Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar

Dag 139 - Jozua 23 en 24 en Psalm 100

Zij Lacht Season 2026 Episode 139

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 12:02

Vandaag lezen we Jozua 23 en 24 en Psalm 100 uit de NBV21.

📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.

SPEAKER_02

Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Alisa. Dit is dag 139.

SPEAKER_01

We lezen Joshua 23 en 24 en Psalm 11. Joshua 23.

SPEAKER_02

Joshua's afscheidsreden: De Heer had de Israëlieten rust gegeven door hen te verlossen van de vijanden die hen omringden. Vele jaren later riep Jozwa, die toen op hoge leeftijd was gekomen, heel Israël bijeen, met alle oudste stamhoofden, rechters en griviers. Hij zei tegen hen: ik heb niet lang meer te leven. U hebt zelf kunnen zien wat de Heer uw God met al die volken heeft gedaan. Hij was het immers die voor u streed. Ik heb voor uw stammen door loting het land verdeeld van de volken die ik heb uitgeroeid, van de Jordaan tot aan de Grote Zee in het westen, en eveneens het land van de volken die nog zijn overgebleven. Die zal de Heer uw God zelf voor u uit hun land verdrijven. Dan kunt U het in bezit nemen, zoals Hij heeft beloofd. Houd u daarom strikt aan wat er in het boek met de wet van Mozes geschreven staat, en wijk daar op geen enkele manier vanaf. Vermeng u niet met de vreemde volken, die nog bij u overgebleven zijn. Neem de naam van hun Goden niet in de mond, en zweer er nooit bij, dien ze niet en buig u nooit voor ze neer. U moet alleen de Heer, uw God, toegedaan zijn, zoals u dat tot nu toe bent geweest. Hij was het die grote en machtige volken voor u verdreef, zodat niemand tegen u constant houden tot op de dag van vandaag. Een van u volstond om duizend man op de vlucht te jagen, want het was de Heer, uw God, die voor u streed, zoals Hij had beloofd. Daarom is het voor u van levensbelang Hem lief te hebben. Als u zich van Hem afwendt en bevriend raakt met de volken die nog bij u overgebleven zijn, als u zich daarmee vermengt door huwelijken met ze aan te gaan, weet dan dat de Heer, uw God, die volken niet meer voor u zal verdrijven. Dan worden ze voor u een klapnet en een valstrik, een zweep die u gezelt en een doornak die uw de ogen uitsteekt, net zolang tot u allemaal bent weggevaagd uit dit goede land dat de Heer uw God u gegeven heeft. Luister, nu ik de weg moet gaan die ieder mens wacht, moet u tot in het diepst van uw hart beseffen dat geen van de belofte die de Heer uw God u heeft gedaan, onvervuld is gebleven. Hij heeft ze alle gestand gedaan en er niet één onvervuld gelaten. Maar zoals hij u de voorspoed heeft geschonken die Hij had beloofd, zo zal Hij elk mogelijk onheil over u brengen als u de regels van het verbond overtreedt die Hij u heeft opgelegd, als uw andere goden gaat dienen en u voor hen neerbuigt, zal Hij u wegrukken uit dit goede land, dat Hij u gegeven heeft. Dan zal zijn woede tegen u losbarsten en zult u heel snel worden weggevaagd uit dit goede land dat u van Hem gekregt, Jozwa 24: Volksvergadering in Zegem. Jozwa riep alle stammen van Israël bijeen in Zegem. Nadat hij de oudste, stamhoofden, rechters en griviers zich ten overstaan van God had laten opstellen, sprak hij tot het volk. Dit zegt de Heer, de God van Israël. Jullie voorouders woonden lang geleden ten oosten van de Euvraad. Het waren Terag en zijn zonen Abraham en Nagor. Ze dienden andere goden, maar ik heb jullie stamvader Abraham daar weggehaald en hem door heel Kanaan laten trekken. Ik schonk hem een groot aantal nakomelingen. Ik gaf hem Isaac als zoon en Isaac gaf ik Jacob en. Ezu kreeg van mij het zeeegbergte in bezit, maar Jacob en zijn zonen trokken naar Egypte. Ik stuurde Mozes en naar Aaron straf te Egypte. Jullie weten hoe, en leidde jullie het land uit. Nadat ik jullie voorouders uit Egypte heb weggeleid, kwamen ze bij de rietzee, terwijl de Egyptenaren hen met strijdwagens en ruiters achtervolgde. Toen riepen ze mij, de Heer om hulp, en ik scheide hen van de Egyptenaren door een zware duisternis en liet de Egyptenaren door de zee verzwelgen. Jullie hebben met eigen ogen gezien wat ik met hen heb gedaan. Vervolgens bleven jullie jarenlang in de woestijn, tot ik jullie naar het land van de Amorieten bracht, die ten oosten van de Jordaan woonden. Zij namen de wapens tegen jullie op, maar ik leverde hen aan jullie uit en vernietigde hen. En jullie namen hun land in bezit. Daarna maakte koning Balak van Moab, de zoon van Sipor, zich gereed om de strijd tegen Israël aan te binden. Hij liet Biliam, de zoon van Beor, komen. Die moest jullie vervloeken, maar ik schonk hem geen gehoor. Ik beschermde jullie tegen hem, meer nog, hij zegende jullie zelfs. Vervolgens trokken jullie de Jordaan over en kwamen bij Jericho. De inwoners van Jericho namen de wapens tegen jullie op, net als de Amorieten, Perizieten, Canaanieten, Hetite, Gergasieten, Gywieten en Jebusieten. Maar ik leverde ze allemaal aan jullie uit. Ik stuurde een zwerm horsels voor jullie uit die ze op de vlucht joeg, zoals eerder de twee koningen van de Amorieten op de vlucht werden gejaagd. Jullie zwaarden en bogen kwamen er niet aan te pas. Ik heb jullie een land gegeven, waarvoor jullie niets hebben hoeven te doen, steden die jullie niet hebben gebouwd, en waarin jullie zomaar konden gaan wonen, wijngaarden en olijfbomen die jullie niet hebben gepland, en waarvan jullie zomaar kunnen eten. Nu dan, vervolgde Joshua: Eerbiedig de Heer, dien Hem met onvoorwaardelijke trouw en doe de God weg die uw voorouders ten oosten van de Eufraat en in Egypte hebben gedien. Dien alleen de Heer. Als u daar niet toe bereid bent, kies dan nu wie u wel wilt dienen. De goden van uw voorouders, ten oosten van de Euvraat of de Goden van de Amorieten, van wie u nu het land bewoont. Ikzelf en mijn familie, zullen de Heer dienen. Hierop antwoordde het volk: het is verre van ons de Heer te verlaten om andere goden te dienen. Hij is het, de Heer, onze God, die ons en onze voorouders uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd. Hij heeft grote wonderen voor ons verricht. Dat hebben we met eigen ogen gezien. Hij heeft ons op onze hele tocht beschermd tegen alle volken waarvan we het gebied doortrokken. De Heer heeft ze allemaal voor ons verdreven en ook de amorieten, die vroeger in dit land woonden. Ook wij zullen de Heer dienen, want Hij is onze God. Maar Joshua zei tegen het volk: U zult niet in staat zijn de Heer te dienen, want Hij is een heilige God, die geen ontrouw deelt. Hij zal u uw overtredingen en zonde niet vergeven. Als u de Heer verlaat en andere goden gaat dienen, zal Hij zich tegen uw keren. Dan zal Hij u niet langer weldade bewijzen, maar u kwaad doen en uw vernietigen. Maar het volk herhaalde: nee, alleen de Heer zul wij dienen. Goed, antwoordde Joa. Dan bent u zelf de getuige van uw keuze om Hem de Heer te dienen. Ja, dat zijn wij, bevestigde het volk. Daarop zei Joshua, doe dan die vreemde goden weg en richt U volledig op de Heer, de God van Israël. En het volk beloofde, wij zullen de Heer, onze God, dienen en gehoorzamen. Zo sloot Joshua die dag in Sichem deze overeenkomst met het volk en hij gaf het wetten en regels, die hij in het wetboek van God opschreef. Ook richtte Hij een grote steen op, onder de teren bind bij het heiligdom van de Heer. Deze steen, zei hij tegen het volk, is getuige, want hij heeft alles gehoord wat de Heer tegen ons heeft gezegd. Hij is dus getuige op dat U God niet afvallig wordt. Daarna liet Joozwa het volk vertrekken. Iedereen ging naar zijn eigen grondgebied. Dood van Jozwa en Elieazar. Korte tijd later stierf Jozwa de zoon van Nun, de dienaar van de Heer op de leeftijd van 110 jaar. Hij werd begraven in het gebied dat Hem was toegewezen, in Timnat Zerag in het bergland van Efreim, ten noorden van de chaas. Zolang Jozwa leefde, diende het volk de Heer. Ook na zijn dood bleven ze de Heer dienen, zolang er oudste waren die getuigen waren geweest van de grootste daden die de Heer voor Israël had verricht. De beenderen van Joze, die het volk van Israël uit Egypte had meegevoerd, werden begraven in Siekem, op het stuk land dat Jacob voor honderd Kesita had gekocht van de zonen van Chamor, van wie Sychem er één was. De nakomelingen van Jozef kregen dit stuk land in bezit. Ook Elazar de zoon van Aaron stierf. Hij werd begraven in het bergland van Efraim op de heuvel die zijn zoon Pinegas was toegewezen.

SPEAKER_00

Psalm 10. Een Psalm voor het dankoff.

SPEAKER_02

Jui de Heer toe heel de aarde. Dien de Heer met vreugde. Kom tot hem met jubelzang. Erken het: De Heer is God. Hij heeft ons gemaakt. Hem behoren wij toe. Zijn volk zijn wij, de kudde die hij wijdt. Kom zijn poorten binnen met een loflied, hef in zijn voorhoven een lofzang aan. Brig hem hulden prijs zijn naam. De Heer is goed, zijn liefde duurt eeuwig zijn trouw van geslacht op geslacht. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar podcast van Zeilacht luister je morgen weer.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Zij Lacht - Elke Dag Artwork

Zij Lacht - Elke Dag

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap
Zij Lacht - Diep Geworteld Artwork

Zij Lacht - Diep Geworteld

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap