Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar

Dag 172 - 2 Samuel 11 tot en met 12 en Psalm 51

Zij Lacht Season 2026 Episode 172

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 13:04

Vandaag lezen we 2 Samuel 11 tot en met 12 en Psalm 51 uit de NBV21.

📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.

SPEAKER_01

Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijelacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 172, we lezen 2 Samuel 11 tot en met 12 en Psalm 51.

SPEAKER_00

2 Samuel 11. David en Bot Seba.

SPEAKER_01

Bij het aanbreken van het voorjaar, de tijd waarin koningen gewoonlijk ten strijde trekken, stuurde David opnieuw het leger erop uit, onder leiding van Joab en zijn bevelhebbers om de Amonen te verslaan en Rabba te belegeren. Zelf bleef hij in Jeruzalem achter. Op een keer stond hij aan het eind van de middag op van zijn rustbed en liep wat heen en weer over het dak van het paleis. Beneden zag hij een vrouw die aan het baden was. Ze was heel mooi om te zien. Hij liet uitzoeken wie ze was. En men zei hem: dat is Batseba, de dochter van Eliam, de vrouw van de hetiet Uria. David liet haar bij zich komen en sliep met haar. De voorgeschreven periode van onthouding na haar onreinheid was juist verstreken. Daarna ging ze terug naar huis. Enige tijd later merkte ze dat ze zwanger was. Ze liet dat aan David berichten, waarop David aan Joab opdracht gaf om Uria naar hem toe te sturen. Uria meldde zich op bevel van Joab bij David, die hem vroeg hoe Joab en het leger het maakte en hoe het er met de oorlog voor stond. Vervolgens zei hij: Ga naar huis en ontspan u wat. Toen Uria het paleis verliet, kreeg hij nog een geschenk van de koning mee. Maar Uria ging niet naar huis. Hij bleef slapen in het poortgebouw van het paleis, bij de manschappen van zijn heer. Toen men David verteld had dat Uria niet naar huis was gegaan, zei hij tegen hem: U hebt toch een lange reis achter de rug. Waarom bent u niet naar huis gegaan? Uria antwoordde: De ark en het leger van Israël en Juda zijn ondergebracht in hutte. Opperbevelheber Joab en zijn manschappen bivakeren in het open veld. Zou ik dan naar huis gaan om te eten en te drinken en te slapen met mijn vrouw? Zo waar u leeft, dat doe ik niet. David zei tegen Uria: Blijf ook vandaag nog hier, dan laat ik u morgen teruggaan. Uria bleef die dag dus nog in Jeruzalem. De dag daarop nodigde David hem bij zich aan tafel en voerde hem dronken. Toch ging Uria s'avonds niet naar huis, maar hij legde zich opnieuw te slapen bij de manschappen van zijn heer. De volgende morgen schreef David Joab een brief, die hij aan Uria meegaf. In de brief stond: Stel Uria op waar het hevigst wordt gevochten, en geef hem geen rugdekking, opdat hij wordt getroffen en sneuveld. Joab onderzocht waar de verdediging het sterkst was en stelde Uria juist daarop. De verdedigers van de stad deden een uitval naar Joab. Er vielen slachtoffers onder de soldaten van David, en ook Uria vond de dood. Joab liet aan David verslag uitbrengen van de strijd en beval de bode als je de koning het hele verloop van de strijd hebt verteld. En als hij dan woedend aan je vraagt: waarom hebben jullie je zo dicht bij de stad gewaagd? Jullie konden toch weten dat ze vanaf de muur zouden schieten. Zijn jullie soms vergeten hoe Abimeleg, de zoon van Jeru bezet, in Thebes aan zijn einde is gekomen? Een vrouw heeft toen vanaf de stadsmuur een maalsteen op zijn hoofd gegooid, zodat hij stierf. Waarom hebben jullie je dan zo dicht bij de muur gewaagd? Dan moet je zeggen: ook uw bevelheber, Uria, is omgekomen. De bode ging naar David en vertelde hem alles wat Joab hem had opgedragen. Hij zei tegen David: Onze tegenstanders waren sterker dan wij en deden een uitval naar ons. We dreven ze terug tot voor de poort. Maar toen namen de boogschutters ons vanaf de muur onder schot en sneuvelde er soldaten van de koning. Ook uw bevelhebber Uria is omgekomen. David droeg de bode op om tegen Joap te zeggen: U moet er maar niet te slecht overoordelen. De oorlog eist nu eenmaal zijn tol. Houd moet, heropen de aanval op de stad en maak haar met de grond gelijk. De vrouw van Uria kreeg bericht dat haar man was gesneuveld en ze treurde om haar echtgenoot. Toen de rowtijd voorbij was, nam David haar bij zich aan het hof. Zij werd zijn vrouw en baarde hem een zoon. In de ogen van de Heer was het wel degelijk slecht wat David had gedaan.

SPEAKER_00

2 samen wel 12.

SPEAKER_01

Hij stuurde de profeet Nathan naar David toe om hem het volgende te vertellen: Er woonden eens twee mannen in dezelfde stad: een rijke en een arme. De rijke man had heel veel geiten, schapen en runderen. De arme man had niet meer dan één lammetje kunnen kopen. Hij koesterde het en het groeide bij hem op, samen met zijn kinderen. Het at van zijn brood en dronk uit zijn beker en sliep in zijn schoot. Hij had het lief als een dochter. Op zekere dag kreeg de rijke man een gast op bezoek. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om de reiziger een van zijn eigen geiten schapen of runderen voor te zetten. Daarom nam hij het lammetje van de arme man en zette dat zijn gast voor. David ontstak in hevige woede over de rijke man en zei tegen Natan: Zo waar de Heer leeft, de man die zoiets doet, verdient de dood. Viervoudig moet hij het lam vergoeden, omdat hij zich zo harteloos heeft gedragen. Toen zei Natan, Die man, dat bent u. Dit zegt de Heer, de God van Israël: Ik was het, die je zalde tot koning van Israël. Ik was het, die je redde uit de greep van Sal, haven en goed van je Heer, en de vrouwen van je Heer erbij, heb ik jou in de schoot geworpen. De Heerschappij over Israël en Juda, heb ik aan jou overgedragen. Als dat je te weinig is, zal ik er nog het een en ander aan toevoegen. Waarom heb je dan mijn geboden verracht door iets te doen dat slecht is in mijn ogen. De het Uria is door jou toedoen gedood. Je hebt hem zijn vrouw afgenomen en hem in de strijd tegen de ammonieten laten vermoorden. Wel nu, voortaan zullen moord en doodslag in je koningshuis om zich heen grijpen, omdat je mij hebt gemidnacht en de vrouw van Uria tot vrouw hebt genomen. Dit zegt de Heer: je eigen familie zal een bron van ellende voor je worden. Je zult moeten aanzien dat ik je vrouwen aan een ander geef aan iemand van je eigen familie. Die zal met je vrouwen slapen op klaarlichte dag. Jij hebt in het diepste geheim gehandeld, maar ik zal dit laten gebeuren ten overstaan van heel Israël en in het volle daglicht. David antwoordde Natan: ik heb gezondigd tegen de Heer. Toen zei Natan: De Heer vergeeft u die zonde, u zult niet sterven. Maar omdat u de Heer diep hebt gekränkt, zal uw pas geboren zoon sterven. Daarop ging Nathan naar huis. De heer trof het kind dat de vrouw van u via David gebaard had met een dodelijke ziekte. David bad tot God voor de jongen. Hij waste streng en legde zich s'nachts op de grond te slapen. De hovelingen probeerden hem er toe te bewegen van de grond op te staan, maar hij weigerde en hij wilde ook geen eten aannemen. Na zeven dagen stierf het kind. Davids dienaren durfde hem niet te zeggen dat het kind was gestorven. Ze zeiden tegen elkaar: toen het kind nog leefde, wilde hij al niet naar ons luisteren. Hoe kunnen we hem dan zeggen dat het gestorven is? Hij zal een ongeluk begaan. David zag zijn dienaren met elkaar fluisteren. Hij begreep dat het kind gestorven was en vroeg hun: Is mijn kind dood? Ja, het is gestorven, antwoordde ze. David stond van de grond op, nam een bad, vreef zich in met olie en trok andere kleren aan. Hij ging het huis van de Heer binnen en knielde. Daarna ging hij naar huis en liet zich iets te eten brengen. Zijn dienaren vroegen hem: Hoe kunt u dat nu doen? Toen het kind nog leefde, vaste u en storte uw tranen. Maar nu het gestorven is, staat u op en gaat uw eten. Hij antwoordde: toen het kind nog leefde, vaste ik en storte ik tranen. Ik dacht, wie weet is de Heer me genadigd en blijft het kind in leven. Maar nu het dood is, wat zou ik nu nog vasten? Daarmee kan ik het toch niet terughalen. Ik ga naar hem toe. Hij komt niet terug bij mij. David troostte zijn vrouw bad Seba. Hij sliep met haar en ze kreeg een zoon, die hij Salomon noemde. De Heer had het kind lief en gaf het bij monden van de profeet Nathan de naam Jedja. Ondertussen had Joab de Amonieten in de Rabba belegerd. Toen hij de Koningsbeug had omsingeld, liet hij aan David de volgende boodschap overbrengen. Ik sta op het punt om Rabba in te nemen, de watertoevoer heb ik afgesneden. Roept u nu de overige soldaten op, sla uw kamp op bij de stad en neem haar in, zodat de verovering van Rabba niet op mijn naam komt te staan. David riep alle soldaten op, ging naar Rabba, viel de stad aan en nam haar in. De koning van de Amonieten nam hij de kroon van het hoofd. Deze kroon, waarin wel een talent aan goud en edelstenen was verwerkt, ruste voorttaan op Davids hoofd. Hij voerde een zeer grote buit uit de stad weg. Ook de inwoners van de stad voerde hij weg en hij stelde hen met steenzage, ijzeralwelen en beilijte werk in groeven en steenbakkerijen. Hetzelfde deed hij met alle andere steden van Ammon.

SPEAKER_00

Daarna keerde David met het hele leger naar Jeruzalem terug. Psalm 51. Voor de koorleider.

SPEAKER_01

Een psalm van David, toen de profeet Natam hen had bezocht, nadat hij met Bots Seba geslapen had. Wees mij genade God in uw trouw. U bent vol erbarmen, wist mijn wandade uit. Was mij schoon van alle schuld, reinig mij van mijn zonde. Ik ken mijn wandade, ik ben mij steeds van mijn zonde bewust. Tegen U, tegen uw alleen heb ik gezondig. Ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen. Laat uw uitspraak rechtvaardig zijn en uw oordeel zuiver. Ik was al schuldig toen ik werd geboren, al zondig toen mijn moeder mij ontving, maar U wilt dat waarheid mij vervult, U leert mij wijsheid diep in mijn hart. Zuiver mij met majoraan, dan word ik rein, was mij en ik word witter dan sneeuw. Laat mij vreugde en blijdschap horen. U hebt mij gebroken, laat mij ook juichen. Sluit uw ogen voor mijn zonde en doe heel mijn schuld ten niet. Schep, o God, een zuiver hart in mij. Vernieuw mijn geest, maak mij standvastig, verban mij niet uit uw nabijheid. Neem uw Heilige Geest niet van mij weg. Red mij, geef mij de vreugde van vroeger, de kracht van een sterke geest. Dan wil ik verdwaalde uw wegen leren, en zullen zondaars terugkeren tot u. U bent de God die mij red, bevrijdt mij, God van de dreigende dood, en ik zal juichen om uw gerechtigheid. Ontsluit mijn lippen, Heer, en mijn mond zal uw lof verkondigen. U wilt van mij geen offer dieren, in brandoffers schept U geen behage. Het offer voor God is een gebroken geest. Een gebroken en verbrijzeld hart zult U, God, niet verrachten. Wees Sion welgezind en schenk het voorspoed. Bouw de muren van Jeruzalem weer op, dan zult U de juiste offers aanvaarden, offers in hun geheel verboorden.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Zij Lacht - Elke Dag Artwork

Zij Lacht - Elke Dag

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap
Zij Lacht - Diep Geworteld Artwork

Zij Lacht - Diep Geworteld

Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap