Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Speciaal voor de Bijbel in een Jaar lezers van Zij Lacht! Salisa heeft elke dag het Bijbelgedeelte van de dag voor je ingesproken zodat je deze waar je ook bent kunt luisteren!
Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Dag 136 - Jozua 15 tot en met 17
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Jozua 15 tot en met 17 uit de NBV21
📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.
Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 136. We lezen Joswa 15 tot en met 17.
SPEAKER_01Jozwa 15. Het grondgebied van de Stam Juda.
SPEAKER_00Het grondgebied dat door loting aan de families van de Stam Juda werd toegewezen, lag in het uiterste zuiden. Het strekte zich uit tot in de woestijn van Sin, waar de grens met Edom liep. De zuidgrens begon bij het zuidelijkste punt van de Zodzee, liep zuidelijk langs de schorpioenenpas, ging verder naar Sin en vandaar ten zuiden van Kades Barnea omhoog. Vervolgens liep hij naar Gessron en verder omhoog naar Adar, van waar hij afboog naar Karka en via Asmon uitkwam bij de Wadi die de grens met Egypte vormde. Vandaar liep hij rechtstreeks naar de zee. Deze grens moet voor heel Israël de zuidgrens zijn. De oostgrens werd gevormd door de Zuidzee tot aan de monding van de Jordaan. De Noordgrens begon bij de noordkant van de Zuidzee bij de monding van de Jordaan. Hij liep omhoog naar Bet Gogla, ging noordelijk langs Bet Araaba en dan verder omhoog in de richting van de rots van Bohan. Bohan was een nakomeling van Ruben. Dan liep hij vanuit het Argordal omhoog naar Debir, boog in noordelijke richting af naar Gilgal, dat tegenover de Aduminpas ligt, ten zuiden van de Wadie. En vandaar via de Semisbron naar de roogelbron. Vervolgens ging hij via het Ben Hinomdal om het zuiden van de heuvelrug waarop Je, het huidige Jeruzalem. En vandaar omhoog naar de top van de berg die westelijk van het Hinomdal en noordelijk van de vallei van Refa'iem ligt. Vandaar maakte hij een lichte bocht naar de bron van Menftoag, liep door naar Iim in het berggebied van Efron en dan weer in een lichte bocht naar Baala, het huidige Kiryat Jarim. Bij Baala boog hij af naar het westen, naar de bergen van Seir. Vervolgens ging hij noordelijk langs de beboste heuvelrug waarop Keesalon ligt, daalde naar Bet Zemes en liep door naar Timna. Vandaar ging hij noordelijk langs de heuvelrug van Ekron, maakte een lichte bocht naar Sicaron en liep via de berg van Baala naar Jab Neel en van daar rechtstreeks naar de zee. De westgrens werd op natuurlijke wijze gevormd door de Grote Zee. Dit waren de grenzen van het grondgebied van de families van de stam Juda. Joshua wees zoals de Heer hem had opgedragen, een deel van Judas grondgebied toe aan Kaleb, de zoon van Jefune. Hij kreeg Hebron, dat toen nog Kirjat Arba heette, naar Arba, de vader van Enach. Kaleb verdreef er de drie zonen van Enak: Zesai, Achiman en Talmai. Vervolgens trok hij op tegen Debir, dat toen nog Kirjat Zever heette. Kaleb beloofde, wie Kirjat zever verovert, zal ik mijn dochter Agsa tot vrouw geven. Opniel, een zoon van Kalebs broer Kenas, veroverde de stad en kreeg Agsa tot vrouw. Bij haar aankomst spoorde Agsa hem aan om aan haar vader een stuk vruchtbaar land te vragen. Toen ze van haar ezel was afgestegen, vroeg Kaleb haar wat ze verlangde. Geef me toch een geschenk waar ik wat aan heb, antwoordde ze. U heb me dit dorp stuk land gegeven, geef me dan ook bronnen. Hierop gaf Kaleb haar zowel de hoog- als de lage lege bronnen. Dit was het grondgebied van de families van de stam Juda. De steden van de stam Juda. In het gebied van de stam Juda lagen de volgende steden. In het meest zuidelijke deel dat grenst aan Edom in de Negev, Kapzeel, Eder, Yachur, Kina, Dimona, Adada, Kedes, Gazor, Jitnan, Zif, Telem, Bealot, Gasor Gadata, Keriot Gesron, dat ook Gazor genoemd wordt: Amam, Sema, Molada, Chasar Ghada, Gesmon, Bet Pelet, Gassar Zual, Berseba en de dorpen eromheen, Baala, Iim, Esem, Eltolat, Kesil, Gorma, Siklach, Madmana, Sansana, Lebaot, Silgim, Ain en Rimon. In totaal 29 steden met de omliggende dorpen in het Heuveland: Estaol, Zora, Asna, Zanoach, Enganim, Tapuach, Enam, Yarmut, Adulam, Sogo, Azeka, Sa'araim, Aditaim, Gedera en Gederotaim, veertien steden met de omliggende dorpen. Verder Zenon, Gadasa, Michtalgad, Dilan, Mispe, Jokteel, Lagis, Boskat, Echlon, Kabon, Lachmas, Kitlis, Gederot, Beddagon, Naama en Makeda. Zestien steden met de omliggende dorpen. Verder Libna, Eter, Asan, Jiftag, Asna, Nesp, Keila, Agzip en Marisa. Negen steden met de omliggende dorpen. Verder Eekron met de omliggende dorpen en gehuchte, alle dorpen tussen Ekron en de zee, alle dorpen en gehuchten rond Asdot, alsdot en Gaza met de omliggende dorpen en gehuchte, tot aan de Wadi die de grens met Egypte vormden. En verder tot aan de Grote zee, die een natuurlijke grens vormde. In het bergland Samir, Yattier, Sogho, Danna, Kirjat Sana, het huidige Debir. Anab, Estemoa, Anim, Gozen, Golon en Gilo. Elf steden met de omliggende dorpen. Verder Arab, Ruma, Eesan, Janum, Bet Tapuach, Afeka, Gumta, Kirjat Arba, het huidige Hebron en Sior. Negen steden met de omliggende dorpen. Verder Maon, Karmel, Zif, Jutta, Jezreel, Jogdeam, Zanoach, Kain, Gibea en Timna. Tien steden met de omliggende dorpen. Verder Galgo, Bet Sur, Gedor, Maarat, Bet Anot en Eltekon. Zes steden met de omliggende dorpen. Verder Kirjat Baal, het huidige Kirjat Jarim, en Rabba, twee steden met de omliggende dorpen. In de woestijn, Bet Araba, Midin, Segaca, Nipsan, Irach en Enchedi, zes steden met de omliggende dorpen. Maar de inwoners van Jeruzalem, de Jebusiet, konden door de stam Juda niet worden verdreven. Ze wonen tot op de dag van vandaag ten midden van de nakomelingen van Juda in Jeruzalem.
SPEAKER_01Jozwa 16.
SPEAKER_00Het grondgebied van de nakomelingen van Joze. Het lot wees de nakomelingen van Jozef het volgende grondgebied toe. De grens begon in het zuiden bij de Jordaan, ter hoogte van Jericho, ten oosten van de bronnen van Jericho en ging door de woestijn het bergland in, naar Betel. Vandaar liep hij via Lus naar Atarot in het gebied van de Arkieten, daalde via het gebied van de Yafletite en de streek rond Laag Bed Goron naar het westen en kwam via Gezer uit bij de zee. Dit was het grondgebied dat de nakomelingen van Joze, de stammen Manasse en Ephraim in bezit kregen. Het grondgebied van de stam Ephraïm. De families van de stam Ephraim kregen het volgende grondgebied. De zuidgrens begon ten oosten van Atrot Aldar, liep naar hoogbed Goron en eindigde bij de zee. De oostgrens begon in het noorden bij Migmetad, liep in zuidoostelijke richting naar De Anat Silo, waar hij oostelijk langs ging, en van daar verder naar Janoach. Vervolgens daalde hij naar Aterot en naar Ara, ging vlak langs Jericho en eindigde bij de Jordaan. De noordgrens liep vanaf Tapuach via de Wari Kana naar het westen en eindigde bij de zee. Dit was het grondgebied van de families van de stam Efraïm. Verder kregen ze nog enkele steden in het gebied van Manasse met inbegrip van de omliggende dorpen. Maar de Kanaanieten uit Gezer konden ze niet verdrijven. Die bleven in hun middenwonen tot op de dag van vandaag. Ze werden echter gedwongen tot Herdienst.
SPEAKER_01Jozwa 17.
SPEAKER_00Het grondgebied van de tweede helft van de stammanasse. Het lot werd ook geworpen voor de stammanasse. Manasse was Jozefs oudste zoon. De oudste zoon van manasse zelf was Machier, de vader van Giliad. Omdat Machier een krijgshaftig man was, had hij al eerder de streken Giliad en Bazan gekregen. Het lot wees nu ook grondgebied toe aan de overige mannelijke nakomelingen van Manasse en hun families. Het waren Abezer, Gelek, Asriëel, Zegem, Gever en Semida. Zij, de mannelijke nakomelingen van Jozef zoon Manasse, zijn de stamvaders van de families van Manasse. Zelovgat echter, die een zoon was van Gever, de zoon van Giliad, de zoon van Machir, de zoon van Manasse, had geen zonen, maar wel dochters. Hun namen waren Machla, Noa, Gochla, Milka en Tearza. Zij verschenen voor de priester Elieazar voor Jozwa, de zoon van Nun, en voor de stamhoofden, en zeiden tegen hen: U bent toch niet vergeten dat de Heer aan Mozes heeft opgedragen om ons net als onze ooms een deel van het land te geven. Joshua gaf hun toen vanwege deze opdracht van de Heer een deel van het land, net als hun ooms. Zo werd het grondgebied van Manasse, uitgezonderd het oostelijk van de Jordaan gelegen Giliad en Bazan, in tien stukken verdeeld, want de vrouwen van die stam kregen net als de mannen een deel van het land. Maar Giliad was voor de overige nakomelingen van Manasse. Het grondgebied van Manasse liep van het gebied van de stam Azer tot aan Migmetad, dat bij Sigem ligt. Vandaar liep de zuidgrens naar Jasip bij En Tapuach. De streek bij Tapuach behoorde aan Manasse, maar Tapuach zelf, dat precies op de grens van Manasse lag, behoorde aan Evraïm. De grens daalde vervolgens naar de Wadi Cana, liep via de zuidkant ervan verder en eindigde bij de zee. Dus het gebied ten zuiden van de Wadi Cana behoorde aan Evraïm, het gebied ten noorden ervan aan Manasse. Er lagen echter tussen de steden van Manasse ook enkele steden die van Efraïm waren. Het gebied van Manasse grenste in het westen aan de zee, in het noordwesten aan het gebied van Azer en in het noordoosten aan dat van Isagar. Verder kreeg Manasse in het gebied van Isegar en Azer een aantal steden met de omliggende dorpen, Bedsan, Jibleam, door met het kustgebied en door De Aanach en Mechido. Maar Manasse kon zich niet van deze steden meester maken. In dit gebied wisten de Canaanieten zich te handhaven. Toen de Israëlieten sterker werden, legden ze de Canaanieten heren dienst op, maar ze konden hen niet verdrijven. Eraim en Manasse beklagen zich. De nakomelingen van Jozef kwamen zich bij Jozwa beklagen. Waarom, vroegen ze, hebt u voor onze lot maar één keer geworpen en ons slechts het gebied van één stam toebedeeld. Wij zijn toch met zeer velen, omdat de Heer ons tot nu toe altijd heeft gezegend. Jozwa antwoordde hun als het bergland van Efraim te klein voor u is, omdat u met zo velen bent, ga dan naar de bossen van de Perisieten en de Revaïten, daar kunt u voor U zelf land ontginnen. De nakomelingen van Jozef zeide echter: Ook dan is het bergland niet groot genoeg voor ons. En in de laagvlte wonen de Kanaanieten. Die hebben allemaal ijzige strijdwagens, zowel die uit Bet San en de dorpen eromheen als die in de vallei van Israël. Hierop antwoorden Jozwa de nakomelingen van Jozef, de stammen Efraim en Manasse, u bent zo talrijk en zo sterk, dat u uw leefgebied makkelijk kunt uitbreiden. U hebt toch bergen, en die bergen hebben toch bossen. Rooi die dan eerst. Dan krijgt u ook de uitlopers van het gebergte. En op den duur zult u ook de Kamonieten kunnen verdrijven. Ook al hebben die ijzeren strijdwagens en zijn ze sterk voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een jaar podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Zij Lacht - Elke Dag
Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap