Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Speciaal voor de Bijbel in een Jaar lezers van Zij Lacht! Salisa heeft elke dag het Bijbelgedeelte van de dag voor je ingesproken zodat je deze waar je ook bent kunt luisteren!
Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Dag 138 - Jozua 20 tot en met 22
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Jozua 20 tot en met 22 uit de NBV21.
📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.
Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 138.
SPEAKER_00We lezen Jozwa 20 tot en met 22.
SPEAKER_02Joshua 20. Vrijplaatsen.
SPEAKER_01De Heer zei tegen Jozwa: Zeg tegen de Israëli dat ze de vrijplaatsen moeten aanwijzen waarover ik al bij monden van Mozes met jullie gesproken heb. Iemand die per ongeluk zonder enige opzet een ander heeft gedood, kan daarheen uitwijken voor de bloedvreker. Hij kan naar een van die steden vluchten en in de stadspoort zijn zaak aan de oudste voorleggen. Die moeten hem in hun stad opnemen en een plek geven waar hij kan wonen. Als de bloedvreker hem dan achterhaalt, mogen ze hem niet uitleveren. Ten slotte heeft hij zijn slachtoffer niet opzettelijk gedood en hem nooit gehaat. Hij kan in de stad blijven, tot hij voor de volksvergadering moet verschijnen. En wanneer hij vrijgesproken wordt, mag hij er blijven wonen tot aan de dood van de dan zittende hoge priester. Daarna kan hij rustig huiswaarts keren naar de stad waaruit hij was gevlucht. De Israëlieten verklaarden de volgende steden tot vrijplaats. Kedes in Galilia, in het bergland van Naftali, Zichem in het bergland van Ephraim, Kirjat Arba, het huidige Hebron, in het bergland van Juda. Bezer op het onontgonnen deel van de hoogvlakte ten oosten van de Jordaan, ter hoogte van Jericho, op het grondgebied van Ruben, Ramod in Giliad op het grondgebied van Gad, en Golan in Bazan op het grondgebied van Manasse. Dit waren voor alle Israëlieten en voor de vreemdelingen die bij hen woonden de aangewezen vrij plaatsen, waarheen iedereen kon vluchten die per ongeluk iemand had gedood. Zo zou hij niet door de bloedvreker kunnen worden gedood voordat hij voor de volksvergadering terechtgestaan had.
SPEAKER_02Jozwa 21, steden voor de Lefieten.
SPEAKER_01De familiehoofden van de Lefieten wende zich tot de priester Eliazer, Jozwa de zoon van Nun en de stamhoofden van Israël, die zich in Silo in Canaan bevonden. Ze zeiden tegen hen: De Heer heeft u bij monden van Mozes opgedragen om steden te geven om in te wonen en weidegronden voor ons vee. Hierop stonden de Israëlieten van hun eigen grondgebied een reek steden met de omliggende weidegronden af aan de Lefiet. Oereenkomstig deze opdracht van de Heer. Er werden door loting eerst steden toegewezen aan de Levitische families die van Keat afstamden. Hiervan kregen de nakomelingen van de priester A Aaron dertien steden. Deze kwamen van de stammen Juda, Simeon en Benjamin. De overige nakomelingen van Keat kregen door loting tien steden toegewezen. Deze kwamen van de families van de stammen Ephraim en Dan en van de tweede helft van de stammenasse. Vervolgens kregen de nakomelingen van Gerson door loting dertien steden toegewezen. Deze kwamen van de families van de stammen Isacar, Azer en Naftali en van de eerste helft van de stammenasse in Bazan. De families die van Merari afstanden, kregen twaalf steden toegewezen. Deze kwamen van de stammen Ruben, Gad en Zebulon. Zo wezen de Israëlieten door loting aan de Leviten een reeks steden met de omliggende weidegron toe, zoals de Heer hun bij monden van Mozes had opgedragen. Het eerste lot viel op de nakomelingen van Aaron, die behoorden tot de Levitische families die van Kehat afstamden. Zij kregen de volgende, hieronder genoemde steden van de stammen Juda en Simeon. Kirjat Arba, met de omliggende weidegronden, in het bergland van Juda. Arba was de vader van Enak, Kirjat Arba is het huidige Hebron. De akkers rond de stad en de omliggende dorpen werden echter aan Kaleb gegeven, de zoon van Jefune. De nakomelingen van de priester Aaron kregen behalve Hebron, een vrijplaats ter bescherming tegen bloedvrekers, eveneens Libna, Jatir, Estemoa, Cholon, Debir, Ain, Jutta en Bedsemes. Negen steden van de stam Juda en Simeon, elk met de omliggende weidegronden. En van de stam Benjamin kregen ze Gibion, Geba, Anatot en Almon, vier steden, elk met de omliggende weidegronden. In totaal kregen de priesters, de nakomelingen van Aaron, dertien steden met de omliggende weidegronden. Het lot weesde over de Gelevitische families die van Ke had afstanden, de volgende steden van de stad Efraim toe. Zichem, in het bergland van Ephraim, een vrijplaats der bescherming tegen bloedvrekers, Gezer, Kipsaim en Bed Goron. Vier steden, elk met de omliggende weidegronden. Van de Stam Dan kregen ze elk teken Gibeton, Ayalon en Gadrimon, vier steden, elk met de omliggende weidegronden. En van de tweede helft van de stam Manasse kregen ze Ta Aanach en Jiblean, twee steden, beide met de omliggende weidegronden. In totaal kregen de overige families, die van Kehat afstamden, tien steden met de omliggende weidegronden. De Israëlieten gaven aan de Levitische families die van Gerson afstamden de volgende steden van de eerste helft van de stammen nassen, Golan in Bazan, een vrije plaats der bescherming tegen bloedvrekers, en Asterod, twee steden, beide met de omliggende weidegronden. Van de stam Isagar gaven ze Kisjon, Daberat, Jarmet en Enchanim. Vier steden, elk met de omliggende weidegronde. Verder Misal, Abdon, en regop van de stam Azar, vier steden, elk met de omliggende weidegronden. En van de stam Naftali gaven ze Kedes in Galilia, een vrijplaats ter bescherming tegen bloedvrekers, Gameldoor en Kartan. Drie steden, elk met de omliggende weidegronden. In totaal kregen de families die van Gerson afstanden dertien steden met de omliggende weidegronden. De Israëlieten gaven aan de families die van Merari afstanden, de Leviten, die nog resteerden, de volgende steden van de stam Zebulon, Jochneam, Karta, Dimna en Nahalal, vier steden elk met de omliggende weidegronden. Aan de overkant van de Jordaan, ter hoogte van Jericho gaven ze hun de volgende steden van de stam Ruben, bezer op het onontgonnen deel van de hoogvlakte, een vrijplaats der bescherming tegen bloedvrekers, en verder Jaas, en Mefaat, vier steden, elk met de omliggende weidegronden, en van de stam Gat gaven ze hun raamod in Giliad, een vrijplaats der bescherming tegen bloedvrekers. Maganaïm, Gespon en Jazer, vier steden, elk met de omliggende weidegronden. In totaal kregen de families die van Marari afstanden de nog resterende Levitische families door loting twaalf steden toegewezen. Tot zo werden de steden die de Lefieten op het grondgebied van Israël kregen toegewezen. In totaal 48 steden met de omliggende weidegronden. Bij al deze steden moesten de omliggende weidegronden worden meegerekend. Dit gold voor elke stad. Zo schonk de Heer de Israëlieten het hele land, zoals hij hun voorouders onder Ede beloofd had. Ze namen het in bezit en gingen er wonen. En de Heer verschafte hun rust aan al hun grenzen, zoals hij hun voorouders beloofd had. Geen van hun vijanden kon tegen hun stand houden. De Heer leverde al hun vijanden aan hen uit. Niet één van de beloften die de Heer had gedaan, bleef onvervuld. Hij deed ze alle gestanden.
SPEAKER_02Jozwa 22.
SPEAKER_01De bouw van een altaar aan de Jordaan. Jozwa liet de stammen Ruben en Gat en de eerste helft van de stammenasse bij zich komen. Hij zei tegen hen: U hebt alles gedaan wat Mozes, de dienaar van de Heer, u heeft opgedragen. En u bent ook mij in alles gehoorzaam geweest. U hebt uw broeders al die jaren nooit in de steek gelaten. Maar de opdracht die de Heer, uw God, u gegeven heeft, getrouw uitgevoerd, tot op de dag van vandaag. Nu heeft Hij uw broeders rust gegeven, zoals Hij hun had beloofd. Ga daarom terug naar uw eigen woonplaatsen, naar uw eigen gebied dat Mozes, de dienaar van de Heer, u heeft toegewezen ten oosten van de Jordaan. Maar houd u altijd aan de geboden, die Hij uw in zijn onderricht gegeven heeft. Heb de Heer, uw God lief en volg de weg die Hij uw wijst. Leef zijn geboden na, wees Hem toegedaan en dien Hem met hart en ziel. Hierna zegende Jozwa hen en nam afscheid, waarna ze huiswaarts gingen. Aan de eerste helft van de stammenasse, had Mozes al grondgebied in Bazan toegewezen. Jos wees aan de tweede helft een grondgebied toe bij dat van de andere stammen ten westen van de Jordaan. Bij het afscheid zegne Jozwa hen met de woorden: Ga terug naar huis, beladen met de rijkdomme. Met zeer veel vee, met zilver en goud, koper, brons en ijzer, met kleding en overvloed en deel deze oorlogsbuit met uw stamgenoten. Hierop verlieten de nakomelingen van Ruben en Gad en de eerste helft van de stammenasse de andere Israëlieten. Vanuit Silo in Kanaan gingen ze terug naar Giliad, hun eigen gebied, om zich daar te vestigen, zoals de Heer hun bij monden van Mozes had opgedragen. Toen ze bij de Jordaan waren gekomen, bouwden ze nog op de westelijke oever in Kanaan een groot opvallend altaar. Dit kwam de andere Israëlieten ter oren. Ze hoorden dat Ruben, Gat en de eerste helft van Manasse op de oefer van de Jordaan aan de grens van Kanaan, een altaar hadden gebouwd. De volksvergadering werd bijeengeroepen in silo, en er werd besloten om tegen deze stammen ten strijde te trekken. De Israëlieten stuurden echter eerst een afvaardiging naar hen toeze bestond uit Pinegas, de zoon van de priester Eleazar. En tien vooraanstaande Israëlieten, familiehoofden die ook aan het hoofd van hun stam stonden. Toen ze in Giliad waren aangekomen bij de nakomelingen van Ruben en Gad en de eerste helft van de stammenasse, zeiden ze tegen hen: Wij spreken namens het volk van de Heer. De volksvergadering wil weten waarom u de God van Israël ontrouw bent geworden door dat altaar te bouwen. Van waar deze ontrouw, waarmee u zich van de Heer hebt afgekeerd en nu tegen hem in opstand komt, waren de wandaden bij de peor nog niet ramzalig genoeg voor ons? Daar hebben we ons tot op de dag van vandaag nog niet van gereinigd, ondanks de plaag waarmee de gemeenschap van de Heer werd getroffen. En nu wilt u zich opnieuw van de Heer afkeren? Zodra u tegen Hem in opstand komt, treft zijn woede onmiddellijk het hele volk. Is uw eigen land soms onrein? Kom dan naar het land van de Heer, waar Hij zijn tabernakel heeft. Kom bij ons wonen, maar kom niet in opstand tegen de Heer. En kom ook niet in opstand tegen ons door nog een tweede altaar te bouwen, naast het altar van de Heer, onze God. Werd niet de hele gemeenschap getroffen door de woede van de Heer toen Agan, de nakomeling van Zeerag, zich vergreep aan goederen waarop de band van de Heer rust. Agam was niet de enige die om die misdaad stierf. De stammen Ruben en Gad en de eerste helft van de stammen nassen antwoorden de stamhoofden van Israël. Maar de God der God, de Heer, weet toch, en ook Israël moet weten, dat wij beslist niet tegen hem in opstand zijn gekomen en Hem niet om trouw zijn geweest. Mocht het toch zo zijn, Heer, God der God, trek dan onmiddellijk uw handen van ons af, als wij dit altaar inderdaad zouden hebben gebouwd om ons van de Heer af te keren, om er brand of graanoffers op te brengen of vredeoffers, dan mag de Heer ons daarvoor laten boeten. We hebben het alleen maar uit voorzorg gedaan. We wilden voorkomen dat uw nakomelingen tegen die van ons zouden zeggen: wat hebt u eigenlijk met de Heer, de God van Israël, te maken? De Heer heeft immers tussen u nakomelingen van Ruben en Gad en ons de Jordaan als grens gesteld. U hoort helemaal niet bij de Heer. Kortom, we waren bang dat uw nakomelingen die van ons zouden beletten, de Heer te dienen. Daarom zeiden we tegen elkaar: laten we een eigen altaar bouwen. Het is geen altaar voor brantoffers en vrede offers, maar een altaar dat kan getuigen van de afspraak tussen U en ons en onze nakomelingen. Want ook wij willen de Heer dienen, bij zijn tabernakel en Hem daar onze brantoffers en vredeoffers brengen. Dan kunnen uw nakomelingen nooit tegen die van ons zeggen dat ze niet bij de Heer horen. En als ze dat later toch zeggen, dan kunnen onze nakomelingen hun antwoorden: kijk, hier staat een kopie van het altaar van de Heer dat onze voorouders hebben gebouwd. Het dient niet voor brantoffers en vrede offers, maar getuigd van de afspraak tussen u en ons. Werkelijk het is verre van ons om tegen de Heer in opstand te komen en ons nu van Hem af te keren, door nog een tweede altaar voor brand en graanoffers en vredeoffers te bouwen, naast het altaar van de Heer, onze God, dat voor zijn tabernakel staat. Deze verklaring van Ruben, Gat en de eerste helft van Manasse, stelde de priester Pinegas en de hoofden van de volksvergadering, de stamhoofden van Israël, gerust. Pinegas, de zoon van de priester Eleazar, zei tegen hen: Nu weten we dat de Heer in ons midden is, want u bent hem niet ontrouw geweest. Met deze verklaring hebt u het volk van Israël voor zijn ingrijpen behoed. Hierop namen Pinegas, de zoon van de priester Eleazar en de stamhoofden afscheid van de Rubenieten en Gadieten en gingen van Giliad terug naar Kanaan, naar het volk van Israël. Ze brachten verslag uit en ook de Israëlieten waren gerustgesteld. Ze prezen God en zagen er van af tegen de Rubenieten en Gadieten ten strijde te trekken en hun gebied te verwoesten de Rubenieten en Gadieten noemden het al taar getuigen. Want zeiden ze: het getuigt er voor u en voor ons van dat de Heer onze God is bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Zij Lacht - Elke Dag
Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap