Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Speciaal voor de Bijbel in een Jaar lezers van Zij Lacht! Salisa heeft elke dag het Bijbelgedeelte van de dag voor je ingesproken zodat je deze waar je ook bent kunt luisteren!
Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Dag 143 - Romeinen 9 tot en met 11
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Romeinen 9 tot en met 11 uit de NBV21.
📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.
Je luistert naar de Bijbel in een Jaarpotcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 143. We lezen Romeinen 9 tot en met 11.
SPEAKER_00Romeinen 9. De trouw en de warmhartigheid van God.
SPEAKER_01Omdat ik één ben met Christus, spreek ik de waarheid en mijn geweten, geleid door de Heilige Geest, is mijn getuige dat ik niet lieg. Ik ben diep bedroefd en wordt voortdurend door verdriet gweld. Bijna zou ik bidden zelf vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn, omwille van mijn volksgenoten, de broeders en zusters met wie ik mijn afkomst deel. Dat zijn de Israëlieten, die God als zijn kinderen heeft aangenomen en aan wie Hij zijn nabijheid de verbonden, de wet, de tempeldienst en de belofte heeft geschonken. Het is het volk dat van de aardsvaders afstamt, en waaruit Christus is voortgekomen. Hij die God is boven alles verheven, zij geprezen tot in eeuwigheid. Amen. Gods belofte is niet komen te vervallen, want niet alle Israëlieten behoren werkelijk tot Israël. Niet alle nakomelingen van Abraham zijn ook werkelijk zijn kinderen. Er staat immers geschreven: alleen de nakomelingen van Isaac zullen gelden als jouw nageslacht. Dat wil zeggen, ze zijn niet door hun natuurlijke afstamming kinderen van God, maar gelden als nageslacht van Abraham op grond van Gods belofte. Als iets een belofte is, dan zijn het deze woorden. Over een jaar kom ik terug en dan heeft Sara een zoon. Sterker nog, Rebecca was van onze vader Isaac zwanger van een tweeling. En al voor ze geboren waren en iets goeds of slechts gedaan hadden, werd haar gezegd: de oudste zal de jongste dienen. Zo blijft Gods besluit van kracht. God kiest de mens niet uit op grond van zijn daden. Maar omdat Hij hem roept, zoals ook geschreven staat: Jacob heb ik lief gehad. Moeten we dan zeggen dat God onrechtvaardig is? Natuurlijk niet. Hij zegt immers tegen Mozis: Ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn. Ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken. Alles hangt dus af van God en zijn barmhartigheid. Niet van de wil of de inspanning van de mens. Zo zegt Hij volgens de schrift tegen de Varao: Ik heb je alleen maar aangesteld om mijn macht over jou te tonen en om mijn naam op heel de aarde bekend te maken. Dus God is barmhartig voor wie Hij wil en maakt halstarrig wie Hij wil. Maar nu zult u vragen, waarom roept God ons dan nog ter verantwoording? Niemand gaat toch in tegen zijn wil. Wie bent u eigenlijk dat U een mens iets tegen God zou inbrengen? Vraagt het aardewerk soms aan de pottenbakker, waarom hebt U me gemaakt zoals ik eruit zie? Heeft de pottenbakker niet de vrijheid om van dezelfde klomp klei zowel een kostbare vaas als een alledaagse pot te maken? Maar ook al wil God zijn macht tonen en zijn toor laten gelden, toch heeft Hij degene, die het voorwerp zijn van zijn toorn en bestemd zijn voor de ondergang met veel geduld verdragen. Waarom anders dan om zijn overweldigende maajestijd te tonen tegens degene die het voorwerp zijn van zijn barmhartigheid, en die hij tevoren bestemd heeft om in zijn maajestijd te delen? Hen heeft Hij ook geroepen ons die niet alleen uit het Joodse volk afkomstig zijn, maar uit alle volken. Zoals ook bij Hosea staat geschreven: wat mijn volk niet was, zal ik mijn volk noemen, wie mijn geliefde niet was, zal ik mijn geliefde noemen. En waartegen hen gezegd is: Jullie zijn mijn volk niet, zullen ze kinderen van de levende God worden genoemd. En Jezaja roept over Israël uit, al telde het volk van Israël zoveel mensen, als er zand is bij de zee, slechts zijn rest zal worden gered. Want de Heer zal zijn woord op aarde gestand doen, onvoorwaardelijk en onverkort. En zoals Jezaja al heeft gezegd, had de Heer van de hemelse machten ons geen nageslacht gelaten. Het zou ons zijn vergaan als sodom en gemorra. Onbegrip bij Israël. Wat kunnen we hieruit nu opmaken? Vol die niet op rechtvaardigheid uit waren, hebben haar toch verkregen, ze zijn rechtvaardig verklaard op grond van geloof. Maar Israël, dat naar rechtvaardigheid streefde door de wet te volgen, heeft dat niet bereikt. Wat is daarvan de oorzaak? Ze handelden alsof het van hun daden afhing en niet van hun geloof. Ze zijn over de steen gestruikeld waarover geschreven staat: in Sion leg ik een steen neer waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot, maar wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.
SPEAKER_00Romein 10.
SPEAKER_01Broeders en zusters, ik wens uit de grond van mijn hart en bid tot God dat ze zullen worden gered. Ik kan van hen getuigen, dat ze God vol toewijding dienen. Maar het ontbreekt hun aan inzicht. Omdat ze Gods gerechtigheid niet kennen, proberen ze hun eigen gerechtigheid te laten gelden en erkennen ze die van God niet. De wet evenwel, vindt zijn doel in Christus, zodat iedereen die gelooft rechtvaardig zal worden verklaard. Mozes zegt over de rechtvaardigheid die op grond van de wet verkregen wordt, wie doet wat de wet voorschrijft, zal leven. En dit zegt de rechtvaardigheid die geschonken wordt op grond van geloof. Zeg niet bij uzelf wie zal opstijgen naar de hemel, dat wil zeggen, om Christus naar beneden te brengen, of wie zal afdalen naar de onderwereld, dat wil zeggen, om Christus bij de doden vandaan naar boven te brengen. De rechtvaardigheid zegt iets anders. Het woord is dicht bij u in uw mond en in uw hart. En dat betreft de boodschap van het geloof die wij verkondigen. Als uw mond beleid dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered. Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard. Als uw mond beleid, zult u worden gered. Want de schrift zegt: ieder die in Hem gelooft, kom niet bedrogen uit. En er is geen onderscheid tussen Joden en andere volken, want ze hebben alle dezelfde Heer. Hij geeft zijn rijke gaven aan alle die Hem aanroepen, want er staat ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered. Maar hoe kunnen ze Hem aanroepen als ze niet in Hem geloven? En hoe kunnen ze in Hem geloven als ze niet over Hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over Hem horen zonder dat iemand Hem verkondigt? En hoe kan iemand verkondigen als Hij niet is uitgezonden? Het is zoals geschreven staat: welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen. Toch hebben slechts weinige aan het Evangelie gehoor gegeven. Want Jezaja vraagt: Heer, wie heeft geloofd wat wij hebben geloofd? Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort, is de verkondiging van Christus. Maar dan is mijn vraag: hebben zij de boodschap soms niet gehoord? Natuurlijk wel, want er staat: hun roep klinkt over heel de aarde, hun woorden tot de uiteinde van de wereld. Maar dan vraag ik weer: Heeft Israël de boodschap niet begrepen? Wel nu, allereerst zegt Mozes: Ik zal jullie afgunstig maken op een volk dat geen volk is. Ik terg jullie met een volk zonder verstand. En Jezaja zegt zelfs: Ik heb me laten vinden door wie mij niet zocht, ik heb me bekendgemaakt aan wie niet naar mij hebben gevraagd. Maar over Israël zegt hij: heel de dag sta ik met uitgestoken handen tegenover een ongehoorzaam en opstandig volk.
SPEAKER_00Romeinen 11: Israëls redding: bescheidenheid voor de andere volken.
SPEAKER_01Dan is nu mijn vraag: heeft God zijn volk soms verstoten? Beslist niet. Ik ben immerself een Israëliet, een nakomeling van Abraham, afkomstig uit de stam Benjamin. God heeft zijn volk, dat hij al van te voren uitgekozen heeft, niet verstoten. Of weet u niet wat de schrift over Elia zegt, hoe hij Israël bij God aanklaagt. Heer, uw profeten hebben ze gedood, uw altaren verwoest. Ik ben als enige overgebleven. En nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien. Maar hoe luidt het antwoord van God aan hem: ik heb voor mijzelf zevenduizend mensen overgelaten, die niet voor Baal hebben geknield. Zo is ook in deze tijd een rest overgebleven die door Gods genade is uitgekozen. Als ze uitgenade uitgekozen zijn, dan dus niet op grond van hun daden, want in dat geval zou de genade geen genade meer zijn. Wat betekent dit alles? Wat Israël heeft nagestreefd, heeft het niet bereikt. Alleen zij die zijn uitgekozen, hebben het bereikt. De overige werden onbuigzaam, zoals ook geschreven staat: God heeft hun geest verdoofd, hun ogen blind gemaakt en hun oren doof tot op de dag van vandaag. En David zegt: laat hun tafel een valstrik worden, een strik, een valkuil en een straf. Laat het licht uit hun ogen verdwijnen, krom hun rug voor goed. Maar nu vraag ik weer: zij zijn toch niet gestuikeld om ten val te komen? Dat in geen geval, maar door hun overtreding konden de andere volken worden gered en daarop moesten zij afgunstig worden. Maar als hun overtreding al een rijke gave voor de wereld is, en hun falen een rijke gave voor de andere volken, hoeveel rijker zal de gave dan niet zijn, wanneer zij voltallig deelnemen. En tegen u, afkomstig uit die andere volken, zeg ik, het is waar dat ik een apostel voor de heidendse volken ben. Maar ik schat mijn taak juist daarom zo hoog, omdat ik hoop afgunst bij mijn volksgenoten op te wekken en een deel van hen te redden. Als God, toen zij afvallig werden, de wereld met zich heeft verzoend, zal Hij zeker, wanneer zij opnieuw aangenomen worden, levens schenken uit de dood. Als een klein deel van het deeg aan God gewijd is, is al het andere deeg het ook. Als de wortel heilig is, zijn de takken het ook. En als nu sommige takken van de edele olijfboom zijn afgebroken, en u, lote van een wilde olijfboom, tussen de overgebleven takken bent geënd en mag delen in de vruchtbaarheid van de wortel, dan moet u zich niet boven de takken verheffen. Als u dat doet, moet u goed bedenken dat niet u de wortel draagt, maar de wortel uw. Maar nu zult u tegenwerpen: die takken zijn toch afgebroken, zodat ik geënd kon worden? Zeker, ze zijn afgebroken vanwege hun ongeloof, en u dankt uw plaats aan uw geloof. Wees daarom echter niet hoogmoedig, maar heb ontzag voor God. Als Hij de oorspronkelijke takken al niet heeft gespaard, zou Hij u dan wel sparen. Weet dat God goed is en streng. Hij is streng voor wie gevallen zijn, maar goed voor u. Als u tenminste trouw blijft aan zijn goedheid, want anders wordt ook u afgekapt. En als de Israëlieten niet volharden in hun ongeloof zullen ook zij worden geënd, want God is bij machten hen opnieuw te entten. Immers, als u, die van nature een tak van de wilde olijfboom bent, tegen de natuur in op de edele olijfboom bent geënd, hoeveel eerder zullen zij dier van nature bijhoren dan niet op hun eigen boom worden geënt. Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Een deel van Israël is onbuigzaam geworden. En dat blijft zo, totdat de andere volken voltallig zijn toegetreden. Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook geschreven staat: de redder zal uit Sion komen, en wend tot dan de schuld af van Jacobs nageslacht. Dit is mijn verbond met hen, wanneer ik hun zonde wegneem. Omwille van u zijn ze Gods vijanden geworden door het Evangelie af te wijzen, maar toch blijven ze Gods geliefde omwille van de aardsvaders, die Hij heeft uitgekozen. De genade die God schenkt neemt Hij nooit terug. Wanneer Hij iemand roept, maakt Hij dat niet ongedaan. Zoals u God eens ongehoorzaam was, maar door hun ongehoorzaamheid nu Gods barmhartigheid hebt ondervonden, zo zijn ook zij nu ongehoorzaam om door de baamhartigheid die U ondervonden hebt, ook zelfbaamhartigheid te ondervinden, want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat Hij voor ieder mens barmhartig kan zijn. Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis. Hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsp? Wie heeft hem iets gegeven dat door Hem moest worden terugbetaald? Alles is uit Hem ontstaan. Alles is door Hem geschapen. Alles heeft in Hem zijn doel. Hem komt de eer toe in eeuwigheid. Amenkt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar podcast van Zeilacht luister je morgen weer.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Zij Lacht - Elke Dag
Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap