De rouwpodcast: praten over rouw bij kinderen en jongeren

Geloof het kind #20

Nina & Leoniek

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 12:18

Kinderen kunnen dingen zeggen die ongeloofwaardig overkomen. Hoe ga je daarmee om?

In deze aflevering bespreken we tip 38 uit de gids voor het ondersteunen van rouwende kinderen: "Geloof het kind." Kinderen kunnen soms dingen zeggen die ongelooflijk lijken, en onze neiging kan zijn om hun woorden als onzin af te doen. Maar het is belangrijk om te bedenken hoe het voelt om niet geloofd te worden, en te begrijpen dat kinderen, net als volwassenen, serieus genomen willen worden.

In mijn therapiepraktijk kom ik vaak situaties tegen waarin kinderen beweren dat ze een overleden dierbare zien of met hen praten. Bijvoorbeeld, jongere kinderen zeggen soms dat ze hun overleden vader of opa zien, vooral 's nachts. Ik herinner me een ontroerend gesprek tussen twee jongetjes tijdens een lotgenotenweekend. Een van hen was bang om zijn overleden vader op zolder te zien, en de ander vertelde hoe hij met zijn vader praatte wanneer hij hem zag. Dit soort interacties onderstreept hoe belangrijk het is om deze ervaringen niet zomaar weg te wuiven.

Wanneer een kind zulke ervaringen deelt, is het essentieel om de situatie met nieuwsgierigheid te benaderen in plaats van met scepsis. Stel vragen alsof wat het kind zegt echt is. Wat zou je willen weten als het waar was? Deze aanpak zorgt ervoor dat het kind zich geloofd en gerespecteerd voelt.

Ik denk hierbij aan een geval uit mijn praktijk waarin een jong meisje, Justinia, die haar vader had verloren, vaak zei dat ze hem zag. Haar moeder wist niet goed hoe ze hiermee om moest gaan. Door zorgvuldig met de moeder te praten, hielp ik haar inzien hoe haar eigen woorden mogelijk bijdroegen aan de overtuiging van het kind dat ze haar vader zag. Door haar taalgebruik aan te passen en duidelijk te maken dat ze naar het graf van haar man ging in plaats van hem "te zien," werd de verwarring uiteindelijk opgelost en nam de onrust bij het kind af.

De kernboodschap is dat kinderen zich gehoord en serieus genomen moeten voelen, zelfs als hun ervaringen onmogelijk lijken. Dit helpt hen om zich open te stellen en zich gesteund te voelen in hun rouwproces. Het gaat er niet om of deze ervaringen letterlijk "waar" zijn, maar om ervoor te zorgen dat het kind zich gehoord en geloofd voelt.

Als je vragen hebt of je eigen ervaringen wilt delen, hoor ik het graag. Bedankt voor het luisteren en tot de volgende keer.

Hi, heb je vragen over deze aflevering, of zou je willen dat ik een bepaald onderwerp behandel? Laat even weten!

Voor meer informatie bezoek de website Leoniekvandermaarel.nl.
Je kunt je ook inschrijven voor webinars of nieuwsbrieven. 

Ja, we zijn toe aan uh tip nummer 38 uit de gids over rouwende kids. De tachtig praktische tips. En deze keer gaat het over geloof het kind. Kinderen kunnen dingen zeggen en dan luister je naar zijn. Dan denk je tja, zit je dit nou ter plekke te verzinnen? Of je denkt dat kan helemaal niet. Wat een onzin. Uhm, Je merkt in ieder geval dat je de neiging hebt om het kind niet te geloven. En hoe zou dat zijn voor een kind om niet geloofd te worden? Hoe is het voor jou om niet geloofd te worden? Net als wij dat nodig hebben? Hebben kinderen het ook nodig om serieus genomen te worden of geloofd te worden? En serieus nemen zit hem in het geloven dat als een kind iets zegt en jij denkt misschien ja, dat is onzin, dat kan helemaal niet en ik zal er dadelijk op ingaan hoe dat is. Als jij erbij bent geweest en je zegt zo ging het niet, dat is een ander verhaal. Maar als je dingen hoort van dat kan helemaal niet, gaat eens onderzoeken met het kind wat wat maakt dat het kind dat zegt of hoe is dat voor het kind?

 

En ik denk ook echt aan een heel concreet voorbeeld, of aan hele concrete voorbeelden, want ik hoor ze namelijk heel vaak in mijn therapie praktijk. In de afgelopen 25 jaar zijn ze echt veelvuldig voorgekomen dat jongere kinderen zeggen ik zie papa s nachts en dan is papa overleden. Of als het gaat om oma of opa of de overledene. Ja, maar dan. Dan praat ik hoor met papa. Ik moet nu heel erg denken aan. Ik ben jaren verbonden geweest aan Stichting Achter de Regenboog is een stichting die zich bezighoudt met kinderen die te maken krijgen met een verlies door overlijden. Ze organiseren lotgenoten weekenden. Echt een hele prachtige stichting. De soeks is op en daar. Weet ik nog dat We hadden een kinderwijkraad en ik ving een gesprek op tussen twee jongetjes en dat ene jongetje zei Ja, maar ik durf niet meer naar zolder, want ik ben zo bang dat ik papa daar zie. En het andere jongetje zei Oh, dat heb ik heel regelmatig, dat ik mijn vader zie. Maar weet je wat ik dan zeg?

 

Dan zeg ik Joh, pap, ga weg, Nu effe niet hè? Oh ja, Oh ja, Oh ja, dat kan niet, zei die andere jongen. Dat kan ik ook wel doen. En het is, nou ja natuurlijk. Supermooi gesprek was dat tussen die twee knullen, want die hadden daar ook echt wat aan aan elkaar. Maar zij hadden dus ook het idee dat ze hun overleden vader zagen en dat hoor ik dus vaker bij kinderen. En trouwens, misschien ervaar je dat zelf ook wel eens. Nu gaat het dus even niet om van hoe ga je daar mee om als kinderen daar bang van worden. Dat zou ik nog wel in een andere podcast over op kunnen nemen. Maar het gaat erom dat als een kind jou zegt Ah mam, ik heb vannacht opa gesproken. Of of jij bent de juf. Je luistert dit als juf en en je kind. Het kind zegt het tegen je als juf dat je niet zegt nou dat kan helemaal niet. Maar wees eens nieuwsgierig, wat zou je dan willen weten?

 

Stel je voor, ga d'r nou ns van uit dat het echt is. Geloof het kind En als je het kind zou geloven, wat zou je dan willen weten van dit kind? Wat zou jij aan dit kind willen vragen? Als het echt waar is dat hij zijn vader of zijn opa of zijn moeder of zijn broertje heeft gezien in de nacht. En als je daar het gesprek over kan hebben, dan voelt het kind zich serieus genomen. Maar hij voelt het kind zich ook geloofd gelooft en. En dan help je een kind verder. Want het kan dus heel spannend zijn om iemand te zien die dood is. Maar het kan ook heel helpend zijn. En misschien kan jij met dat gesprek het kind wel helpen om nog dingen uit te spreken naar degene die dood is. Het is wel een vraag die ik altijd stel. Oh, en wat zou je dan tegen papa willen zeggen? Wat? Wat? Ja, wat? Waar ben je benieuwd naar? Of heb je wat tegen opa gezegd? Of hoe keek opa naar je?

 

Of hoe voelde jij je toen toen je opa zo zag? Ik moet nu denken aan een voorbeeld uit mijn eigen praktijk en dat was van een meisje van 5,5 jaar. Haar vader was overleden op een dienstreis in het buitenland en ze was al bij mij in therapie. Maar op een gegeven moment belde moeder mij op en ze zei van ja ik weet niet wat er is, maar Justin zit ziet de hele tijd haar vader en ja is dan daar van slag van en ik weet niet zo goed wat ik daarmee moet doen. Dus Justin kwam weer bij mij en ik dacht oké, hoe ga ik dit aanvliegen? Want ik wil natuurlijk niet zeggen dat mama gebeld heeft of wat dan ook. Maar op de een of andere manier, ik weet niet eens moet kwam. Maar zo gebeurt dat dan. Soms kwam dat vanzelf ter sprake dat ze me dat vertelde. Maar toen zei ze ja, maar niet alleen ik zie papa. Mama ziet papa ook hoor. Oh, zei ik, vertel eens. Ja, want mama gaat altijd naar papa toe.

 

En toen begon ze eigenlijk heel hard te huilen. Of niet eigenlijk? Ze begon heel hard te huilen en ze zei Maar waarom mag ik papa dan niet ook zien? Waarom mag ik niet met mama mee naar papa en En waarom gaat mama bij papa op bezoek en ik niet? En waarom zie ik papa alleen maar als ik in mijn bed lig? En waarom zegt mama overdag dat ze naar papa toe gaat? En ik wil ook naar papa toe? En waarom mag ik dat niet? Ben ik dan stout? Want dat was de indruk die zij gekregen had. Dus er liepen eigenlijk twee verhalen door elkaar heen. De ene verhaal was dat zij dus in de nacht dacht papa te zien. Of papa zag misschien. Dat weet ik niet, want ik kan dat natuurlijk niet checken of dat zo is. Maar ik nam in ieder geval wel heel serieus. En het andere verhaal is dat haar moeder haar vader dus ook zag, maar in het idee van Justina dat moeder vader in levende lijve zag. Dus ik dacht wat gebeurt hier nou?

 

Dus ik zei van oké, en wat maakt dat je denkt dat jij er niet mee mag? Ja, omdat mamma altijd overdag gaat en dan zit ik op school. En dan dan. Dan vindt mama dat ik op school moet zijn en dan mag ik niet mee. En nou ja, dat werd dus een beetje het verhaal. Ik dacht oké, wat nu? Want ik dacht ja, ik moet dit met moeder bespreken, maar ik mag niet haar woorden herhalen. Dus ik eh. Dat meisje was bij mij geweest en ik ging mijn moeder bellen daarna, want ik dacht dit vind ik toch wel heel belangrijk, dus dit moet gewoon vroeg opgelost worden, maar niet helemaal een eigen leven gaan leiden. Dus wat ik dan vaak doe is dat ik dan aan een ouder zeg Ik heb het idee dat jouw kind zus zo of zo doet of zegt of voelt of heeft. Zo probeer ik het ook altijd een beetje uit te zoeken. Dit was natuurlijk een vrij concreet geval, dus ik kon ook niet vanuit het meta perspectief gaan praten.

 

Van alle kinderen hebben het nodig dat of. Dus dat ging nu allemaal niet, dus ik moest het echt vragen. Dus ik belde moeder op en ik zei joh, hoe zit dat eigenlijk met jou? Heb jij misschien ook het idee dat je hem ziet? Zou er iets in kunnen zitten dat ze dat van jou overneemt? Wat kinderen leren van voorbeeldgedrag, zeg ik altijd. En toen zei ze Nee, dat heb ik helemaal niet. Ik zie hem helemaal niet. Was het maar waar. Nee joh, ik ga alleen maar naar het graf. Daar zie ik m. En toen ze dat zei, toen ging er bij mij zo'n lamp aan. Misschien herken je dat ook wel, dat ik dacht oh, wacht eventjes. Dus ik vroeg haar wanneer ga jij meestal naar het graf? Ja, als Justin op school zit, want joh, dat is zo saai voor haar. Ik ga haar niet meenemen daarnaartoe. Ik zeg oké, nu zou ze wel mee willen, denk je. Ja, want dat vraagt ze wel iedere keer.

 

Maar dan zeg ik nee, jij moet naar school. Oké, En toen vroeg ik haar moeder Ik zeg En hoe vertel je haar dat je naar het graf gaat? Nou, dan zeg ik joh, ik uh, jij gaat lekker naar school. Ik ga vandaag weer naar papa toe en zet een bloemetje neer. En nou tot strakkies. Ik zei oké dus jij zegt haar ik ga naar papa toe. Nou weet ze dat kinderen alles heel concreet opnemen, zeker zo onder die nou negen à tien jaar misschien daarnaast soms ook nog wel. Dus ik begreep meteen waarom Justina dacht dat moeder ook vader zag. Iets op een iets andere manier dan maar dus dus echt contact met hem had. Dus ik zei Ik zeg zou daar dan misschien de verwarring bij je Stine vandaan kunnen komen? Dat zij denkt dat ze papa ook ziet omdat ze hem zo graag wil zien. Omdat jij zegt dat je naar hem toe gaat. Ik zeg zou je nou de volgende keer kunnen zeggen dat je naar het graf van papa gaat en dat je het op die manier duidelijker maakt?

 

Nou, dat vond ze wel een goed idee, dus dat gingen we zo doen. En toen had ik denk een week of drie, vier later een oudergesprek. Ik weet het niet meer precies hoor. Het is al een tijdje terug en toen vroeg ik aan moeder Ik zeg hoe is het nu met je, Stiene? Zegt ze nog steeds dat ze papa ziet s nachts? Nee, dat had je Stiene eigenlijk niet meer gezegd. Dus ja. Was het waar wat je Stiene zei? Zag ze haar vader? Ik weet het niet, maar in ieder geval, het werd wel weer rustiger toen moeder ging zeggen Ik ga naar het graf van papa, Dus hier zou een associatie kunnen zitten dat zij zo graag papa wil zien omdat ze fantaseert dat hij er nog is. Maar ik heb ook echt wel kinderen gehad die echt de overledene dan zien als een schim of het gevoel hebben dat ie naar ze kijkt. Dus dat dat kan ook zeker voorkomen. En als ze daar bang van worden, ja dan is het toch he.

 

Net als dat jongetje zei dat je ook kan zeggen ja maar je kan dan papa ook wegsturen, want papa wil je natuurlijk nooit bang maken. Maar de kernboodschap is in ieder geval neem kinderen serieus in wat ze vertellen. Geloof ze. En dan al helemaal met name als het gaat om iets waarvan je denkt dat kan gewoon niet waar zijn. Kijk, misschien ben je heel spiritueel gelovig en kun je dat wel geloven. Dat is natuurlijk een ander verhaal, maar het gaat er veel meer om dat kinderen daar vaak niet in geloofd worden. Dus neem je kind serieus, dan zullen ze zich ook eerder openen en zullen ze ook eerder kwetsbaar durven te zijn als je nieuwsgierig blijft naar wat ze werkelijk zeggen. En als een kind dus alleen maar zegt ja maar ik, ik heb gesprekjes met papa of ik zie papa, dan kan je zeggen nou dat ja, hoe voelt dat voor jou? Als een kind dan zegt dat vind ik fijn dat je dan zegt nou mag je de volgende keer ook de groetjes van mij doen, dus neem het dan ook even serieus.

 

Alsof het een ontmoeting is waarin jij ook misschien iets wil zeggen. Maak dat natuurlijk weer niet te zwaar wat je wil zeggen, maar laat het kind wel merken dat je het heel serieus neemt. Daar groeien kinderen van. Als ze het gevoel hebben ik mag zijn wie ik ben, ik ik word serieus genomen. Als je hier vragen over hebt, laat me weten. Dank je wel weer en tot een volgende keer.