Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar

Dag 134 - Jozua 9 tot en met 11 en Psalm 64

Zij Lacht Season 2026 Episode 134

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 19:55

Vandaag lezen we Jozua 9 tot en met 11 en Psalm 64 uit de NBV21.

📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.

SPEAKER_00

Je luistert naar de Bijbel in een jaar podcast van Zijnacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 134. We lezen Joswaan 9 tot en met 11 en Psaalm 64.

SPEAKER_02

Joshua 9.

SPEAKER_01

List van de Gibieten uit Gibion.

SPEAKER_00

Toen de koningen ten westen van de Jordaan, die van het bergland, het heuveland en het hele kustgebied bij de Grote Zee tot aan de Limanon toe, van Israëls veroveringen hoorden, sloten ze een bond genootschap. Zij, de koningen van de Hetieten, de Amorieten, de Canaan, de Perizieten, de Chieeten en de Jebusieten besloten gezamenlijk tegen Joshua en Israël te strijden. Maar toen de Chieeten uit Gibion te weten kwamen wat Jozwa met Jericho en Ay had gedaan, namen die hun toevlucht tot een list. Een aantal van hen ging naar Jozwa onder de dekmantel van een gezandschap. Ze bepakten hun ezels met versleten zadeltassen en oude gebarste wijnzakken en trokken opgelapte sandalen en afgedragen kleren aan. Als proviant namen ze alleen uitgedroogd en verkruimeld brood mee. Zo gingen ze naar het kamp bij Gilchal, naar Joshua. Ze zeiden tegen hem en de Israëlieten: We komen uit een ver land en willen een vredesverdrag met u sluiten. Dat kunnen we niet zomaar doen, antwoordde de Israëlieten. Misschien woont u wel in dit gebied. Hoe kunnen wij dan een verdrag met u sluiten? Hierop wenden de Giveten zich tot Jozewa. We zijn bereid ons aan u te onderwerpen, zeiden ze. Joswaar vroeg: Wie bent u, en waar komt u vandaan? Uw dienaren komen uit een zeer ver land, antwoorden ze. De naam van de Heer, uw God, heeft ons hier gebracht. Want zijn roem is tot bij ons doorgedrongen. We hebben gehoord wat Hij allemaal in Egypte heeft gedaan. En ook wat Hij met de twee Amoritische koningen ten oosten van de Jordaan heeft gedaan: koning Sigon van Gespon en koning Och van Bazan, die in Asterod zetelde. Onze oudsten en alle inwoners van ons land zeiden ons daarom proviant in te slaan en naar u op reis te gaan. Bij u aangekomen moesten we u onze onderwerping aanbieden en uw vragen een vredesverdrag met ons te sluiten. Kijk, dit is ons brood. We hebben het op de dag van ons vertrek als verse proviant van huis meegenomen. Maar nu is het uitgedroogd en verkruimeld. En kijkt u eens naar deze wijnzakken. Ze waren nieuw toen we ze vulden, maar nu zijn ze gebarsten. En dit zijn onze kleren en sandalen. U ziet dat ze op onze lange tocht helemaal versleten zijn. De stamhoofden van Israël namen toen wat van de proviant aan, maar ze verzuimden de Heer om raad te vragen. Joshua sloot een vredesverdrag met hen en beloofde hun dat hun leven zou worden gespaard. De stamhoofden bekrachtigden dit met een eet. Maar drie dagen na het sluiten van dit verdrag ontdekten ze dat de Giuten niet ver weg maar juist dichtbij woonden. De Israëlieten waren namelijk verder getrokken en al na drie dagen bij hun steden gekomen: Gibion, Kevira, Beerot en Kirjat Jarim. Maar ze doden hen niet, want dat hadden de stamhoofden hun bij de Heer, de God van Israël, gezworen. De hele volksvergadering beklaagde zich hierover bij de stamhoofden. Maar die zeiden: We hebben het hun gezworen bij de Heer, de God van Israël, dus we kunnen ze niet doen. We kunnen niet anders dan hen in leven laten, anders roepen we de woede van de Heer over ons af omdat we onze eet hebben geschonden. Ze moeten dus in leven blijven. Maar vroegde de stamhoofden hieraan toe, we kunnen ze voortaan voor heel Israël hout laten hakken en water laten putten. Al dus werd besloten. Joshua liet de Givieten bij zich roepen en vroeg hun: waarom hebt u ons bedrogen, door te zeggen dat uw woonplaats heel ver van ons vandaan is, terwijl u in dit gebied woont. Vervloekt bent u, u zult voor altijd onze slaven zijn, houthhackkers en waterputters voor het heiligdom van mijn God. De Givieten antwoordde Jozewa: We hoorden meer dan eens dat de Heer, uw God, zijn dienaar Mozes had opgedragen, U het hele land in bezit te geven en alle inwoners uit te roeien. We vreesden voor ons leven. Daarom hebben we het gedaan. Maar nu zijn we in uw macht. Doe met uw dienaren wat naar uw oordeel goed en rechtvaardig is. En Jozwa deed dat. Hij nam hen in bescherming tegen de Israëlieten. Hij doden hen niet, maar verplichte hen vanaf die dag om hout te hakken en water te putten voor het volk en voor het altaar van de Heer. Dat op een plaats zou komen die de Heer zou kiezen.

SPEAKER_02

Dit doen ze tot op de dag van vandaag. Jozhua 10. Slag bij Gibion.

SPEAKER_00

Toen Adonisedek, de koning van Jeruzalem, hoorde dat Jozewa ai had ingenomen en alle inwoners had gedood, dat hij met Ai en de koning van die stad hetzelfde had gedaan als met Jericho en zijn koning, en dat de inwoners van Gibion een vredesverdrag met Israël hadden gesloten en in hun midden woonden. Toen werd hij en zijn volk doodsbang. Gibion was namelijk even groot als de koningsteden, zelfs nog groter dan hij. En de mannen die er woonden waren buitengewopper. Adonisedek stuurde bodem naar koning Hoham van Hebron, koning Pieram van Jarmut, koning Jafia van Lachis en koning Debir van Echelon. Hij vroeg hun de inwoners van Gibion hebben een vredesverdrag met Joswa en Israël gesloten. Kom me te hulp, dan kunnen we ze samen verslaan. De vijf Amoritische koningen sloten zich aan een. Zij, de koningen van Jeruzalem, Hebron, Jarmet, Lachis en trokken met hun legers ten strijde tegen Gibion, sloegen het beleg voor de stad en voerden er aanvallen op uit. De inwoners van Gibion stuurden toen een bode naar het kamp bij Gilchal. Ze smeekten Jozwa: laat ons niet in de steek. Kom snel naar ons toe om ons te helpen. Red ons, want de Amoritische koningen uit de bergen hebben zich allemaal tegen ons aan eensloten. Hierop trok Jozwa met al het krijgsvolk alle weerbare mannen vanuit Gilgal ten strijde. De Heer zei tegen hem: Je hoeft voor die koningen niet bang te zijn, want ik lever ze aan je uit. Geen van hen zal tegen je kunnen stand houden. Jozwa trok in de nacht op vanuit Gilgal en overviel de vijand bij verrassing. Toen de soldaten van de vijand de Israëlieten zagen naderen, zaide de Heer paniek in hun gelederen, zodat de Israëlieten hun bij Gibbeon een zware nederlaag konden toebrengen. Ze achtervolgden hen tot over de pas van Betgoron en dreven hen terug tot aan Azeka en Makeda. En terwijl hun vijanden langs de helling bij Betgoron omlaag vluchten, wiep de Heer vanuit de hemel grote hagelstenen op hen, tot aan Azeka toe. Er stierven meer soldaten door die hagelstenen dan door de zwaarden van de Israëlieten. Want op die dag, de dag dat de Heer de Amorieten aan Israël overleverde, had Joshua gebeden tot de Heer. In aanwezigheid van Israël sprak hij: zon, sta stil boven Gibion. Maan, blijf staan boven de vlakte van Ajalom. En de zon stond stil, en de maan bleef staan, tot Israël zijn vijanden had afgestraft. Dit staat opgetekend in het boek van de oprechten. De zon stond een volle dag stil aan het hoogste punt van de hemel zonder zich te haasten om onder te gaan. Het is voornog na die dag ooit voorgekomen dat de Heer op die manier gehoorgaf aan het gebed van een mens. Maar de Heer streed dan ook voor Israël. Na deze overwinning keerde Jozwa met heel Israël terug naar het kamp bij Geelchal. De vijf koningen waren gevlucht en hadden zich in een grot bij Makeda verscholen. Toen Joswa hoorde dat ze daar waren ontdekt, gaf hij bevel de grot met grote stenen af te sluiten en er een wachtpost bij te zetten. Maar het leger mag hier niet blijven, zei hij. Ga de vijand achterna en vernietig wat er nog van over is. Laat ze niet ontkomen naar hun steden, nu de Heer jullie God ze aan jullie heeft overgeleverd. En het leger van Israël keerde pas terug naar Joshua, naar het kamp bij Makeda, nadat het de vijand vernietigend verslagen had, tot de laatste man en nadat de paar Amorieten die nog konden vluchten, waren ontkomen in hun vestingsteden. Van de Israëlieten was niemand ook maar een haar gekränkt. Nadat het leger was teruggekeerd, beval Joshua, haal die vijf koningen uit de grot en breng ze bij me. Zijn bevel werd uitgevoerd. De vijf koningen werden bij Joswa gebracht: de koningen van Jeruzalem, Hebron, Jarmut, Lachis en Echelon. Joswa liet alle manschappen aantreden en riep de aanvoerders naar voren, de mannen die hem in de strijd ter zijde hadden gestaan. Zet jullie voet op de nek van die koningen, beval hij hun. Nadat ze dit hadden gedaan, zei hij: Wees niet bang en laat je door niets ontmoedigen. Blijf vastberaden en stand vastig. De Heer zal met alle vijanden die jullie nog moeten bevechten, hetzelfde doen als met deze koningen. En met die woorden sloeg Jozwa de vijf koningen dood, waarna hij hen aan vijf bomen liet ophangen. Daar hingen ze tot de avond. Bij zonsondergang gaf Jozwa bevel hen van de bomen te halen en in de grot te gooien waarin ze zich hadden verscholen en die met grote stenen af te sluiten. Die stenen liggen er tot op de dag van vandaag. Op dezelfde dag had Jozwa ook Maakeda ingenomen en de koning en alle inwoners gedood. Hij bracht iedereen die er woonde om. Hij liet geen mens in leven. Met de koning van Maakeda deed hij hetzelfde als hij met de koning van Jericho had gedaan. Verovering van het zuiden. Van Makeda trok Joa met de Israëlieten naar Lipna. Hij viel Libna aan, en de Heer leverde ook die stad en haar koning aan Israël uit. Joshua dodde iedereen die er woonde, hij liet geen mens in leven. Met de koning van Lipna deed hij hetzelfde als hij met de koning van Jericho had gedaan. Van Liebna trok Joswa met de Israëlieten naar laagis. Hij sloeg het beleg voor de stad en viel haar aan. De Heer gaf Israël lachis in handen. Op de tweede dag van het beleg nam Joswa de stad in, en hij dodde iedereen die er woonde, zoals hij in Liebna had gedaan. Horam, de koning van Gezer, kwam laagis te hulp, maar Joswa versloeg hem. Hij dodde hem en zijn soldaten tot er niemand meer over was. Van Lachis trok Jozwa met de Israëlieten naar Echelon. Ze sloegen het beleg voor de stad en vielen haar aan. Ze namen Echelon in één dag in en doden alle inwoners. Joswa bracht iedereen die er woonde om, zoals hij in Lachis had gedaan. Van Echelon trok Jozwa met de Israëlieten naar Hebron. Ze vielen Hebron aan, namen de stad in en doden er de koning en alle inwoners, zoals ze in Echelon hadden gedaan. Joswa liet ook van de omliggende steden geen mens in leven. Hij bracht iedereen om. Op zijn terugtocht ging Jozwa met de Israëlieten naar Debir. Hij viel de stad aan, nam haar in en veroverde ook de omliggende steden. Hij dodde de koning en alle inwoners. De Israëlieten brachten iedereen om. Joswa liet geen mens in leven. Wat hij met Hebron en Lipna en de koningen ervan had gedaan, deed hij ook met Debir en zijn koning. Zo veroverde Jozwa het volgende gebied het bergland, de Negef, het Heuvelland en de streek van de rotskloven. Hij liet geen enkele koning in leven en bracht iedereen die er woonde om, zoals de Heer, de God van Israël, had opgedragen. Jozwa trok van Kades Barnea tot aan Gaza en van het gebied rond Gozen tot aan Gibion, en hij dodde er iedereen. Hij veroverde de gebieden van al die koningen op één veltocht, doordat de Heer, de God van Israël, voor Israël streed. Daarna keerde Jozwa met heel Israël terug naar het kamp bij Geel, Jozwa 11, verovering van het Noorden. Toen Jabin, de koning van Hazor van Israël's veroveringen hoorde, stuurde hij boden naar koning Johab van Madon, naar de koningen van Simron en Achsaf en naar de overige koningen van het noorden, het bland de Jordaanvallei ten zuiden van het meer van Kineret, het Heuvelland en het kustgebied van Dor in het westen. Het betrof de koningen van de Canaanieten in het oosten en het westen, de Amorieten, de Hetieten, de Perizieten, de Jeebusieten in het bergland en de Givieten aan de voet van de Hermon, in de streek van Mispa. Deze koningen trokken met hun legers ten strijden, met zoveel voetvolk als er zand is op het strand langs de zee en met een groot aantal paarden en strijdwagens. Al die koningen trofen elkaar bij de bronnen van Merom, waar ze hun kamp opsloegen. Daar kwamen ze samen om de strijd aan te binden tegen Israël. Maar de Heer zei tegen Joswa: je hoeft niet bang voor ze te zijn. Morgen om deze tijd liggen ze allemaal dood aan jullie voeten. Daar zorg ik voor. Dan moet je hun paarden de pees doorsnijden en hun strijdwagens verbranden. Joswa deed met het krijgsvolk een verrassingsaanval en overrompelde hen bij de bronnen van Merom. En de Heer leverde hen uit aan de Israëlieten. Ze brachten hun nederlaag toe en achtervolgden hen tot aan groot Sidon. Ze doden hen tot de laatste man, en Joshua deed wat de Heer hem had opgedragen. Hij liet hun paarden de pezen doorsnijden en hun strijdwagens verbranden. Op zijn terugtocht ging Joswa naar Hazor, destijds de machtigste van al die koningsteden. Hij nam de stad in en dodde de koning. Alle inwoners werden zonder uitzondering gedood. Niemand bleef in leven. En de stad zelf werd in de as gelegd. Daarna nam hij de steden van de andere koningen in. Hij nam hen gevangen en doden hen en doden eveneens alle inwoners. Hij bracht iedereen om, zoals Mozes, de dienaar van de Heer, had opgedragen. Maar Joswa legde alleen hazor in de as. Alle andere, nu nog bestaande steden lieten de Israëlieten niet in vlammen opgaan. Van deze steden maakte ze de goederen en het vee voor zichzelf buit. Ze doden echter alle mensen. Ze roeide iedereen uit, niemand liete ze inleven. De Heer had dit aan zijn dienaar Mozes opgedragen. En Mozes had het aan Jozwa opgedragen, en Jozwa voerde het uit. Hij liet niets achterwegen van wat de Heer aan Mozes had opgedragen. Overzicht van de veroveringen. Zo veroverde Jozwa het hele land. Het bergland van Juda, de hele Negev, het hele gebied rond Gozen, het Heuvelland, de Jordaanvallei en het bergland van Israël met zijn uitlopers. Dit is het gebied vanaf de kale bergen, die oplopen naar Zeir tot aan Baalchat, in de Libanonvallei, aan de voet van het Hermongebte. Joshua nam alle koningen gevangen en doden hen. Lange tijd voerde hij oorlog tegen hen, want er was geen enkele stad die een vredesverdrag met de Israëlieten had gesloten, behalve Gibion, de stad van de Giviet. Niets viel Israël zonder slag of stoot in handen. De Heer had die volken namelijk zo onverzettelijk gemaakt dat ze hoe dan ook oorlog tegen Israël wilden voeren, opdat de Israëlieten hen zouden doden zonder iemand te sparen en hen zouden uitroeien, zoals de Heer aan Mozes had opgedragen. Joswaar roeide in die tijd ook de Enakieten uit, die in het bergland van Juda woonden, in Hebron, Debir en Anap, en in het bergland van Israël. Hij doden hen en vernietigde hun steden. Er bleven in het land van Israël geen Enakieten meer over, behalve in Gaza, Gad en Asdot. Nadat Jozo het hele land veroverd had, zoals de Heer aan Mozes had opgedragen, gaf hij het aan Israël als grondgebied volgens de indeling in stammen. Hiermee eindigde de oorlog.

SPEAKER_01

Psalm 64. Voor de koorleider: een Psalm van David.

SPEAKER_00

Hoor mijn stem, God, hoor mijn klacht. Behoed mij voor de dreiging van de vijand, verberg mij voor die misdadige bende, voor die meuten van boosdoeners. Ze scherpen hun tong als een zwaard, ze richten hun peil, een giftig woord uit verborgen hoeken schieten ze op een onschuldige, ze schieten onverhoeds, voor niemand bang. Ze wapenen zich met kwade woorden overwegen het zetten van een val en zeggen: wie zou het zien? Ze zinnen op misdaden en denken, we lijken onschuldig, zo verborgen is ons plan. Diep als een afgrond is het hart van de mens. Dan schiet God zijn pijl op hen af, onverhoeds worden ze zwaar verwond. Hun eigen tong heeft hen ten val gebracht, wie hen ziet, schud verbijstert het hoofd. De mensen zijn van ontzacht vervuld en roemen wat God heeft gedaan. Zij beseffen dat het zijn werk is. De Rechtvaardige verblijht zich in de Heer en zoekt bij hem zijn toevlucht. Wie oprecht van hart is, prijst zich gelukkig. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar Podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer!

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Zij Lacht - Elke Dag Artwork

Zij Lacht - Elke Dag

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap
Zij Lacht - Diep Geworteld Artwork

Zij Lacht - Diep Geworteld

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap