Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar

Dag 130 - Handelingen 27 en 28 en Psalm 103

Zij Lacht Season 2026 Episode 130

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 15:43

Vandaag lezen we Handelingen 27 en 28 en Psalm 103 uit de NBV21.

📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.

SPEAKER_02

Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 130. We lezen Handelingen 27 en 28 en Psalm 103.

SPEAKER_01

Handelingen 27: Zerijs naar Italië en schipbreuk.

SPEAKER_02

Toen het besluit gevallen was dat wij naar Italië zouden gaan, werden Paulus en enkele andere gevangenen overgedragen aan Julius, een centurio van een van de keizelijke kohorten. We gingen aan boord van een schip uit Adramitium, dat de havens langs de kust van Azië zou aandoen en voeren weg. Aristarchus de Macedoniër uit Thessalonica reisden met ons mee. De volgende dag liepen we de haven van Sidon binnen, en Julius, die Paulus heel voorkomend behandelde, vond het goed dat hij naar zijn vrienden ging om door hen verzorgd te worden. Nadat we uit Sidon vertrokken waren, hadden we met veel tegenwind te kampen, en daarom voeren we om Cyprus heen. We doorkruisten de zee, bezuiden Silicië en Pamfilië en liepen Mira in Litië binnen. Daar vond de Centurion een schip uit Alexandrië met bestemming Italië en hij schepte ons daarop in. Ettelijke dagen lang maakten we nauwelijks vaart, zodat we slechts met moeite ter hoogte van Knedus kwamen. Omdat de wind ons niet vooruit liet komen, voeren we om Kreta heen langs Kaap Salmone. En nadat we met moeite een eind langs de kust hadden gezellig, legden we aan in een plaats die goede havens heet, vlak bij de stad Lacea. Er was al geruime tijd verstreken, en ook de vaste tijd was al voorbij, zodat het gevaarlijk werd om uit te varen. Daarom waarschuwde Paulus de bemanning als volgt: ik voorzie grote moeilijkheden als we nu uitvaren. Niet alleen lopen de lading en het schip gevaar, maar ook onze levens. Maar de centurio stelde meer vertrouwen in de stuurman en de kapitein dan in de woorden van Paulus. Omdat de haven ongeschikt was voor overwintering, nam de meerderheid het besluit uit te varen in de hoop Venenix te bereiken. Een haven op Kreta die bescherming biedt tegen de zuid- en noordwestenwind en daar te overwinteren. Toen er vanuit het zuiden een lichte bries opstak, dachten ze hun plan te kunnen uitvoeren. Ze lichten het anker en voeren zo dicht mogelijk onder de kust van Kreta. Maar als spoedig stak er een hevige, aflandige wind op, die Eurachylon wordt genoemd. Omdat het schip werd meegesleurd en we geen kans zagen bij te draaien, gaven we onze pogingen op en lieten ons meedrijven. Toen we onder de lui van het eilandje Kauda kwamen, lukte het ons met de nodige moeite om de sloep langs zij te krijgen. De bemanning heest de sloep omhoog en verstevigde bij wijze van veiligheidsmaatregel de romp van het schip met touwen. Uit angst om in de sierte aan de grond te lopen, wirpen ze het drijvenker uit en lieten het schip drijven. Het geweld van de storm was zo groot dat ze de volgende dag een deel van de lading overboord gooiden. En de dag daarna wirpen ze zelfs de scheepsuitrusting in zee. Dagenlang waren de zon nog de sterren te zien, en bleef de storm in alle hevigheid woede, zodat we tenslotte elke hoop op redding verloren. Al geruime tijd had niemand aan boord nog iets gegeten, toen sprak Paulus de opvarende als volg toe: had maar naar mij geluisterd. Dan waren we op Kreta gebleven. Dan waren ons deze moeilijkheden bespaard gebleven en was er niets verloren gegaan. Maar toch roep ik jullie op om moed te houden, want niemand van jullie zal omkomen, alleen het schip zal verloren gaan. De afgelopen nacht werd ik namelijk bezocht door een engel van de God aan die ik toe behoor en die ik dien. Hij zei: Wees niet bang, Paulus. Je moet voor de keizer verschijnen, en daarom heeft God je in zijn goedheid het leven van alle opvarenden geschonken. Houd dus moed mannen, want ik vertrouw op God dat het zo zal gaan als me gezegd is: we zullen stranden op een of ander eiland. Toen de veertiende nacht aanbrak, waren we nog steeds op drift in de Adriatische Zee. Omstreeks middernacht vermoede de bemanning dat we land naderden, ze gooide het dieplood uit en peilde twintig vaden. En na even gewacht te hebben, gooide ze het lood nog eens uit en peilde toen vijftien vaden. Uit angst om op een klip te lopen, wirpen ze van de achtersteven vier ankers uit en baden dat het dag mocht worden. Maar toen de bemanning het schip wilde verlaten en de sloep te water liet onder het mon dat ze ook boegankers wilden uitbrengen, zei Paulus tegen Centurio en de soldaten: als zij niet aan boord blijven, kunnen jullie niet worden gered. Daarop kapten de soldaten de touwen van de sloep en lieten hem in zee vallen. Kort voor het aanbreken van de dag spoorde Paulus iedereen aan om iets te eten. Hij zei: jullie wachten nu al veertien dagen af zonder ook maar iets gegeten te hebben. Ik raad jullie aan om nu iets te eten, want dat zal bijdragen aan jullie redding. Niemand van jullie zal een haar worden gekrenkt. Toen hij dat gezegd had, nam hij een stuk brood. Dank de God in aanwezigheid van alle, brak het brood en begon te eten. Dat gaf de anderen moed, zodat ook zij gingen eten. In totaal waren we met 276 mensen aan boord. Nadat iedereen genoeg had gegeten, maakte z het schip lichter door het graan overboord te gooien. Toen het licht werd, herkenden ze de kust niet, maar ze zagen een baai met een strand en besloten een poging te doen om het schip daar aan de grond te zetten. Ze maakten de ankers los en gaven ze prijs aan de zee. En tegelijkertijd haalden ze de riemen weg waarmee het dubbroer vast zat. Toen hezen ze het voorzeil en hielden voor de wind aan op het strand. Ze stoten echter op een zandbank en daar liep het schip aan de grond. De boeg kwam onbeweeglijk vast te zitten, en door het geweld van de golven begon de achtersteven te breken. De soldaten vatten het plan op om de gevangenen te doden, zodat niemand zwemmend zou kunnen vluchten. Maar de centurio, die wilde dat Paulus in leven bleef, vijdelde hun plan en gaf bevel dat eerst degenen die konden zwemmen overboord moesten springen om aan land te gaan en daarna de anderen op planken of stukken wrakhout.

SPEAKER_00

En zo kwamen alle behouden aan wolken. Handelingen 28. Verblijf op Malta.

SPEAKER_02

Pas toen we veilig en wel aan land waren gekomen, hoorden we dat het eiland Malta heette. De plaatselijke bevolking gedroeg zich buiten gewoon vriendelijk. Ze verwelkomden ons en staken een vuur aan omdat het was gaan regenen en koud was. Paulus sprokkelde een grote bos doorhout en legde die op het vuur. Maar door de hitte kwam er een gifslang uit te kruipen die zich in zijn hand vastpeed. Toen de Maltezers het beest aan zijn hand zagen hangen, zeiden ze tegen elkaar: Die man is vast te moordenaar. Hij is aan de zee ontsnapt. Maar Dieke wil niet dat hij blijft leven. Paulus schudde de slang echter van zich af in het vuur en bleef volstrekt ongedeerd. De Maltezers verwachten dat zijn hand zou opzwellen of dat hij plotseling dood zou neervallen. Maar toen ze na geruime tijd zagen dat hem nog steeds niets mankeerde, veranderde ze van mening en zeiden dat hij een god was. Niet ver daar vandaan lag een landgoed, dat het eigendom was van de gouverneur van het eiland. Een zekere Publius. Hij liet ons bij zich komen en onthaalde ons drie dagen lang bijzonder gastvrij. Het geval wilde dat de vader van Publius ernstig ziek op bed lag, gekweld door koorts en buikloop. Paulus ging naar hem toe, legde hem onder gebed de handen op en genas hem. Daarna kwamen ook de andere zieken op het eiland naar hem toe en kregen hun gezondheid terug.

SPEAKER_01

Ze overladen ons met eerbewijze en voorzag ons bij ons vertrek van alles wat we nodig hadden.

SPEAKER_00

Verkondiging in Rome.

SPEAKER_02

Na drie maanden vertrokken we met een schip dat op het eiland had overwinterd. Het was een schip uit Alexandrië met de dioscure als boegbeeld. We deden de haven van Syracuse aan, waar we drie dagen bleven liggen. Daarna lichten we de ankers weer en kwamen we aan in regium. De volgende dag stak er een zuidenwind op, zodat we binnen twee dagen Putioli bereikten. Daar troffen we leerlingen aan, die ons uitnodigden om een week bij hen te blijven. Vervolgens gingen we op weg naar Rome. De leerlingen, die van onze komst hadden gehoord, kwamen ons vanuit Rome tegemoet tot Forum Api en trest taberne. En toen Paulus hen zag, dankte Hij God en vatte moed. Bij onze aankomst in Rome kreeg Paulus toestemming om een eigen woning te betrekken, met een soldaat als bewaker. Na drie dagen riep hij de Joodse leiders bij zich. Toen ze bijeengekomen waren, zei hij tegen hen: Broeders, ofschoon ik, ons volk niets heb misdaan en de gebruiken van onze voorouders niet heb geschonden, ben ik door de Joden in Jeruzalem gevangen genomen en uitgeleverd aan de Romeinen, die me naar verhoor wilde vrijlaten omdat er geen enkele grond was om mij ter dood te veroordelen. De Joden tekenen daar echter bezwaar tegenaan, zodat ik me gedwongen zag me op de keizer te beroepen, overigens zonder mijn volk van iets te willen beschuldigen. Dat is de reden waarom ik u verzocht heb hier met mij te komen spreken. Want het is juist omwille van de hoop die Israël koestert, dat ik deze boeien draag. Ze zeiden tegen hem: we hebben uit Judea geen brief over u ontvangen. En ook heeft niemand van onze broeders ons bezocht om iets slechts over u te berichten of kwaad van u te spreken. Wel zouden we graag van u horen wat uw denkbeelden zijn, want het is ons bekend dat de groep waartoe U behoort overal op verzet staat. Ze maakten een afspraak en kwamen op de vastgestelde dag in grote getalen naar hem toe. Van de ochtend tot de avond legde Paulus getuigenis af en sprak hij uitvoerig met hen over het Koninkrijk van God, terwijl hij hen op grond van de wet van Mozes en de profeten voor Jezus probeerde te wienen. Sommige lieten zich overtuigen door zijn woorden, maar anderen niet. Ze werden het niet met elkaar eens en gingen uiteen, maar niet voordat Paulus nog een laatste woord had gesproken. Volkomen terecht heeft de Heilige Geest bij monden van de profeet Jezaja tegen uw voorouders gezegd: Ga naar dat volk en zeg: jullie zullen goed luisteren, maar niets begrijpen. En jullie zullen goed kijken, maar geen inzicht hebben. Want het hart van dit volk is afgestomd, hun oren zijn doof en hun ogen houden zij gesloten. Met hun ogen willen ze niet zien, met hun oren niets horen, met hun hart niets begrijpen. Want anders zouden ze tot inkeer komen en zou ik hen genezen. U moet dan ook weten dat God deze boodschap van redding al aan de andere volken bekendgemaakt heeft. Zij zullen wel luisteren. Paulus verbleef twee jaar in het huis dat hij gehuurd had en ontving daar iedereen die naar hem toekwam. Hij verkondigde het Koninkrijk van God en onderrichtte vrijmoedig over de Heer Jezus Christus, zonder dat Hem iets in de weg werd gelegd, Psalm 103 van David: Prijs de Heer, mijn ziel. Prijs mijn hart, zijn heilige naam. Prijs de Heer, mijn ziel. Vergeet niet een van zijn weldade. Hij vergeeft u alle schuld. Hij geneest al uw kwalen. Hij red uw leven van het graf. Hij kroont u met trouw en liefde. Hij overlaat u met schoonheid en geluk, uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar. De Heer doet wat rechtvaardig is. Hij verschaft recht aan de verdrukte, Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend, aan het volk van Israël zijn daden. Liefdevol en genadig is de Heer. Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw. Niet eindeloos blijft Hij twisten, niet eeuwig duurt zijn toon. Hij straft ons niet naar onze zonde. Hij vergeld ons niet naar onze schuld. Zoals de Hoge Hemel de aarde overspant, zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen. Zo ver als het oosten is van het westen, zo ver heeft Hij onze zonde van ons verwijderd. Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt zich de Heer over wie hem vrezen, want Hij weet waarvan wij gemaakt zijn. Hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd. De mens zijn dagen zijn als het gras. Hij is als een bloem die bloeit op het veld, en verdwijnt zodra de wind hem verzenkt. De plek waar hij stond, kent hem niet meer. Maar de Heer is trouw aan wie hem vrezen, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Hij doet recht aan de kinderen en kleinkinderen, van wie zich houdt aan zijn verbond en naar zijn geboden leeft. De Heer heeft in de hemel zijn troon gevestigd, als koning heerst Hij over alles. Prijs de Heer, u die zijn bode bent, sterke helden die doen wat Hij zegt, gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt. Prijs de Heer, hemelse machten, dienaren die doen wat Hem behaag. Prijs de Heer, U die zijn schepsele bent, prijs Hem overal in zijn Rijk. Prijs de Heer, mijn ziel, bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar Podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Zij Lacht - Elke Dag Artwork

Zij Lacht - Elke Dag

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap
Zij Lacht - Diep Geworteld Artwork

Zij Lacht - Diep Geworteld

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap