Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar

Dag 128 - Handelingen 21 tot en met 23

Zij Lacht Season 2026 Episode 128

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 19:03

Vandaag lezen we Handelingen 21 tot en met 23  uit de NBV21.

📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.

SPEAKER_01

Je luistert naar de Bijbel in een Jaarpotcast van Zij Lacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 128. We lezen Handelingen 21 tot en met 23.

SPEAKER_00

Handelingen 21 Naar Tirus en Cesarea.

SPEAKER_01

Nadat we ons met moeite van hen hadden losgemaakt, kozen we zee en zetten rechtstreeks koers naar Kos. De dag daarop bereikten we rode. En vandaar voeren we naar Patara. Daar vonden we een schip dat de oversteek naar Venetië zou maken. We gingen aan boord en voeren weg. We kregen Cyprus in zicht, maar lieten het links liggen en zeilden verder naar Syrië, waar we de haven van Tyrus binnenliepen. Daar moest het schip zijn lading lossen. We gingen op zoek naar de leerlingen en bleven een week bij hen. Sprekend door de geest ontraden ze Paulus naar Jeruzalem door te reizen. Maar toen ons oponthoud ten einde liep, vertrokken we weer, uitgeleide gedaan door alle leerlingen met hun vrouwen en kinderen. We gingen de stad uit en knielden samen neer op het strand om te bidden. Toen namen we afscheid van elkaar. Wij gingen aan boord van het schip en de leerlingen keerden terug naar huis. Vanuit Tyrus kwamen we in Ptolemaïs aan, waar we onze zeereis beëindigden. We begroeten de broeders en zusters en bleven één dag bij hen. De volgende dag vertrokken we weer en gingen op weg naar Caesarea. Daar vonden we onderdag bij Philippes, verkondiger van het evangelie en een van de zeven wijze mannen. Hij had vier ongetrouwde dochters, die de gaven van de profetie bezaten. Na enkele dagen kwam er een profeet uit Judea, die Achabes het. Hij zocht ons op, pakte Paulus gordel en bond daarmee zijn eigen handen en voeten vast. Toen zei hij: Dit zegt de Heilige Geest: Zo zal de man van wie deze godel is worden vastgebonden door de Joden in Jeruzalem, die hem aan de heidene zullen uitleveren. Toen we dit hoorden, drongen wij en de gelovigen van Caesarea er bij Paulus op aan om niet naar Jeruzalem te reizen. Maar Paulus antwoordde: Waarom probeer jullie me door je tranen te vermurven? Ik ben niet alleen bereid me in Jeruzalem gevangen te laten nemen, maar ook om er te sterven om willen van de naam van de Heer Jezus. Omdat hij zich niet liet overreden, deden we er het zwijgen toe en zeiden alleen nog laat gebeuren wat de Heer wil. Ontvangst in Jeruzalem. Korte tijd later maakten we ons reisvaardig en gingen naar Jeruzalem. Enkele leerlingen uit Caë gingen met ons mee. Ze brachten ons naar Menasson, een Cyrioot die al vanaf het begin bij de leerlingen hoorde en bij wie we zouden verblijven. Bij onze aankomst in Jeruzalem ontvingen de gelovigen ons gast vrij. De volgende dag ging Paulus met ons naar Jacobus, bij wie alle oudsten waren samengekomen. Nadat Paulus hen begroed had, vertelde hij tot in bijzonderheden wat God door zijn verkondigingswerk onder de andere volken tot stand had gebracht. Toen ze dat hoorden, prezen en eerde ze God en zeide: Je hebt kunnen zien, broeder, dat ook vele duizenden Joden tot geloof zijn gekomen en alle leven vol overtuiging volgens de wet. Nu is hun verteld dat jij de Joden die te midden van de andere volken wonen, aanspoort tot ontrouw aan Mozes. Je zou beweren dat ze hun kinderen niet hoeven te besnijden en dat ze zich niet aan de voorschriften hoeven te houden. Hoe weerleggen we dit? Ze zullen ongetwijfeld horen van je komst. Doe daarom wat wij je zeggen. Er zijn bij ons vier mannen die hun gelofte hebben afgelegd. Neem hen met je mee, laat je samen met hen reinigen en betaal voor hen de kosten van de offers, waarna ze hun haar kunnen laten afscheren. Dan zal iedereen inzien dat de verhalen die over jou worden verteld onwaar zijn en dat ook jij doet wat de wet voorschrijft. De niet-Joden die tot geloof gekomen zijn, hebben we schriftelijk op de hoogte gesteld van onze beslissing dat ze zich in acht moeten nemen voor vlees dat bij de afgoden dienst is gebruikt. Voor bloed, voor vlees waar nog bloed in zit en voor ontucht. Daarop nam Paulus de vier mannen met zich mee. De volgende dag liet hij zich samen met hen reinigen en ging de tempel binnen, waar hij bekendmaakte wanneer de reinigingsperiode zou aflopen, zodat daarna voor ieder van hen het offer gebracht kon worden. Paulus gearresteerd. Toen de zeven dagen van de reiniging bijna verstreken waren, zagen Joden uit Azia Paulus in de tempel. Ze grepen hem vast en bracht de grote opschurning teweeg onder de tempelbezoekers. Ze schreeuwden: Israëlieten, kom ons helpen. Dit is de man die overal en aan iedereen een leer verkondigt die tegen ons volk gericht is en tegen de wet en de tempel. Bovendien heeft hij ook Grieken de tempel binnengebracht, en daarmee heeft hij deze heilige plaats ontwijd. Ze hadden hem namelijk kort tevoren met de Evezer Trofimus in de stad gezien, en ze dachten dat Paulus hem had meegenomen naar de tempel. De hele stad raakte in rep en roer, en er ontstond een volksoploop. Paulus werd hardhandig de tempel uitgesleurd en meteen werden de tempelpoorten gesloten. Terwijl de menigte probeerde hem te vermoorden, ontving de tribu van de in Jeruzalem gelegen kohort bericht dat er grote opschudding was ontstaan in de stad. Meteen verzamelde hij een groep soldaten en centurios en haaste zich de trappen af naar de tempel. Toen de Joden de tribu met zijn soldaten zagen naderen, hielden ze op Paulus te slaan. Zodra de tribu bij hen was gekomen, arresteerde hij Paulus en gaf opdracht hem met twee kettingen te boeien. Aan de omstanders vroeg hij wie Paulus was en wat hij had gedaan. De mensen riepen echter van alles door elkaar. Omdat de tribu door al tumult de wadetoedracht niet kon achterhalen, gaf hij bevel Paulus mee te nemen naar de kazerne. Bij de trappen begon de menigte echter zo te dringen dat de soldaten hem moesten dragen, want de mensen liepen achter hem aan en schreeuwde weg met hem. Verdedigingsreden van Paulus. Vlak voordat Paulus de kazerne binnengebracht zou worden, zei hij tegen de tribu: Mag ik u iets vragen? De tribu antwoordde: Spreekt u Grieks? Bent u dan niet die Egyptenaar, die onlangs in opstand kwam en met vierduizend oproerkrijers de woestijn ingetrokken is? Paulus zei, ik ben een Jood uit Tarsus, in Silicië, burger van een niet onbelangrijke stad. Ik zou graag willen dat u me toestemming geeft om het volk toe te spreken, zodra de tribuun dit had toegestaan, maande Paulus die bovenaan de trappen stond, de mensen met een hand gebaar tot stilte. Daarna sprak hij hen in het Hebreeuws als volgt toe: Handelingen 22. U broeders en u, vaders van ons volk, luister naar wat ik tot mijn verdediging heb aan te voeren. Toen de menigte hoorde dat hij hen in het Hebreeuws toesprak, werd het nog stiller. Paulus vervolgde: ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Silicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Chamaliel gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de wet van onze voorouders opgevoed. Ik ben een vurig dienaar van God, en u allen heeft vandaag blijk van hetzelfde. Ik heb de aanhangers van de weg tot de dood toe vervolgd. Mannen en vrouwen heb ik gevangen genomen en laten opsluiten. Iets dat de hoge priester en de hele raad van oudsten kunnen bevestigen. Ik heb van hen zelfs aanbevelingsbrieven gekregen voor onze broeders in Damascus, toen ik daaren ging om ook daar mensen gevangen te nemen en hen naar Jeruzalem te brengen, waar ze hun straf moesten ondergaan. Maar onderweg, niet ver van Damaskus, gebeurde er tegen het middaguur iets onverwachts. Opeens werd ik omstraald door een fel licht uit de hemel. Ik viel op de grond en hoorde een stem tegen me zeggen: Sal, sal, waarom vervolg je mij? Ik vroeg: Wie bent u, Heer? En de Heer antwoordde: ik ben Jezus van Nazaret, die jij vervolgt. De mensen die bij me waren, zagen wel het licht, maar hoorden niet de stem van Hem die tegen me sprak. Ik vroeg: Wat moet ik doen, Heer? De Heer zei tegen mij: Sta op en ga naar Damascus. Daar krijg je precies te horen wat je opdracht is. Omdat het stralende licht me blind gemaakt had, namen mijn reisgenoten me bij de hand en bracht me zo naar de maskus. Daar kwam een zekere Ananias naar me toe, een vroom en wetsgetrouw man die bij alle Joodse inwoners van de stad in hoog aanzien stond. Hij ging voor me staan en zei: Sal, broeder, open je ogen. En op datzelfde ogenblik kon ik hem zien. Hij zei: de God van onze voorouders heeft jou uitgekozen om zijn wil te leren kennen, om de rechtvaardigen te zien en Hem te horen spreken, want je zult zijn getuige zijn en aan alle mensen verkondigen wat je gezien en gehoord hebt. Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonde wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept. Later toen ik terug was in Jeruzalem en in de tempel aan het bidden was, werd ik opeens gegrepen door een vizien. Ik zag de Heer die tegen me zei: haast je en vertrek meteen naar Jeruzalem, want ze zullen van jou geen getuigenis over mij aanvaarden. Ik zei, Heer, ze weten toch dat ik vroeger de mensen die in u geloven, heb laten opsluiten in de gevangenis, en dat ik hen in de synagog heb laten gezelen. ook toen Stevenus zijn getuigenis over u met de dood moest bekopen, was ik erbij. Ik hield de mantels van degene die hem doden in bewaring en keurde de moord op hem goed. Maar hij zei tegen mij: Ga, want ik wil je naar de andere volken sturen, ver van hier. Tot zover had de menigte naar Paulus geluisterd, maar nu begon iedereen luidkeels te roepen. Weg met die man, zo iemand heeft niet het recht om te leven. Ze schreeuwden, gooide met hun mantels en wierpen stof in de lucht. Daarop bevall de tribuun Paulus de kazerne binnen te brengen. Hij gaf opdracht hem onder het toedienen van zweepslagen te verhoren, om te achterhalen waarom het volk zo tegen hem te keer ging. Maar toen zij hem al vastgebonden hadden voor de zweepslagen, zei Paulus tegen de Centurio die erbij was, mogen jullie een Romeins burger gezelen en dan nog wel zonder vorm van proces? Toen de Centurio dit hoorde, ging hij naar de tribu om hem op de hoogte te stellen. Hij zei, wat bent u aan het doen? Die man is een Romein. De tribu ging naar Paulus toe en vroeg: bent u werkelijk een Romeins burger? Jazeker, antwoordde Paulus. De tribu zei: ik heb een vermogen moeten betalen voor dat burgerrecht. Daarop zei Paulus, ik ben als Romeins burger geboren. Meteen lieten de soldaten die op het punt stonden hem te verhoren hem met rust. En ook de tribuun sloegde schrik om het hart nu hij besefte dat hij een Romeins burger had laten vastbinden. Voor het Sanhedrin. Omdat de tribu nauwkeurig wilde vaststellen welke beschuldiging door de Joden tegen Paulus werd ingebracht, liet hij hem de volgende dag uit de gevangenis halen en veroordeerde hij dat de hoge priesters en het hele zandhedin bijeen moesten komen.

SPEAKER_00

Toen liet hij Paulus voor hen verschijnen. Handelingen 23.

SPEAKER_01

Paulus vestigde zijn blik op de leden van het Sanhedrin en zei: Broeders, ik heb tot op de dag van vandaag mijn leven geleid met een volkomen zuiver geweten voor God. Ananias de hoge priester gaf de mannen die naast Paulus stonden opdracht hem op zijn mond te slaan. Daarop zei Paulus tegen hem: God zal u slaan, huigelaar. U zit daar om volgens de wet recht over mij te spreken. En toch overtreedt u zelf de wet door bevel te geven mij te slaan, de omstanders zeiden: Scheld je de hoge priester van God uit? Toen zei Paulus: ik wist niet broeders, dat hij de hoge priester is. Er staat inderdaad geschreven: een leider van je volk mag je niet verwensen. Paulus wist dat het sanhedrin deels uit Saduseën bestond en deels uit Fariceën. En daarom riep hij hun toe. Broeders, ik ben een fariseeër, uit een geslacht van fariseën. En ik sta hier terecht omwille van de verwachting dat de doden zullen opstaan. Toen hij dit gezegd had, ontstond er oneenigheid tussen de fariseën en de Sadusëë en raakten de vergadering verdeeld. De Saduseën beweren immers dat er geen opstanding is en dat engelen en geesten niet bestaan. Maar de Fariseën geloven zowel het een als het ander. Er ontstond groot tumult. En enkele schriftgeleerden uit de kring van de fariseën stonden op en betoogde heftig. Wij vinden dat deze man niets heeft misdaan. Het kan toch dat een geest of een engel met hem gesproken heeft. Toen de oneenigheid nog toenam, vreesde de tribuun dat Paulus door de leden van het sanedin verscheurd zou worden. Hij liet een afdeling soldaten komen om hem te ontzetten en hem terug te brengen naar de kazerne. Die nacht kwam de Heer bij Paulus en zei: Houd moed, want zoals je in Jeruzalem getuigenis van mij hebt afgelegd, zo moet je ook in Rome van mij getuigen. Samenwering tegen Paulus. Toen de dag aanbrak, beraamde een groep Joden een aanslag op Paulus. Ze zwoeren dat ze niet zouden eten of drinken voor ze hem hadden gedood. Meer dan veertig mannen namen aan deze samenswering deel. Ze gingen naar de hoge priesters en de oudsten en zeiden: we hebben een heilige eet gezworen om niets meer te eten voor we Paulus hebben gedood. Dient u daarom nu onder het voorwensel dat u de beschuldigingen die tegen hem zijn ingebracht nader wilt onderzoeken. Namens het hele stand Heaterin een verzoek in bij de tribuun om hem naar u toe te laten brengen. Dan staan wij klaar om hem nog voor zijn aankomst te doden. De zoon van Paulus' zus hoorde echter van dit plan. Hij ging naar de kazerne en nadat hij daar was binnengelaten, stelde hij Paulus van de samenswering op de hoogte. Paulus liet een van de centurio's bij zich komen en zei: Breng deze jongeman naar de tribu, want hij heeft hem iets mee te delen. De centurio ging met hem naar de tribu en zei: De gevangene Paulus heeft me bij zich laten komen en me verzocht deze jongeman naar u toe te brengen, omdat hij u iets te zeggen heeft. De tribu nam hem mee naar een plek waar niemand hen kon horen, en vroeg: Wat heb je me te melden? De jongeman antwoordde: de Joden hebben afgesproken u te verzoeken, Paulus morgen naar hun raad te laten brengen, onder het voorwenssel dat ze zijn zaak nader willen onderzoeken. Maar u moet hen niet geloven, meer dan veertig van hen willen hem in een hinderlaag lokken. Ze hebben een eet gezworen dat ze pas zullen eten en drinken als ze hem vermoord hebben. Ze staan al klaar en wachten alleen nog tot u hun verzoek hebt ingewillig. De tribuun liet de jongeman vertrekken, en beval hem: vertel aan niemand dat je me hiervan op de hoogte hebt gesteld. Daarna liet hij twee centurio's komen en zei: zorg dat er vanavond, drie uur na zonsondergang, twee honderd soldaten klaarstaan om naar C.A. te gaan, samen met 70 ruiters en 200 lichtbewapende mannen. Zorg ook voor een stelrijdieren om Paulus veilig naar Procurator Felix te brengen. Ook schreef hij een brief met de volgende inhoud. Claudius Lysias aan zijn excellentie Procator Felix gegroet. Toen deze man werd opgepakt door de Joden en ze op het punt stonden hem te vermoorden, heb ik hem met behulp van mijn soldaten ontzet, daar ik vernam dat hij een Romeins burger is. Omdat ik wilde weten waarvan ze hem beschuldigden, bracht ik hem naar hun raad. En ik stelde toen vast dat de beschuldigingen betrekking hadden op geschilpunten in zaken hun wet. Er werd hem niet ten laste gelegd dat met de dood of gevangenschap wordt bestraft. Ik werd er vervolgens van op de hoogte gesteld dat er een aanslag tegen hem werd beraamd, waarna ik hem onmiddellijk naar u heb gezonden. Ook heb ik degene die hem beschuldigen gelast dat ze hun grieven jegens hem aan u moeten voorleggen. De soldaten namen Paulus mee, zoals hun opgedragen was, en bracht hem s'nachts naar Antipatris. De volgende ochtend lieten ze de ruiters met hem verder reizen en keerde ze zelf terug naar de kazerne. Na aankomst in Caesarea overhandigden Paulusbegeleiders de brief aan de procurator en droege Paulus over aan zijn gezag. Nadat Felix de brief had gelezen, vroeg hij uit welke provincie Paulus afkomstig was. En toen hij had gehoord dat Paulus uit Silicië kwam, zei hij: ik zal u verhoren zodra ook uw aanklagers aangekomen zijn. Hij gaf bevel hem gevangen te houden in het Pretorium van Herodus. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Zij Lacht - Elke Dag Artwork

Zij Lacht - Elke Dag

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap
Zij Lacht - Diep Geworteld Artwork

Zij Lacht - Diep Geworteld

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap