Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Speciaal voor de Bijbel in een Jaar lezers van Zij Lacht! Salisa heeft elke dag het Bijbelgedeelte van de dag voor je ingesproken zodat je deze waar je ook bent kunt luisteren!
Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Dag 159 - 1 Samuel 9 tot en met 10 en Psalm 20
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we 1 Samuel 9 tot en met 10 en Psalm 20 uit de NBV21.
📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.
Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa, dit is dag 159. We lezen 1 samel 9 en 1 en Zalm 20.
SPEAKER_011 samel 9. Zal door samuel tot koning gezofd.
SPEAKER_00In Benjamin woonde een man die Kis heette. Hij was een zoon van Abiel, die een zoon was van Zeror, de zoon van Begorat, de zoon van Aviak. Hij behoorde tot de stam Benjamin en was een vooraanstaand man. Hij had een zoon die Saal heette, een lange, goed gebouwde jongeman die met kop en schouders boven iedereen in Israël uitstak. Op een keer, toen zijn ezelinnen waren zoek geraakt, zei Kis tegen zijn zoon: Vooruit, ga jij met een van de knechten de ezelinnen zoeken. Saal doorkruiste het bergland van Ereïm. Hij zocht in de streekse Lisa, maar ze vonden ze niet. Hij zocht in de streekse alim, maar van de ezelinnen geen spoor. Zo doorzochten ze het hele gebied van Benjamin zonder ze te vinden. Toen ze ten slotte in de streek Suf waren beland, zei Saal tegen zijn knecht: Kom, laten we maar teruggaan. Anders maakt mijn vader zich nog ongeruster over ons dan over zijn ezelinnen. Maar de knecht antwoordde: We zijn nu juist bij die stad, waar een godsman woont. Hij staat hoog aangeschreven. Wat hij zegt, komt altijd uit. Laten we naar hem toe gaan. Misschien kan hij ons de weg wijzen die we moeten gaan. Als we dat doen, vroeg Zal: wat kunnen we die man dan geven? Onze mondvoraad is op, dus we kunnen hem niets te eten aanbieden. En verder hebben we toch niets bij ons. Hier heb ik nog een stukje zilver, zei de knecht. Dat geef ik aan de godsman. Dan zal hij ons de weg wijzen. Als vroeger iemand God om raad wilde vragen, zei men in Israël: Kom, laten we naar de ziener gaan. Want wat nu een profeet heet, werd vroeger een ziener genoemd. Dat is een goed voorstel, zei Sal tegen zijn knecht. Kom, we gaan. En ze begaven zich naar de stad waar de godsman woonde. Toen ze de helling naar de stad opgingen, kwamen ze een paar meisjes tegen die op weg waren om water te putten. Is de ziener in de stad? vroegen ze. Jazeker, antwoorden de meisjes. Als u snel bent, treft u hem nog. Hij is juist vandaag naar de stad teruggekeerd, ter gelegenheid van het offerfeest. Als u nu de stad binnengaat, treft u hem nog aan voordat hij naar de offerhoogte gaat voor het offermauw. De genodigden wachten namelijk met eten op hem, omdat hij het offer moet zegenen voor ze aan de maaltijd beginnen. Loop maar verder, dan kunt u hem niet missen. Ze liepen door naar de stad. En juist toen ze de poort binnen wilden gaan, kwamen ze Samuel tegen, die op weg was naar buiten, naar de offerhoogte. Een dag voor de komst van Sal had de Heer aan Samuel bekendgemaakt: morgen om deze tijd stuur ik je een man uit Benjamin. Hem zul je zalven tot vorst over mijn volk Israël. Hij zal mijn volk bevrijden uit de greep van de Filistijen, want ik heb me hun lot aangetrokken en hun roep om hulp gehoord. Zodra Samuel Sal zag, liet de Heer hem weten: dit is nu de man over wie ik je gezegd heb, hij zal mijn volk beteugelen. In de stadspoort sprak Sal Samuel aan en vroeg hem: kunt u mij zeggen waar de ziener woont? Ik ben de ziener, antwoordde Samuel. Wees mijn gast en ga mee naar de offerhoogde. Vandaag zult u met mij eten, en morgen vroeg zal ik u uitgeweiden doen. Ik zal u informeren over alles wat u bezighoudt. Wat betreft die eelnen die nu al drie dagen zoek zijn, maakt u zich geen zorgen, die zijn terecht. Maar naar wie is heel Israël verlangend op zoek naar u en uw familie? Maar ik hoor bij Benjamin, een van de kleinste stammen van Israël, wierp Zal tegen. En in die stam is mijn familie weer de onbelangrijkste. Hoe kunt u dan zoiets zeggen? Samuel nam Sal en zijn knecht mee naar de eetzaal en gaf hun daar een plaats aan het hoofd van de tafel. Er waren dertig genodigden. Tegen de bereider van het offermaal zei Samuel: dien nu het stuk vlees op dat ik u gegeven heb met het verzoek het apart te houden. De man nam de rechter achterboud en diende die aan Sal op: Tas toe, zei Samuel. Dit stuk is speciaal voor u apart gehouden, ter gelegenheid van deze bijeenkomst, die door mij is belegd. Toen at Sal met Samuel. Daarna gingen ze van de overhoogde terug naar de stad, waar Samuel op het dak van zijn huis met Sal sprak. De volgende morgen, bij het krieken van de dag, riep Samuel naar Saal op het dak: Sta op, ik zal u uitgeleiden doen. Samen met Samuel ging Sal naar buiten. Toen ze vanaf de stad naar beneden liepen, zei Samuel tegen Sal: Zeg tegen uw knecht dat hij vast vooruit gaat. Toen de knecht hun eind vooruit was, zei Samuel: Blijft u nog even staan. Dan zal ik u vertellen wat God met u voor heeft.
SPEAKER_011 samuel 10.
SPEAKER_00Hij goot een kruikje olie over Saals hoofd uit, kuste hem en zei: Hierbij zalf de Heer U tot vorst over het volk dat hem toe behoort. Daarna zei hij: als u straks na ons afscheid verder gaat, zult u in celzag op de grens met Benjemin bij het graf van Ragel twee mannen aantreffen. Zij zullen u vertellen dat de ezelinnen, waarna u op zoek was, terecht zijn, en dat uw vader zich daarover geen zorgen meer maakt. Maar dat hij ongerust is over u en zich afvraagt wat hij moet doen om u te vinden. Wanneer u dan uw weg vervolgt en aankomt bij de Taborijk, zult u daar drie mannen tegenkomen, die op weg zijn om God in betel te vereen. De eerste heeft drie geitenbokjes bij zich. De tweede drie broden en de derde een zak wijn. Ze zullen u vragen hoe het met u gaat, en u twee broden geven, die u moet aannemen. Als u ten slotte in Gibea Elohim komt, zult u in de buurt van de stad bij de Filistijnse wachtpost een stoet profeten tegenkomen, die in vervoering van de Overhoogde afdaalt, vooraf gegaan door muzikanten met harpen, tamboerijnen, fluiten en lieren. Dan zult u worden gegrepen door de Geest van de Heer en ook in vervoering raken. En u zult een ander mens worden. Tijdens de gebeurtenissen die ik zojuist heb voorspeld, kunt u doen wat uw hart uw ingeeft, want God staat u bij. Ga daarna door naar Gilgal en wacht daar zeven dagen op mij. Ik zal u achternare om brandoffers en vredeoffers op te dragen. Daarna zal ik u laten weten wat u verder doen moet. En inderdaad, zodra Zal zich had omgedraaid om zijn weg te vervolgen, bracht God een verandering in hem teweeg. En alle voorspelde gebeurtenissen kwamen diezelfde dag nog uit. Toen zij bij Gibea aankwamen, kwam hun een stoets profeten tegemoet. Zal werd gegrepen door de geest van God en raakte net als zij in vervoering. Alle die hem van vroeger kenden en zagen dat hij zich in vervoering bij de profeten had aangesloten, zeiden tegen elkaar: Wat is er met de zoon van Christ gebeurd? Hoort Sal nu ook bij al die profeten? En een van hen merkte op, wie is hun vader eigenlijk? Zo komen we aan de uitdrukking: hoort Sal nu ook al bij de profeten? Toen zijn vervoering voorbij was, ging Sal naar de offerhoogte. Zijn oom kwam op hem af en vroeg aan hem en zijn knecht waar ze geweest waren. De ezeline zoeken, antwoordde Zol. Maar we konden ze niet vinden, en toen zijn we naar Samuel gegaan. En wat heeft hij tegen jullie gezegd? vroeg Zols oom. Hij heeft ons gezegd dat de ezelinnen terecht waren, antwoordde Sal. Maar dat Samuel over het koningschap had gesproken, vertelde hij niet. Zal door Israël tot koning uitgeroepen. Zuel riep het volk op om zich in misba voor de Heer te verzamelen. Daar sprak hij de Israëlieten als volg toe: Dit zegt de Heer, de God van Israël: Ik ben het, die jullie uit Egypte heeft geleid. Ik heb jullie bevrijd uit de greep van Egypte en alle andere koninkrijken die jullie onderdrukte. Maar nu hebben jullie je God, die jullie steeds uit alle ramspoed en ellenden heeft gered, verworpen en vragen jullie hem of hij een koning over jullie aanstelt. Wel nu, stel je op voor de Heer per stam en per familie. Samuel liet de stammen van Israël aantreden en het lot viel op de stam Benjemin. Vervolgens liet hij de families van de stam Benjemin aantreden, en het lot viel op de familie van Matri. Uiteindelijk viel het lot op zal de zoon van Kis. Ze gingen naar hem op zoek, maar ze konden hem niet vinden. Daarom raadpleegde ze nogmaals de Heer: waar is de man die ontbreekt? Daar is hij, zei de Heer. Hij houdt zich schuil tussen de bagage. Ze rende op hem af en haalde hem tevoorschijn. Toen hij tussen het volk stond, stak hij met kop en schouders boven iedereen uit. Samuel zei tegen de Israëlieten: Ziet u wat voor iemand de Heer gekozen heeft? In heel het volk is er geen tweede als hij. En het volk juichte en riep: Leven de koning. Daarop wees Samuel het volk op de rechten die aan het koningschap verbonden zijn, en stelde die op schrift in een boekrol, die hij voor de Heer neerlegde. Daarna ontbond hij de volksvergadering en iedereen keerde terug naar huis. Ook Sal ging weer naar zijn woonplaats Gibea. Een leger van dappere krijgslieden ging met hem mee door God daartoe bewogen. Maar een aantal kwaadwillige lieden sneerde: Moet die ons uit de nood redden? Ze keken minachtend op hem neer en bode hem geen geschenken aan. Maar Sal deed alsof hij er niets van merkte, Psalm 20. Voor de koorleider: een Psalm van David. Mogen de Heer uw antwoorden in dagen van nood en de naam van Jacobs God u beschermen. Mogen Gulp zenden uit zijn heiligdom, uit Sion uw bijstaan. Mogen Hij al uw gavige denken, uw brandoffers welwillend aanvaarden. Mogen Hij geven wat uw hart verlangt en al uw plannen doen slagen. Laat ons juichen om uw overwinning, het vaandel heffen in de naam van onze God, mogen de Heer al uw wensen vervullen. Nu weet ik zeker, de Heer schenkt de overwinning aan zijn gezalfde. Hij antwoord Hem uit zijn heilige hemel met de overwinning door zijn machtige hand. Anderen vertrouwen op paarden en wagens, wij op de naam van de Heer, onze God. Anderen vertrouwen op paarden en wagens, wij op de naam van de Heer, onze God. Anderen buigen en vallen ter aarde, wij richten ons op en houden stand. Heer, schenk de koning de overwinning. Antwoord ons wanneer wij uw aandacht hebben. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Zij Lacht - Elke Dag
Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap