Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar

Dag 155 - Ruth 1 tot en met 4

Zij Lacht Season 2026 Episode 155

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 16:12

Vandaag lezen we Ruth 1 tot en met 4 uit de NBV21.

📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.

SPEAKER_00

Je luistert naar de Bijbel in een jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 155 We lezen Rut 1 tot en met 4, Rut 1. In de tijd dat de rechters het volk leiden, brak er een hongersnood uit in het land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem in Juda om als vreemdeling te gaan wonen in de vlakte van Moab. De naam van de man was Elimeleg die van zijn vrouw Naomi, en zijn twee zonen heten Machlon en Kiljon. Het waren Efratieten uit Betlehem in Juda. Toen ze in de vlakte van Moab waren aangekomen, bleven ze daar wonen. Na enige tijd stierf Elimeleg, de man van Naomi, en zij bleef achter met haar twee zonen. Zij trouwden allebei met een Moabitische vrouw. De naam van de ene was orpa die van de anderen was Rut. Nadat ze daar ongeveer tien jaar gewoond hadden, stierven ook Machlon en Kiljon. En de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man. Toen Naomi hoorde daar in Moab dat de Heer zich het lot van zijn volk had aangetrokken en het weer brood had gegeven, maakte ze zich samen met haar twee schoondochters gereed om Moab te verlaten en terug te keren. Samen met hen verliet ze de plaats waar ze gewoond had en ging terug naar Juda. Maar eenmaal onderweg zeide Omi: Gaan jullie nu maar allebei terug naar het huis van je moeder. Mogen de Heer zo goed voor jullie zijn als jullie voor mij en mijn gestorven zonen zijn geweest. Mogen Hij ervoor zorgen dat jullie allebei geborgenheid vinden in het huis van een man. En ze kustten hen. Toen borste zij in tranen uit en zeiden: maar we willen met u terugkeren naar uw volk. Ga terug, mijn dochters, zeide Naomi: Waarom zouden jullie met mij meegaan? Kan ik soms nog zonen krijgen, die jullie mannen kunnen worden? Ga toch terug, want ik ben te oud voor een man. Zelfs al zou ik nog hoop koesteren, zelfs al sliep ik vannacht nog met een man, en al bracht ik nog zonen ter wereld. Zouden jullie dan wachten tot ze groot zijn en je ervan laten weerhouden met een andere man te trouwen? Nee, mijn dochters, mijn lot is te bitter voor jullie. De Heer heeft zich tegen mij gekeerd. Opnieuw begonnen zij te huilen. Oorpa kuste haar schoonmoeder vawel, maar Rut week niet van haar zeiden. Kijk, je schoonzus gaat terug naar haar volk en haar God, zei de Omi, ga haar toch achter na. Maar Rut antwoordde: Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen. Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. Alleen de dood zal mij van u scheiden. En anders mag de Heer met mij doen wat Hij wil. Naomi zag dat Rut vast besloten was om met haar mee te gaan en drong niet langer aan. Zo gingen zij samen verder, tot in Betlehem. Hun aankomst in Betlehem baarde veel opzien. Overal in de stad riepen de vrouwen, dat is toch Naomi? Maar ze zei tegen hen: Noem me niet Naomi, noem me Mara, want de onzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt. Toen ik hier wegging had ik alles, maar de Heer heeft mij met lege handen laten terugkomen. Waar mij nog Naomi noemen, nu de Heer zich tegen mij heeft gekeerd, nu de onzagwekkende me kwaad heeft gedaan. Zo kwam Naomi terug uit Moab, samen met haar schoondochter Rut de Moabitische. Ze kwamen in Bedlehem aan bij het begin van de gerstoogst.

SPEAKER_02

Rut 2.

SPEAKER_00

Nu was Naomi van de kant van haar echtgenoot Elie Med, verwant aan een moedig en invloedrijk man, die Boas heette. Rut de Moabitische zei tegen Naomi: Ik wil graag naar het land gaan om ade te lezen, bij iemand die mij goed gezind is. Naomi antwoordde: Doe dat maar, mijn dochter. Ze ging dus naar het land om aar te lezen, achter de Maaiers aan. Bij toeval kwam ze op de akker Boas, het familielid van Elimeleg. Na enige tijd kwam Boas zelf eraan uit Betlehem: De Heer zijn met jullie, groente hij de maaiers. De Heer zegne u, groente zij terug. Boas vroeg de voorman en zijn maaiers, bij wie hoort de jonge vrouw daar? De man antwoordde, dat is de Moabitische vrouw, die met Naomi mee teruggekomen is. Toen ze hier aankwam, zei ze: ik zou graag achter de maaiers aan willen gaan om aar te lezen bij de schoven. En nu is ze hier al de hele dag. Vanaf de vroege ochtend. Ze heeft maar even gezeten. Daarop zei Boas tegen Rut: luister goed, mijn dochter, je moet niet naar een andere akker om aren te lezen. Ga hier niet weg, maar blijf dicht bij de vrouwen die voor mij werken. Volg ze op de voet en houd je ogen gericht op het veld waar gemaaid wordt. Ik zal mijn mannen zeggen je niet lastig te vallen. Als je dorst hebt, ga dan naar de kruiken en drink van het water dat ze daar scheppen. Ze knielde, boog diep voor over en zei: waarom bent u zo vriendelijk voor mij? U behandelt mij goed, terwijl ik toch maar een vreemdeling ben. Boas antwoordde: meer dan eens is mij verteld over alles wat je voor je schoonmoeder hebt gedaan na de dood van je man. Dat je je vader en moeder en je geboorteland hebt verlaten en naar een volk bent gegaan, dat je volkomen onbekend was. Mog de Heer je daarvoor rijkelijk belonen. De Heer, de God van Israël, onder wiens vleugels je bent komen schuilen. U bent goed voor mij, Heer, zei ze. U biedt me troost en spreekt me moed in, terwijl ik niet eens bij u in dienst ben. Toen het etenstijd was, zei Boas teg haar: kom maar hier en neem een stuk brood en doop het in de wijn. Ze ging naast de maaier zitten en hij gaf haar geroosterd graan. Ze at tot ze genoeg had en ze hield zelfs nog over. Toen ze weer opstond om te gaan werken, gaf Boas zijn mannen de volgende opdracht: Laat haar ook tussen de schoven aar lezen. Zeg daar niets van. In tegendeel, jullie moeten juist wat halmen voor haar uit de bundel strekken en die laten liggen, zodat zij ze op kan rapen. Verwijt haar dus niets. Zij werkte tot de avond op het veld en sloeg de korrels uit de aarde die ze geraapt had. Het was ongeveer een even gerst. Ze pakte het op en ging terug naar de stad. Toen Naomi zag hoeveel ze verzameld had, en toen Rut haar ook nog gaf wat ze van het middagmaal had overgehouden, riep ze uit waar heb jij vandaag aarde gelezen. Waar heb je gewerkt? Gezegende man, die jou zo goed heeft behandeld. Rut vertelde haar schoonmoeder dat de man bij wie ze die dag gewerkt had Boas hete. Toen zei Naomi tegen haar schoondochter: mogen de Heer hem zegenen, want hij heeft trouw bewezen aan de levende en aan de doden. En ze vervolgde: Hij is een naaste verwant van ons en kan daarom zijn rechten als losser laten gelden. Rut, de Moabitische, zei: Hij heeft ook nog tegen me gezegd dat ik bij zijn maaiers moest blijven, totdat zijn hele oogst is binnengehaald. Het is goed dat je optrekt met de vrouwen op zijn land, mijn dochter, zei de Omi tegut, want dan zal niemand je op een ander veld lastig kunnen vallen. Ze bleef dus ade lezen bij de vrouwen die voor Boas werkte tot het einde van de chersen en de tarbe oogst. Al die tijd woonde ze bij haar schoonmoeder.

SPEAKER_02

Rut 3.

SPEAKER_00

Op een dag zei naomi, haar schoonmoeder: Mijn dochter, zal ik niet thuis voor je zoeken, waar het je goed zal gaan. Boas, bij wie je gewerkt hebt, is zoals je weet familie van ons. Vanavond zal hij op de dorstvloer gers wonnen. Paat je, wrijf je in met olie, kleed je aan en ga naar de dorstvloer. Zorg dat hij je niet ziet voordat hij klaar is met eten en drinken. Als hij gaat slapen, moet je goed opletten waar hij zich neerlegt. En dan moet je naar hem toe gaan, de deken aan zijn voete einde terugslaan en daar gaan liggen. Hij zal je dan wel vertellen wat je moet doen. Rud antwoordde: ik zal doen wat u mij zegt. Ze ging naar de dorstvloer en deed precies wat haar schoonmoeder haar had opgedragen. Boas at en dronk, voelde zich voldaan en legde zich te slapen tegen een hoop gerst. Toen kwam Rud stilletjes naar hem toe, sloeg de deken aan zijn voete einde terug en ging liggen. Midden in de nacht schrok hij wakker, draaide zich om en zag een vrouw aan zijn voete einde liggen. Wie ben jij? vroeg hij. Ik ben het Heer. Rud, zei ze, laat mij bij u schuilen, want u kunt voor ons als losser optreden. Mogen de Heer je zegenen, mijn dochter, zei hij: dit getuigt van nog meer trouw dan wat je voorheen al hebt gedaan. Je hebt niet omgekeken naar jongere mannen, arm of rijk. Daarom, mijn dochter, wees niet bang. Ik zal doen wat je van me vraagt. Iedereen in de stad weet immers dat je een moedige vrouw bent. Maar al is het waar dat ik jullie kan helpen, er is nog iemand anders voor wie dat geldt. En hij staat dichter bij jullie dan ik. Blijf vannacht hier. Als morgenochtend blijkt dat die man als losser wil optreden, is het goed. Maar als hij dat niet wil, dan doe ik het, zo waar de Heer leeft. Blijf hier nu maar liggen, tot het ochtend wordt. En zij bleef tot de ochtend aan zijn voete einde liggen. Voordat het zo licht werd dat men iemand herkennen kon, stond ze op, want hij wilde niet dat bekend werd dat ze op de dorstvloer was geweest. Hij zei, pak je omslagdoek en houdt hem open. Dat deed ze. En hij goot er zes maten gerst in en hielp haar dit alles op te tillen. Daarna ging hij naar de stad. Zij ging naar haar schoonmoeder, die haar vroeg hoe het haar was vergaan. Rud vertelde haar wat Boas voor haar gedaan had. Deze zesmatig gerst heeft hij me gegeven, want, zei hij, je moet niet met lege handen bij je schoonmoeder aankomen. Daarop zei naomi: blijf je dan maar rustig wachten, tot je weet hoe het afloopt, mijn dochter. Want ik weet zeker dat deze man niet zal rusten voordat hij de zaak geregeld heeft, Rut 4. Boas was intussen naar de poort gegaan en daar gaan zitten. Toen kwam de man voorbij over wie hij gesproken had. Zijn naam is niet van belang. En hij zei: kom hier even bij me zitten. De man deed wat hem gevraagd werd. Ook vroeg Boas tien stadsoudste plaats te nemen en ook zij gingen zitten. Toen zei hij tegen de man die ook als losser kon optreden: Het stuk land van onze broeder Elimeleg wordt door Naomi, die teruggekeerd is uit Moab verkocht. Ik meen dan ook u het volgende te moeten meedelen. U kunt het stuk land kopen ten overstaan van de hier aanwezigen en ten overstaan van de oudste van het volk. Als u van plan bent uw rechten als losser te doen gelden, kunt u dat doen. Zo niet, dan moet u mij dat laten weten. U bent de eerste die hiervoor in aanmerking komt. En ik kom na u. Ik zal mijn rechten doen gelden, zei de man. Daarop zei Boas: wanneer u het stuk land koopt van de omie, koopt u het ook van Rut, de weduwe uit Moab, en zal de naam van haar overleden man voortleven op zijn land. Toen zei de man: Dan kan ik mijn rechten niet doen gelden, want dat zou ten koste gaan van mijn eigen familiebzit. Neemt u het maar van mij over, want ik kan me dat niet veroorloven. Koopt u het land maar, en hij trok zijn sandaal uit. Als vroeger een dergelijke koop of ruil rechts geldig gemaakt moest worden, bestond er in Israël het gebruik dat men zijn sandaal uittrok en die aan de ander gaf. Zo werd een dergelijke zaak in Israël bekrachtigd. Daarop sprak Boas tot de oudste en alle anderen die daar waren. U bent er vandaag getuige van dat ik van Naomi het gehele bezit van Elimeleg en dat van Kiljon en Machlon koop. Daarmee neem ik ook Rut tot vrouw, de Moabitische, de vrouw van Machlon, om de naam van haar overleden man te laten voortleven op zijn land. Zo zal zijn naam niet verloren gaan bij zijn verwanten en de inwoners van de stad. U bent daar vandaag getuige van. Ja, zeide de oudste, en alle die bij de poort aanwezig waren, daarvan zijn wij getuigen. De Heer, geven dat de vrouw die in uw huis komt, zal zijn als Ragel en Lea, die beide het huis van Israël groot hebben gemaakt. Zodat ook u groot zult zijn in Efrata, en uw naam in Bethlehem zal voortbestaan. Mogen uw huis worden als het huis van Peres, de zoon van Tamar en Juda, en wel door de kinderen die de Heer u bij deze jonge vrouw zal geven. Daarna nam Boas Rut bij zich. Zij werd zijn vrouw en hij sliep met haar. De Heer liet haar zwanger worden en ze baarde een zoon. De vrouwen zeiden tegen Naomi: Geprezen zij de Heer, die jou vandaag iemand gegeven heeft die voor je zorgen zal. Mogen zijn naam in Israël blijven voortbestaan. Hij zal je je levensvreugd teruggeven en je onderhouden als je oud bent. Want je schoondochter, die je lief heeft en die meer waard is dan zeven zonen, heeft hem gebaard. Naomi nam de jongen op haar schoot en bleef hem vanaf dat moment verzorgen. De buurvrouwen gaven hem zijn naam. Naomi heeft een zoon gekregen, zeiden ze, en ze noemden hem Oed. Hij is de vader van Isaí, die de vader is van David. Dit zijn de nakomelingen van Peres. Peres verwekte Gesron. Gesron verwekte Ram. Ram verwekte Aminadab. Ainadab verwekte Nachson. Nachson verwekte Salmon. Salmon verwekte Boas, Boas verwekte Obed. Obed verwekte Isaï en Isaï verwekte David. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar podcast van Zeilacht luister je morgen weer.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Zij Lacht - Elke Dag Artwork

Zij Lacht - Elke Dag

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap
Zij Lacht - Diep Geworteld Artwork

Zij Lacht - Diep Geworteld

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap