Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar

Dag 154 - Psalm 72 en Psalm 139 en Spreuken 31

Zij Lacht Season 2026 Episode 154

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 9:59

Vandaag lezen we Psalm 72 en Psalm 139 en Spreuken 31  uit de NBV21. 

📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.

SPEAKER_01

Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Alisa. Dit is dag 154. We lezen Psalm 72 en 139.

SPEAKER_00

En spreuken 31: Psalm 72 van Salomo.

SPEAKER_01

Geef, O God, uw wetten aan de koning, uw gerechtigheid aan de koningsoon. Mogen hij uw volk rechtvaardig besturen, uw arme volk naar recht en wet. Mogen de bergen vrede brengen aan het volk en de heuvels gerechtigheid. Mogen Gij recht doen aan de zwakken, redding bieden aan de arme, maar de onderdrukker neerslaan. Mogen Hij leven zolang de zon bestaat, zolang de maan zal schijnen, van geslacht op geslacht. Mogen hij zijn als regen die valt op kale akkers, als buien die de aarde doordrinken. Mogen in zijn dagen de rechtvaardige bloeien de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat. Mogen hij heersen van zee tot zee, van de grote rivier tot aan de einde der aarde. Laten de woestijnbewoners voor hem buigen, zijn vijanden het stof van zijn voeten likken. De koningen van Tarsus en de kustlanden laten zij hem geschenken brengen. De koningen van Seba en Saba laten ook zij hem schatting afdragen. Laten alle koningen zich neerwerpen voor Hem, alle volken hem dienstbaar zijn. Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept wie zwak is en geen helper heeft. Hij ontfermt zich over weerlozen en arme. Wie arm is, red Hij het leven. Hij verlost hen van onderdrukking en geweld, hun bloed is kostbaar in zijn ogen. Leven de koning, men zal hem goud van zeba schenken, zonder ophouden voor hem bidden, hem zegen toewensen, dag aan dag. Er zal overvloed van koren zijn in het land, zelfs op de toppen van de bergen. Rijpe aren zullen golven als de bossen van de Libanon. Vanuit zijn stad zal voorspoed ontluiken als jong groen op de aarde. Zijn naam zal eeuwig bestaan. Zijn naam zal voortleven, zolang de zon zal schijnen. Dankzij hem zal men zich gezegend noemen en alle volken prijzen hem gelukkig. Geprezen zij God de Heer, de God van Israël. Hij doet wonderen hij alleen. Geprezen zij zijn luisterrijke naam voor eeuwig. Mogen zijn luister heel de aarde vervullen. Amen. Amen. Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaïe.

SPEAKER_00

Psalm 139.

SPEAKER_01

Voor de koorleider van David een Psalm: Heer, u kent mij. U doorgroent mij. U weet het als ik zit of sta, u doorziet van verre mijn gedachten. Ga ik op weg of rust ik uit. U merkt het op. Met al mijn wegen bent U vertrouwd. Geen woord ligt op mijn tong, of uw Heer, kent het ten volle. U omsluit mij van achter en van voren, U leg uw hand op mij. Wonderlijk zoals U mij kent, het gaat mijn begrip te boven. Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen, hoe aan uw blikken ontkomen, klom ik op naar de hemel, u tref ik daaraan. Lach ik neer in het dode rijk, U bent daar. Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad, al ging ik wonen voor bij de verste zee. Ook daar zou uw hand mij leiden. Z uw rechterhand mij vasthouden. Al zei ik, laat het duister mij opslokken, het licht om mij heen veranderen in nacht. Ook dan zou het duister voor u niet donker zijn. De nacht zou oplichten als de dag, het duister helder zijn als het licht. U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder. Ik loof u om het onzachlijke wonder van mijn bestaan. Wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt. Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel. Toen ik in het verborgenen gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor u geen geheim. Uw ogen zagen mijn vormeloos begin. Alles werd in uw boekrol opgetekend. Aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één. Hoe rijk zijn uw gedachten, God, hoe eindeloos in aantal, ontelbaar veel, meer dan er zand is bij de zee, ontwaak ik dan nog ben ik bij u. God, breng me toch de Goddeloze om, weg uit mijn ogen, jullie die bloed vergieten. Ze spreken kwaadaardig over u, uw vijanden misbruiken uw naam. Zou ik niet haten wie u haten, Heer, niet verachten wie tegen u opstaan. Ik haat hen, zo fel als ik haten kan. Ze zijn ook mijn vijand geworden. Doorgrond mijn God, en ken mijn hart. Peil mij, weet wat mij kwelt. Zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij op de weg die eeuwig is.

SPEAKER_00

Spreuken 31.

SPEAKER_01

Raadgevingen voor koning Lemuel. Hier volgen woorden voor koning Lemuel. Uitspraken die zijn moeder hem voorhield. Mijn zoon, die ik gedragen heb. Mijn zoon, om wie ik gelofte heb afgelegd. Wat zal ik je zeggen? Verspil je krachten niet aan vrouwen. Ga niet om met hen die koningen te gronden richten. En leem wel, een koning mag zich evenmin te buiten gaan aan wijn, dat past hem niet. Een leider mag niet hunkeren naar bier. Hij mag niet drinken en zijn plicht vergeten, de rechten van verdrukte niet schenden. Geef bier aan wie een kommer vol bestaan leiden, geef wijn aan wie diep ongelukkig zijn. Laat ze maar drinken en hun armoeder vergeten, zodat ze niet meer denken aan hun gezwoeg. Spreek voor hen die weerloos zijn, bescherm het recht van de vertrapte. Spreek oordeel rechtvaardig, geef de arme en behoeftigen hun recht. Loflied op de sterke vrouw. Een sterke vrouw: wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen. Haar man vertrouwt op haar en zal daar rijkelijk bij winnen. Ze brengt hem voorspoed, geen elende, alle dagen van haar leven. Ze zoekt w en linne uit en spint en weeft met vreugde. Zoals een koopmanschip naar verre streken vaart, zo haalt zij van verre wat ze nodig heeft. Ze staat al op als het nog donker is, geeft heel haar gezin te eten, draagt haar slavine taken op. Als zij haar zinnen op een akket, koopt ze hem. Van wat ze heeft verdiend, plant ze een wijngaard. Zij is vol daadkracht. Onvermoeibaar is ze in de weer. Handel drijven gaat haar heel goed af. S'nachts gaat haar lamp niet uit. Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok. Steeds houdt zij de spintel vast. Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen, ze geeft de arme hulp. De sneeuw zal haar gezin niet delen. Zij heeft hen in scharlaken gekleed. Zij maakt de mooiste dekens, ze gaat gekleed in linnen en peurperenwol. Haar man geniet bekendheid in de stad. Hij vergadert met de oudsten in de poort. Zij vervaardigt kleding en gordels en levert die aan kooplui. Uit haar verschijning spreken kracht en waardigheid. De dag van morgen ziet ze lachend tegemoet. Ze spreekt wijze woorden. Wat ze zegt, zijn liefdevolle lessen. Ze waakt over haar huishouding. Niets doen is haar onbekend. Haar kinderen prijzen haar, haar man bejubelt haar. Veel vrouwen zijn sterk, maar jij overtreft ze allemaal. Charme is bedriegelijk en schoonheid vergaat, maar een vrouw met ontzag voor de Heer moet worden geprezen. Mogen zij de vruchten plukken van haar werk, mogen haar daden worden geprezen in de poor. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een jaar podcast van Zeilag. Luister je morgen weer.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Zij Lacht - Elke Dag Artwork

Zij Lacht - Elke Dag

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap
Zij Lacht - Diep Geworteld Artwork

Zij Lacht - Diep Geworteld

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap