De rouwpodcast: praten over rouw bij kinderen en jongeren
Leoniek bespreekt hoe we kinderen en jongeren in rouw kunnen helpen
De rouwpodcast: praten over rouw bij kinderen en jongeren
#35 Kinderen weten niet hoe ze moeten rouwen
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
En waarom jouw voorbeeld belangrijker is dan jouw woorden.
In deze aflevering duikt Leoniek in een hardnekkig misverstand: dat kinderen vanzelf wel weten hoe ze moeten omgaan met verlies en verdriet. Aan de hand van het verhaal van de achtjarige Eveliene laat ze zien hoe goedbedoelde bescherming juist voor verwarring, angst en eenzaamheid kan zorgen.
Waarom praten kinderen soms niet over hun verdriet?
Waarom zeggen woorden als “je mag huilen” vaak niet genoeg?
En hoe leren kinderen eigenlijk rouwen?
Deze aflevering gaat over voorbeeldgedrag, eerlijkheid, emoties tonen, samen verdriet dragen en kinderen helpen om verlies niet alleen te hoeven dragen.
In deze aflevering hoor je onder andere:
- Waarom kinderen emoties leren door te kijken, niet door uitleg alleen
- Hoe stilte rondom verlies juist méér angst kan veroorzaken
- Waarom kinderen zelf invulling geven aan wat ze niet begrijpen
- Hoe ouders hun verdriet kunnen delen zonder hun kind te belasten
- Waarom samen huilen óók verbinding geeft
- Hoe rituelen en herinneringen helpen bij verwerking
- Waarom kinderen vaak denken dat ze “verkeerd rouwen”
- Het verschil tussen beschermen en begeleiden
Belangrijke boodschap uit deze aflevering
Kinderen hoeven niet beschermd te worden tégen verdriet.
Ze hebben volwassenen nodig die hen laten zien hoe je met verdriet kunt leven.
Voor ouders en hulpverleners
Werk jij met kinderen of jongeren in rouw? Of ben je zelf ouder van een kind dat verlies meemaakt? Dan biedt deze aflevering herkenning, inzichten en praktische handvatten om het gesprek over verdriet wél aan te gaan.
Quote uit de aflevering
“Kinderen leren rouwen niet doordat wij zeggen dat emoties er mogen zijn, maar doordat ze zien dat wij ze durven voelen.”
Beluister deze aflevering als je:
- merkt dat een kind verdriet wegduwt
- twijfelt hoeveel je wel of niet moet vertellen
- bang bent je kind te belasten met emoties
- wilt begrijpen hoe kinderen verlies verwerken
- kinderen wilt begeleiden vanuit verbinding in plaats van vermijden
Bedankt voor het luisteren.
Wil je meer leren over rouw, verlies en begeleiding van kinderen en volwassenen? Kijk dan verder bij de Academie voor Verlies.
Voor meer informatie bezoek de website Leoniekvandermaarel.nl.
Je kunt je ook inschrijven voor webinars of nieuwsbrieven.
# 35Kinderen weten niet hoe ze moeten rouwen
Hoi, welkom bij deze podcast. Vandaag wil ik het met je hebben over iets wat ik zo vaak in mijn praktijk tegenkom. Iets wat me raakt, telkens weer. Het gaat over kinderen en rouw. En meer specifiek: over het misverstand dat kinderen vanzelf wel weten hoe ze moeten rouwen.
Spoiler alert: dat weten ze niet.
Laat me je meenemen in het verhaal van Eveliene. Eveliene was acht jaar toen haar opa ernstig ziek werd. Hij werd met spoed opgenomen in het ziekenhuis en niemand wist in eerste instantie wat er met hem aan de hand was. Na een hoop onderzoeken bleek dat opa een tumor had. Of die tumor goed of kwaadaardig was, dat was nog niet bekend.
Eveliene ging één keer mee naar opa in het ziekenhuis. Ze schrok zich een hoedje van alle slangetjes waar opa aan lag. Daarna wilde ze niet meer mee. Haar ouders vertelden haar niet dat opa een tumor had. Ze wilden haar niet onnodig ongerust maken, zeker niet na die grote schrik in het ziekenhuis. Ze dachten: we beschermen haar maar voor de akelige werkelijkheid.
Toen de uitslagen binnenkwamen, bleek het om een kwaadaardige tumor te gaan. Opa kon hier niet meer van genezen. De ouders vertelden heel voorzichtig aan Eveliene dat opa 'misschien' dood zou gaan. Eveliene hoorde vooral dat woordje 'misschien'. Ze was bang. Ze begreep niet wat er aan de hand was en hoe het toch kon dat opa 'misschien' dood kon gaan.
Opa overleed niet al te lang na de diagnose. Eveliene had hem niet meer willen opzoeken in het ziekenhuis. Wel toen opa weer thuis was, maar toen opa voor de laatste fase naar het ziekenhuis ging, wilde ze weer niet meer naar hem toe. Eveliene heeft opa niet meer gezien nadat hij was overleden. Ze is wel bij de begrafenis geweest.
Na ongeveer vijf maanden meldden ouders Eveliene aan voor therapie. Ze sliep maar zo slecht. Tijdens het intakegesprek werd dit verhaal verteld en ik ging met Eveliene aan de slag.
Wat bleek? Eveliene worstelde met het feit dat ze niet wist waaraan opa was overleden. Ze had het idee dat je, als je in het ziekenhuis terecht kwam, zou overlijden. Er werd thuis niet meer over opa gesproken. Of in ieder geval heel erg weinig. Ze zag wel af en toe dat haar ouders verdrietig waren, maar ze had geen idee wat er dan aan de hand was.
Op school wist de juf van het overlijden van opa en soms vroeg de juf ernaar bij Eveliene. Maar dan wilde Eveliene er steevast niet over praten. Dat was de algehele tendens: Eveliene wilde niet over haar overleden opa praten.
Tijdens het oudergesprek bespraken we Eveliene haar onmacht. Ik vroeg aan de ouders hoe zij over de overleden opa praatten. Ze vertelden mij dat ze dat liever niet deden waar de kinderen bij waren. Omdat de kinderen het al moeilijk genoeg hadden en ze wilden de kinderen niet belasten met het verdriet.
Ouders begrepen niet waarom Eveliene er niet over sprak. Ze hadden Eveliene toch de mogelijkheid gegeven? Ze hadden haar toch verteld dat ze mocht huilen als ze dat zou willen?
En hier zit hem de crux. Hier zit het grote misverstand.
Kinderen leren van voorbeeldgedrag. Meer dan van woorden. Veel meer. We kunnen wel honderd keer zeggen 'je mag huilen als je dat wilt', maar als een kind ons nooit ziet huilen, als we nooit over ons verdriet praten, wat leert dat kind dan?
Ik gaf de ouders een voorbeeld. Eten met mes en vork. Hoe leer je een kind dat? Door het voor te doen. Door te laten zien hoe het werkt. Door geduldig te zijn als het nog niet lukt. Door het telkens weer opnieuw te laten proberen.
Zo werkt het ook met emoties. Met verdriet. Met rouw.
Ik vertelde de ouders dat het niet erg is om kinderen verdriet te laten zien. Als we er maar bij vertellen dat zij niet degenen zijn die het verdriet hebben veroorzaakt. Zij zijn hooguit degenen die ervoor hebben gezorgd dat je het verdriet weer even kan voelen. En dat kan soms ook prettig zijn. En het gaat ook weer over.
Want dat is ook wat kinderen moeten leren: verdriet komt en gaat. Het overspoelt je soms, maar het trekt ook weer weg. Dat is normaal. Dat hoort erbij.
De ouders van Eveliene konden hier zeker mee werken. Ze namen zich voor meer met Eveliene te praten over het verlies van opa. Eveliene is daarna nog drie keer bij me geweest. Toen was het niet meer nodig.
Dit verhaal raakt me elke keer als ik eraan terugdenk. Want het laat zo mooi zien hoe goedbedoeld beschermen soms averechts kan werken.
De ouders van Eveliene wilden haar beschermen. Natuurlijk wilden ze dat. Welke ouder wil zijn kind niet beschermen tegen pijn, tegen verdriet, tegen alles wat moeilijk is in het leven?
Maar hier is het ding: we kunnen onze kinderen niet beschermen tegen verlies. Verlies hoort bij het leven. Mensen gaan dood. Relaties eindigen. Dingen veranderen. Dat is de harde werkelijkheid.
Wat we wél kunnen doen, is onze kinderen leren hoe ze daarmee om kunnen gaan. Hoe ze kunnen rouwen. Hoe ze hun verdriet een plek kunnen geven.
En dat leren ze niet door ons te horen zeggen 'je mag huilen als je wilt'. Dat leren ze door ons te zien huilen. Door ons te horen praten over ons verdriet. Door ons te zien worstelen en toch doorgaan.
Kinderen zijn meesters in het aflezen van stemming. Ze voelen haarfijn aan dat er iets niet klopt. Dat mama verdrietig is. Dat papa stil is. Maar als we er niet over praten, dan kunnen ze er geen touw aan vastknopen. Dan gaan ze zelf invullen wat er aan de hand is. En vaak vullen ze het in op een manier die niet klopt.
Zoals Eveliene, die dacht dat je doodging als je in het ziekenhuis terecht kwam. Omdat niemand haar uitlegde wat er werkelijk aan de hand was. Omdat ze de puzzelstukjes zelf moest leggen, maar niet alle stukjes had.
Het woordje 'misschien' in 'opa gaat misschien dood' gaf Eveliene hoop. Hoop dat het niet zou gebeuren. Maar het gebeurde wel. En toen was de verwarring compleet.
Wat had anders gekund? De ouders hadden Eveliene kunnen vertellen dat opa een tumor had. Op een manier die past bij een kind van acht. Niet alle medische details, maar wel de kern: opa is heel erg ziek. De dokters doen hun best, maar het kan zijn dat opa's lichaam het niet redt.
Ze hadden Eveliene kunnen voorbereiden op wat komen ging. Niet om haar bang te maken, maar om haar te helpen begrijpen wat er gebeurde.
En na opa's overlijden? Dan hadden ze samen kunnen huilen. Dan hadden ze kunnen praten over de mooie herinneringen aan opa. Over hoe ze hem missen. Over hoe het voelt dat hij er niet meer is.
Dat is niet belasten. Dat is delen. Dat is samen zijn in verdriet.
Want hier is nog iets wat belangrijk is om te weten: kinderen voelen zich vaak heel erg alleen in hun verdriet. Ze denken dat zij de enigen zijn die zich zo voelen. Dat niemand het begrijpt.
Als we als ouders ons verdriet delen, dan laten we zien: je bent niet alleen. Ik voel dit ook. We zijn samen in dit verdriet.
Dat geeft zo veel troost. Zo veel verbinding.
Ik zie het zo vaak in mijn praktijk. Kinderen die vastzitten in hun rouw omdat ze niet weten hoe het moet. Omdat ze geen voorbeeld hebben gezien. Omdat ze denken dat ze het verkeerd doen.
Want ja, kinderen denken ook dat ze rouw verkeerd kunnen doen. Dat ze te veel huilen of juist te weinig. Dat ze er te vaak aan denken of juist te weinig. Dat ze te verdrietig zijn of juist niet verdrietig genoeg.
Ze hebben geen idee dat rouw er bij iedereen anders uitziet. Dat er geen goed of fout is. Dat het komt en gaat, in golven, soms verwacht en soms totaal onverwacht.
Dat is wat we ze moeten leren. En dat doen we door het voor te doen.
Ik hoor wel eens: maar ik wil mijn kind niet belasten met mijn verdriet. Ik wil sterk zijn voor mijn kind.
En ik begrijp dat. Echt waar. Maar hier is het ding: sterk zijn betekent niet dat je nooit verdrietig mag zijn. Sterk zijn betekent dat je je kwetsbaarheid durft te tonen. Dat je durft te laten zien dat je ook maar een mens bent. Dat je ook verdriet hebt. En dat je daar op een gezonde manier mee omgaat.
Dát is wat kinderen nodig hebben. Geen superheld die nooit huilt. Maar een echt mens die laat zien: dit is moeilijk, en ik voel me verdrietig, en dat is oké.
Denk maar aan het voorbeeld van mes en vork. We geven onze kinderen toch ook geen mes en vork en zeggen: zoek het maar uit? Nee, we laten zien hoe het werkt. We helpen. We oefenen samen.
Zo werkt het ook met emoties.
En hier is nog iets: als we onze kinderen niet leren hoe ze met verdriet om moeten gaan, dan leren ze het ergens anders. Of erger nog: ze leren het helemaal niet. En dan krijg je volwassenen die niet weten hoe ze moeten rouwen. Die hun verdriet wegstoppen. Die denken dat ze sterk moeten zijn en nooit mogen huilen.
Ik zie het in mijn praktijk, bij de volwassenen die bij me komen. Zo vaak is er een patroon dat teruggaat tot de kindertijd. Tot een verlies dat nooit goed verwerkt is. Tot verdriet dat nooit een plek heeft gekregen.
We doen onze kinderen geen plezier door ze te beschermen tegen verdriet. We doen ze een plezier door ze te leren hoe ze ermee om kunnen gaan.
En dat betekent niet dat we ze moeten overspoelen met onze emoties. Dat we onze kinderen moeten gebruiken als therapeut. Nee, absoluut niet.
Het betekent dat we eerlijk zijn. Dat we zeggen: ik ben verdrietig omdat ik opa mis. Dat we laten zien dat we huilen, maar ook dat we weer kunnen lachen. Dat we praten over mooie herinneringen. Dat we rituelen creëren om de overledene te gedenken.
Het betekent dat we het gesprek aangaan. Telkens weer. Want kinderen hebben vaak vragen. Vragen die ze niet durven te stellen als ze het gevoel hebben dat ze er niet over mogen praten.
Vragen zoals: waar is opa nu? Doet doodgaan pijn? Ga jij ook dood? Ga ik ook dood?
Dit zijn grote vragen. Moeilijke vragen. Maar het zijn vragen die kinderen bezighouden. En als we er niet over praten, dan blijven die vragen maar rondspoken in hun hoofd.
We hoeven niet alle antwoorden te hebben. We mogen zeggen: dat weet ik niet. Maar we kunnen wel het gesprek aangaan. We kunnen wel luisteren. We kunnen wel samen zoeken naar antwoorden.
En weet je wat mooi is? Als we dit doen, dan leren we onze kinderen iets wat ze hun hele leven kunnen gebruiken. We leren ze dat moeilijke dingen bespreekbaar zijn. Dat emoties er mogen zijn. Dat verdriet een plek mag hebben.
We leren ze veerkracht. Niet de veerkracht van 'ik slik mijn verdriet weg en ga door', maar de veerkracht van 'ik voel mijn verdriet, ik geef het een plek, en dan kan ik weer verder'.
Dat is een cadeau. Een cadeau voor het leven.
Bij Eveliene zag ik het gebeuren. Zodra haar ouders begonnen te praten over opa, over hun verdriet, over hun mooie herinneringen, begon Eveliene te ontdooien. Ze durfde vragen te stellen. Ze durfde te vertellen dat ze zich schuldig voelde dat ze niet meer naar opa in het ziekenhuis was gegaan.
We hebben daar samen naar gekeken. Ik heb haar uitgelegd dat het heel normaal is dat kinderen bang zijn voor ziekenhuizen. Dat ze niet hoefde te voelen dat ze iets verkeerd had gedaan. Dat opa het vast begreep.
Haar ouders hebben thuis met haar gepraat over opa's ziekte. Over waarom hij was overleden. Over dat niet iedereen die in het ziekenhuis komt, doodgaat. Dat gaf Eveliene zo veel rust.
En ze hebben rituelen gecreëerd. Ze gingen samen naar opa's graf. Ze praatten over mooie herinneringen. Ze maakten een plakboek met foto's van opa.
Eveliene begon weer te slapen. Ze werd weer het vrolijke meisje dat ze was. Niet omdat het verdriet weg was, maar omdat het verdriet een plek had gekregen.
Dat is wat ik ouders wil meegeven: bescherm je kinderen niet tegen verdriet. Leer ze ermee om te gaan.
Praat met ze. Laat je emoties zien. Leg uit wat er gebeurt. Geef antwoord op hun vragen, ook als die vragen moeilijk zijn.
Creëer ruimte voor verdriet. Maar ook voor mooie herinneringen. Voor lachen om grappige dingen die gebeurd zijn. Voor het leven dat doorgaat.
Want dat is ook wat kinderen moeten leren: het leven gaat door. Ook na verlies. Ook na verdriet. Het leven gaat door, en dat is oké.
We mogen verdrietig zijn én lachen. We mogen de overledene missen én genieten van het hier en nu. Het een sluit het ander niet uit.
Dat is de les. Voor kinderen, maar eigenlijk ook voor volwassenen. overlijden van Jos toen mijn dochtertje vijf was, dan weet ik hoe moeilijk het is. Hoe graag je je kind wil beschermen. Hoe zwaar het is om je eigen verdriet te voelen en tegelijkertijd er te zijn voor je kind.
Maar ik weet ook dat we onze kinderen geen plezier doen door sterk te doen. Door te doen alsof er niets aan de hand is. Door ons verdriet weg te stoppen.
We doen ze een plezier door echt te zijn. Door te laten zien dat we ook maar mensen zijn. Dat we verdriet hebben en dat dat oké is.
Kinderen zijn sterker dan we denken. Ze kunnen veel meer aan dan we soms denken. Maar ze hebben wel onze hulp nodig. Onze begeleiding. Ons voorbeeld.
Dus laten we ze leren hoe ze kunnen rouwen. Niet door ze te vertellen hoe het moet, maar door het voor te doen. Door samen te zijn in verdriet. Door ruimte te maken voor emoties. Door het gesprek aan te gaan, telkens weer.
Dat is wat kinderen nodig hebben. En uiteindelijk is dat wat we allemaal nodig hebben.
Bedankt voor het luisteren. Ik hoop dat dit verhaal je aan het denken heeft gezet. Dat het je misschien heeft geholpen om anders naar rouw bij kinderen te kijken.
En als je zelf een kind hebt dat rouwt, of als je werkt met kinderen in rouw, onthoud dan: ze weten niet hoe het moet. Ze hebben jou nodig om het te leren. Niet door woorden, maar door voorbeeld.
Tot de volgende keer.