Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Speciaal voor de Bijbel in een Jaar lezers van Zij Lacht! Salisa heeft elke dag het Bijbelgedeelte van de dag voor je ingesproken zodat je deze waar je ook bent kunt luisteren!
Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Dag 156 - 1 Samuel 1 tot en met 3
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we 1 Samuel 1 tot en met 3 uit de NBV21.
📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.
Je luistert naar de Bijbel in een jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 156. We lezen 1 Samuel 1 tot en met 3, 1 Samuel 1, de gelofte van Hannah en de geboorte van Samuel. In rama in de Streek Zuf in het bergland van Evreïm, woonde een man die El Kana heette. Hij was een zoon van Jerogam, die een zoon was van Elihe, de zoon van Togu, de zoon van Suf, en behoorde tot de stam Ereiem. Hij had twee vrouwen. De ene heten Hanna en de andere Peninna. Peninna had kinderen, maar Hanna niet. Elk jaar ging deze man vanuit zijn woonplaats naar Silo om zich daar voor de Heer van de hemelse machten neer te buigen en hem offers te brengen. Gofni en pinegas, de twee zonen van Elie, waren daar priesters van de Heer. Wanneer Elkana zijn jaarlijkse offer bracht, gaf hij zijn vrouw Peninna en haar zonen en dochters een stuk van het offervlees. Maar het mooiste stuk gaf hij aan Hanna, want haar had hij lief, ook al hield de Heer haar moederschoot, gesloten. Haar rivalen kwetste haar dan diep door haar te zarren, omdat de Heer haar geen kinderen gaf. Zo ging het, jaar in jaar uit. Elke keer als ze naar het heiligdom van de Heer gingen, traite de peninna Hanna zo erg dat ze begon te huilen en haar eten liet staan. Toen dat weer eens gebeurde, vroeg haar man Elkane, waarom huil je, Hanna? Waarom eet je niet en waarom ben je zo bedroefd? Beteken ik niet meer voor je dan tien zonen? Na de maaltijd stond Hanna op en ging naar het heiligdom van den Heer, waar de priester Elie op een bankje bij de ingang zat. Diep bedroefd bad Hanna tot den Heer. In tranen legde ze hun gelofte af. Heer van de hemelse machten, ik smeek u, heb toch oog voor mijn ellende. Denk aan mij, uw dienares, vergeet mij niet. Schenk mij een zoon, dan schenk ik hem voor zijn hele leven aan u. Nooit zal zijn hoofd door een scheermes worden aangeraakt. Toen Hanna zo lang aan het bidden was, begon Eli op haar mond te letten. Ze bad namelijk in stilte, haar lippen bewogen wel, maar haar stem was niet te horen. Daarom dacht Eli dat ze dronken was. Hij sprak haar aan en vroeg: Hoe lang gaat dit nog duren? Als u dronken bent, ga dan uw roes uitslapen. U vergist uw Heer, antwoordde Hanna. Ik heb geen wijn of andere drank gedronken. Nee ik ga gebukt onder een zwaar verdriet en stort mijn hart uit bij de Heer. Denk niet dat ik een slechte vrouw ben. Ik heb zo lang gebeden omdat ik overstelpt ben door droevheid en ellende. Ga dan in vrede, antwoordde Elie. De God van Israël zal u geven waar u om hebt gevraagd. Ik dank u dat u mij zo gunstig gezind bent, zei Hanna. En ze ging terug naar haar familie. Haar gezicht was opgeklaard en ze at ook weer. De volgende morgen vroeg bogen ze zich neer voor de Heer, waarna ze zich op de terugreis begaven. Thuis in Rama sliep Elkane met zijn vrouw Hanna en de Heer dacht aan haar. Binnen een jaar werd Hanna zwanger en baarde ze een zoon. Ze noemde hem Samuel, want, verklaarde ze, ik heb hem aan de Heer gevraagd. Toen Elkana het jaar daarop weer met zijn familie op wegging om de Heer zijn jaarlijkse offer te brengen, wilde hij de gelofte inlossen. Maar Hanna ging niet mee. Ze zei tegen haar man: Pas als het kind van de borst is, zal ik hem brengen. Dan zal hij voor de Heer verschijnen en daarvoor altijd blijven. Haar man Elkana antwoordde: Doe maar wat jij het beste vindt. Blijf thuis, zolang je hem nog zelf voed. Mogen de Heer zijn belofte waar maken. Hanna bleef dus thuis en voede haar zoon totdat ze hem van de borst nam. Zodra ze hem niet meer zelf voeden, nam ze hem mee naar silo en bracht hem zo jong als hij was, naar het heiligdom van de Heer. Ze had ook een driejarige stier bij zich, een even en een zak wijn. Ze slacht de stier en bracht de jongen naar Eli. Hanna zei: Neem niet kwalijk Heer, zo waar u leeft. Ik ben de vrouw die destijds hier bij u tot de Heer heeft gebeden. Om deze zoon heb ik gebeden, en de Heer heeft mij gegeven waar ik om heb gevraagd. Nu geef ik hem op mijn beurt aan de Heer voor alle dagen die Hem gegeven zijn.
SPEAKER_00Toen knielde de jongen daar voor de Heer. 1 Zamel 2.
SPEAKER_01En Hanna bad, nu juicht mijn hart dankzij de Heer. Vier heft mijn hoofd zich op, dankzij de Heer. Mijn mond spreekt vrijmoedig tegen mijn vijanden, want dankzij uw hulp beleef ik vreugde. Geen is er heilig als de Heer. Er is geen andere God dan u, geen rots is er als onze God. Gebruik toch geen grote woorden, blaas niet zo hoog van de toren, want de Heer is een alwetende God. Door Hem worden onze dagen gewogen. De boog van de helden is gebroken, maar wie wankelen weten zich gesterkt. Wie genoeg hadden, verkopen zich voor brood, maar wie hongeren worden verzadigd. De onvruchtbare baart zeven zonen, maar wie veel kinderen heeft verwelkt. De Heer doet sterven en doet leven, voert naar dodrijk en leidt eruit omhoog. De Heer maakt arm en hij maakt rijk, vernedert diep en heft hoog op. Hij verheft uit het stof wie bereoid is, uit het vuil tilelt Hij op wie alles ontbeert. Hij laat hen wonen bij hoge geplaatsten. Hij houdt een eren plaats voor hen vrij. Van de Heer zijn de pijlers der aarde, waarop Hij de wereld heeft vastgezet. Wie hem trouw zijn, behoed Hij op hun pad, maar de zondaars komen om in het duister. Ontoereikend is de menselijke kracht. Wie het opnemen tegen de Heer worden gebroken. Vanuit de hemel klinkt zijn donder tegen hen. De Heer spreekt recht over heel de aarde, hij geeft macht aan de koning die hij kiest en verhoogt het aanzien van zijn gezalfde. Daarop ging Okana terug naar huis naar Rama. De jongen bleef achter onder de hoede van de priester Eli om de Heer te dienen. Het wangedrag van de zonen van Elie. De zonen van Elie waren mannen die nergens voor terugdensten. Ze trokken zich niets van de Heer aan en maakten misbruik van het recht dat de priesters hadden op een deel van de offergave. Wanneer iemand een offerdier liet slachten, dan kwam er als het vlees gaar was een priesterknecht met een drietandige vork. Daarmee prikte hij in de pot, de pan, de ketel of de schaal, en alles wat aan de vork bleef hangen, eigende de priester zich toe. Zo verging het alle Israëlieten die een silo kwamen offeren. Sterker nog, soms kwam de priesterknecht al voor er rook van het vet op steeg ijzen, geef het vlees aan de priester om het te roosteren. Maar wel rauw, bereid vlees wil hij niet. Als dan degene die aan het offeren was, antwoordde wacht ten minste tot de rook van het vet komt. Dan kunt u nemen wat u hebben wilt. Zeide de knecht: Geef op, anders neem ik het met geweld. De Heer nam het wangedrag van Elie's zone zeer hoog op. Ze toonde geen eerbied voor de gaven die de heer toekwamen. De jonge samuel diende de heer en droeg daarbij een linne priesterhemd. Zijn moeder maakte ieder jaar een nieuw manteltje voor hem, dat ze meebracht wanneer zij en haar man hun jaarlijkse offer kwamen brengen. Elie zegende elkana en zijn vrouw dan met de woorden: mogen de Heer u bij deze vrouw nog andere kinderen geven, in plaats van de jongen die zij aan de Heer heeft afgestaan. Daarna ging ze weer terug naar huis. De Heer zag inderdaad naar Hannah om. Ze werd opnieuw zwanger en baarde nog vijf kinderen, drie zonen en twee dochters, terwijl de jonge Samuel dicht bij de Heer opgroeide. Inmiddels was Eli op hoge leeftijd gekomen. Van tijd tot tijd bereikte hem geruchten over wat zijn zonen, de Israëlieten, allemaal, aan deden. En als ze zelfs sliepen met de vrouwen die dienst deden bij de ingang van de ontmoeting stent. Dan verweet hij hun waarom misdragen jullie zo? Van alle kanten hoor ik slechte dingen over jullie. Het is niet veel frais wat het volk van de Heer over jullie te vertellen heeft. Zo gaat het niet langer. Wanneer mensen elkaar kwaad doen, kan God tussen beide komen. Maar wanneer mensen zondigen tegen de Heer, wie zal dan voor hen pleiten? Maar de zonen weigerde naar hun vader te luisteren. De Heer had namelijk besloten hen te doden. Intussen groeide Samuel verderop. Hij was zeer geliefd, zowel bij de Heer als bij de mensen. Profitie tegen Eli en zijn nakomelingen. Ten slotte kan mijn godsman tegen Elie zeggen: dit zegt de Heer: heb ik mij destijds in Egypte niet aan jouw voorouders geopenbaard, toen zij bij de farao werden vastgehouden? Uit alle stammen van Israël heb ik jouw voorouders gekozen om priester te worden. Zij mogen mijn altaar betreden reukoffers brengen en in het heiligdom het priester gewaad dragen. Ook heb ik hun deel geschonken van de overgaven van de Israëlieten. Maar jullie gaan je te buiten aan het vlees en het brood dat volgens mijn voorschrift bij het heiligdom wordt geofferd. Kennelijk, sla je je zonen hoger aan dan mij, want je mest je zelf vet door steeds het beste deel op de eisen van de offers die mijn volk Israël mij brengt. Wel nu spreekt de Heer, de God van Israël: ooit heb ik plechtig verklaard dat jouw familie mij van vader op zoon ter zijde zou staan. Maar nu, spreekt de Heer, kom ik daarop terug. Wie mij hoog acht, acht ik hoog, maar verachtelijk zijn zij die mij gering schatten. De dag komt dat ik jou en je familie machteloos maak. Niemand van hen zal nog een hoge leeftijd bereiken. Met lede ogen zul je moeten aanzien dat er in jouw familie nooit meer iemand rustig oud wordt. Terwijl het Israël voor de wind gaat. Niemand van jouw familie op één enkeling na, zal mijn altaar nog betreden. Je ogen zullen dof worden van verdriet en je leven zal alle glans verliezen. Al je mannelijke nakomelingen zal ik laten sterven in de kracht van hun leven. Ten tegen van dit alles zullen je beide zonen, Gofnie en Pinegas, op één dag sterven. Als priester zal ik iemand aanstellen die mij trouw is en al mijn wensen en verlangens uitvoert. Zijn familie zal ik laten voortbestaan, en hij zal degene die op mijn aanwijzing gezalfd wordt getrouwd ter zijde staan. Wie er dan nog van jouw familie over is, zal hem op de knieë komen vragen om wat kleingeld en een stuk brood, en hem smeken: stel me alsjeblieft aan als hulppriester, zodat ik tenminste mijn brood kan verdienen.
SPEAKER_001 Samuel 3. Samuel geroepen.
SPEAKER_01De jonge samuel diende dus de Heer onder de hoede van Elie. Er klonken in die tijd zelden woorden van de Heer en er braken geen visioenen door. Op zekere nacht lag Elie op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden. Hij kon bijna niet meer zien. Samuel lag te slapen in het heiligdom van de Heer, bij de ark van God. De godslamp was nog niet gedoofd. Toen riep de Heer Samuel. Ja, hier ben ik, antwoordde Samuel. Hij liep snel naar Eli toe en zei: Hier ben ik, u hebt me toch geroepen. Maar Elie antwoordde, ik heb je niet geroepen, ga maar slapen. Toen Samuel weer lag te slapen, riep de Heer hem opnieuw. Samuel stond op, ging naar Elie en zei, Hier ben ik, u hebt me toch geroepen. Maar Elie antwoordde, Ik heb je niet geroepen, mijn jongen, ga maar weer slapen. Samuel had de Heer nog niet leren kennen, want de Heer had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt door het woord tot hem te richten. Opnieuw riep de Heer Samuel voor de derde keer. Samuel stond op, ging naar Eli en zei: Hier ben ik, u hebt me toch geroepen. Toen begreep Eli dat het de Heer was die de jonge riep. Hij zei tegen Samuel: Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: spreek Heer, uw dienaar luistert. Samuel legde zich weer te slapen, en de Heer kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren, Samuel, samuel. En Samuel antwoordde: spreek, uw dienaar luistert. Toen zei de Heer teguel: let op: ik ga in Israël iets doen waarvan ieder zo zal ophoren, dat zijn beide oren tuiten. Als die dag aanbreekt, zal ik alles, maar dan ook alles ten uitvoer brengen, wat ik Eli en zijn familie heb voorzegd. Ik heb hem aangekondigd dat ik onherroepelijk het vonnis over zijn familie zou voltrekken, vanwege zijn wandaad. Hoewel hij wist dat zijn zonen God lasterde, heeft hij hen niet terecht gewezen. Daarom heb ik Elis familie gezworen dat geen graan of vrede offer ooit hun schuld zal kunnen inlossen. Samuel bleef tot de ochtend liggen en opende toen de deuren van het heiligdom van de Heer. Hij zag er tegenop om Elie te vertellen wat hij in het vizien had gehoord. Maar Eli riep hem bij zich: Samuel, mijn jongen, kom eens. Hier ben ik, antwoordde Samuel. En Eli vroeg: Wat heeft hij tegen je gezegd? Probeer het niet voor me te verbergen. God mag met je doen wat Hij wil als je ook maar iets achterhoudt van wat Hij tegen je heeft gezegd. Zonder iets achter te houden, vertelde Samuel hem alles wat God had gezegd. En Eli zei: Hij is de Heer. Laat Hij doen wat Hij het beste vindt. Samuel groeide op. De Heer stond hem bij en liet al zijn woorden in vervulling gaan. Daardoor kwam iedereen in Israël van dan tot Ber Seba tot de erkenning dat Samuel door de Heer als profeet was aangewezen. In de jaren daarna bleef de Heer in silo verschijnen. Hij maakte zich daar aan Samuel bekend door het woord tot hem te richten. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Zij Lacht - Elke Dag
Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap