Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Speciaal voor de Bijbel in een Jaar lezers van Zij Lacht! Salisa heeft elke dag het Bijbelgedeelte van de dag voor je ingesproken zodat je deze waar je ook bent kunt luisteren!
Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Dag 158 - 1 Samuel 7 tot en met 8 en Psalm 146
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we 1 Samuel 7 tot en met 8 en Psalm 146 uit de NBV21.
📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.
Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Alisa. Dit is dag 158. We lezen 1 Samuel 7 en 8 en Psalm 146, 1 Samuel 7. Er kwamen mensen uit Kiryat Jarim om de ark op te halen. Ze brachten hem naar het huis van Abinadab op de heuvel en weide diens zoon Elazar om zorg te dragen voor de ark van de Heer.
SPEAKER_01Samuel spreekt het volk toe.
SPEAKER_02Er verstreek geruime tijd vanaf de dag dat de ark naar Kirjat Jarem was overgebracht. Wel twintig jaar. Steeds meer Israëlieten klagden hun nood bij de Heer. Ten slotte sprak Samuel het volk als volg toe: Als het u werkelijk ernst is terug te keren naar de Heer. Doe dan de vreemde Goden zoals Astarte weg en richt u met heel uw hart naar de Heer. Dien hem alleen. Dan zal hij u bevrijden uit de greep van de Filistijen. Dus deden de Israëlieten de Baals en Astarters weg en diende alleen nog de Heer. Toen zei Samuel: laat iedereen naar Mispa komen. Dan zal ik voor u tot de Heer bidden. Het hele volk kwam in Mispa bij elkaar. Ze putten water dat ze voor de Heer uitgoten en vastte de hele dag. Ze erkenden, we hebben tegen de Heer gezondigd. Daar in Mispa trad Samuel op als rechter over de Israëlieten. Toen de Filistijnse stadsvorsten vernamen dat de Israëlieten in Mispa bijeen waren gekomen, trokken ze op naar Israël. De Israëlieten hoorden hiervan en werden bang. Ze zeiden tegen Samuel: laat ons niet in de steek en roep voor ons de Heer, onze God te hulp, opdat Hij ons red uit de greep van de Filistijen. Samuel nam een lammetje en droeg het in zijn geheel als brandoffer aan de Heer op. Hij riep de Heer om hulp voor Israël. En de Heer verhoorde hem. Terwijl Samuel nog met het offer bezig was, kwamen de Filistijen er al aan om Israël aan te vallen. Maar toen liet de Heer luid zijn donder klinken tegen de Filistijen en zeiden zoveel paniek onder hen dat ze tegen Israël wel het onderspit moesten delven. De Israëlieten zette vanuit Mispa de achtervolging in en dreven hen terug tot onderbetkar. Na afloop plaatste Samuel tussen Mispa en Sem een steen en noemde die Eben Haezer. Want verklaarde hij, tot hiertoe heeft de Heer ons geholpen. De Filistijen moesten zich gewonnen geven en waagde het niet nog een voet op het grondgebied van Israël te zetten. Zolang Samuel leefde, hield de Heer de Filistijen in bedwang. Het gebied tot aan Ekron en Gad werd door Israël op de Filistijen heroverd. En er was vrede tussen Israël en de Amorieten. Tot het einde van zijn leven bleef Samuel rechter over Israël. Hij maakte jaarlijks een rondreis langs Betel, Gilchal en Misba en sprak daar recht over het volk. Dan keerde hij weer terug naar zijn woonplaats Rama, van waaruit hij Israël bestuurde en waar hij een altaar had gebouwd voor de Heer.
SPEAKER_001 Samuel 8. Israël vraagt een koning.
SPEAKER_02Toen samuel oud geworden was, benoemde hij zijn zonen tot rechters over Israël. De oudste heten Joel en de tweede Abi. Ze bestuurden het land vanuit Ber Seba. Maar ze volgden het voorbeeld van hun vader niet na. Ze waren op eigen voordeel uit, namen steekpenningen aan en verdraa het recht. De oudsten van Israël kwamen daarom bij elkaar en gingen naar Rama, naar Samuel. U bent oud geworden, zeiden ze. En uw zonen volgen uw voorbeeld niet na. Benoem liever een koning om ons te besturen, zoals alle andere volken er een hebben. Samuel vond het ontoelaatbaar dat ze om een koning vroegen. Daarom richte hij een gebed tot de Heer. Maar deze antwoorden: geef gehoor aan de stem van het volk, aan alles wat ze je vragen. Jou verwerpen ze niet. Ze verwerpen juist mij als hun koning. Zo is het altijd gegaan, vanaf de dag dat ik hen uit Egypte heb geleid, tot nu toe. Ze hebben mij de rug toegekeerd en andere goden gediend. En zo vergaat het nu ook jou. Geef dus gehoor aan hun verzoek, maar waarschuw hen door uitdrukkelijk te wijzen op de rechten die de koning die over hen zal heersen, kan laten gelden. Samuel vertelde alles wat de Heer had gezegd aan het volk, dat om een koning vroeg. Toen zei hij: dit zijn de rechten, die de koning die over u zal heersen, kan laten gelden. Uw zonen zal hij u afnemen om ze in te delen bij zijn strijdwagens, zijn ruiterij of zijn persoonlijke escorten, of om ze aan te stellen als bevelhebbers, over duizend man of over vijftig. Hij zal ze zijn akkers laten ploegen, zijn oogst laten binnenhalen en zijn wapens en strijdwagens laten maken. Uw dochters zal Hij afnemen om ze zelf te laten bereiden en te laten koken en bakken. Uw vruchtbaarste landerijen, wijngaarden en olijfgaarden zal Hij u afnemen en toewijzen aan zijn hovelingen. Van de opbrengst van uw akkers en wijngaarden zal Hij een tiende deel opijzen en dat aan zijn hovelingen en Hoge Amtenaren geven. Uw beste slaven en slavinnen en uw sterkste arbeidskrachten zal Hij u afnemen om ze voor hem zelf te laten werken. En ook uw ezels. Van uw schapen en geiten zal Hij een tiende deel opeisen, en ook uzelf zult hem moeten dienen. En wanneer u dan de Heer te hulp roept tegen de koning die U zelf gewild hebt, dan zal Hij u niet verhoren. Het volk trok zich niets van Samuels woorden aan. En zei: Nee, we willen een koning en anders niet. Dan pas zullen we gelijk zijn aan alle andere volken. We willen dat een koning ons bestuurt en recht over ons spreekt, voor ons uittrekt en ons voorgaat in de strijd. Samuel hoorde aan wat het volk te zeggen had en bracht het over aan de Heer. Toen zei de Heer tegen Samuel: Geef gehoor aan hun verzoek en stel een koning over hen aan. En Samuel zei tegen de Israëlieten dat iedereen naar zijn eigen stad moest terugkeren.
SPEAKER_00Zalm 146.
SPEAKER_02Halleluja. Loof de Heer mijn ziel. De Heer wil ik loven zolang ik leef, mijn God bezingen zolang ik besta. Vertrouw niet op mensen met macht, op een sterveling bij wie geen redding is. Stokt zijn adem, hij keert terug tot de aarde. Op die dag gaat Hij met zijn plannen ten onder. Gelukkig wie de God van Jacob tot hulp heeft, wie zijn hoop vestigt op de Heer, zijn God, die hemel en aarde heeft gemaakt, de zee en alles wat er leeft. Hij die trouw is tot in eeuwigheid, recht doet aan de verdrukte, brood geeft aan de hongerigen. De Heer bevrijdt de gevangenen. De Heer opent de ogen van blinden, de Heer richt de gebogen op. De Heer heeft de rechtvaardige lief, de Heer beschermt de vreemdelingen, wezen en weduwe steunt Hij, maar goddeloze richt Hij te gronden. De Heer is koning tot in eeuwigheid. Je God, zion van geslacht op geslacht. Halleluja! Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Zij Lacht - Elke Dag
Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap