Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Speciaal voor de Bijbel in een Jaar lezers van Zij Lacht! Salisa heeft elke dag het Bijbelgedeelte van de dag voor je ingesproken zodat je deze waar je ook bent kunt luisteren!
Zij Lacht - Bijbel in 1 Jaar
Dag 152 - Rechters 17 en 18 en Spreuken 27
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Rechters 17 en 18 en Spreuken 27 uit de NBV21.
📱 Volg Zij Lacht ook op Instagram voor een portie Waarheid tijdens het scrollen.
📖 Wil jij samen met andere vrouwen de Bijbel openen? Dat kan! Start een Zij Lacht groep via onze community of sluit je aan bij een bestaande groep.
Je luistert naar de Bijbel in een Jaar podcast van Zijlacht. Mijn naam is Elisa. Dit is dag 152. We lezen rechter 17 en 18 en spreuken 27: Rechter 17. De danieten en het grode beeld van Miga. In het bergland van Efraïm leefde een man die Mica heette. Op zekere dag zei hij tegen zijn moeder: Laatst is er toch 1100 shekels zilver van u gestolen. U hebt toen in mijn bijzijn een vloek uitgesproken. Dat geld heb ik, ik heb het gestolen. Mogen de Heer je zegenen, mijn zoon, antwoordde zijn moeder: Hij gaf de 1100 shekels zilver aan haar terug. Maar zij: ter willen van mijn zoon wijd ik mijn zilver aan de Heer om er een beeld mee te laten beslaan. Hier heb je het geld terug. Maar hij gaf het weer aan zijn moeder en zij bracht tweehonderd shekel naar de zilversmit, die er een houten beeld mee besloeg, dat in Myas huis kwam te staan. Miga had namelijk voor zichzelf een heiligdom ingericht. Hij had een priester gewaad en verschillende godde beeldjes laten maken en een van zijn zonen als priester aangesteld. In die tijd was er geen koning in Israël. Iedereen deed wat goed was in zijn eigen ogen. Nu was er een jonge lief, die verblij in het stamgebied van Juda en in Betlehem woonde. Op zekere dag vertrok hij uit Betlehem om een andere verblijfplaats te zoeken. Zijn weg voerde hem door het bergland van Efreim, langs het huis van Micha. Waar komt u vandaan? vroeg Micha. En de leviet antwoordde: ik ben een leviet, ik heb een tijd lang in Betlehem in Juda gewoond en nu zoek ik elders onderdak. Toen zei Micha, kom dan bij mij wonen. Als u mijn raadgever en priester wilt worden, zal ik u tien shekel zilver per jaar betalen en u van kleding en levensmiddelen voorzien. Na enige aarzeling besloot de levid bij Micha te blijven. Miga behandelde hem als een eigen zoon en stelde hem als priester aan. Zo kwam de leviet bij Micha in huis terecht. Nu ik een leviet als priester in dienst heb, ben ik ervan verzekerd dat ik van de Heer niets dan goeds te verwachten heb.
SPEAKER_01Rechter 18.
SPEAKER_00Er was in die tijd geen koning in Israël. De stam Dan was nog steeds op zoek naar een gebied om zich blijv te vestigen, want het was de enige stam van Israël waaraan nog geen grondgebied was toegevallen. Vanuit hun verblijfplaats tussen Sora en Esthaol hadden ze vijf van hun dapperste mannen erop uitgestuurd, met de opdracht het land grondig te verkennen. Onderweg kwamen ze door het bergland van Efreem, waar ze bij het huis van Micha overnachten. Daar viel hun het accent van de jonge leviet op. Ze gingen naar hem toe en vroegen hem: Hoe bent u hier zo terechtgekomen? Wie heeft u hierheen gehaald? En wat doet u hier? Hij vertelde hun van Mycha's aanbod. Hij heeft me in dienst genomen, zei hij. En nu ben ik zijn priester. Toen vroegen de daniete, wilt u dan God voor ons raadplegen en hem vragen of onze tocht iets zal opleveren? Ga gerust verder, antwoordde de priester. Uw onderneming is de Heer wel gevallig. De vijf mannen trokken verder, tot ze in Laïs kwamen. Ze zagen dat de bevolking daar een even rustig en onbezorgd leven leiden als de inwoners van Sidon. Ze hadden van niemand iets te vrezen, want ze werden door niemand bedreigd, maar aan de andere kant hadden ze ook geen enkele bond genoot. Sidon was ver weg. Toen de verkenners terugkwamen bij hun stamgenoten, vroegen die hun: en hoe is het jullie vergaan? Laten we meteen ten strijde trekken, antwoorden ze. We hebben een gebied gevonden dat bijzonder geschikt is. Dus waar zouden jullie op wachten? Treuzel niet, maar ga erheen en neem het in bezit. Jullie zullen er een volk aantreffen dat op geen gevaar bedacht is. Het kan niet anders, of God zal jullie dat uitgestrekte gebied, waar werkelijk aan niets gebrek is, in handen geven. Hierop vertrokken de danieten uit hun verblijfplaats tussen Sora en Esthaol. Het leger bestond uit zeshonderd gewapende mannen. Ze gingen op weg en sloegen hun kamp op bij Kirjat Jarim in Juda. Daarom wordt die plek sindsdien Machane Dan genoemd. Het licht iets ten westen van Kirjat Jarim. Vandaar trokken ze verder door het bergland van Efreim, en zo kwamen ze in de buurt van Micha's huis. Toen vertelden de vijf die het gebied verkend hadden, aan hun stamgenoten dat zich in een van die vertrekken een priestergewaad en grode beeldjes bevonden en ook een zilveren beeld. Jullie weten dus wat je te doen staat, zeiden ze. Ze sloegen de weg naar het huis van Mycha in, waar de jonge leviet woonde, en begroeten hem hartelijk. Terwijl de zes honderd gewapende danieten postvatten bij de toegangspoort, liepen de vijf verkennis door. Ze drongen het huis binnen en namen het priestergewaad en de godedeeltjes mee. En ook het beeld met het zilverbeslag. De priester stond dus met de zeshonderd gewapende mannen bij de toegangspoort. Terwijl de vijf het huis van Mycha binnengingen en het beeld met het zilver beslag het priestergewaad en de goddebeeldjes meenam. Wat moet dat daar? riep de priester. Stil, antwoordde ze. Zeg niets, maar ga met ons mee en word onze raadgever en priester. U kunt toch beter priester zijn voor een hele stam in Israël dan voor het huishouden van één man, daar stemde de priester van harte mee in. Hij nam zelf het priestergewaad, de goddebeeldjes en het zilveren beeld en sloot zich bij hen aan. De danieten vervolgden hun tocht. De vrouwen en kinderen lieten ze voorop gaan, samen met het vee en hun andere bezittingen. Ze waren al een flink eind op weg toen de inder haast bij elkaar geroepen knechten die bij Micha woonde hen achterop kwamen. En tegen hem begonnen te schreeuwen. De danieten draaide zich om en vroegen aan Micha: wat is er aan de hand? Waarom hebt u al die mensen op de been gebracht? U hebt de goden gestolen, die ik heb laten maken, antwoordde Micha. Ook mijn priester hebt u meegenomen. Niets heb ik meer over. Hoe kunt u dan nog vragen wat er aan de hand is? Maar de danieten antwoorden, u kunt maar beter niet zo'n grote mond tegen ons opzetten. Want wanneer deze heet gebakerder mannen zich op u storten, is het met u en uw mensen gedaan. Hierop vervolgden de danieten hun weg. En Micha, die inzag dat hij toch niets tegen hen kon beginnen, keerde terug naar huis. Zo kwamen de danieten met de beelden die Micha had laten maken, en de priester die bij hem in dienst was geweest bij Laï aan. Ze overvielen de inwoners die een rustig leven leiden en zich van geen gevaar bewust waren, doden ze allemaal en staken de stad in brand. Er was niemand die de bevolking van Laïs de hulp kwam. Want Sidon lag ver weg, en ze hadden geen enkele bond genood. Daarna herbouwden de Danieten de stad, die in de vallei van Bet regel lag en gingen er wonen. Ze noemden hun stad Dan, naar hun stamvader, een van de zonen van Israël. Voordien heten die stad Laïs. Ze gaven er het zilveren godeweld een plaats en Jonathan, die een zoon was van Gersom, de zoon van Mozes, werd hun priester. Na hem bleven zijn nakomelingen bij de Danieten het priesteramt vervullen, totdat de bevolking werd weggevoerd. Zolang het heiligdom van God in silo bestond, bleef het godeeld dat Micha had laten maken, bij de Danieten.
SPEAKER_01Spreuk 27.
SPEAKER_00Juich niet over de dag van morgen, je weet niet wat hij brengen zal. Laat een ander je prijzen, doe het niet zelf. Laat het over aan een vreemde. Zie jezelf van af. Een steen is zwaar. Het zand is een last. Zwaarder dan beide drukte ergenis over een dwaas. Woede is vreed. Razenij is als een stortvloed, maar wie is tegen jalozie bestand? Beter dat je openlijk terecht gewezen wordt dan dat je uit liefde wordt gespaard. Het verwijt van een vriend is oprecht. De kus van een vijand, al te hartelijk. Wie genoeg te eten heeft, versmaadt de zoetste honing. Voor wie honger heeft, is al het bittere zoet. Een man die wegvlucht van zijn huis, is als een vogel die zijn nest ontvlucht. De geur van balsem en wierok maakt gelukkig, maar zoeter voor het hart is ware vriendschap. Houd een vriend in ere, ook die van je vader. Ga niet naar je broer als je problemen hebt. Een vriend in de buurt is beter dan een broer ver weg. Mijn zoon wees wijs, dan geef je mij vreugde, en heb ik een weerwoord voor wie mij beschimpt. Wie verstandig is, ziet het gevaar en hoed zich ervoor. Wie onnozel is, gaat het tegemoet en zal daarvoor boeten. Als iemand boor wil staan voor een vreemde, kun je gerust zijn mantel nemen en die verpande aan een afgedwaalde vrouw. Wie zijn buurman ochtends luidte begroet, wekt de indruk dat hij hem vervloeken wil. Als een dak dat altijd lekt wanneer het regent, zo is een vrouw die steeds weer ruzie zoekt. Wie haar in toon probeert te houden, is als iemand die de wind wil vangen, of olie denkt te grijpen. Zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt een mens zijn medemens. Wie een vijgen boom met zorg omringt, zal zijn vruchten eten. Wie zorg heeft voor zijn Heer, wordt door hem gerespecteerd. Zoals water het gezicht weerspiegelt, zo weerspiegelt het hart de mens. De afgrond van het dode rijk raakt nooit verzadigd, en ook de ogen van een mens krijgen nooit genoeg. De smeltkroest toetst het zilver, de oven toetst het goud. De toets voor een mens is zijn vaan. Al leg je een dwaas in een vijzel en stamp je hem tussen de graankorrels fijn, zijn dwaasheid stamp je er niet uit. Weet hoe het met je schapen en geiten gaat. Zorg goed voor je kudde. Er is niet altijd overvloed, en ook een kroon gaat niet altijd over op het volgende geslacht. Als het eerste gras gemaaid is en het nieuwe opschiet en je in de bergen hebt gehoord, heb je jonge rammen voor je kleding. Koop je met je bokken een stuk grond en voorzien je geiten je van melk en overvloed. Voor jou je huis en je slavine bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de Bijbel in een jaar podcast van Zeilacht. Luister je morgen weer.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Zij Lacht - Elke Dag
Nederlands - Vlaams Bijbelgenootschap