Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Speciaal voor de Bijbel in een Jaar lezers van Zij Lacht! Salisa heeft elke dag het Bijbelgedeelte van de dag voor je ingesproken zodat je deze waar je ook bent kunt luisteren!
Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Dag 151 - Rechters 13 tot en met 16
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Rechters 13 tot en met 16 uit de NBV21.
📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.
Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa. Dit is Dag 151. We lezen rechters 13 tot en met 16.
SPEAKER_00Rechters 13. De geboorte van Simson.
SPEAKER_01Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de Heer. Daarom leverde de Heer hen 40 jaar lang over aan de Filistijen. In die tijd leefde er in de omgeving van Sora een zekere manoach, die tot de stam Dan behoorde. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen. Op een dag verscheen de engel van de Heer aan haar. Tot nu toe was je onvruchtbaar en heb je geen kinderen gekregen, zei hij. Maar nu zul je zwanger worden en een zoon baren. Je mag daarom geen wijn of bier drinken en geen onrein voedsel eten. Je zult zwanger worden en een zoon krijgen. Nooit mag zijn hoofd door een scheermes worden aangeraakt, want hij zal al vanaf de moeders schoot als Nazire aan God gewijd zijn. Hij zal een begin maken met de bevrijding van Israël uit de greep van de Filistijen. De vrouw ging naar haar man en vertelde hem dat er een godsman bij haar was geweest. Hij zag er bijzonder onzagwekkend uit, zei ze. Het leek wel een engel van God. Ik heb hem niet gevraagd waar hij vandaan kwam, en hij heeft me zijn naam niet gezegd. Hij zei tegen me dat ik zwanger zou worden en een zoon zou krijgen. Van nu af aan mag ik geen wijn of bier drinken en niets onreinds eten. Want onze zoon zal vanaf de moeders schoot tot aan de dag van zijn dood als nasireer aan God gewijd zijn. Manoach pad tot de Heer: mag ik u vragen, Heer? Laat de Godsman, die u gezonde hebt, toch opnieuw bij ons komen om ons te vertellen wat we moeten doen wanneer de jonge eenmaal geboren is. God verhoorde hem en de engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe. Zij was bezig op het land, maar Noah was op dat moment niet bij haar. Ze haaste zich naar haar man. Hij is er weer, riep ze, die man die laatst bij me was. Manoach ging meteen met haar mee. Bij de vreeming aangekomen, vroeg hij, bent u degene die met mijn vrouw gesproken heeft? Inderdaad, antwoordde hij. En Menoach vroeg: wanneer uw woorden uitgekomen zijn, hoe moet de jongen zich dan gedragen en wat moet hij doen? De engel van de Heer antwoordde: Je vrouw moet zich onthouden van alle dingen die ik heb genoemd. Ze mag niet eten van de vruchten van de wijnstok en geen wijn of bier drinken of iets eten dat onrein is. Ze moet zich nauwkeurig houden aan wat ik haar heb opgedragen. Toen zei Manoach tegen de engel van de Heer, we zouden graag zien dat u nog bleef, zodat we voor u een geitenbokje kunnen klaarmaken. Maar de engel van de Heer antwoordde: Ik wil nog wel even blijven, maar ik zal niet eten van wat je mij aanbiedt. Als je echter een brandoffer aan de Heer wilt opdragen, mag je dat doen. Manoach wist nog altijd niet dat hij met de engel van de Heer te maken had. Zeg ons uw naam, vroeg hij, zodat we uw eer kunnen bewijzen wanneer uw woorden uitgekomen zijn. Maar de engel van de Heer antwoordde: waarom vraag je naar mijn naam? Die is voor jou toch te wonderbaarlijk. Manoach nam een geitenbokje en wat graan en bracht dit op een rotsblok ten offer aan de Heer. Toen gebeurde er voor de ogen van Manoach en zijn vrouw iets wonderbaarlijks. In de vlam die van het altaar opschoot naar de hemel steeg de engel van de Heer op. Menoach en zijn vrouw zagen het gebeuren. Ze vielen op hun knieën en bogen diep voor over. De engel van de Heer zou zich niet meer aan hen laten zien. Nu besefte Manoach dat het de engel van de Heer was geweest. Hij zei tegen zijn vrouw: We hebben God gezien. Dat wordt onze dood. Maar zijn vrouw antwoordde: als God ons had willen doden, had Hij vast ons offer niet aanvaard en ons niet laten zien wat we nu gezien hebben. En dan had hij ons daarnet zeker niet zulke beloftes gedaan. De vrouw bracht een zoon ter wereld en noemde hem Simson, de jonge genoten zegen van de Heer en groeide voorspoedig op. Tussen Sora en Estol, waar de danieten, hun tenten hadden opgeslagen, werd hij voor het eerst door de geest van de Heer tot dare aangezet.
SPEAKER_00Rechter 14. Simsons huwelijk: Op een keer ging Simson naar Tna.
SPEAKER_01Daar viel zijn oog op een Filisteins meisje. Toen hij thuis kwam, vertelde hij zijn ouders: Ik heb in Timna een Filisteins meisje gezien. Ik zou willen dat u haar voor mij ten huwelijk vraagt. Maar zijn ouders zeiden: waarom zoek je een bruid bij die onbesneden Filistijen? Er is onder de dochters van je verwanten toch wel een vrouw voor je te vinden, of in elk geval onder de meisjes van ons eigen volk. Nee, vader, antwoordde Simson: dit meisje moet u voor me vragen, want zij bevalt me. Zijn ouders wisten niet dat het de Heer was die hierop aanstuurde, omdat hij een aanleiding zocht om de strijd met de Filistijen aan te gaan. De Filistijen waren in die tijd namelijk Heer en meester in Israël. Simson ging met zijn vader en moeder op weg naar Tna. In de buurt van de wijngaarde van Timna kwam opeens een leeuw brullend op hem af. Toen voer de geest van de Heer in hem en met zijn blote handen verscheurde hij de leeuw, alsof het een geitenbokje was. Maar tegen zijn vader en moeder sprak hij er met geen woord over. Hij vervolgde zijn weg en sprak met het meisje, en zij beviel hem nog steeds. Niet lang daarna maakte hij de reis opnieuw, nu om haar tot vrouw te nemen. Onderweg verliet hij het pad om naar de dode leeuw te kijken. Daar zag hij dat zich in het cadaver een zwerm bijen had genesteld en dat er honing in zat. Met beide handen haalde hij de honing eruit en al etend liep hij terug naar zijn ouders. Hij gaf hun er ook wat van te eten. Maar hij zei er niet bij dat hij die honing uit het cadaver van een leeuw had gehaald. Zijn vader ging naar het oudelijk huis van het meisje. Simson gaf daar een feest, want zo hoorde dat wanneer een jongeman ging trouwen. Na de kennismaking werden dertig van zijn leeftijdsgenoten uitgekozen om het feest bij te wonen. Simson zei tegen hen: laat ik jullie een raadsel opgeven. Als jullie me binnen de zeven dagen van dit feest de oplossing vertellen, krijgen jullie alle dertig een stel onder- en bovenkleren van mij. Maar als jullie de oplossing niet kunnen vinden, krijg ik van jullie dertig stel onder en bovenkleren. Afgesproken, antwoorden ze. Laat je raadsel maar horen. Toen zei Simson: het is sterk en het verslint altijd. Nu biedt het een maal van zoetigheid. Na drie dagen hadden ze de oplossing nog niet gevonden. Daarom zeiden ze op de vierde dag tegen Simpsons vrouw: jij moet je man overhalen om ons de oplossing van het raadsel te vertellen. Anders steken we jullie huis in brand, zodat jij en je familie in de vlammen omkomen. Wat denken jullie wel? Hebben jullie ons soms uitgenodigd om ons tot de bedelstraf te brengen? Snikend viel Sims vrouw haar man om de hals en verweet hem, je houdt niet meer van me. Het lijkt wel of je een hekel aan me hebt. Je hebt mijn volksgenoten een raadsel opgegeven, maar mij niet eens de oplossing verteld. Die heb ik zelfs niet aan mijn eigen vader en moeder verteld, zei Simson. Waarom dan wel aan jou? Maar de hele feestweek door bleef ze hem in tranen verwijten maken, en op de zevende dag gaf hij ten slotte toe. Zo had ze hem met haar verwijten bestookt. Ze vertelde de oplossing van het raadsel door aan haar volksgenoten, en die stelde op die zevende dag vlak voor zonsondergang aan Simson de wedervraag: Wat zou er zoeter zijn dan honing en sterker dan de leeuwen koning? Ja, ja, zei Simon, jullie hebben met mij vaars geploegd. Anders waren jullie er nooit achtergekomen. De geest van de Heer voer in hem en hij ging naar Askelon en dodde daar dertig man. Hij nam hun kleren mee en gaf die aan de jonge mannen die de oplossing van het raadsel hadden gegeven. Hij was zo kwaad dat hij terugging naar het huis van zijn vader. Zijn vrouw werd aan een ander gegeven, aan degene die bij zijn huwelijk als getuige was opgetreden.
SPEAKER_00Rechters 15.
SPEAKER_01Niet lang daarna, in de tijd van de tarweoogst, wilde Simon zijn vrouw een bezoek brengen. Hij had een geitenboekje voor haar meegenomen. Ik wil graag mijn vrouw bezoeken. In haar eigen vertrek, zei hij. Maar haar vader weigerde hem de toegang. Ik was er vast van overtuigd dat je niets meer van haar wilde weten, zei hij. Daarom heb ik haar aan een ander gegeven. Maar haar jongere zus is nog mooier dan zij. Waarom zou je die niet nemen in haar plaats? Toen zei Simson: ik zal ze krijgen, die Filistijen. En deze keer valt mij niets te verwijten. Hij ging weg, ving driehonderd vossen en legde fakkels klaar. De vossen bond hij twee aan twee met de staarte aan elkaar, steeds met een vakkel ertussen. Toen stak hij de fakkels aan en stuurde de vossen de korenvelden van de Filistinen in. Zo stak hij alles in brand. Niet alleen de korens schoven en het koren dat nog op de akker stond, maar ook de wijngaarde en de olijfgaarde. De Filistijen wilden weten wie daarvoor verantwoordelijk was. Toen ze erachter kwamen dat Simson het had gedaan, omdat zijn schoonvader hem zijn vrouw had afgenomen en haar aan een ander had gegeven, staken ze het huis van Simpsons schoonvader in Tna in brand, zods vrouw en haar vader in de vlammen omkwamen. Toen zei Simon: O, gaat het er hier zo aan toe? Dan zal ik niet rusten voor ik me gewroken heb. En hij sloeg er ongenadig op los en maakte talloze slachtoffers. Daarna trok hij zich terug onder een overhangende rots bij etam. De Filistijen vielen daarop Juda binnen, sloegen hun kamp op bij Legie en begonnen zich vandaar te verspreiden. De Judeërs vroegen hun waarom ze hun gebied waren binnengevallen en kregen als antwoord: we zijn gekomen om Simson gevangen te nemen. We willen hen betaald zetten wat Hij ons heeft aangedaan. Toen gingen driehonderd Judeërs naar Simsons rotschool bij Etan. Hoe kon je ons dit aandoen? vroeg ze. Je weet toch dat de Filistijen hier de baas zijn? Maar Simpson zei: ik heb hun alleen betaald gezet wat zij mij hebben aangedaan. We zijn gekomen om je gevangen te nemen, zeiden de Judeërs: We gaan je uitleveren aan de Filistijen. Zweer me dan dat jullie me niet zullen doden, zei Simon. Nee, daar is geen sprake van, verzekerde ze hem. We binden je vast en leveren je aan hen uit, maar doden zullen we je niet. Ze boeide hem met twee nieuwe touwen, leidde hem uit zijn rotshol en brachten hem naar legy, waar de filistijen juichend op hem afstormde. Toen voer den geest van de Heer in hem. De touwen waarmee hij gebonden was, leken wel vlas dat wegstroeit in het vuur. Zo makkelijk vielen ze van zijn armen en zijn polsen. Hij zag een ezels kaak liggen. Het bot was nog hard. Hij raapte het op en sloeg er duizend man mee dood. Met een ezelskaak heb ik die ezels flink geraakt. Met een ezelskaak heb ik er duizend afgemaakt, riep hij uit en hij gooide het bod weer weg. Hij noemde die plek raamat Legy. Hij had ondertussen hevige dorst gekregen. En daarom riep hij tot de Heer aan uw Heer, heb ik deze geweldige overwinning te danken. Moet ik nu sterven van de dorst en alsnog in handen vallen van die onbesneden? Toen liet God in de kom van het dol bij Lech de aarde openbarsten. Er kwam water uit en Simson dronk ervan, zodat hij weer helemaal op krachten kwam. Daarom noemt men die bron, die tot op de dag van vandaag bij Leg te vinden is, En Hakore. Tijdens de Filistijnse overheersing leidde Simson Israël als richter twintig jaar lang.
SPEAKER_00Rechter 16. Simson en Delilah.
SPEAKER_01Op een keer was Simson in Gaza. Daar viel zijn oog op een hoer en hij ging bij haar naar binnen. De inwoners van Gaza kwamen erachter dat Simson in de stad was. De waakzaamheid in de stad werd verhoogd en bij de stadspoort hield een aantal mannen zich reed om hem te overmeesteren. Verder deden ze die nacht nog niets. Zodra het licht wordt, zullen we hem doden, zeiden ze. Maar Simpson sliep niet langer dan tot middernacht. Toen stond hij op. Bij de stadsport gekomen, greep hij de beide deurposten vast en rukte ze los met deuren en sluitbalkenal. Hij nam het hele gevaar te op zijn schouders en droeg het weg, helemaal naar een van de bergtoppen tegenover Hebron. Enige tijd later begon Simon een verhouding met een vrouw uit het Zorekdo, een zekere Delila. De Filistijnse stadvorste gingen naar Delila toe en zeiden tegen haar: Haal Simson over om u te vertellen waarin zijn geweldige kracht scheld en wat we moeten doen om hem weerloos te maken. Dan kunnen we hem gevangen nemen en krijgt u van ieder van ons elf honderd shekel zilver. Dus vroeg Delila en Simson: vertel me eens: waarin scheldt toch je geweldige kracht? Hoe kan iemand je zo boeien dat je weerloos wordt? Simon antwoordde: als ik geboeid word met zeven verse soepele pezen, dan ben ik even zwak als ieder ander. De Filistijnse vorste stuurde de Lila zeven verse soepele pezen. Daarmee bond ze hem vast. Terwijl in het vertrek ernaast een aantal Filistijen klaarstond om hem te overmeesteren. Toen riep ze: De Filistijen komen je halen, Simson. Maar hij liet de pezen knappen als hennepvezels die te dicht bij het vuur komen. Het geheim van zijn kracht bleef in raadselijke huld. Wat is dat nu? zei Delila tegen Simson. Je hebt me voor de gek gehouden en leugens opgedist. Vertel me nu echt hoe je geboeid moet worden. Simson antwoordde: als ik word vastgebonden met nieuwe, ongebruikte touwen, dan ben ik even zwak als ieder ander. Toen nam De Lila nieuwe touwen en bond hem daarmee vast. Weer riep ze: De Filistijen komen je halen, Simson. Maar terwijl de Filistijen al klaarstonden om hem te overmeesteren, liet Simson de touwen als draadjes van zijn arme knappen. Je hebt me weer voor de gek gehouden en met leugens afgeschept, zei Delila. Vertel me nu eindelijk hoe je geboeid moet worden. En Simson zei: Als je mijn zeven haarvlechten inweeft in het weefgetouw en ze met een pin vastzet in de wand, dan ben ik even zwak als ieder ander. Zodra hij in slaap was gevallen, weefde De Lila zijn zeven haarvlechten door de skering van haar weefgetuw en stak het weefsel vast met een pin. Toen riep ze: De Filistijen komen je halen, Sims. Sims werd wakker, rukte de pin los en trok zijn haarvlechten uit het weefgetouw met scheringen al. Hoe kun je zeggen dat je van me houdt? zei Delila. Je vertrouwt me niet eens. Tot drie keer toe heb je me voor de gek gehouden in plaats van me te vertellen waarin je geweldige kracht schuilt. Zo bleef ze hem dag in, dag uit met verwijte bestoken en drong net zo lang aan tot hij het niet meer uithield en bezweek. Nog nooit heeft een scheermes mijn hoofd aangeraakt, vertrouwde hij haar toe. Dat is omdat ik al vanaf de moederschoot als nasireer aan God gewijd ben. Als mijn hoofd haar zou worden afgeschoren, zou mijn kracht me in de steek laten, en zou ik net zo zwak zijn als ieder ander Delila voelde dat hij ditmaal de waarheid had verteld en stuurde de Filistijnse vorsten de boodschap: deze keer moet u zelf komen, want nu heeft hij mij de waarheid toevertrouwd. Ze kwamen naar haar toe en brachten het geld voor haar mee. Zodra Simson in haar schoot in slaap was gevallen, riep ze iemand binnen, en ze liet hem de zeven haarvlechten van Simson afscheren. Daardoor week zijn kracht, en zo maakte zij hem weerloos. De Filistijen zijn er om je te halen, Simson, riep ze. Simson werd wakker en wilde opspringen en zich losrukken, net als de vorige keren, want hij wist niet dat de Heer hem verlaten had. Maar de Filistijen grepen hem, staken hem de ogen uit en voerde hem mee naar Gaza, geboeid met bronze keten. In Gaza werd hij in de gevangenis gezet, waar hij mail moest malen. Maar zijn afgeschoren haar begon meteen weer aan te groeien. Onze God heeft onze vijand Simson aan ons uitgeleverd, verklaarde de Filistijnse vorste, en daarom hielden ze een groot offerfeest ter ee van hun God dagom. Toen het volk Simson zag, loofde ze hun God en juichten: Onze God leverde hem aan ons uit. Onze vijand die ons land verwoest, onze wijand, die zo velen van ons doden. Zo raakten ze in een steeds vrolijke stemming, en tenslotte stelde iemand voor: laten we Simson erbij halen. Dan kunnen we lachen. Simson werd uit de gevangenis gehaald en moest om de feestgangers te vermaken, tussen de zuilen van de tempel gaan staan. Hij vroeg aan de jongen die hem geleide: zet me zo neer dat ik de zuilen kan aanraken waarop de tempel rust. Dan kan ik daartegen steunen. De tempel was vol mensen, onder wie de Filistijnse stadsvorste. En er waren ook nog zo'n drieduizend mannen en vrouwen die vanaf het dak naar Simson stonden te kijken en hem uit jouw. Maar Simson riep de Heer om hulp en bad: Heer, mijn God, denk toch aan mij. Geef me alsjeblieft nog eenmaal genoeg kracht, zodat ik me voor minstens één van mijn beide ogen op de Filistijen kan wreken. Voorzichtig betaste hij de twee middelste steunpilaren van de tempel, zette zich met beide handen schra en riep uit: Mijn dood zal de dood zijn van de Filistijen. Toen duwde hij uit alle macht, de tempels stortte in en alle aanwezigen, ook de stadsvorsten, werden bedolven. Zo maakte Simpson bij zijn dood meer slachtoffers dan tijdens zijn hele leven. Zijn verwante zijn hele familie van vaders kant kwamen naar Gaza om zijn lichaam op te halen. Ze namen het mee en begroeven het tussen Sora en Esthao in het graf van zijn vader Manoach. Twintig jaar lang had hij Israël als rechter geleid. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een Jaar podcast van Zeilnacht. Luister je morgen weer.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Zij Lacht - Elke Dag
Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap