Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Speciaal voor de Bijbel in een Jaar lezers van Zij Lacht! Salisa heeft elke dag het Bijbelgedeelte van de dag voor je ingesproken zodat je deze waar je ook bent kunt luisteren!
Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Dag 135 - Jozua 12 tot en met 14
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Jozua 12 tot en met 14 uit de NBV21.
📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.
Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 135. We lezen Joshua 12 tot en met 14.
SPEAKER_01Joshua 12.
SPEAKER_00Lijst van verslagen koningen. Dit zijn de koningen die door de Israëlieten werden verslagen in het gebied ten oosten van de Jordaan. Van het Arnondal tot aan het hermongebte, met inbegrip van de oostkant van de Jordaanvallei. En van wie zij het land in bezit namen. Koning Sigon van de Amorieten, die in Gespon zetelde. Zijn heerschappij strekte zich uit van Arower aan de rand van het Arnondal. Van het midden van het dal tot aan het dal van de Jabok, dat de grens met het land van de Amonieten vormde. Zijn gebied omvatte de ene helft van Giliad en de oostkant van de Jordaanvallei tussen het meer van Kieneret en de Dode Zee, ofwel de Zoutzee, tot aan Bed Hayesimot. Verder liep het in zuidelijke richting tot aan de rotskloven van de Pisca, die een natuurlijke grens vormde, en koning Og van Bazan, die nog van de Revaïten afstamden, en in Asterod en Edree zetelde. Hij heerste over het Hermongebte, Zalka en heel Bazan tot aan de gebieden Gesur en Maacha, en verder over de andere helft van Giliad, tot aan het gebied van koning Sigon uit Gespon. De Israëlieten hebben deze twee koningen verslagen onder aanvoering van Mozes, de dienaar van de Heer. Hun gebieden gaf Mozes in bezit aan de stappen Ruben en Gad en de eerste helft van de stammanasse. Daarna versloegen de Israëlieten onder aanvoering van Jozwa de koningen in het gebied ten westen van de Jordaan, van Baalgat in de Libanonvallei tot aan de Kale bergen die oplopen naar zee. Dit gebied gaf Joswa aan Israël in bezit volgens de indeling in stammen. Het omvatte het bergland, het heuvelland, de westkant van de Jordaanvallei, de streek van de rotskloven, de woestijn en de Negev. Dit waren de gebieden van de Hetieten, de Amorieten, de Canaanieten, de Perizieten, de Givieten en de Jebusieten. Dit zijn de koningen die Israël versloeg. De koning van Jericho, de koning van Aj, dat vlak bij Betel ligt, de koning van Jeruzalem, de koning van Hebron, de koning van Jarmoed, de koning van Lachis, De koning van Echlon, de koning van Gezer, de koning van Debir, de koning van Geder, de koning van Gorma, de koning van Arad, de koning van Lipna, de koning van Adulam, de koning van Makeda, de koning van Betel, de koning van Tapuach, de koning van Gever, de koning van Afek, de koning van de Saronvlakte, de koning van Madon, de koning van Hazor, de koning van Simron Meron, de koning van Achsaf, de koning van Ta Aanach, de koning van Mechido, de koning van Kedes, de koning van Jogneam bij de Karmel, de koning van Door in het gelijknamige kustgebied, de koning van Goim in Galilea, de koning van Tirsa, in totaal 31 koningen.
SPEAKER_01Joa 13. Nog de verovere gebieden.
SPEAKER_00Toen Jozwa op hoge leeftijd was gekomen, zei de Heer tegen hem: Je bent nu oud, maar er wacht nog heel veel land dat veroverd moet worden. Dit zijn de overgebleven gebieden. Allereerst alle streken waar de Filistijen en de Geruzieten wonen, vanaf de Wadi die de grens met Egypte vormt tot aan Ekron in het noorden. Dit hele gebied wordt tot Canaan gerekend. Het wordt geregeerd door de vijf stadsvorsten van de Filistijen, die van Gaza als tot as Kelon, Gat en Ekron. Ook de Awieten wonen er, ten zuiden van de Filistijen. Verder is er het hele gebied van de Canaanieten vanaf Ara, een stad van de Sidoniërs, tot aan Avek op de grens met het land van de Amorieten. En tlotte het land van de Giblieten en ten oosten daarvan de hele Libanon, vanaf Baalchat aan de voet van de Hermon tot aan Lebohamat, kortom, het hele berggebied van de Libanon tot aan Mischot Ma'im, dus met inbegrip van de streek waar de Sidoniërs wonen. Ik zal al die volken zelf voor Israël verdrijven. Jij hoeft het land alleen maar door loting onder de Israëlieten te verdelen, zoals ik je heb opgedragen. Verdeel het daarom in gebieden voor de overige negen stammen en de tweede helft van de stammanasse. Verdeling van het land ten oosten van de Jordaan. De eerste helft van de stammanasse, en ook de stammen Ruben en Gad hadden reeds het grondgebied ontvangen dat Mozes, de dienaar van de Heer, hun ten oosten van de Jordaan had toegewezen. Het liep van de stad Arower aan de rand van het Arnondal, vanaf de stad die in het dal zelf ligt tot aan het land van de Amonieten, en omvatte de hele hoogvlakte van Medeba tot Dibon, met alle steden van koning Sichon van de Amorieten, die regeerde in Gespon. Verder omvatte het Giliad en de gebieden Gezur en Maacha, het hele Hermon gebergte en heel Bazan tot aan Salka, kortom, het hele rijk van koning Og van Bazan, die regeerde in Asterod en Edrei en nog van de Revaieten afstanden. Mozes had de Amorieten verslagen en verdreven. Maar Israël verdreef de Gezurieten en de Maachatieten niet, zodat deze volken in hun midden bleven wonen tot op de dag van vandaag. Mozes had de stam Levi geen grondgebied toegewezen. Zij zouden mogen delen in de overgave aan de Heer, de God van Israël, zoals Hij hun had beloofd. Het grondgebied van de stam Ruben. Mozes had aan de families van de stam Ruben het volgende grondgebied toegewezen. Het begon bij Aroer, aan het Arnondal, vanaf de stad die in het dal zelf ligt, en omvatte verder de hele hoogvlakte tot aan Medeba. Dat wil zeggen Gespon met de omliggende steden. Verder Dibon, Bamot, Baal, Bet Baalmeon, Yahas, Gedemot, Mefaat, Kirjat Aim, Sibma en Seret Hassagar, dat in de uitlopers van de bergen ligt. En verder nog Bet Peor, de rotskloven van de Pisca en Bet Hayesimot, kortom, alle steden op de hoogvlakte, ofwel het hele rijk van Sigon, de koning van de Amorieten, die regeerde in Gespon en door Mozes verslagen was. Mozes versloeg tegelijk de Midianitische stamhoofden Ewi, rekem, Sur, Gur en Reba, die in Sigons Rijk woonden en diens legeraanvoerders waren. Bovendien hadden de Israëlieten de waarzegger Biliam, de zoon van Beor, gedood. Dit was het gebied dat met alle steden en dorpen toe behoorde aan de families van de stam Ruben. De natuurlijke grens werd gevormd door de Jordaan. Het grondgebied van de stam Gat. Mozes had aan de stam Gat aan de families van die stam het volgende grondgebied toegewezen. Het begon even boven Gespon en strekte zich uit tot aan Ramat Hamispe en Betonim en vanaf Magana'im tot aan het gebied rond Liedbier. Het omvatte jazer, alle steden van Giliad en de helft van het land van de Ammonieten tot aan Aroer bij Rabba. Het omvatte bovendien een aantal steden in de Jordaanvallei: Bet Haram, Bet Nimra, Sukot en Safon, kortom, de rest van het Rijk van Sigon, de koning van Gespon ten oosten van de Jordaan. Hierbij vormde de Jordaan de natuurlijke grens precies tot de zuidkant van het meer van Kieneret. Dit was het gebied dat met alle steden en dorpen toe behoorde aan de families van de stam Gat. Het grondgebied van de eerste helft van de stam Manasse. Mozes had aan de families van de eerste helft van de stam Manasse het volgende grondgebied toegewezen. Het strekte zich uit ten noorden van Machanaïm en omvatte heel Bazan, dus het hele Rijk van Koning Och, met inbegrip van alle dorpen van Jar, zo'n zestig nederzettingen. Verder omvatte het de helft van Giliad en de beide koningsteden die Og in Bazan had, Asterod en Edrei. Dit was het gebied dat toe behoorde aan de eerste helft van de families die afstanden van Manasses zoon Machir. Tot zover de gebieden die Mozes op de vlakte van Moab ten oosten van de Jordaan ter hoogte van Jericho had verdeeld. Hij wezende stan Levi echter geen grondgebied toe. Zij zouden mogen bestaan van de dienst aan de Heer, de God van Israël, zoals zij hun had beloofd.
SPEAKER_01Jozwa 14.
SPEAKER_00Verdeling van het land ten westen van de Jordaan. Dan volgen nu de gebieden die de Israëlieten in Kanaan in bezit kregen, en die door de priester Elja, door Joswa, de zoon van Nun, en door de stamhoofden van Israël door loting werden toegewezen aan de tweede helft van de stam Manasse en aan de overige negen stammen, zoals de Heer hun bij monden van Mozes had opgedragen, aan de eerste helft van Manasse, en aan Ruben en Gad had Mozes immers al een gebied toegewezen ten oosten van de Jordaan. En verder was het zo dat Jozefs nakomelingen twee stammen vormden: Manasse en Ephraim, en dat de Leviten nergens grondgebied kregen, maar alleen steden om in te wonen en weide gronden voor hun wee. Kortom, de Israëlieten gingen bij de verdeling van het land precies zo te werk als de Heer aan Mozes had opgedragen. Toewijzing van Hebron aan Kaleb. Enkele mannen van de stam Judah wende zich tot Jozwa en Gilchal. Een van hen was Kaleb, de zoon van de Keniziet Jefne. Hij zei tegen Joswa: U weet wat de Heer aan Mozes, de Godsman, in Kades Barnea over ons beide heeft gezegd. Ik was veertig jaar oud, toen Mozes, de dienaar van de Heer, mij er vanuit Kades Barnea op uitstuurde om dit land te verkennen. Ik bracht hem naar eer en geweten verslag uit. Mijn metgezellen joegen ons volk de schrik op het lijf, maar ik bleef volledig op de Heer mijn God vertrouwen. Mozes beloofde me toen, omdat je op de Heer, mijn God, bent blijven vertrouwen, zweer ik je dat de hele streek die hebt betreden voor altijd het grondgebied van jou en je nageslacht zal zijn. Wel nu, de Heer heeft mijn leven gespaard, zoals Hij had beloofd. Het is nu 45 jaar geleden, dat Hij Mozes die belofte liet doen, toen Israël nog door de woestijn trok. Ik ben u 85 jaar oud, maar nog altijd even sterk als op de dag dat Mozes me op verkenning stuurde. Ik ben nog even goed als toen in staat te vechten en het bevel te voeren. Geef me dus dit bergland dat de Heer me in der tijd heeft beloofd. U hebt toen toch gehoord dat er Enakieten wonen, in grote en versterkte steden, als de Heer me maar bijstaat, zal ik ze wel verdrijven, zoals hij heeft beloofd. Nadat Kaleb dit had gezegd, zegende Jozwa hem en gaf hem Hebron als grondgebied. Hebron heette destijds Kirjat Arba naar Arba, de allergrootste van de Enakieten. Omdat Kaleb, de zoon van de Kenisiet Jevune, op de Heerde God van Israël was blijven vertrouwen, kreeg hij en zijn nageslacht Hebron als grondgebied. Tot op de dag van vandaag. Hiermee eindigde de oorlog. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Zij Lacht - Elke Dag
Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap