De rouwpodcast: praten over rouw bij kinderen en jongeren
Leoniek bespreekt hoe we kinderen en jongeren in rouw kunnen helpen
De rouwpodcast: praten over rouw bij kinderen en jongeren
Als een kind niet over de dood mag praten #32
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Wat gebeurt er met een kind dat leert dat het niet over de dood mag praten? In deze podcast neem ik je mee in een aangrijpende casus over rouw, loyaliteit en autisme. En over waarom praten over iemand die er niet meer is juist kan helpen bij rouw.
In deze aflevering neem ik je mee in een indringende casus over twee zussen met een licht verstandelijke beperking die hun opa plotseling verliezen. De oudste rouwt zichtbaar en spreekt haar gemis uit. De jongste blokkeert elke poging om over opa te praten, omdat zij van haar moeder heeft meegekregen dat praten over de doden hen geen rust geeft.
Wat gebeurt er met een kind wanneer zo’n overtuiging letterlijk wordt genomen? En hoe begeleid je rouw wanneer er ook autisme, familiegeschiedenis, loyaliteit en verschillende culturele overtuigingen meespelen?
In deze aflevering bespreek ik wat er werkelijk speelt onder het gedrag van deze meisjes en wat dit vraagt van de hulpverlener die hen begeleidt.
In deze aflevering hoor je onder andere:
- Waarom het heel gezond kan zijn als een kind blijft zeggen dat het iemand mist
- Wat er gebeurt wanneer een kind leert dat praten over de overledene niet mag
- Waarom rouw bij kinderen met autisme een andere benadering vraagt
- Hoe culturele overtuigingen over de dood invloed kunnen hebben op rouw
- Wat je als hulpverlener kunt doen wanneer ouders, grootouders en kinderen verschillende behoeften hebben
- Waarom nieuwsgierigheid naar het verhaal van ouders belangrijker is dan hen corrigeren
- Hoe je ruimte kunt maken voor rouw, ook als de omstandigheden ingewikkeld zijn
Belangrijk inzicht uit deze aflevering
Rouw bij kinderen vraagt vooral ruimte en erkenning. Niet corrigeren, niet wegduwen, maar naast een kind staan en laten weten: je mag iemand missen.
Zoals rouwonderzoeker William Worden beschrijft: rouw gaat niet over loslaten, maar over het op een nieuwe manier verbonden blijven met degene die is overleden.
Voor meer informatie bezoek de website Leoniekvandermaarel.nl.
Je kunt je ook inschrijven voor webinars of nieuwsbrieven.
als een kind niet over de dood mag praten
Vandaag neem ik je mee in een casus die ik onlangs besprak met een van de hulpverleners die ik begeleid. Een casus die ik belangrijk vind om te delen, omdat er zo veel in zit. Over kinderen en rouw, over loyaliteit, over wat er gebeurt als een kind een script meekrijgt dat zegt: je mag er niet over praten.
Laat me je eerst even meenemen in de situatie.
twee zussen. Beide hebben een licht verstandelijke beperking, de jongste heeft daarnaast ook autisme. Hun emotionele leeftijd is jonger dan hun kalenderleeftijd, de jongste is eenentwintig jaar maar functioneert emotioneel op ongeveer acht jaar. Dat is belangrijk om in je achterhoofd te houden.
Je kunt dit dus ook beluisteren alsof het om hele jonge kinderen gaat.
Deze meisjes wonen bij oma. Opa is vorig jaar plotseling overleden. En dat woord 'plotseling' is niet zomaar een woord. Plotseling betekent: geen afscheid, geen voorbereiding, geen kans om te zeggen wat je nog wilde zeggen. Plotseling is voor een rouwend brein een enorme klap, en dat geldt voor volwassenen, maar helemaal voor kinderen en jongeren die toch al moeite hebben met het verwerken van grote emoties.
De oudste woont bij oma. De jongste woont door de week bij moeder en mag in het weekend naar oma. En dan zie je iets gebeuren wat ik zo herkenbaar vind in mijn werk met verlies, en wat me tegelijkertijd zo verdrietig maakt.
De oudste zegt: ik mis opa. Hij deed alles voor me. Soms zie ik opa in mijn slaapkamer.
En dan zegt de jongste: je mag er niet over praten.
Even stilstaan bij wat er hier gebeurt. De oudste rouwt. Ze rouwt op een manier die heel gezond is, eigenlijk. Ze benoemt haar verdriet. Ze houdt opa dichtbij, ook al is hij er niet meer. Die 'verschijning' van opa in haar slaapkamer? Dat is geen teken dat er iets mis is. Het kan van alles betekenen. Het kan betekenen dat het meisje dingen werkelijk ziet die niet voor iedereen zichtbaar zijn. Het kan betekenen dat haar brein probeert te begrijpen dat opa er niet meer is. Ik heb het er in andere podcasts ook al over gehad: het rouwende brein doet keihard zijn best om nieuwe netwerken aan te leggen. En ondertussen zoekt het nog steeds naar de persoon die er niet meer is. Ruiken aan spullen, dromen, of denken iemand te zien. Dat hoort erbij. Dat is normaal. Het kan ook betekenen dat het meisje kan denken dat het oma blij zal maken als zij dat zegt, alsof het oma kan troosten. Het is altijd van belang om hier nieuwsgierig naar te zijn.
Maar de jongste blokkeert. Ze zegt: je mag er niet over praten.
Waar komt dat vandaan?
Het blijkt van Moeder te komen, zo vertelt de hulpverlener mij. Moeder heeft gezegd: als je over de doden praat, dan hebben ze geen rust.
Wat moeder zegt, heeft een achtergrond. Een culturele achtergrond, deels westers, deels Surinaams, deels bijgeloof. Het doet er niet eens toe dat deze moeder Surinaamse is, waar de cultuur rondom sterven en dood anders kan zijn. Dit kunnen overtuigingen zijn die iedereen kan hebben.
Maar hier gaat het wel om een kind met autisme. Een kind dat niet kan reflecteren op wat haar wordt meegegeven. Een kind dat niet kan denken: hmm, is dit bijgeloof of is dit waarheid? Een kind dat gewoon aanneemt: dit is de regel. En die regel is: praten over opa geeft hem geen rust.
Wat betekent dat voor haar rouwproces? Dat ze haar verdriet niet mag uiten. Dat ze het moet inslikken. Dat elke keer als haar zus opa noemt, zij blokkeert. Niet omdat ze niet rouwt, maar omdat ze denkt: dit mag niet. Dit is gevaarlijk. Dit doet opa pijn.
Dat betekent dat het voor haar moeilijk is om te rouwen over opa. Want rouwen doe je ook door erover te praten, ermee bezig te zijn, je ertoe te verhouden.
Nu is er nog iets wat ik je wil vertellen over deze casus, want het wordt er niet eenvoudiger op.
Oma is ook in beeld. Oma heeft veel verdriet. Oma mist opa enorm. En oma claimt de gesprekken. Als oma begint te praten, kom je er niet meer tussen. Oma praat over haar eigen pijn, haar eigen verliezen in het leven. En dat is begrijpelijk, echt waar. Oma rouwt ook. Maar het gevolg is dat er in die gesprekken geen ruimte meer is voor wat de meisjes nodig hebben. Wat de kleintjes nodig hebben, dat verdwijnt naar de achtergrond.
En dan is er ook nog de situatie tussen oma en moeder. Oma is voogd geworden van deze meisjes. Moeder had op jonge leeftijd kinderen gekregen, oma was daar niet blij mee. Er is een hele geschiedenis. Nu opa dood is, kan oma de twee meisjes niet meer zo goed aan met al hun problematiek en gaat de jongste door de week naar haar mama.
En dan zegt de jongste: ik wil niet naar mama, ik haat mama.
Dat doet iets met de hulpverlener die dit begeleidt. Je vraagt je af: Is het de autisme? Is het de rouw? Is het de loyaliteitsverscheuring tussen oma en mama? Waarschijnlijk alles tegelijk.
Dus wat doe je nu? Hoe pak je dit aan?
Ik wil je een paar dingen meegeven die ik belangrijk vind in een situatie als deze.
Het eerste is: honoreer wat moeder zegt, maar ga wel met haar in gesprek. Dit klinkt misschien tegenstrijdig. Maar het is niet jouw taak om moeder te overtuigen dat ze het fout heeft, als dat uberhaupt al iets is wat je zou vinden. Dat werkt niet. Zeker niet als er al een beladen geschiedenis is. Wat je wel kunt doen, is nieuwsgierig zijn. Waarom zegt moeder dit? Is het cultuur? Is het haar eigen onverwerkte verdriet om opa? Is het bijgeloof dat ze heeft meegekregen? Je weet het niet totdat je het vraagt.
En als jij bent ingezet voor rouwverwerking bij deze meisjes, dan is het gesprek met moeder onderdeel van jouw taak. Niet om haar te veranderen, maar om te begrijpen. En om te kijken of er een weg is waarop dit meisje haar verdriet een plek kan geven, ook al is de ruimte daarvoor thuis bij moeder beperkt.
Het tweede is: dit meisje geef je een bijgeloof mee dat ze niet kan verwerken. En dat is het probleem. Een volwassene zonder beperking kan denken: ik snap wat moeder bedoelt, maar ik kijk er zelf anders tegenaan. Een kind met autisme en een emotionele leeftijd van acht jaar kan dat niet. Die neemt het letterlijk over. En dat letterlijk overnemen zorgt ervoor dat ze haar rouw blokkeert. Dat de onrust in haar lichaam en haar hoofd nergens heen kan.
Of ze nou blokkeert omdat ze haar verdriet niet kwijt kan, of omdat ze opa geen pijn wil doen, het resultaat is hetzelfde: onrust. En die onrust laat ze zien. Ze laat het zien in haar gedrag, in haar woorden, in het feit dat ze haar zus afkapt als die over opa praat.
Het derde is: oma heeft ook begeleiding nodig. Oma rouwt. Oma heeft haar eigen pijn. En oma neemt zo veel ruimte in de gesprekken in, dat er geen ruimte meer is voor de meisjes. Dat is niet erg bedoeld, maar het heeft wel effect. Als jij als hulpverlener in gesprek bent met deze meisjes, dan is het belangrijk dat je echt bij de meisjes blijft. Dat je oma liefdevol maar duidelijk een plek geeft die niet de hoofdrol is in het gesprek over de rouw van haar kleindochters.
En het vierde, en misschien wel het meest fundamentele: rouwverwerking bij een kind met autisme vraagt een andere aanpak. Niet omdat dit kind minder voelt. Integendeel. Maar omdat de manier waarop ze informatie verwerkt anders is. Abstracte begrippen als dood, voor altijd, geen rust, dat zijn dingen die voor een kind met autisme letterlijk worden. Heel letterlijk. Dus als je zegt: opa heeft rust nodig, dan denkt dit kind: opa is moe en ik moet hem niet storen. En dat is een heel andere betekenis dan wat moeder bedoelde.
Wat helpt in de begeleiding van een kind met autisme dat rouwt, is concreetheid. Duidelijkheid. Herhaling. En een veilige plek waar gevoelens er mogen zijn. Niet als iets wat opgelost moet worden, maar als iets wat er gewoon is.
Er is zo veel wat je niet in de hand hebt als hulpverlener. Je kunt niet bepalen wat moeder zegt thuis. Je kunt niet zorgen dat oma minder ruimte inneemt als jij er niet bij bent. Je kunt niet de geschiedenis tussen oma en moeder ongedaan maken.
Maar wat je wel kunt, is aanwezig zijn. Echt aanwezig. Niet met een stappenplan of een protocol, maar met aandacht voor wat dit kind nodig heeft. En soms is dat gewoon: iemand die zegt, jij mag hier verdriet hebben. Jij mag opa missen. Jij mag zeggen dat je hem ziet in je slaapkamer. Dat is niet gek. Dat is rouw. Het is nooit aan jou als hulpverlener om in te gaan tegen de opvoeding van moeder. Dus het helpt niet om te zeggen “nee joh, dat is maar bijgeloof, opa vindt heus wel rust nu hij dood is”. Dat weet je gewoon niet. Daar kun je niet echt iets van vinden, behalve, nogmaals met moeder in gesprek gaan om te onderzoeken of moeder iets anders zou kunnen zeggen.
Ik denk ook aan de oudste. Die elke keer zegt: ik mis opa. Hij deed alles voor me. Ze zegt het hardop. Ze herhaalt het. Dat is geen teken dat het niet goed gaat met haar. Dat is een teken dat ze opa een plek aan het geven is in haar leven. Dat ze hem dichtbij houdt. En dat mag.
Rouwtaak vier van William Worden, die ik zo waardevol vind, gaat precies hierover. Verbinden met de overledene op een nieuwe manier. Niet loslaten, maar opnieuw verbinden. Opa is er niet meer in de fysieke zin, maar hij mag er wel zijn in het leven van deze meisjes. In herinneringen, in verhalen, in het gevoel dat hij er altijd voor hen was.
Dat gun ik hen. Echt.
En als ik dan terugkijk op deze casus, dan is mijn diepste wens dat er voor beide meisjes een plek komt waar rouwen mag. Waar opa een naam heeft, een gezicht, een herinnering. Waar ze mogen zeggen: ik mis hem. Zonder dat iemand zegt: stil maar, dat mag niet.
Want dat is wat rouw nodig heeft. Ruimte. Erkenning. En iemand die naast je staat en zegt: ik hoor je.
Bedankt dat je naar deze podcast hebt geluisterd. Als je vragen hebt, of als je zelf werkt met kinderen die rouwen en je loopt ergens tegenaan, neem dan gerust contact met me op. Ik denk graag met je mee. Want dit werk, dit is precies waarom ik doe wat ik doe.