De rouwpodcast: praten over rouw bij kinderen en jongeren
Leoniek bespreekt hoe we kinderen en jongeren in rouw kunnen helpen
De rouwpodcast: praten over rouw bij kinderen en jongeren
Wat een kind ons kan leren over rouw #33
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Wat gebeurt er wanneer een kind zijn vader verliest door suïcide en jaren later ook een geliefde kat?
In deze podcast vertel ik een waargebeurd verhaal over rouw, angst en wat kinderen ons kunnen leren.
Want soms blijkt: het verdriet waar we zo bang voor zijn bij een kind… is eigenlijk van onszelf.
Wat een kind ons kan leren over rouw
In deze aflevering vertel ik het verhaal van een moeder en haar dochtertje van drie jaar, dat haar vader verloor door suïcide. Een verlies dat voor volwassenen al nauwelijks te bevatten is — laat staan voor een peuter.
Samen zoeken moeder en dochter stap voor stap naar woorden om over papa te praten. Niet alles tegelijk, maar eerlijk en passend bij wat een kind kan begrijpen.
Jaren later gebeurt er iets ogenschijnlijk kleins: de kat van het gezin moet worden geëuthanaseerd. Voor moeder roept dat grote angst op. Ze vreest dat het verlies van de kat het trauma rond papa opnieuw zal openen bij haar dochter.
Maar wat er daarna gebeurt, laat iets zien wat we als volwassenen vaak vergeten: kinderen hebben een natuurlijke manier van rouwen waar wij veel van kunnen leren.
In deze aflevering hoor je onder andere:
- Waarom open praten over de dood, zelfs bij jonge kinderen, zo belangrijk is
- Hoe je met een kind kunt spreken over suïcide op een eerlijke maar passende manier
- Waarom ouders vaak meer angst hebben voor het verdriet van hun kind dan het kind zelf
- Wat het duale procesmodel van Stroebe en Schut ons leert over hoe kinderen rouwen
- Waarom het belangrijk is om kinderen te betrekken bij afscheid nemen
- Hoe verlies zich kan opstapelen in het leven van volwassenen
- Wat het verschil is tussen de rouw van een kind en de rouw van een ouder
Belangrijk inzicht uit deze aflevering
Kinderen kunnen heen en weer bewegen tussen verdriet en leven. Ze huilen om wat ze missen, en een uur later spelen ze weer. Dat betekent niet dat het hen niet raakt — het betekent dat hun rouw beweegt.
En soms ontdekken ouders iets belangrijks:
de angst die ze voelen voor hun kind, hoort eigenlijk bij hun eigen verdriet.
Voor meer informatie bezoek de website Leoniekvandermaarel.nl.
Je kunt je ook inschrijven voor webinars of nieuwsbrieven.
33 Wat een kind ons kan leren over rouw
Welkom bij deze podcast. Ik ben Leoniek van der Maarel, rouwtherapeut en oprichter van de Academie voor Verlies. Vandaag wil ik je een verhaal vertellen. Het is het verhaal van een moeder, een meisje, een kat, en eigenlijk van ons allemaal.
Het begint een paar jaar geleden.
Een moeder komt bij me. Haar dochtertje is drie jaar. En haar vader is overleden door suïcide.
Even laat ik dat even landen. Drie jaar oud. En haar vader is er niet meer op een manier die voor volwassenen al bijna ondraaglijk is om te bevatten, laat staan voor een peuter.
Moeder is verpletterd. Ze draagt een enorm verdriet, en tegelijkertijd is ze zo bang. Bang voor wat dit met haar kind doet. Bang voor hoe ze erover moet praten. Bang om het fout te doen. Want hoe praat je met een kind van drie over suïcide? Hoe eerlijk ben je? Wat zeg je wel, wat zeg je niet?
Dat is een van de dingen waar ik haar in begeleid. Open praten. Niet alles in één keer, niet met woorden die een kind van drie niet begrijpt, maar eerlijk. Aansluitend bij wat ze aankan. Bij wat ze vraagt. Bij wat ze nodig heeft.
En dat doet moeder. Ze leert het. Ze groeit erin. Ze vindt haar eigen woorden. Ze praat met haar dochtertje over papa. Over dat papa heel erg verdrietig was van binnen. Over dat hij er niet meer is. Over dat dat niet haar schuld is, en ook niet die van mama. Ze houdt papa levend in het leven van haar kind, op een liefdevolle, eerlijke manier.
Ik ben zo trots op haar geweest. Want dat is niet makkelijk. Dat vraagt moed. Elke keer weer.
Dan springt de tijd vooruit. Het meisje is nu zeven. En er is een kat. Een geliefde kat, die al jaren onderdeel is van het gezin. En die kat wordt heel ziek.
Moeder belt me. Of appt me. En ik hoor de angst door haar woorden heen. Want de kat moet euthanasie krijgen. En moeder is doodsbang. Ze is bang dat dit alles wat haar dochter heeft meegemaakt met papa, dat dit terugkomt. Dat het trauma opnieuw wordt geraakt. Dat de dood van de kat te veel is, te groot, te zwaar.
En in die angst doet ze iets wat ik zo menselijk vind, zo begrijpelijk, en tegelijkertijd zo herkenbaar als iets wat we als ouders zo vaak doen: ze beschermt. Ze houdt haar kind weg bij de voorbereiding. Ze wil haar kind behoeden voor het verdriet dat eraan komt.
Ik snap dat. Echt. Als moeder wil je niet dat je kind pijn heeft. Je wil het opvangen, tegenhouden, kleiner maken. Zeker als je kind al zo vroeg zo'n groot verlies heeft meegemaakt.
Maar ik had haar eerder al iets meegegeven. Iets wat ik ook in mijn werk met andere ouders altijd weer terugzie. Betrek je kind erbij. Geef het de kans om afscheid te nemen. Kinderen zijn veel sterker dan wij denken. Veel veerkrachtiger. En het weghouden, dat beschermen, dat doet soms meer schade dan het verlies zelf.
De kat gaat dood. Het meisje is verdrietig. Dat is ze echt. Ze huilt, ze mist de kat, ze vraagt naar haar. Maar het trauma van papa komt niet terug op de manier waarop moeder zo bang voor was. Het meisje rouwt, op haar eigen manier, op haar eigen tempo. En dan, na een paar dagen, speelt ze weer vrolijk verder.
Drie weken later krijg ik een appje van moeder.
Je had gelijk Leoniek. Het was meer van mij dan van haar. Zij speelt lekker vrolijk door en ik wil de kat het liefst opgraven.
Ik moest lachen toen ik dat las. En huilen tegelijk. Want wat een eerlijkheid. Wat een zelfinzicht. En wat een mooi voorbeeld van iets wat ik zo vaak zie in mijn werk.
Rouw is soms meer van de ouder dan van het kind.
Laat me daar even bij stilstaan, want ik denk dat dit zo waardevol is om te horen.
Als volwassenen kijken we naar kinderen en we projecteren. We denken: dit moet verschrikkelijk voor haar zijn. Dit gaat haar kapotmaken. Dit is te veel. En vanuit die overtuiging gaan we beschermen, afschermen, zachtjes doen. We lopen op onze tenen. We fluisteren over de dood alsof het iets is wat niet mag bestaan in de wereld van een kind.
Maar kinderen leven in het nu. Een kind van zeven rouwt om de kat. Echt. Dat verdriet is echt. Maar datzelfde kind kan een uur later weer buiten spelen en lachen en de wereld vergeten zijn. Dat is geen teken dat het haar niet raakt. Dat is een teken dat kinderen van nature iets hebben wat wij als volwassenen zo moeilijk vinden: ze kunnen heen en weer bewegen tussen verdriet en leven.
Dat duale procesmodel van Stroebe en Schut, dat ik zo waardevol vind in mijn werk, dat zien we bij kinderen zo puur. Ze gaan naar de verlieskant, ze voelen het verdriet, en dan gaan ze weer naar de herstelkant. Ze spelen. Ze lachen. En dan komt het verdriet weer even terug. En dan spelen ze weer.
Wij als volwassenen vinden dat soms ongemakkelijk. We denken: ze doet net alsof er niets is. Of: heeft het haar dan helemaal niet geraakt? Maar dat is het niet. Het is gewoon hoe kinderen rouwen. En het is eigenlijk gezond. Het is eigenlijk precies zoals het zou moeten.
Moeder wilde de kat opgraven. Dat zinnetje heeft me niet meer losgelaten. Want daarin zit alles. Daarin zit haar eigen verdriet. Haar eigen rouw. Niet alleen om de kat, maar ook om alles wat de kat vertegenwoordigde. De veiligheid, de warmte, het dagelijkse leven dat er gewoon was. En misschien ook, ergens, de rouw om papa die nooit echt klaar is.
Want dat is ook iets wat ik je wil meegeven vandaag. Rouw stapelt zich op. Niet altijd bewust, niet altijd zichtbaar, maar het doet het wel. Elke keer dat er een nieuw verlies is, kan het oude verlies weer even aan de oppervlakte komen. Dat is niet erg. Dat is menselijk. Maar het is wel goed om je ervan bewust te zijn.
Voor moeder was de kat niet alleen de kat. De kat was ook een nieuw verlies in een leven dat al zoveel verlies heeft gekend. En de angst die ze voelde voor haar dochter, die angst was ook haar eigen angst. De angst van een moeder die haar kind al zo jong heeft zien lijden. Die alles heeft gedaan om haar te beschermen. En die nu opnieuw de dood aan de deur had.
Dat is begrijpelijk. Dat is liefde. Maar het is ook goed om te zien dat die angst van haar was, niet van haar dochter.
Nu wil ik ook iets zeggen over wat er aan het begin van dit verhaal al speelde. Over hoe moeder heeft leren praten met haar kind over de dood van papa.
Dat is niet vanzelfsprekend. Helemaal niet. Zeker niet als het gaat om suïcide. Want suïcide is een bijzondere vorm van verlies. Het roept vragen op die geen antwoord hebben. Het roept schuldgevoelens op, schaamte soms, verwarring altijd. En als je dan ook nog moeder bent van een klein kind dat vraagt: waar is papa, dan wil je zo graag het goede antwoord geven. Het antwoord dat het kind beschermt maar ook eerlijk is. Het antwoord dat niet te veel is maar ook niet te weinig.
Er is geen perfect antwoord. Dat bestaat niet. Maar wat wel bestaat, is de bereidheid om er te zijn. Om de vraag niet weg te wuiven. Om niet te zeggen: daar praten we later over. Om je kind aan te kijken en te zeggen: papa was heel erg verdrietig van binnen. Zo verdrietig dat hij niet meer wist hoe hij verder moest. En dat is niet jouw schuld. En ook niet die van mij. En we missen hem allebei.
Dat is niet makkelijk. Maar het is zo waardevol. Want kinderen die leren dat de dood bespreekbaar is, die leren ook dat verdriet bespreekbaar is. Dat gevoelens er mogen zijn. Dat je niet alleen hoeft te zijn met wat er van binnen gebeurt.
En dat meisje, dat meisje heeft dat geleerd. Van haar moeder. Die het zelf ook moest leren, stap voor stap, met vallen en opstaan.
Ik wil je ook nog iets meegeven over de kat. Over het weghouden bij de voorbereiding.
Ik begrijp waarom moeder dat deed. Echt. Maar ik had haar eerder al iets verteld wat ik ook in andere podcasts heb gezegd: betrek kinderen bij afscheid nemen. Geef ze de kans om te zien wat er gebeurt. Niet om ze te confronteren met iets hards, maar om ze de kans te geven om te begrijpen. Om te zeggen: dag lieve kat. Om erbij te zijn.
Kinderen die afscheid mogen nemen, die kunnen beter rouwen. Niet omdat afscheid nemen makkelijk is, maar omdat het helpt om de werkelijkheid te begrijpen. Het helpt het rouwende brein om te verwerken dat iemand er echt niet meer is.
En in dit geval, met dit meisje, was dat ook zo. Ze was verdrietig. Ze miste de kat. Maar ze kon het een plek geven. Ze kon verder.
Moeder niet. Moeder wilde de kat opgraven.
En dat is ook oké. Want rouw is niet lineair. Rouw gaat niet van A naar B. Rouw gaat heen en weer, omhoog en omlaag, twee stappen vooruit en soms weer één terug. En op het moment dat je denkt dat je er bijna bent, kan er iets kleins zijn, een zieke kat, een lege plek op de bank, een geur die je ineens herinnert aan vroeger, en dan ben je er weer helemaal in.
Dat is niet erg. Dat is rouw.
Wat ik zo mooi vind aan dit verhaal, en waarom ik het met je wilde delen, is de eerlijkheid van moeder. Drie weken later dat appje sturen. Je had gelijk Leoniek. Dat vraagt iets. Dat vraagt de bereidheid om naar jezelf te kijken. Om te zien wat van jou is en wat van je kind is. Om te erkennen dat je eigen angst soms groter is dan de situatie vraagt.
Dat is groei. Dat is het mooiste wat ik zie in mijn werk.
En dat meisje van zeven, die speelt vrolijk door. Die draagt haar papa in haar hart, op een manier die past bij wie zij is. Die heeft geleerd dat verdriet er mag zijn. Dat je erover mag praten. Dat de dood niet iets is wat je wegsopt of verzwijgt, maar iets wat bij het leven hoort.
Dat heeft haar moeder haar geleerd. Met alles wat ze had.
Bedankt dat je naar deze podcast hebt geluisterd. Als je dit herkent, als je merkt dat jouw angst soms groter is dan die van je kind, of als je worstelt met hoe je met je kind praat over verlies, neem dan gerust contact met me op. Ik denk graag met je mee. Want dit werk, dit is precies waarom ik doe wat ik doe.