Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Speciaal voor de Bijbel in een Jaar lezers van Zij Lacht! Salisa heeft elke dag het Bijbelgedeelte van de dag voor je ingesproken zodat je deze waar je ook bent kunt luisteren!
Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Dag 145 - Romeinen 14 tot en met 16
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Romeinen 14 tot en met 16 uit de NBV21.
📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.
Je luistert naar de Bijbel in een jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 145.
SPEAKER_01We lezen Romeinen 14 tot en met 16.
SPEAKER_02Romeinen 14.
SPEAKER_01Aanvaart elkaar zoals Christus u heeft aanvaard. Aanvaart degene die zwak staan in het geloof.
SPEAKER_00Ontvang hen zonder hun opvattingen te bestrijden. De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand met een zwak geloof eet alleen groente. Wie alles eet, mag niet neerzien op iemand die dat niet doet. En wie niet alles eet, mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. Wie bent u dat u een oordeel veld over de dienaar van een ander, of het wel of niet goed is wat hij doet, bepaalt alleen zijn eigen Heer. En Hij zal het goed blijven doen, want de Heer heeft de macht Hem te laten volharden. De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag. Voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen. Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren. Wie alles eet, doet dat om de Heer te eren. En hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God. Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. Zolang wij leven, leven we voor de Heer, en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, wij zijn van de Heer. Immers Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levende. Wie bent u dat u een oordeel veld over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij alle zullen voor Gods rechter stoel komen te staan. Want er staat geschreven: zo waar ik leef, zegt de Heer, voor mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal God loven. Ieder van ons zal dus over zichzelf verantwoording tegenover God moeten afleggen. Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen. In plaats daarvan moet u zich voornemen uw broeder en zuster niet te laten struikelen of ten val te brengen. De Heer Jezus geeft mij de vaste overtuiging dat niets op zichzelf onrein is. Als u dus uw broeder of zuster in verlegenheid brengt door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet. Breng het goede dat God u schenkt geen schade toe, want het Koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de Heilige Geest. Wie Christus zo dient, is God welgevallig en bij de mensen geacht. Laten we daarom streven, naar wat te vrede bevordert en naar wat opbouwend is voor elkaar. Bek het werk van God niet af enkel vanwege voedsel. Weliswaar is alle voedsel rijn, maar het is verkeerd om iets te eten dat een struikelblok vormt. Vlees, wijn of iets anders dat voor uw broeder of zuster een struikelblok vormt, kunt u beter mijden. Uw overtuiging is een aangelegenheid tussen u en God. Gelukkig is wie zich geen verwijten hoeft te maken over wat hij besluit te doen. Maar wie met zichzelf in conflict komt door wat hij eet, is op dat moment al veroordeeld. Want dan komt het niet voort uit geloof en alles wat niet uit geloof voortkomt, is zondig.
SPEAKER_02Romein 15.
SPEAKER_00Wij de sterke moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid bijstaan en niet ons eigen belang voorop zetten. Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is. Ook Christus zocht niet zijn eigen belang. In tegendeel, er staat geschreven: de smaat van wie U smaat is op mij neergekomen. Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de schriften zouden blijven hopen. Mogen God die ons doet volharde en ons troost geeft U de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. Aanvaart elkaar daarom ter er van God, zoals Christus u heeft aanvaard. Ik zeg u dat Christus een dienaar van de Joden is geworden om te tonen dat God trouw is en om de belofte aan hun voorouders waar te maken. En dat Christus, om te tonen dat God barmhartig is, ook gekomen is om de andere volken in staat te stellen God te loven, zoals geschreven staat, daarom zal ik u prijzen ten midden van de volken, een loflied zingen ter eer van uw naam. En verder staat er: verheug u, volken, samen met zijn volk. En er staat ook: Loof de Heer, volken op aarde, prijs Hem naaties overal. En verder zegt Jezaja: Isaïe zal een telg voortbrengen. Hij die komt om over alle volken te heersen. Op Hem zullen zij hun hoop vestigen. Mogen God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop steeds blijft toenemen door de kracht van de Heilige Geest, reisplannen en groente. Broeders en zusters, ik ben er vast van overtuigd dat u inderdaad niets dan het Goede wilt en dat uw inzicht nergens te kort schiet, zodat u ook in staat bent om elkaar terecht te wijzen. Ik heb u hier en daar nogal vrijmoedig geschreven, maar alleen om u te herinneren aan wat u al weet. Ik doe dat vanwege de genade die God mij geschonken heeft. Ik moet in volledige toewijding aan zijn Evangelie een dienaar van Christus Jezus voor de heidendse volken zijn, zodat zij een God welgevallig offer kunnen worden, geheiligd door de Heilige Geest. Dat ik trots kan zijn op mijn werk voor God, dank ik aan Christus Jezus. Ik mis de vrijmoedigheid om over iets anders te spreken dan wat Christus met het oog op de gehoorzaamheid van de volken door mij tot stand heeft gebracht. Door wat ik heb gezegd en gedaan, door krachtige tekenen en wonderen die ik heb verricht door de macht van Gods Geest. Zo heb ik vanaf Jeruzalem tot aan Illyë overal het Evangelie van Christus verspreid. Daarbij heb ik er altijd een eer ingesteld het niet op plaatsen te verkondigen waar Christus al bekend was. Ik wilde niet op het fundament van een ander bouwen, want er staat geschreven dat zij aan wie Hij niet verkondigd is, zullen zien. Zij die niet over Hem hebben gehoord, zullen tot inzicht komen. Het is dan ook om deze reden dat het mij nog niet is gelukt u te bezoeken. Maar ik heb mijn taak in deze streken nu beëindigd, en omdat ik er zo naar verlang om na al die jaren naar u toe te komen, hoop ik dat te doen wanneer ik naar Spanje ga. Ik hoop u op weg daarheen te ontmoeten om mijn reis daarna met uw hulp voor te zetten, maar niet voordat ik enige tijd van uw gezelschap genoten heb. Nu sta ik echter op het punt naar Jeruzalem te gaan, om de heilige daar bijstand te verlenen. Want Macedonië en Agai hebben voor de armen onder hen een collecte gehouden. Zij hebben daartoe vrijwillig besloten, maar ze staan dan ook bij hen in de schuld. Want omdat zij afkomstig uit andere volken deel hebben gekregen aan de geestelijke rijkdomme van de Heilige in Jeruzalem, zijn zij op hun beurt verplicht hen in materiële zaken bij te staan. Nadat ik mij van deze taak gekweten heb en de opbrengst van de collecte officieel aan hen heb overhandigd, zal ik u op doorreis naar Spanje bezoeken. En ik weet dat wanneer ik kom ik met de volle zegen van Christus kom. Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus, en met een beroep op de liefde van de Geest vraag ik u dringend om samen met mij vurig tot God te bidden. Bid voor mij dat ik behoed word voor de ongelovigen in Judea en dat mijn hulp door de Heilige in Jeruzalem zal worden gewaardeerd. Dan kan ik, indien God het wil, vol vreugde naar u toe komen om in uw gezelschap nieuwe kracht op te doen, de God van de vrede zijn met u al.
SPEAKER_02Amen. Romeinen 16.
SPEAKER_00Ik beveel Vebe bij u aan, onze zuster, die in dienst staat van de gemeente in Kengreeë. Verwelkom haar als iemand die in de Heer met u verbonden is, zoals dat onder de Heilige gepast is, en sta haar bij, wanneer ze uw hulp ergens voor nodig heeft, want zij heeft vele steun en bescherming geboden, ook mij. Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus, die voor mij hun leven op het spel hebben gezet. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle niet-Jodse gemeenten. Groet ook de gemeente die bij hen in huis samenkomt. Groet, mijn geliefde Epenetus, die als eerste in Azia tot geloof in Christus is gekomen. Groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft getroost. Groet Andronicus en Junia, mijn volksgenoten, die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostele veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden. Groet mijn geliefde Ampliatus, met mij verbonden in de Heer. Groet Urbanus, onze medewerker in de dienst aan Christus. En groet mijn geliefde Stachies, Groet Apelles, wiens trouw aan Christus beproef is. Groet de huisgenoten van Aristobulus, groet Herodion, mijn volksgenoot, groet de huisgenoten van Narcissus, die in de Heer geloven. Groet Trifena en Thosa, die zich hebben ingespannen voor de dienst aan de Heer. Groet onze geliefde persis, ook zij heeft zich veel moeite getroost voor de dienst aan de Heer. Groet Ruwes, die door de Heer is uitgekozen, en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is. Groet Asencrites, Vlegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen samenkomen. Groet Filologus en Julia, Neus en zijn zus, en Olympas en alle heiligen die bij hen samenkomen. Groet elkaar met een heilige kus, alle gemeenten van Christus laten u groeten. Ik spoor u aan, broeders en zusters op te passen voor degene die tweedracht zaaien en anderen in de weg staan. En die daarmee ingaan tegen alles wat u hebt geleerd. Ga hun uit de weg, want zulke mensen dienen niet Christus onze Heer, maar alleen hun eigen lusten en door fraaie en welluidende woorden misleiden ze argeloze mensen. Uw gehoorzaamheid is overal bekend geworden. Ik ben dus vol blijdschap over u en zou graag zien dat U de wijsheid hebt om het goede te doen, en dat u zich verre houdt van het kwaad. De God van de vrede, zal Satan nu spoedig te gronden richten en aan uw voeten leggen. De genade van onze Heer Jezus, zijn met u. Timosius, mijn medewerker, laat u groeten, evenals Lucius, Jason en Socympatus, mijn volksgenoten. Ook ik, Tertius, die deze brief heb opgeschreven, groet uw als iemand die in de Heer met u verbonden is. Gaius, die mijn gastheer is, en die zijn huis voor de hele gemeente openstelt, laat U groeten. Erastus, die de gelden van de stad beheerst, en mijn broeder, Quartus, laat u groeten. Aan Hem die bij machten is uw kracht te geven. Overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig. Overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezegen is. Maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen. Aan Hem, de enige Alwijze God, om te eer toe. Door Jezus Christus tot in eeuwigheid. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een jaar podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Zij Lacht - Elke Dag
Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap