich soms wel wat verloren, denk ik. En wat doe je dan om hen ook wel daarin gerust te stellen?

Bénédicte Strobbe:

Het is heel belangrijk om vooral te informeren, mensen uit te leggen wat er gaande is, wat er allemaal gaat gebeuren. Maar het is wel zo dat het toch wel altijd. iedere situatie is anders. De meeste situaties voelen kinderen zich eigenlijk wat ongemakkelijk. Ze vinden dat niet zo oké dat zij plot zien, wat de ouders hebben opgebouwd, wat ze gespaard hebben. Ze voelen zich zo'n beetje voyeuristisch van oké, ik hoef dat eigenlijk allemaal niet te weten. Laat staan, dat er hier al een deel naar mij verherpt, dat dat eigenlijk aan mij toekomt, dat een deel van die rekeningen aan mij moet toekomen. Ja, ik vind dat dit niet aan mij moet toekomen. Dat is voor mijn mama, dat is voor mijn papa. Zolang hij van hen in leven is, moet het aan hen toekomen. Oké, dat is natuurlijk heel mooi en heel nobel van de kinderen. Gelukkig is dat de situatie die we meest hebben. Maar toch moeten we dan zeggen, oké, wees toch voorzichtig, als je alles bij je mama laat of alles bij je papa bij het langstlevende laat, het kan toch wel niet de bedoeling zijn dat er twee keer over hetzelfde erfbelasting wordt betaald. Want bij het overlijden van de langstleefde, zou er nog eens over hetzelfde moeten worden betaald. Dus dan is het gewoon van belang dat we even samenzetten van kijk, hoe gaan we dat organiseren, zorgen dat de langstlevende ouder toch ook wel zich financieel geen zorg moet maken, niet tekort komt. Maar anderzijds ook toch wel in dag te zijn dat het niet de bedoeling kan zijn dat er twee keer over hetzelfde wordt betaald.

Ellen Wauters:

Wat ik de hele tijd opmerk, is dat dat emotionele zo bod met dat rationele. Dat nog eens onder tijdsdruk. Ja, absoluut.

Bénédicte Strobbe:

Ik heb ook de andere situatie, helaas, recent nog meegemaakt, een enig kind. Samen met de mama, de papa was overleden. En daar kon het eigenlijk niet snel genoeg aan allemaal, voordat ze eigenlijk de toede van de banken tot zich kon toetrekken. Dus het voelde echt wel zo pijnlijk aan. Die mama was haar man, ik weet, die dacht: oké, ik heb nog mijn dochter. Maar die dochter, dat was echt vreselijk. Heel ander boom.

Ellen Wauters:

Ja, dan ben je plots mensen in dat notaris. Ik snap ook wel dat niet elk rauwproces hetzelfde is. Helaas worden wij wel geconfronteerd met mensen die midden van de nacht hun man verliezen door een plotse hartaderbreuk. Maar even hoe kom je op kantoor mensen tegen die na een lange strijd tegen borstkanker helaas er niet meer zijn, dat zijn totaal andere verschillende rouwprocessen.

Manu Keirse:

Hoe zie je dat verschil in rouw? Geen twee mensen rouwen op dezelfde manier. Het is altijd een vingerafdruk. Je kan dus eigenlijk heel goed beschrijven wat er een rouw gebeuren gebeurt. Mensen maken een rouwarbeid door en die bestaat uit vier taken: onder ogen zien van de werkelijkheid van het verlies. Welk niet zo eenvoudig is, dat kan een hele tijd duren, ervaren van de pijn van het verlies. Je kan geen verlies overleven zonder dat je pijn ervaart, je moet door die pijn heen gaan, je aanpast aan de wereld met het verlies en opnieuw leren genieten en herinneringen levendig bewaren. Dat zijn eigenlijk vier taken. En die zijn herkenbaar als een vingerafdruk, maar geen twee mensen op dezelfde manier. Dat is nooit voor twee mensen hetzelfde. Als twee kinderen hun moeder begraven, ook al is dezelfde vrouw die wordt begraven, dat is niet dezelfde moeder voor die twee kinderen. Dat is een heel ander moeder voor die dochter die nog thuis woont, dan voor die zoon die al twintig jaar getrouwd is en in Duitsland woont. Hij hoort me niet zeggen dat voor de een erger is dan voor de andere. Want ik heb geen weegschaal om de zwaarte te wegen, het is anders. En als je nu met een plotsterven wordt geconfronteerd, dan krijg je het gevoel van er kan hier elk moment allerlei gebeuren en dat kan zeer beangstigend zijn. En iemand die sterft aan kanker, kan je daarop voorbereiden. Want heel veel mensen hebben zich daar niet op voorbereid. Ook al is dat duidelijk. Hoe kan dat nu? Dan hoor ik mensen soms zeggen, mijn moeder is ineens gestorven, en ze was maar 62 jaar, ze is ineens gestorven. Ze had kanker als ze twee jaar tegen een vochten heeft, dat is ook zoiets dat je van de strijd tegen kanker verloren. Moet je dat tegen strijden. Moet je naar het leven kijken en de heveningen van het leven accepteren en leren integreren.

Ellen Wauters:

Maar je moet er iets mee doen. Dat is wel heel duidelijk. Dat is het woord dat we hier wel onthouden. Benedict, ik hou diezelfde twee situaties, want we hebben nu al geleerd wat de verstappen zijn. Maar zie je als notarus een verschillende aanpak. Ook al is de aanloop naar die verschillende dossiers totaal anders, zien jij verschillende aanpakingen bij de rouw dossiers?

Bénédicte Strobbe:

Ja, misschien toch wel. Natuurlijk, naaste verliezen, is hoe dan ook altijd een persoonlijk drama, hoe dan ook. Maar inderdaad, mensen die het hebben zien aankomen en die dan op voorhand wat hebben kunnen regelen, dan kan dit toch wel al dat administratieve terug, dat financiële, dat fiscale. Als dat leuk al wat goed geregeld is, dan is dat toch al op zijn minst een verzachting. Niet van de pijn, maar ik bedoel van de administratieve romslom. Iemand die plots haar man verliest op jonge leeftijd in een verkeersongeval. Die mensen zijn zo onderste boven. Die vatten dat eigenlijk niet. Vaak die zitten bij mij, maar eigenlijk die horen niet wat ik zeg. Dat dringt niet tot hen door, die zien alleen maar problemen, maar die zien geen oplossingen. Als die mensen dan op voorhand wel iets zouden geregeld hebben op het niveau van een huwelijkscontractje, dan kunnen we daar misschien toch ook wel zorgen dat die administratieve rondom niet groter wordt, vredig recht, noem maar op, met minderjarige kinderen. Is dat allemaal niet geregeld, dan komen we daar ook nog eens bij terecht. Dus ja, het is echt heftig.

Ellen Wauters:

Een hele hoop vragen en het moet echt gegaspeld worden, natuurlijk.

Bénédicte Strobbe:

Maar drukker mensen stap voor stap bijstaan. En wat ik ook wel heb geleerd, is dat we van in het begin aan mensen zeggen van kijk, het gaat allemaal wel een beetje tijd vragen. Soms denken mensen, oké, we zijn nu bij de notaris geweest, ik heb nu al die informatie gegeven, we zijn er nu van af. Maar eigenlijk is dat toch wel een proces. Eigenlijk is dat toch wel een zesde maand dat dat duurt tegen dat alles is afgewikkeld.

Ellen Wauters:

Ik zie je knieën, want dat is misschien wel net een tijd die ook wel nodig is.

Manu Keirse:

Het is een tijd. Maar als mensen het allemaal niet weten, ze worden geconfronteerd met een overlijden dat plots en onverwachts komt. En dat is ontredderend. Maar dan ook niet weten over al die stappen. En de tijd dat dat vraagt, is ook nog eens ontredderend voor heel veel mensen. Ook al is dat administratief allemaal nodig. Wat de notaris zegt, is van je probeert allerlei uit te leggen. Dat dringt niet door. Je kan je niet concentreren op de intellectuele dingen op dat moment, omdat je emotioneel. en mensen horen een aantal dingen gewoon niet, of kunnen die niet onthouden. Benedict, wat doe je dan?

Ellen Wauters:

Want jij merkt dat van op de eerste rij.

Bénédicte Strobbe:

Ja, dat kan allemaal. Dit is ook geen probleem, maar we herhalen en we gaan stap voor stap. We bellen, we sturen een mailtje en we proberen alles stap voor stap en een mensen echt bij een handje te nemen en hen te helpen.

Ellen Wauters:

Ik zeg wat we nodig hebben op dat moment om heel dat proces te doorlopen, trouwens, maar nu. Ik vroeg me de hele tijd af: is er een verschil tussen mannen die een rouw proces doormaken of vrouwen?

Manu Keirse:

Ja, toch? Ik heb een hoofdstuk in mijn boek gewijd aan rouwe mannen nu anders dan vrouwen.

Ellen Wauters:

Wat is de voorpagina van je boek?

Manu Keirse:

Dat is Helpen bij verlies en verdriet. Tips voor het gezin in de hulpverlener. En daar heb ik geprobeerd, eigenlijk op een bevatelijke manier, zowel voor hulpverleners als voor mensen die het meemaken, te beschrijven. Want mensen zouden moeten weten. Op het einde van elk hoofdstuk staan heel concrete tips voor de rouwenden, voor de omgeving, voor mensen die willen helpen. Tekenen dat mensen herstellen daarvan, dingen die je kan zeggen die je niet kan zijn, die gebaseerd zijn op jarenlang ervaring met mensen. Ik heb dus gewoon geprobeerd de wetenschap en de ervaring in dat boek samen te brengen. Nu kom ik even terug als uw vraag was.

Ellen Wauters:

Ja, ik vroeg me net af of jullie inderdaad ook wel een verschil merken tussen mannen en vrouwen.

Manu Keirse:

Ik heb een hoofdstuk geweest dat rouwen mannen nu anders dan vrouwen. Je hebt een instrumentele manier van rouwen, dat noemt men de mannelijke manier. Je bent daar meer intellectueel mee bezig. Je laat minder tranen zien. Je praat daar minder over. Je wil daar iets aan doen en gaat rapper aan toekomst denken. En je hebt de intuïtieve manier, dat noemt men de vrouwelijke manier. Je verdriet komt in woorden en in tranen naar buiten. Je wil dat delen met mensen in je omgeving. Je beleeft dat in het hier en nu. En je wordt boos als iemand probeert iets aan te doen of errap aan toekomst denken. Je toekomst is verloren soms. Dat heeft niets te maken met de biologie van de man of de vrouw, maar het heeft alles te maken met opvoeding. Van jongs af aan zegt mijn grote jonge weent toch niet. Goed op je zusje pas. En die twee stijlen zijn eigenlijk evenwaardig. En het is eigenlijk belangrijk dat mensen dat ook weten. Ik hoor heel vaak: het kind is verongelukt. En die vrouw zei, mijn man praat nooit over ons overleden kind. En als ik daar zelf over praat met hem, zo voel ik dat ook. Maar waarom spreekt hij daar niet over? Wat hij een andere stijl heeft, en dat weten dat er twee stijlen bestaan, kan heel belangrijk zijn. Er was een meisje verdwenen en vermoord teruggevonden. En die mensen zijn heel vaak in de media geweest en ik koorde heel vaak zeggen: wanneer ga die man nu ook eens tijd maken voor zijn verdriet. Die vrouw zit vol verdriet. En die man is elke avond op stap om acties te organiseren om held in te zamelen. Met dat ingezamelde held gaat hij drie keer per jaar naar Afrika om bronnen te bouwen in kleine dorpjes om zuiver water in de kern van die dorpen te brengen. Wanneer had hij nu eens tijd maken voor zijn verdriet, maar mensen is constant ermee bezig. Hij wil bronnen bouwen, wat geen enkel kind nog vroeg tijdens zou doodgaan door gebrek aan zuiver water. En u wil iets met water doen, want toen zijn dochtertje vermoord is teruggevonden, is ze teruggevonden in het water. Eén keer dat ik had kunnen uitleggen aan die ouders, dat zijn twee stijlen, die zijn evenwaardig. Sindsdien gaat die mama mee naar Afrika. En terwijl haar man bronnen aan bouwen is, zit zij te vertellen en te wenen over de dood van haar dochter, die mensen hebben elkaar teruggevonden en dat verdriet. Weten dat die stijlen bestaan, kan mensen bij elkaar houden en helpen.

Ellen Wauters:

Maar je moet het inderdaad ooit door iemand uitgelegd krijgen en dicht bij jou kunnen vertellen. Benedict, als jij zo'n verschillende stijlen in jouw kabinet krijgt, werk jij verzoenend? Of is dat vooral bijzaken en wil jij vooral tot de point komen? Hoe gaat het dan? Want je merkt wel dat daar een frictie zit tussen misschien die man die op een totaal andere manier het aanpakt dan een vrouw. En jij bent notarisch. Hoe doe je dat?

Bénédicte Strobbe:

Ja, het is natuurlijk wel zo. Eigenlijk het daar net hoor van oké, een kind verliezen. Dat zie ik echt wel voor koppels die een kind hebben verloren. Er is echt een leven van voor en het leven van na. Dat zijn twee afzonderlijke levens. En er zijn koppels die daardoor naar elkaar toegroeien, die daardoor echt meer verbonden zijn, door dat verdriet door dat leed dat ze samen hebben meegemaakt. Maar er zijn ook wel koppels die het niet halen en die het zodanig verschillend verwerken, die dan eigenlijk toch wel uit elkaar gaan. Dus ik heb inderdaad al echt scheidingen helaas waar het niet meer te redden viel, waar mensen het niet meer zagen, in dezelfde richting konden kijken en die toch uit elkaar gaan zijn.

Ellen Wauters:

En ook dan is een notaris daar om ze te begeleiden.

Manu Keirse:

Uiteraard. Het is een soort mythe. Als je kind verliest, is de kans groot dat je gezin uit elkaar valt. Dat is wetenschappelijk niet juist. De meeste gezinnen blijven samen. Maar als er al een barst in het glas zit, en er komt er nog zo'n tik bij, dan ligt het gras natuurlijk aan ruzementen. Maar de meeste mensen kunnen samenblijven, maar ze hebben hulp nodig. Want je moet weten, ik heb gesproken over het ervaren van de pijn, van het verlies. Een manier waarop die pijn tot uitdrukking komt, is boosheid, prikkelbaarheid en agressie. En als kinderen met het allemaal geweten dat dat heel normaal is dat je boos bent als je pijn ervaart. Een kind loopt met zijn knie tegen een tafelpoot, maar doet een kind, stoute de tafel, stoute. Die pijn aan die knie komt in boosheid naar buiten. De pijn van het verdriet komt in boosheid naar buiten. En wie krijgt dat te incasseren? De meest nabije mensen. Die man werkt uit op zijn vrouw, die ouders op hun kinderen, die kinderen op elkaar. En ziet conflicten en rues ontstaan in families, naar aanleiding van een overlijden. En weten dat dat normaal is, kan mensen in belangrijke mate helpen. Verpant voorbeeld dat ik altijd bij mijn lezing heb, ik heb een broer die een kindje heeft gehad dat gestorven is, kort na de geboorte dat was niet levensvatbaar. Mijn moeder belt mij op om kwart voor twaalf. Het kindje van Joris is zojuist gestorven. Ik zei: Mama, ik stap in de auto en krijg je naartoe. Moet je niet doen, zeiden ze: het is midden in de nacht, het is bar winterweer, het is voor 140 kilometer rijden. En ze hebben trouwens gebeld om het mee te delen. En zeggen dat ze de eerste vijf dagen door iedereen gerust willen gelaten worden. Want ze willen dat rustig onder hun twee laten bezinken. Ik zeg: oké, ik leg de telefoon dicht. Ik zeg tegen mijn vrouw: kleed je aan. We rijden er naartoe. Als we niet welkom zijn, dan komen we terug. Ze zijn kwart voor twee s'nachts aangekomen. Het was daar volop licht, we zijn dat met open armen ontvangen. We zijn daar gebleven tot tien uur. Ik ben naar mijn ouders gereden, je stapte in de auto en rijdt er naartoe. Mijn ouders hebben dat ook gedaan. Vijf maanden later zitten we op een familiefeest en mijn broer zegt: Je komt aan uit een gezin met elf kinderen en uw kind sterft, weet je dat wij van heel die familie niemand hem gezien de eerste vijf dagen. Niemand heeft de moeite gedaan om naar ons toe te komen of zijn telefoon te nemen en ons eens op te bellen. Niemand. Mijn vader zegt dat is toch een leugenaar. Ik zeg: Nee, papa, dat is geen leugenaar. Die weet dat gewoon niet meer. Dat flitsen zich weg. Ja, maar dan moet je hem toch vertellen dat er aan het liegen is. Ik zeg nee, ik moet hem één vraag stellen. Welke? Joris, vertel eens. Wat doet er op dit moment zo'n pijn? Dat is de ene adequate reactie. Als mensen dat zouden weten, dat die boosheid een normale reactie is omdat je pijn ervaart, dat kan heel veel gezinnen helpen om daar anders mee om te gaan.

Ellen Wauters:

Oh, Benedict, ik heb je al heel vaak moeten slikken en kippenvel krijgen.

Manu Keirse:

Ik ging iemand bezoeken die een zoon en dochter verongelu was. Die man was alleen achtergebleven. Ik rijd daar naartoe op een warme dag. Ik stap uit mijn auto en hij ziet mij komen en hij is volop aan timmen op het dak van zijn veranden. En hij ziet mij en hij zegt. Hij denkt toch niet dat ik voor zo'n ozelaar van mijn dak zal komen. Ik zei nee, dat denk ik helemaal niet. Ik zie dat goed aan Tim en zei timmert me verder. Ik ga mij op het gras zetten. Na anderhalf uur klimt hij van de dak af. En zegt: Ik heb hun nieuwste drinken aangeboden en zijn het speciaal van zo ver voor mij gekomen. En komt naast me zitten en we hebben vier uur lang een goed gesprek. Maar de meeste mensen zijn weg als ze zo worden ontvangen. Maar weten dat die boosheid een normale reactie is. Van normale. Als iemand zich zo kwaad maakt, denk ik, probeer ik altijd te reflexen. Laat mij blij zijn dat dat een normale mens is. Want verdriet komt in boosheid naar buiten.

Ellen Wauters:

Heb jij dat ook al meegemaakt in jullie kabinet? Die boosheid op dat moment, wat heel begrijpelijk is op je geleerd.

Bénédicte Strobbe:

Ja, het gevoel van ja, waarom bij mij? Overkomt mij dit, daar hebben we geen antwoord op. Ja, dat is inderdaad het gevoel van oogvaardigheid, absoluut.

Manu Keirse:

En bij sommige overlijners zijn die waarom vragen nog heel pijnlijker en even iemand die door zelf dood in komt te sterven. Waarom heeft hij dat gedaan? En mijn boodschap is aan mensen van de therapie ligt niet in het vinden van het antwoord, maar in het mogen stellen van die vragen. Je moet oneindig keren die waarom vragen mogen stellen, aan mensen die bereid zijn om daar naar te luisteren. Uiteindelijk zie je dat mensen soms een antwoord vinden. Hij was te goed voor deze wereld.

Ellen Wauters:

Wat het antwoord ook mogen zijn, loslaten aanvaren, daar wil ik het ook nog even over hebben, want dat is natuurlijk ook een aspect. Je moet afstand nemen van die wandelschoenen, waar toch niemand meer mee gaat wandelen. Je moet die persoonlijke spullen een plekje geven. Net in de kast dicht bij jou of liever toch wel op zolder. Kortom, er worden heel veel beslissingen verwacht. Een van die beslissingen is misschien wel de verkoop van een ouderlijk huis waar kinderen soms voor staan. Benedict, is de verkoop in het kader van zo'n erfenis dan niet anders dan een gewone dagelijkse verkoop?

Bénédicte Strobbe:

Meestal wel. Natuurlijk, het gebeurt dat mensen daar wat kouder over zijn. Maar meestal, gelukkig maar zou ik zeggen, in 80% van de gevallen hoor ik toch wel de kinderen zeggen. Nu is het echt wel helemaal afgesloten. Het was zo heftig om de woning leeg te maken. Zoveel herinneringen waarmee we opnieuw geconfronteerd worden. We kunnen ook niet alles bijhouden. Wat doen we nu weg? Wat houden we bij. Die sleutel afgeven, de woning verkopen waar men in feite heel de jeugd alle kinderjaren heeft doorgebracht. Het is zeker niet uitzonderlijk dat er een traadje gelaten wordt.

Ellen Wauters:

Ja, dat heb ik absoluut. Dat herken jij maar nu.

Manu Keirse:

Ik heb na de verkoop van het ouderlijk huis waar ik in opgegroeid ben, aan de mensen die het gekocht hebben, zeggen, maak ik nog eens de sleutelen, maak ik nog eens een dag in het huis rond, gebeurt dat niet? Van boven tot beneden, ik wil dat nog eens zien. En daar tijd voor nemen is ook belangrijk. Maar het is opvallend dat kinderen als zo goed weten. Toen mijn kinderen drie jaar en vier jaar Vijf jaar, zijn wij verhuisd uit een woning naar een andere gemeente, naar een andere woning. En mijn zoon van vijf jaar zei: Papa, we moet met de auto nog eens naar dat Duiz rijden. Maar dat Duis zal wel wenen, omdat wij er niet meer zijn. Het was in het voorjaar en de Dodrupes ging aan de dak good. En ze: Papa, hoeveel verdriet dat ons huis heeft, dat we er niet meer zijn. Nu zal het wel blij zijn dat ons nog eens gezien heeft. Ik had er zelf ook nood om daar nog eens langs te rijden. En maanden later was het zomer en geen doodrupen. En stond twee auto's voor de deur. Oh, papa, nu is het thuis niet meer verdrietig, want er zijn andere mensen om ervoor te zorgen, zijn mijn zo. Ik bij kinderen hoe dat ook zelf leeft, zo'n korte tijd.

Ellen Wauters:

Dan is het wel goed om daar ook even bij stil te staan. En soms duurt dat stilstaan net iets te lang, en heb je misschien wel hulp nodig van iemand extern, een psycholoog om daarmee te begeleiden. Als ik dat zie gebeuren. Iemand die je vast geraakt in dat rouwproces, wat zijn volgens jou de eerste kenmerken om iemand proberen duidelijk te maken dat ze echt wel externe hulp moeten gaan zoeken?

Manu Keirse:

Ik ben zelf psycholoog en ik ben heel voorzichtig om mensen naar psychologen te sturen in zo'n situaties. Omdat intens verdriet is normaal gedrag van normale en evenwichtige mensen. En ik probeer mensen aan te raden van lees er iets over, zo dat je het meer over weet. En dan hebben veel mensen geen psycholoog nodig, moest ik de samenleving kunnen bepalen, ik zou tot een onderwerp maken op school, vanaf de kleuterschool tot de universiteit en zouden mensen heel veel helpen. Je kan een goed gesprek met je notaris, met je huisarts, met je familie, met je buren. Als mensen zouden weten wat normaal is en verdriet, dan heb je geen psycholoog nodig. Sommige mensen die vastlopen daarin. Denk ik van oké, die kan je helpen. Maar ik volg mensen ook die in heel moeilijke situaties vaak. Denk aan een moeder die een postpartumpsychose drie kindjes vermoord, dat is verschrikkelijk. En alleen kom je kom je daar niet te boven. Er zijn heel moeilijke situaties. Of een bakkergezin, waar een kindje in de deeg terug is gevallen en gekneed is in een deegtrocht. En die mensen moeten in die bakkerij verder werken. A de krant stond die mensen kunnen nooit meer die bakkerij terug open doen. Sorry, dat is geen inkomen. We moeten die mensen helpen dat die op zo'n korte tijd die bakkerij terug kunnen opendoen. Ik kan net even vervang die trok weg uit de bakkerij. Maar die bakkerij moet er open kunnen gaan. Zo'n mensen hebben een begeleiding nodig, omdat zo'n verschrikkelijk iets is, dat niet meer tot de proporties van de normaliteit behoort.

Ellen Wauters:

En een gesprek kan helpen. Het blijft wel moeilijk voor veel mensen om dat gesprek aan te gaan. En daarom zijn wij zo blij dat we deze podcast kunnen organiseren. En uiteraard dat de luisteraars er ook mevel naar luisteren. Maar we eindigen die podcast ook graag met een concreet advies. Benediek, je bent als notaris uiteraard wel vaak geconfronteerd met mensen die ja dichtbij overlijden staan. Maar wat zou je die mensen aanraden? Want het is een administratief, een juridisch klube. Maar jij wil het wel draaglijk maken. Wat zou je die mensen aanraden?

Bénédicte Strobbe:

Ik denk dat het eigenlijk begint met op voorhand langs te gaan bij je notaris, bij je vertrouwenspersoon. Om je te laten adviseren om misschien te horen of er nog iets kan gedaan worden. Of misschien ook te horen dat dat leuk misschien wel allemaal zal meevallen, dat het allemaal wel goed geregeld is. Om daar toch op zijn minste zekere gemoedsrust te geven. Het is al emotioneel zwaar genoeg om met die problematiek, om met dat nakunde verlies geconfronteerd te worden. Laat staan dat je dan nog eens met die juridische, fiscale, financiële problemen. Dus eigenlijk vind ik het belangrijk om te kunnen zeggen. oké, dat is geregeld, daar moeten we nu voorlopig niet aan denken. Dat denk ik dat dat het belangrijkste is. En als er zich dan iets voordoet na toeverleden, dan denk ik echt ook wel dat we toch wel een heel belangrijke hulp kunnen zijn voor de mensen om hen bij te staan, om eigenlijk die administratieve romstroom samen door te maken.

Ellen Wauters:

Ja, ik heb hier heel veel concrete handvaarten voor dat de notaris kan aanraden. Super. Maar nu uiteraard ook voor jou concrete tips. Ik kan er uverloos over doorpraten, want je hebt er boeken volgens geschreven, maar als je er toch max drie uith haalt. Wat voor tips kan je regenen?

Manu Keirse:

Het eerste wat ik een mens zou zeggen is van je staat voor een zeer zware rouwarbeid. Neem voldoende rust en zoek een aantal dingen waar je echt jezelf mee verwendt, want je lichaam heeft rust nodig. Waar geniet je van? Wandeling in de natuur, een sprek met een paar goede vrienden. Een sauna, een warm bad. Rustig een hoekje, zit naar muziek luisteren, een boek lezen. Doe iets wat je rust geeft, want je lichaam heeft rust nodig, maar je staat voor een zeer zware arbeid. Je moet die persoon niet proberen los te laten, versterven, e verhuizen van de buitenwereld naar het hart van iedereen die van je houdt. Je moet iemand niet loslaten, maar anders leren vasthouden. Leer die vasthouden in de herinnering. Want daar gaat hij met je mee door je verder leven.

Ellen Wauters:

Mooi. Fantastisch. Heb je ook tips voor mensen die in de omgeving staan, van mensen die aan het trouwen zijn, wat kan ik doen?

Manu Keirse:

Het allereerste, ga naar mensen naartoe en luister. En als je goed geluisterd hebt, wat moet je dan doen: nog eens luisteren. En als je nog eens hebt geluisterd, probeer dan nog eens te luisteren. En dan hoor je waar mensen vastlopen. Kan mensen bijvoorbeeld heel sterk helpen. Als je in die eerste dagen af en toe eens een ketel warme zoep brengt, als mensen de kracht niet hebben om te koken. Of je naar de winkel gaat een boodschappen even aanbellen, kan ik voor jou ook iets meebrengen van de winkel, want staan aanschuiven aan een kassa in een groot waarhuis vol verdriet is een drempel te hoog voor mensen. Ik hou heel sterk pleiddooi om ook de datum van een overlijden op je kalender te noteren en op de verjaardag in zijn kaartje te sturen. Het is vandaag een jaar, twee jaar, drie jaar geleden. Dat doet mensen enorm veel plezier. En heel vaak kan je mensen ook helpen met dan iets te lezen, te geven over verlies en verdriet, dat ze op papier kunnen lezen, wat ze meemaken. Normaal gedrag is van normale en evenwichtige mensen.

Ellen Wauters:

Mooi. Ik kan het niet beter neerleggen dan met jouw woorden. Dankjewel om zoveel expertise te delen. En dank wel, luisteraar, om te luisteren. Er is er iets dat we geleerd hebben dat we dan vaak gaan doen naar mensen toe gaan en gaan luisteren. En gelukkig is er ook een notaris om ons daarain te begeleiden. Voilà. Dankjewel Manu, dankjewel Benedict. En dankjewel, beste luisteraar, om er bij ons te zijn. En dat hoeft u hopelijk een volgende keer opnieuw bij Zeesnotaris. Dankjewel dag