Vakkundig begeleiden bij verlies podcast
In de podcast Vakkundig begeleiden bij verlies, verkennen wij samen de complexiteit van verliesbegeleiding en krijg je praktische tips, inspirerende verhalen en deskundig advies hoe je anderen kunt helpen om te gaan met verlies.
Vakkundig begeleiden bij verlies podcast
#11 Hoe ga je om met jouw eigen emoties in het gesprek
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Verbinden met je emoties kan al gauw betekenen dat je ook geraakt bent door wat ze je vertellen of door wat ze je laten zien. Hoe kun je daar in de dagelijkse praktijk mee omgaan? Wat betekent ‘professionele afstand’?
In deze aflevering bespreek ik hoe je als therapeut kunt omgaan met je eigen emoties in de behandelkamer. Hoewel we geleerd hebben om professionele afstand te bewaren, hebben cliënten vaak juist behoefte aan een oprechte menselijke verbinding. Het tonen van emoties kan daarom heel waardevol zijn, omdat het helpt om een band te creëren met de cliënt. Ik deel mijn eigen ervaringen, waarin ik geraakt ben door positieve en ontroerende momenten met cliënten, zoals wanneer ze weer contact maken met dierbaren of persoonlijke mijlpalen bereiken.
Tegelijkertijd benadruk ik het belang van balans: het delen van je eigen gevoelens kan nuttig zijn, maar het moet altijd in dienst staan van de cliënt. Empathie is cruciaal in therapie, maar het is belangrijk om te voorkomen dat je de aandacht naar jezelf verlegt.
Ik vertel ook over de kracht van het erkennen van je eigen emotionele reacties tijdens een sessie, en hoe je dit op een ondersteunende manier kunt communiceren naar de cliënt. Daarnaast bespreek ik hoe belangrijk het is om zorgvuldig om te gaan met de moeilijke emoties die cliënten delen, en ervoor te zorgen dat we hun pijn niet te veel overnemen of ons eigen verhaal centraal stellen.
Kortom, ik leg uit hoe je authentiek en empathisch kunt zijn als therapeut, terwijl je toch de professionele grenzen respecteert.
Heb jij onderwerpen die je graag behandeld wil zien? Laat het me weten!
Wil jij meer weten over hoe je kunt begeleiden bij verlies? Schrijf je in voor mijn gratis webinar. Je kunt kiezen uit volwassenen begeleiden bij verlies, of kinderen en jongeren begeleiden bij verlies.
Kijk ook op de website van de Academie voor Verlies voor blogs over begeleiden bij verlies.
Wil jij de gratis minitraining “Verlies verzekerd” ontvangen? Je kunt hem hier aanvragen.
Omgaan met je eigen emoties in de behandelkamer. Ja, het is nogal eens een dingetje. Misschien heb jij ook wel geleerd, zoals dat vroeger toch wel vaak werd afgeleerd of aangeleerd, zou ik moeten zeggen. Je werd aangeleerd om professionele afstand te houden, je eigen emoties niet te laten zien. Maar tegenwoordig merken we toch veel meer dat mensen verbinding nodig hebben. En verbinding ontstaat nou juist vaak doordat jij mens bent. Doordat jij emoties laat zien kom je eigenlijk af van die hoge therapeuten. Stoel van ik ben de therapeut en ik weet het wel, nu zal je dat nooit uitstralen. Dat lijkt me heel sterk dat je dat zal doen. Maar het is voor onze cliënten fijn om menselijkheid te zien. En die menselijkheid zit hem dus in dat tonen van die emoties. En ik vind professionele afstand houden tijdens de therapie echt wel een dingetje en niet alleen omdat ik denk dat het helemaal niet nuttig is om dat te doen of of omdat ik denk dat dat dat niet niet goed is, maar meer omdat ik gewoon zelf vaak geraakt ben.
En nou heb ik, ja ik zou bijna willen zeggen, misschien wel het geluk dat de moeilijke verhalen, de moeilijke emoties waar mensen echt van slag van zijn. Dat ik daar behoorlijk uhm ja buiten kan blijven. Ik voel wel mee, maar het komt niet binnen. Het raakt me niet. En dat kan misschien ook wel zijn omdat ik zelf daarin best veel heb meegemaakt en dat ook heb doorgewerkt. Dus dat ik weet wat het is. Ik Dat weet ik niet zo goed. Ik weet niet goed waar het aan ligt, maar ik Ik voel wel altijd weer mee met de hele positieve emoties, met de fijne momenten, de ontroerende momenten. Die ontroering vind ik altijd moeilijk. Om ja buiten me te houden, zou ik willen zeggen. Het. En het zit m dan vaak in een gebaar of in in een klein woordje dat iemand spreekt of een mooi resultaat waarvan ik weet dat het zo belangrijk was of dat het ook zo diep gaat. Daarin kan ik dan echt ja meevoelen. Kijk, ik denk ook dat de kracht van een goede therapie erin zit, dat je verbinding voelt of maakt met je cliënt.
En die verbinding zit hem dus in dat meevoelen. We weten ondertussen ook wel dat empathie. Empathisch kunnen luisteren, empathisch aanwezig kunnen zijn een van de voorspellers is van een goede therapie. Nou heeft datzelfde empathische meteen een valkuil. Want dat zou zomaar kunnen betekenen dat je over jezelf begint te praten. Dat gebeurt vaak wel in de omgeving. En misschien herken je dat ook wel. Je vertelt iets aan een vriend of aan een vriendin en die gaat meteen in zichzelf. Dat gebeurt bijna automatisch. Ontstaat er een zoekopdracht van herken ik dat gevoel wat iemand nu met mij deelt? En als dat gevoel wordt herkend, dan leidt dat al gauw tot een reactie als Oh ja, dat had ik laatst ook. Want laatst had maakte ik ook mee dat en dan krijg je al die verhalen en dat zijn vaak weer de dingen waar je niet op zit te wachten. Waar jouw cliënten al helemaal niet op zitten te wachten. Maar ook goede vrienden en vriendinnen niet. Dus het is een. Ik vind het een veelgehoorde klacht. Ik maak je even quote gebaren dat mensen vaak in gesprekken niet echt een gesprek kunnen voeren omdat de ander het zo snel naar zichzelf toe haalt.
Maar empathisch zijn in de therapie, dus meevoelen in jezelf. Waar herken ik dit gevoel? Is van grote waarde. En zo gebeurt het bij mij dus ook regelmatig dat de tranen in mijn ogen springen. Nogmaals, niet omdat ik iets verdrietig vind, maar juist omdat ik iets heel ontroerend vind. Bijvoorbeeld. Ik heb het bijna standaard. Als een cliënt weer zwanger is na het verlies van een kindje, dan, ja, dan ben ik. Meteen schieten de tranen in mijn ogen. Of als er weer een contact ontstaat met een in een verbroken relatie. En vaak zijn dat dan wel de wat intiemere relaties. Bijvoorbeeld moeder, kind of broers en zussen die toch weer contact weten te krijgen met elkaar. Dan schiet ik daar ook van vol. Raak ik daar ook ontroerd van. En niet zo lang geleden gebeurde het me dat ik met een stel aan de aan het werk was. En deze mensen komen al bijna bijna twee jaar bij mij af en aan. En ze waren bij mij gekomen omdat ze uit elkaar zouden gaan.
En ze deden bij mij de schip aanpak om hun voorbije relatie goed af te hechten. Nou we zijn aan de slag gegaan en al snel en dat herken je misschien ook wel, je voelt gewoon hier is nog liefde. Wat gebeurt hier? Hier is liefde. Waarom zijn deze mensen de verbinding met elkaar kwijtgeraakt? En dat werd al snel duidelijk tijdens de gesprekken waar dat aan lag. En ze begrepen elkaar niet meer en ieder ging reageren vanuit zijn of haar eigen standpunt. Ik zou het zus of zo doen dat jij het anders wil vind ik ingewikkeld. Nou goed, dat ging allemaal een eigen leven leiden en dat waren behoorlijk extreme uiteinden ook die de twee partners met elkaar hadden. Maar in ieder geval door de gesprekken gingen ze weer steeds meer met elkaar verbinden en ze verbonden met name in eerste instantie over hun dochtertje. Maar dat werd steeds meer en steeds meer en uiteindelijk hebben ze besloten weer bij elkaar te gaan wonen. En een tijdje geleden zag ik ze weer. Weer bij mij in de praktijk en ze hadden de oefening meegekregen om een ritueel te bedenken.
Een ritueel is een onderdeel van de schip aanpak waarin mensen. Als je gaat scheiden betekent dat ritueel dat je de voorbije relatie gaat afhechten. Maar in hun geval wilde ik alles wat geweest is afhechten zodat ze een nieuwe doorstart kunnen maken. Nou, alle twee hadden ze een ritueel bedacht en hij vertelde ze een ritueel, een ritueel. Zij vertelde haar ritueel en eigenlijk kwamen ze al heel snel tot de slotsom dat dit prima te combineren was. Dat hoeft helemaal niet altijd met een ritueel, maar zij konden dat prima combineren. En nou, ze gingen daar even over doorpraten. Hoe zouden ze dat dan doen? Wanneer? En ik zag hem naar haar kijken en hij was degene die ooit wilde scheiden. Hij keek naar haar en over het koffie tafeltje heen strekte hij zijn hand uit en zij pakte zijn hand aan En er was even zo'n blik, zo'n moment van wij zijn samen, wij doen dit samen. En ik schoot daar onmiddellijk van vol. T Was t was zo'n klein gebaar, maar het raakte me enorm. En ja, wat ik dan natuurlijk ook doe.
Ik benoem dat ook hé. Dus hé, zij pakte die hand en er was liefde en er was verbinding. En ik heb dan echt even een zakdoekje nodig, hè. En nogmaals, ik benoem dat dan ook, want dat is wel belangrijk, dat jouw cliënt weet wat gebeurt er bij jou? Waarom schiet je vol? En vooral volgens mij in dat laatste zit het hem benoemen wat er bij jezelf gebeurt. Want dat je geraakt wordt maakt, ja maakt je ook mens. Het maakt mij ook mens en dan kom ik ook een beetje van die ik ben de therapeut stoel af. We realiseren ons dat niet altijd, maar onze cliënten kijken echt naar ons als de therapeut. Als de therapeut het zegt, dan is het waar. En als ik benoem wat mij raakt, erken ik ook en erken ik dat gevoel ook voor mezelf. En doordat ik er woorden aan geef, komt er meteen lucht aan en kan ik ook meteen weer door. Vaak zijn het ook hele krachtige momenten, ook voor de cliënt. Dit echte contact maakt soms een heel groot verschil en een verdiepingsslag.
Met name ook door die doordat ik die mooie momenten dan benadruk en dat ik er bij stil sta. En als ik even pauzeer en dan mijn eigen geraaktheid benoem, is juist dat moment een keerpunt waarop de cliënt misschien wel voor het eerst compassie kan ervaren met gekwetste delen. In dit geval was het dus iets heel moois wat er gebeurde, maar zelfs dat. Door dat te benoemen, door daar ook gewicht aan te hangen, werd het voor hun beiden ook duidelijk dat verbinding zit in hele kleine dingen. Het hoeft niet in die grote goede gesprekken te zitten. Dit was al zo'n moment even van verbinding en ik ging ook doorpraten met ze van goh, hebben jullie dat wel vaker, zo'n momentje? En zij kwam met een voorbeeld van lang geleden, toen ze nog in hun relatie E0 zaten, zou je kunnen zeggen. En dat was toen zij iets moest doen wat ze heel spannend vond. En ze liep maar door het huis heen en weer te te te drentelen. Nou drentelen was niet echt sprake van meer met grote passen, want ze was haar speech aan het voorbereiden en haar man liep langs haar, toen nog helemaal gewoon.
Haar man liep langs haar en gaf haar even een kus op haar voorhoofd en ze zei Dat vertelde ze dus in die sessie. Op dat moment voelde ik zo van jij begrijpt mij, jij snapt dat ik hier zenuwachtig voor ben en dat ik dit moeilijk vind. Dus het zit in die kleine gebaren en mensen kunnen dan compassie voelen voor die gekwetste delen, voor wat zo ingewikkeld is. En als je als therapeut dan ook geraakt bent, dan laat je ook merken van hé, dit is een belangrijk moment. Hier stappen we niet zomaar overheen. Het is volgens mij ook belangrijk dat we. Als therapeut geraakt blijven. Natuurlijk met nuances. Daar kom ik dadelijk op terug. Maar als je op de automatische piloot zou gaan werken en je. En je doet je dingetje. En ja je je bent niet meer empathisch aanwezig of je. Je je hart gaat in quarantaine, zou je kunnen zeggen. Ja dan. Dan voelt jouw cliënt dat jij een trucje aan het doen bent. Dat je. Dat je eigenlijk misschien wel min of meer zit te wachten tot de tijd voorbij is en het uur voorbij is.
En dat kan nooit de bedoeling zijn. En dat zal ook zeker voelbaar zijn voor je cliënt. En dat is ook nogmaals waar goede therapie op gebaseerd is, op een empathisch samenzijn. Carl Rogers had het daar heel erg over. Het gaat heel erg over de relatie die je hebt met je therapeut. Die zal bepalend zijn voor het slagen van je therapie. Je kunt een hele goede methodieken inzetten, maar als jouw therapeut geen verbinding met jou maakt en ik hoor dat heel vaak van cliënten die bij mij komen, die dan zeiden ja, ik had gewoon de klik niet met de therapeut. Dus dat die klik, die zit m in dat empathisch kunnen zijn, in dat meevoelen, in dat kunnen voelen wat iemand voelt en daar erkenning misschien wel ook voor geven. Misschien wel juist door die geraaktheid. Maar dit is natuurlijk ook best wel spannend. Want meehuilen met je cliënt op het moment dat het over ingewikkelde emoties gaan, die niet zozeer die mooie, ontroerende momenten weergeven, maar veel meer die gekwetste momenten waar mensen grote dingen hebben meegemaakt in hun leven meehuilen, dat is dan weer niet de bedoeling.
En waarom is dat niet de bedoeling? Uhm, omdat meehuilen. En dan bedoel ik niet dat je heel hard mee gaat zitten grienen. Dat bedoel ik niet. Maar echt, als jouw cliënt iets heel moeilijks vertelt en de tranen schieten in jouw ogen. Ten eerste gaat je cliënt dan voor jou kunnen gaan zorgen, want die wil jou helemaal niet verdrietig maken. Die wil ook niet maken dat jij het moeilijk hebt, want jij bent de therapeut, dus jouw cliënt heeft jou nodig. En als jouw cliënt dan ook voor jou moet gaan zorgen, dan zou er een scheve verhouding gaan ontstaan. Dus dat wil je vooral ten alle tijden voorkomen. Daarnaast is het zo dat als jij mee huilt tussen aanhalingstekens dan. Of als je. Als je met je mimiek meedoet van oh oh, wat erg. Dan maak je het heel zwaar voor de cliënt. En het is juist de bedoeling dat de cliënt oordeelloos ontvangen wordt. Want ook iets zwaar vinden. Stel je voor jouw cliënt vertelt iets ingewikkelds over de relatie met de ouders.
En laatst hoorde ik het een cliënt nog zeggen hè, die had iets, iets ingewikkelds verteld over de relatie die ze had gehad met haar ouders in haar opvoeding. En de sessie daarna zei ze Ja, ik heb daar echt wel last van gehad dat ik dat verteld heb, want het voelde alsof ik mijn ouders onder de bus gooide. En dat is loyaliteit van kind naar ouder. En als mensen dan negatieve dingen of minder prettige dingen of hoe je het ook even wil betitelen, gaan delen met jou als therapeut, dan is dat heel kwetsbaar. En op het moment dat jij daarin mee voelt. Dus je zou mee huilen of je gezicht vertrekt, of je zegt jeetje wat vreselijk dat dit gebeurde. Kijk, je zou kunnen denken daarmee geef ik mijn cliënt erkenning. Maar nee, dat kan je op een andere manier doen, dat zal ik je zo direct vertellen. Maar wat je doet daarmee is inderdaad bevestigen dat deze ouders het heel slecht hebben gedaan. En daar mag je bijna niet aankomen, want dat is zo.
Zo kwetsbaar als een cliënt iets vertelt over zijn ouders of over zijn of haar kind, of over de partner. Het is heel kwetsbaar, dus wij willen daar neutraal in kunnen reageren. Maar waar we wel in mee kunnen voelen, is hoe de cliënt dat heeft ervaren. Dus als een cliënt jou iets heel zwaars vertelt, iets heel verdrietigs vertelt wat hij of zij heeft meegemaakt, dan ga je natuurlijk vragen hoe was dat voor jou? Hoe heb jij dit beleefd? En daar kun je erkenning voor geven. Ach, wat moet dat toch zwaar voor jou zijn geweest dat je dit zo ervaren hebt. Dan ga je dus niet die ouders ook mee duwen onder die bus. Om het maar even bij die metafoor te blijven van mijn cliënt. Maar dan ga je de cliënt erkenning geven voor wat hij of zij heeft gevoeld. En daar gaat het om. Dus dat is meer dan voldoende voor de cliënt wat hij nodig heeft om daar erkenning voor te krijgen. Niet om te horen dat hij inderdaad verschrikkelijke ouders had, maar wel om die erkenning te krijgen.
Dus dat meevoelen met verdrietige dingen, met moeilijke dingen, daar moet je heel en daar wil je heel erg mee uitkijken. En dat, en dat is waarschijnlijk wat er dan bedoeld werd met professionele afstand houden of bijvoorbeeld iets anders. Een cliënt vertelt jou hoe ze als meisje misschien vroeger alleen thuis moest blijven terwijl haar moeder boodschappen ging doen. Nou, dat is. Ze vertelt je misschien dan hoe bang ze was en misschien was ze wel zo bang dat ze zichzelf in de kast opsloot uit angst voor inbrekers of of enge dingen die zouden kunnen gebeuren. Nou, stel je nou voor dat jij in jouw jeugd ook zoiets hebt meegemaakt, dat je ontzettend bang was en dat je zo betrokken bent op je cliënt dat je dit ook direct voelt. Het komt direct bij je binnen en je schiet vol, want je herkent dat gevoel je. Je zit meteen zelf ook in dat gevoel. Nou, dan zou je dus meevoelen met een ingewikkelde en verdrietige emotie. Jouw cliënt ziet dat. Dat weet je, want we weten allemaal dat tranen in de ogen, die zijn zichtbaar.
Dus je wil meteen jouw cliënt vertellen wat er met jou gebeurt. Want anders gaat jouw cliënt zich nog meer zorgen maken en denkt hij oh, wat gebeurt er nu met haar? Want wat is er met die kast? Dus je kunt dan meteen vertellen van ja joh, ik schiet er van vol, want ik herken dit zo. Ik heb dit zelf ook meegemaakt vroeger. Maar vertel verder Let maar even niet op mij. Vertel verder. Dan kan het natuurlijk zijn dat jouw cliënt meer wil weten. Want ja, dat kan voor de cliënt ook weer heel fijn zijn. Dus dan zou het zomaar kunnen zijn dat jouw cliënt zegt oh ja, heb jij dat ook meegemaakt? Maar vertel eens, hoe ging dat dan? Nou, dan kan je heel kort en bondig vertellen zonder te veel in detail te gaan wat er bij jou gebeurde. Want je wil natuurlijk niet je cliënt daarin afwijzen, wil niets zeggen. Nee, het gaat niet om mij. Het gaat nu om jou, want dan wordt het heel erg eenrichtingsweg.
Dat is het toch al therapie? Maar je wil daar wel die verbinding blijven maken, dus dan zou je heel kort en bondig kunnen zeggen ja joh, ik ben ook wel eens als meisje alleen thuis gebleven, vond dat ook heel spannend en ik was ook heel bang. En hoe ben jij er toen mee omgegaan? Nou, als je dat meteen terug doet. Dus je vertelt kort en krachtig jouw verhaal en je stelt meteen weer een vraag aan je cliënt, Dan ligt het balletje weer bij jouw cliënt en dan kan het weer over je cliënt gaan. Kijk, je wil dus niet dat jouw cliënt voor jou gaat zorgen. Maar je wil ook het niet over je eigen verhaal hebben, want jouw cliënt is hier voor zichzelf en niet om jouw verhaal te vertellen, te horen. En die krijg ik ook nog wel eens vaak terug van cliënten die dan bij mij komen. Dat ze zeggen ja, ik was bij iemand. Ja, die ging ook heel veel over zichzelf vertellen en daar had ik niks aan. Daar kwam ik niet voor.
Dus meevoelen. Je eigen emoties laten zien. Je kan het niet tegenhouden. Wees daarvan overtuigd. Dus dan is het maar beter om het er te laten zijn en dat ook te benoemen en je dan te herpakken, dan dat je heldhaftig probeert door te gaan en zit te slikken. Want we weten allemaal hoe dat werkt. Als er iets gebeurt bij een ander en je weet niet wat er gebeurt, kun je al heel gauw gaan denken dat jij iets niet goed doet. En bij onze cliënten ligt dat nog veel gevoeliger. Maar misschien is het andersom ook wel. Ik maak dat ook wel eens mee. Dan ben ik in gesprek met de cliënt en ik stel een vraag en dan zie ik iets gebeuren bij de cliënt en dan kan mijn eerste reactie zijn oh jee, oe, ging dat te ver? Deze vraag Wat heb ik verkeerd gedaan of wat had ik anders moeten doen? En het enige wat dan helpt is te vragen wat gebeurt er nu bij jou? En dan kan die cliënt met een antwoord komen wat enorm verrassend is.
Dat gaat er dan waarschijnlijk helemaal niet om dat jij iets verkeerd hebt gedaan of gezegd of gevraagd, maar gaat het erom dat een cliënt in een stuk terecht komt die misschien nieuw is voor hem. Of een stuk wat heel kwetsbaar is of waar heel veel verdriet op zit. En dan is het out in die open en dan kan je het daarover hebben. Dus maak gebruik ook van die non-verbale signalen. Maar vooral blijf benoemen wat er gebeurt, ook bij jezelf. Mocht je hier nog vragen over hebben, weet mij dan te vinden. Je bent van harte uitgenodigd om mij die vragen te stellen. Voor nu hoop ik dat ik je mee heb kunnen nemen in hoe jij om kunt gaan met jouw emoties die zich toch ook aan jou opdringen tijdens de therapiesessies.