Flanders' FOOD
Flanders' FOOD Podcast - dé podcast over innovatie in de agrovoedingsindustrie!
Ontdek in deze podcast hoe wetenschap en innovatie onze voeding veranderen en laat je inspireren door boeiende verhalen uit de sector. Experten, bedrijven en onderzoekers delen hun inzichten over hoe we de voedingsindustrie van morgen vormgeven. Van de valorisatie van nevenstromen tot de meest efficiënte productietechnieken en van nieuwe grondstoffen tot voedselveiligheid - wij brengen je de laatste trends en innovaties. Luister mee en blijf op de hoogte van alles wat speelt in de agrovoedingsindustrie!
Flanders' FOOD
Podcast - innovatie in de Vlaamse varkensproductie en varkensvlees verwerkende keten
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
De Vlaamse varkensketen is opgebouwd uit meerdere sterk gespecialiseerde schakels, gaande van genetica en fokkerij tot slacht, versnijding, verwerking en retail. Aan de basis ligt de genetische selectie, waarbij via data en genomics gestuurd wordt op efficiëntie, karkaskwaliteit en voederconversie. Het Piétrainras speelt hierin een centrale rol dankzij zijn sterke vleeskwaliteit en performantie.
Historisch evolueerde de sector van visuele selectie naar datagedreven en sterk geprofessionaliseerde processen onder uniforme omstandigheden. Vandaag verschuift de focus van louter productie-efficiëntie naar een bredere ketenbenadering, waarbij ook vleeskwaliteit, smaak, dierenwelzijn en duurzaamheid essentieel worden.
Samenwerking over de volledige keten heen is cruciaal om complexe, multifactoriële uitdagingen aan te pakken, zoals kwaliteitsafwijkingen in vleesproducten. Innovatieprojecten tonen aan dat gezamenlijke inspanningen leiden tot betere inzichten en verbeterde prestaties.
Daarnaast groeit het belang van circulaire voeding, reductie van verliezen en beperking van milieu-impact, onder meer via genetische selectie op lagere emissies. Data-uitwisseling tussen ketenpartners wordt een strategische hefboom voor verdere optimalisatie en concurrentiekracht.
Tot slot blijft genetische diversiteit een sleuteluitdaging om in te spelen op toekomstige veranderingen, zoals klimaatimpact, ziektedruk en veranderende marktvraag.
Luister naar deze podcast en ontdek hoe de sector evolueert naar een geïntegreerd ecosysteem waarin innovatie, samenwerking en data centraal staan.
Website: Flanders’ FOOD - Speerpuntcluster voor de agrovoedingsindustrie
Welkom in alweer een nieuwe aflevering van de Vlaandersgoed Podcast. Vandaag praat ik met Jurgen de Buit van de Vlaamse Pietrijfkerij en Steven van Kampenhout van Vlaandersgoed over hoe de Vlaamse varkensproductie en varkensvlees verwerkende keten zich momenteel aan het heruitvinden is via innovatie en samenwerking over de keten heen. Welkom Jurge, welkom Steven. Hallo, bedankt om hier vandaag aanwezig te zijn om met onze podcast op te nemen. Kunnen jullie zichzelf even kort voorstellen? Jurri, ik ga met jou beginnen.
SPEAKER_06Ik ben dus Jurgen de Buit. Ik werk als teamleder van programma's bij de Vlaamse Piterijfkerij. Dat is een coöperatie van Vergensouders, die zich voornamelijk bezighouden met de veredeling van het Pitrij en Varsras.
SPEAKER_00En Steven, welkom.
SPEAKER_07Goedemorgen allemaal. Ik ben R ⁇ D manager bij Vlaanders Food voor het programma AgriTech to Food Products. En vanuit dat programma willen we vanuit de voedingsindustrie samenwerken met andere partners in de keten om zo te gaan innoveren. We doen dat rond bepaalde belangrijke ketens. En uiteraard is de varkentrot, wat wij noemen dan charcuterie keten, een van de belangrijkste ketens, ook economisch gezien in Vlaanderen, waar wij dan voor gaan innoveren.
SPEAKER_00Oké, bedankt voor deze korte intro. Voor we direct helemaal in het thema duiken, denk ik dat het wel relevant is, Steven, voor onze luisteraars, om even kort te schetsen hoe die Vlaamse varkensproductie en varkensvleesverwerking vandaag in Vlaanderen georganiseerd is. Dus met andere woorden, hoe ziet die keten er juist uit?
SPEAKER_07Voor de meeste mensen bekende keten staat eigenlijk bij de varkenshouder, die de vleesvarkens eigenlijk opkwekt, die gaan vervolgens uiteraard naar het slachthuis. En dan is er een nieuwe partner in de ketenam te versnijden, die zorgt eigenlijk voor de deelstukken en ook voor het versvlees voor een stukje. En dan hebben we het vlees stroomt verder door, enerzijds naar verwerking toe. Verder verwerking naar versvlees is dan meestal verpakt en gaat dan naar de retailsector of naar benouweren. En dan is er ook een deel van het versneden vlees dat ook naar de verwerkende industrie gaat. Dan denken we aan de industrie die de charcuterieproducten maakt, maar ook industrie die vleesnacks maakt. Ik kan ook meegeven dat buiten die voor ons zichtbare keten ook een stukje voor die keten zich situeert. Elk vleesvark heeft uiteraard een vader en een moeder, we noemen dat een vaderbeer en een moedig zeug. En ook daar zit er in dat stukje van die keten, voor de varken heel wat spelers actief. En Vlaams Peatern Voekerij is daar dus een van die spelers in die keten. En ik denk Jurgen dat jij dat stukje van de keten een klein beetje beter kan toelichten dan ikz.
SPEAKER_06Inderdaad, voor het slachtuis, waar dat eigenlijk het Vleesverhaal begint, zit er inderdaad ook nog heel wat spelers en schakels van die keten, die ook steeds maar meer gediversifieerd en gespecialiseerd is uiteindelijk. En daar zijn wij ook een speler in. Dus in het verhaal van zaadje tot carbonaatje zetten wij als fokersvereniging eigenlijk nog voor het zaadje. Want het zaadje wordt geproduceerd in het kunstmatige incemilatiecentrum uit de vaderbeer, die dan heel vaak een eenbeer is. En zo is het Pitrain ras een één beerras, is altijd de vader van het koeletje in principe, en in principe nooit de moeder. En daar is onze taak dan om eigenlijk als product data te verzamelen van die varkens. Om daarmee volkwaardeschattingen en indexen te gaan berekenen. Hoe efficiënt die individuele dieren uiteindelijk zijn om varkensvlees te maken. Maar ook om hoe geschikt zijn ze om betere kwaliteitsvlees te maken. Maar ook vooral voor de rechtstreekse klant van die Pietervokkers en de KI centra, zijn het de zeugen en de vleesvarkers.
SPEAKER_00En even voor de lestrechter, de KI centra, dat zijn de.
SPEAKER_06De kunstmatige inceminatiecentra. Die oosten het sperma. Als ik dat woord hier mag gebruiken, om te verdelen aan de zeugen die dan de zeugen gaan bevruchten, om bergjes te maken en uiteindelijk vriesvarkens die naar het slachtuis gaan.
SPEAKER_07Kort kun je dat eigenlijk zien, van kijk, dat stukje voor die varkensader, die zorgt voor de geschikte varkens met de geschikte en gewenste eigenschappen, voor de spelers verderop in de keten. En dat is zowel aan de zeugenkant als aan de berenkant. Zitten daar dus spelers die zorgen voor dat gewenste varken, of varken met gewenste eigenschappen.
SPEAKER_00Oké, en dat is dus eigenlijk een stukje genetica, wat jullie noemen.
SPEAKER_06Inderdaad, dat is genetica. In eerste instantie kwantitatieve genetica, om een technisch woord te gebruiken, dus dat is massaselectie, op basis van data. Maar steeds vaker ook al moleculaire genetica, dus op DNA niveau. Da is het woord Genomics een buiswoord op vandaag. En daar houden wij ons mee bezig eigenlijk.
SPEAKER_00Oké, superinteressant, helemaal nieuw voor mij, misschien ook voor sommigen uitrecht. We zeiden het al, het Pietrain varken, wat is daar zo speciaal aan aan dat ras?
SPEAKER_06Traditioneel is dat het ras of het varkensras die instaat voor wat wij noemen master eigenschappen, dus carcaskwaliteit, bodybuilder gehalte, vleespercentage, is daar een belangrijke KPI key performance indicator. Voor de industriële mensen onder de luisteraars. Maar ook dan groei. En vooral voor de varkenzouder, voederconversie, omdat voeder de belangrijkste kost is voor het produceren van een varken. En dus de omzetting van voer naar varken is superbelangrijk voor die mensen.
SPEAKER_00Je hebt al kort geschetst wat jullie vandaag doen, hoe zijn jullie ooit eigenlijk ontstaan? Want ik kan me voorstellen dat ze daar zoveel jaar geleden misschien nog minder mee bezig waren met heel dat genetica stuk.
SPEAKER_06Dat is inderdaad een hele evolutie. En die gaat ook steeds maar sneller maar opmegeven. Het Pitrainras is ergens ontstaan tussen de twee wereldoorlogen. Het is eigenlijk het jongste varkensras in de wereld. De meeste varkensrassen, zoals Lars Wide of landras, die zijn ergens ontstaan in de industriele revolutie in Groot-Brittannië, die heel vaak de weg was van heel veel varkensrassen, ook Bergsje, Danwert, noemt ze het maar allemaal op. Het Pitrainras is een van de weinige varkrassen die buiten Groot-Brittannië ontstaan is. En in België is dat tussen de twee wereldoorlogen, in de streek rond tien, concreet, Shondonje. Het dorpje Pitrein, eigenlijk is een beetje de weg, niet zo ver van Brussel uiteindelijk, van het ras, wat de notaris klerk, de verpleester, de postbode in een schuurtje in de tuin aan de slag gingen met het harras. En specifiek eigenlijk de conformatie en de karkaskwaliteit, die erg enorme besping gaan fokken. Na de Tweede Wereldoorlog werd het terras plots enorm populair, omdat er veel meer vraag was naar magervlees en gezondheid begon al de kop op te steken, terwijl de uit de oorlogsjaren kwamen, was het energie, vet was super belangrijk om op te nemen. En die omslag is eigenlijk de doorbraak geweest in Vlaanderen, ook Wallonie, van dat varkensras, omdat het zo bespierd was. De binowers betaalden daar super goede prijzen voor. En zo is dat eigenlijk ontstaan, vanuit de karkaskwaliteit eigenlijk.
SPEAKER_00En waar is dan de Vlaamse Pietrainfokkerij dan? Waar ligt dat aan de basis van? Hoe zijn jullie dan?
SPEAKER_06Wel, het is eigenlijk ontstaan. De fokkerij in Vlaanderen en België is ontstaan ergens rond het jaar 1900 met vekwiek syndicaten, niet alleen in varkens, maar ook in rentvee. Er was een parochisch, zoals we die vroeger noemden, dat een aantal boeren samen aankochten. Maar dat was ook zo voor een meer. Die reisden dan rond van de ene varken naar de andere. Van daaruit is dat een beetje georchestreerd en gestructureerd door de overheid. Voedsel was toen nog wel een heel belangrijk en duur product. En dat werd dan georganiseerd en er waren premi's gegeven voor dieren die er goed uitzadigen, waarvan we dacht dat ze geschikt en efficiënt gingen nakomelingen te produceren. Zo is de Landsbond ontstaan, een overkoepelend orgaan. Na de Tweede Wereldoorlog is het dan heel snel in Roeslaren in de landbogschool, de eerste selectie maesterij, opgericht en vrij succesvol gebruikt eigenlijk om dan meer te professionaliseren, dus die voederomzetting. Want voorheen was dat op prijskampen, dat waren schoonheidswedstrijden, eigenlijk. Welke zuig of beer had de mooiste bellen, of de meest uitgebreide bellen, de goede carré voor de koteletjes en daar lijke meer. Ook rasigenschappen. Het Pitraaras kenmerkt zich door de zwarte vlekken en de 45 graden, niet al te grote oortjes. Niet direct economisch van belang, maar toch wel om een ras mooi af te leggen. Maar dat is geïvolueerd. En die professionalisering na de Tweede Wereldoorlog, met die selectie, maesterijwerking, is er meer op schoonheid van binnen, noem ik dat dan. Hoe geschikt is dat om voeder om te zetten in vlees, maar ook vlees, eigenschappen van vlees, het verhaal van het galotaan. Strvoeligheid, heng dat via verdovingskas, vaststellen. In de jaren 10 is daar dan de mutatie gevonden in het DNA. Zo is dat allemaal een beetje geëvolueerd.
SPEAKER_00En ja al, voederconversie was en is heel belangrijk, kaskwaliteit, dat zijn parameters waarop jullie focussen. Zijn er nog zo parameters en waar jullie vooral ook in het begin, meer een tijdje geleden al op focust. Dat zijn belangrijke parameters die misschien vooral het begin van de keten aanspreken.
SPEAKER_06Wel, uiteraard in een gediversifieerde keten, als je directe klant. Heel belangrijk, want als de decision making unit, zoals men dat in de marketing noemt, die bepaalt als je hij verkoopt of niet. Dus bij ons is dat eigenlijk de zeugen, die dan vaak ook de vleesvarkens afmeest, en de huidige keten, is dat ook al gespecialiseerd, is dat ook al ontkoppeld. Vaak heb je zeugen die dan de bij verkopen aan afmeesters, om een lelijk woord te gebruiken, of vleesvarkenshouden, om het een beetje moderner te noemen. Het oordeel van de genetica door die mensen is voor ons superbelangrijk. En daar de belangrijkste driver is die voerconversie, 100 gram minder voer nodig hebben om een kilo vlees aan te maken, is voor hen direct euro's in de chacos bij spreken. Dat is een belangrijk aspect. Maar steeds meer stellen we vast dat groei. De snelheid waarmee dat vlees aangezet wordt, belangrijk aan het worden is. Omdat structuren van management systemen van de zeun zorgen ervoor dat men maar zoveel tijd nodig heeft om een vark klaar te maken voor de schakel achter hun het slachtuis en dan de vleesverwerking. En daar zien we evoluties dat die karkasssen zwaarder worden. Omdat de kosten per karkast vaste kosten, alleen of meer vaste kosten zijn. En als je dat kunt spreiden over meer kilo's, dan wordt het efficiënter.
SPEAKER_00Ja, oké. We kunnen eigenlijk zeggen dat dat een beetje jullie klassieke manier van werken is, waar je vooral kijkt naar die eerste schakel in die keten. Maar ik kan me ook wel voorstellen dat jullie ook daarbinnen al redelijk wat geïnnoveerd hebben, ten opzichte van zoveel jaar terug.
SPEAKER_06Inderdaad, voor mijn carrière, mijn voorgangers, die op mijn stoel zaten, daar was het de automatisering van de voerinstallatie om die voerverbruiken op een geautomatiseerde manier te datalogen, maar ook ventilatie. De stal en richting is ook enorm geëvolueerd, ook richting emissie. Tunnel, excretie, waterkanaal, machtkanaal. Dat is net voor mijn carrière. Ik ben ondertussen 52 jaar oud, daar ook al een tijdje mee. Niks. Een belangrijke innovatie die ik zelf in die selectie maasterij, waarking doorgevoerd had, vrij snel na de start, was het centraliseren van het zuugbedrijf, die de begin aanleverden naar de selectiemeasterij. De Selectie Masterij is eigenlijk een vleesvarkestal, waarin we vleesvarkens afmasten van 25 naar 120 kilo op vandaag. Vroeger was het zo dat we haar en daar in het Vlaamse land naar beggen gingen ophalen van de eigenaar van de Pitrainbeer. of Landrasbeer was het ook nog, om daarvan nakomelingen af te maken in de slagsheid. Maar doordat we Hans het Vlaamse land rond verschillende origines van varkens binnen bracht, bracht je ook alle ziekten, kan niet zeggen, van Egypte, maar ook van Vlaanderen binnen in uw stal. Waardoor ik soms het gevoel had, zijn we hier verschillen in genetica aan het meten, of zijn we verschillen in ziektes aan het meten, of vaccinatiestatus en dergelijke meer. Dus dat was wel een belangrijke innovatie richting de betrouwbaarheid van de cijfers. Bijkomend hadden we dan ook veel meer informatie van die zeugen van dat zoumbedrijf, want die produceerde in één worp, twee, drie worpen van verschillende beren, zodat eigenlijk de onbekende factor, genetisch gezien, nog dienen Pitrain Vaderbeer op dat KI-centrum. Filosofie is misschien ook nog belangrijk om te zijn van een selectiemeesterij is, om onder uniforme milieuomstandigheden eigenlijk dieren te gaan vergelijken. Want die hebben uiteraard in prestaties ook een heel grote invloed. Het management, het voer, de ziektestatus heeft een belangrijke impact. En dat is ook de reden waarom wij als coöperatie niet bij de Pitrainfokkers zelf eigenlijk de belangrijkste data gaan verzamelen, omdat je daar met die milieuverschilling, die variatie zit. En hebben we dat opgelost in een stal onder uniforme omstandigheden qua voeder, qua milieu. Nu zijn er ook wel nog seizoenseffecten. Als het zomer is en het is heel warm, zakte voederopname, vandaar we ook iedere keer in elke groep een referentiebier laten meelopen als meetlat of als benchmark. Ten over wat we verlegen, als we de bijtjes bij de zeunoder bijvoorbeeld een diarree meegemaakt hebben, gaan die bijtjes van die referentiebier dat ook normaal gezien meegemaakt hebben. En op die manier hebben we alvast.
SPEAKER_07Jurk, je hebt nu de nadruk gelegd op de metingen die jullie in de selectieminesterij doen. Maar uiteraard kunnen ook metingen al wel erop in de keten, ook al van oud zair, laat het zo zeggen, kan je ons daar iets meer toelichten? Want karkaskwaliteit, waar meet je dat?
SPEAKER_06Heel belangrijk schakel in de keten is uiteraard het slachtoffers. Daar wordt vroeger subjectief door een keurder, eigenlijk de karkaskwaliteit, het vleespercentage, maar ook het typegetal, wat we vroeger noemden het typegetal, eigenlijk de conformatie. De hoekham, de hambreedte, de lendenbreedte, werd eigenlijk bepaald. Dat was vroeger in de handelsklassement, maar men heeft dat met toestellen geobjectiveerd. Vroeger had je plektoestellen. Er is ook een periode geweest waarin men met camera's eigenlijk die conformatie ging capteren en daar aan de hand van verschillende metingen op beeldanalyse, eigenlijk een soort artificial intelligence af van la letter. We praten toch al 25 jaar geleden. Waar men aan de hand van beeldmateriaal een computer handbreedte hoekham ging laten automatisch registreren aan een snelheid van 500, 600 per uur. Ondertussen is dat ook weer al vervat. Een tiental jaar terug is de fameuze autofon. Dat is eigenlijk een toestel gecreëerd in Denemarken, is geïntroduceerd geweest in Vlaanderen in de slagtuizen. Dat toestel is niet zo direct geschikt om conformatie, het bodybuilder gehalte te bepalen van onze varkens. Dat was onze unique selling proposition van de Pitrain trouwens. Maar eerder richting vleespercentage, enorm performant. En hoge betrouwbaarheid. Het vleespercentage van het varken bepalen. En ook de gewegten van de deelstukken. En natuurlijk richting versnijders is dat super interessant voor het slachtuis. Voor het slaftuis is het eigenlijk een heel goed toestel. Naar de unique selling proposition van het Vlaams varken is dat eigenlijk iets minder goed, waardoor we eigenlijk wat meer geëvolueerd zijn naar een Europees eenheidsworst, varken, zo noem ik dat. Maar desondanks proberen wij als genetica speler nog altijd die traditie van die conformatie en dat bodybuildergehalte in ere te houden. Want eigenlijk is dat een beetje het fysitekaartje van onze Vlaamse vleesindustrie, niet alleen in het varken. We zien ook met de Belgisch Wetblauw rundras, zien we ook eigenlijk diezelfde bodybuilder gehalte, de karkaskwaliteit. We zien het ook in het schaap. We hebben de Beltex geontwikkeld in de schaapras, ik ben zelf schapenvoer en hobby matig. En we hebben dat geëxporteerd naar Groot-Brittannië. Ondertussen zit het al in Nieuw-Zeeland de Beltex. Dat internationaal imago van onze karkaskwaliteit is een visitekaartje. We zitten daar met een probleempje. Inationalisering, de Europeanisering van dat autofomtoestel, die de slachtuizen wel eigenlijk heel belangrijk vinden. En ook de varkensolden, omdat die objectieve meting, die vroegere toestellen, gingen wel eens makkelijk uitvallen. En er waren dan een aantal varkens niet gemeten. En dat is problematisch in discussies. Het is een goed toestel en wij moeten ons aanpassen met onze genetica.
SPEAKER_00Hoe merkten jullie dan eigenlijk dat het niet langer voldoende was om naar die eerste schakel te kijken, maar dat er echt wel meer een keten gedreven aanpak nodig was?
SPEAKER_06Wij merken dat het slachtuis is traditioneel eigenlijk een soort gatekeeper. Dat is een bottlenek, waar alle vakkers toekomen. En die vanuit gaan die karkassen en die deelstukken naar alle handen ook weer familiale verwerkers, of zelfs industrieel verwerkers, retailers die zelf verwerking doen en dergelijke meer. En ja, een gatekeeper heeft vaak een beetje een machtspositie. Voor ons als vokkerij is het een uitdaging om aan data te geraken downstream van het slagtuis, waar ook wel problemen vaak de kop opsteken, met de vleeskwaliteit. Niet alleen de sensorische eetkwaliteit bij de consument. Als je op die karkaskwaliteit enorm gevocht hebt, zoals we jaren gedaan hebben na de Tweede Wereldoorlog. Tot zeker, laten we zeggen, in de jaren 90. Hat je dan die genetische afweking, die zorgde voor PSV-vlees, peel, soft, en exilatief, en onze keten is dat een heel gekend fenomeen. En het Galotan, die man ook wel eens het stress noemt. Die het voordeel heeft dat je per allele 1% meer vlees hebt, maar de keer zij soms dat je gedenatureerd vlees krijgt, wat vleesverwerking niet altijd gelukkig mee is. Pijnene procentjes maken rijke ventjes. Als het water binnen het vermogen een procent lager is, een klein procentje dekt wel aan en die volumeketen die het vlies uiteindelijk is.
SPEAKER_00Steven, zijn er dan nog andere schakels of bepaalde noden die jij had kunnen detecteren?
SPEAKER_07Ja, inderdaad. We zijn we ook in contact gekomen met jurgen vanuit de schakels in de keten krijgen we signalen van kijk, er zijn bepaalde neveneffecten verbonden aan die selectie. En de genetica draagt daar dus een beetje toch bij tot bepaalde kwaliteitsafwijkingen die zich accidenteel kunnen voordoen, maar ook geleidelijk aanbreed kunnen voordoen naar bijvoorbeeld smaakkwaliteit. Dus iets wat we vastgesteld hebben over de jaren één, dat het intramusculair vet dat toch aan het dalen was. En dat hebben wij wel nodig voor een bepaalde technologische kwaliteit in bepaalde vleesproducten te behouden. Daarnaast natuurlijk zijn wij. Wel tevreden over de uniformiteit waarop de selectie gebeurt. Ook voor ons verderop in de keten is efficiëntie belangrijk. Dus die parameters uiteraard blijven voor ons belangrijk en daar vinden we elkaar op. Maar we hebben elkaar opgezocht eigenlijk om vooral te werken rond die kwaliteit en die vleeskwaliteit. En dat is toch wel nieuw gegeven voor de selectievokerijprogramma's. En zo zijn we in contact gekomen met jurgen. Dus voornamelijk rond die kwaliteitsafwijkingen. En dan gaat het enerzijds over wat de jurgen al zei, die PS, die sporadisch wel eens kan opduiken. Periodisch, voor problemen kan opzorgen bij de verwerking. En anderzijds die smaak, wat bij mij geleerd wordt, organoleptische kwaliteit. Dat omvat niet alleen puugduide smaak, maar ook het uitzicht van het vlees, de kleur, het waterbindend vermogen en dergelijke.
SPEAKER_00En hoe moet ik me dat dan voorstellen? Gaan jullie dan kijken welke genen er verantwoordelijk zijn voor die bepaalde kwaliteitsparameters.
SPEAKER_06Met nieuwe technologieën die de moleculaire genetica ons aandient, die bovendien ook steeds democratischer wordt in prijzen. Dus die genotyperingen doen wij in internationale labortussen. Zeker voor die technologische vleeskwaliteiten, we hebben vroeger het stressgen, dat fenotype werd dan oorspronkelijk niet vastgesteld in het DNA. We spreken over de jaren 80, waar men eigenlijk via het halotaan was toe te passen op beggetjes met een soort verdoving, net zoals bij de mensen kon vaststellen, dat de spieren in krap ging. En dan wisten we dat die drager was van dat gen. Die PC soms aan de basis legt van die PS-afwiking, maar ook wel voor een hoger vleespercentage zorg aan de andere kant, en een lagere voedderconversie. Dus dat is ook weer een tweesnijd zwaar, zoals we vaak in de fokkerij tegenkomen. Heel vaak als je vlucht voor een puit, kom je in pad tegen, in West Vlaanderen. En mijn naam is toevallig Puits. En ik woon dan ook nog eens in de paddenstraat. Het zal zeker waar zijn. Maar gekheid op een stokje. Ook even snel terugkeren op dat verhaal van de uniformiteit. Ook daar zien we eigenlijk dat zal het verhaal terugkeren. Uniformiteit downstream en de vleesverwarking, en ook en bij het slachtuisin, is heel belangrijk als product als je een product creëert. Maar de keerzijde is, als je uniformiteit hebt of een topdreft, dan heb je heel weinig genetische variatie en diversiteit. En dat is net de motor van genetische vooruitgang. Als je hetzelfde op hetzelfde zet, bijkom je hetzelfde. Maar als je een basis hebt die redelijk variatie vertoont aan diversiteit, kun je echt genetische vooruitgang gaan boeken. Het is een kwestie van een evenwicht daarin te vinden. Dat is een van onze startes, binnen niet alleen die varkens, maar ook de structuur van een varkmoek, van een volkensvereniging, waarbij dat je verschillende ideeën hebt, geografisch ook verspreid zit. En zo hebben we recent kunnen vaststellen dat het verhaal van PRS-vrije beren, een PRS is een ziekte die endemisch gewend is, maar toch wel voor de nodige economische verliezen verzorgen bij de varkenshouden. Nu is er een evolutie om die verspreiding van die ziekte tegen te gaan, want het kan ook naar bepaalde mate via het sperma verspreid worden, moeten onze fokers PRS-negatieve peren aanleveren. En doordat we met fokers zaten in verschillende locaties. Dus de fokers buiten de kernproductiegebieden waar slaanderen, aan de periferie in Brabant in Limburg. Die waren het vrij snel eigenlijk. Op die manier hebben we dat snel kunnen schakelen en invullen.
SPEAKER_07Ik kom nog even terug op de kwaliteit waar wij op beginnen te werken zijn. Concreet, hebben we daarvoor een project gestart, nog voor de coronaperiode, was dat genoemde ProTendram. En waar dat ook Vlaams Peaterijvoekerij betrokken was, en daar hebben we verschillende varkenrassen en types binnen, varkenrassen via gerichte kruisingsproeven in onderzoek bij kennisinstellingen laten vergelijken en effecten bekijken van die genetica op die kwaliteitskenmerken smaak, de organoleptische kwaliteit.
SPEAKER_00Eigenlijk zijn we hier aan het praten over systeemdenken. Dat je dus ook naar de andere schakels in de keten begint te kijken, dat ook allemaal in kaart brengt. Steven, op welke manier kan en kon Vlaandersvoet hier een faciliterende rol in spelen.
SPEAKER_07Belangrijk is natuurlijk dat we mensen zo samenzetten over heel de keten heen, samen nadenken. En ook luisteren naar elkaars uitdagingen. En een uitdaging waar we naast kwaliteit elkaar ook vinden in die keten, is duurzaamheid. Zoals dat iedereen weet, er is een zware koolstofvoetafdruk verbonden aan het produceren van vlees. Is natuurlijk nutritioneel waardevol, naar smaak toe en dergelijke. Maar wij kunnen werken aan de verbetering van die duurzaamheid. Zo we ook daarover zitten nadenken hoe kunnen we dat doen. We hebben een ander project gestart samen met Spelers in die keten. Dat is het Future Flamish Peak project. En een van die zaken die we daarop gewerkt hebben, is het verminderen van zoveel mogelijk verliezen in elk deeltje van die schakels. Het zijn verliezen die zich accidenteel voordoen, maar die natuurlijk een zware impact hebben op de koolstof voetafdruk als ze zich voordoen. Zo zijn we dan Future Flamish gestart. Dus met spelers verdekken vanuit de genetica. Maar we hebben evenzeker ook veevoeder, de ketenspelig die verantwoordelijk is voor het veevoedder erbij betrokken, uiteraard het slachthuis, de versnijder. Dan ook de versplaceproducenten. En dan, last but not least, ook charcuterie producenten. En in dat project heeft elk van die schakels op zijn manier geïnnoveerd, een stukje bijdra te dragen, aan het verbeteren van kwaliteit, maar zeker ook aan het reduceren van die mogelijke verliezen.
SPEAKER_00Dus eigenlijk echt wel een samenwerkingsprek tussen bedrijven.
SPEAKER_07Ja, en ook opmerkelijk, laten we zeggen dat dat was gedaan via een projecttype waar de bedrijven zelf aan de slag gingen. Dus waar Prod en de Ram eigenlijk een project was waar we gerichte proven lieten doen aan kennisinstellingen. En bij Future Flames Peak ook de bedrijven aan het werk gezet, aan het innoveren gezet. Dus ze hebben zelf onderzoek en ontwikkeling gedaan. En daarnaast hebben we ook nog de kennisinstellingen die dat project hebben bijgedragen. In Future Flames Peak hebben we ook gekeken naar de rol die het varken zou kunnen opnemen in een circulaire voedingseconomie. Dus daar is een proef gebeurd waarin we varken vooral op voeder hebben gezet, dat samengesteld is uit circulaire grondstoffen, en bijvoorbeeld ook nevenstromen uit de voedingsindustrie. En dan komen we tot een nieuwe uitdaging, en dat is de robuusti van het varken, dat kan jurgen dan weer een woordje uitleggen over.
SPEAKER_00Om dan daarmee met dat voeren dat toch wel variabel is, aan de slag te kunnen gaan.
SPEAKER_06Ja, dat was het idee omstromen die variabel zijn, om te kijken hoe verschillende genetica's daarop reageren, enerzijds genetica met een lage dagelijkse voedderopname, in vergelijking met varkens met een hogere dagelijkse voedderopname. En daar hebben we eigenlijk vastgesteld dat binnen het Pitra's, dat die daar eigenlijk beiden redelijk goed mee omspringen, dat er eigenlijk geen significante verschillen waren. Dat was ook het Future Flamish Pig project, was voor ons eigenlijk ook heel belangrijk om de visie en het concept, het ontwikkelen van zero waste binnen de keten. En niet alleen voor onze directe klant die wel belangrijk is, de poer, en eigenlijk het KI-centrum. Waardoor we bijvoorbeeld proberen het bevruchtend vermogen van de meer mee te nemen, zodat er minder fluctuatie is in de spermakwaliteit, waardoor een keer een sprong moet weggegoeid worden. Dat is ook een vorm van weist in de keten. Maar ook bij de varkenser, bij de geboorte en de kraanstal, dat er minder kraamstaluitval is van onze beggetjes. Daar hebben we vastgesteld dat er daar toch ook een significante erfelijkheidsgraad aan vastzet. Downstream en de vleesvarkensstaluitvalparameters, maar ook ijs die de maatschappij steeds maar stelt. Er komen camera's bij het lossen van varkens. En minister Wijt mee te kijken. En oké, daar moeten wij ook de erfelijkheid van bepalen. En hebben we vastgesteld dat we daar ook wel wat verbeteringen kunnen doen. En zo zijn we bezig met sterker beenwerk. Da hebben we een aantal parameters voor ontwikkeld en automatische fotypering of vaststellingen gedaan in de vleesvarkestal, hebben we ontwikkeld in het Future Paak, samen met het socialer maken van de varken zijn, zodat ze wat liever zijn voor elkaar, misschien wel minder ruzie maken, laat het toch zo zijn. Dat zijn daar parameters, eisen vanuit de maatschappij. Maar heel belangrijk ook, en dat is misschien naar de toekomst toe. Om problemen van die vleesverwerking en slicings. Problemen van kookham. Slicingsverliezen noemen ze dat. Dat is een terugkerend probleem die wij op ons bord krijgen. Dan gaan we een keer naar Steven.
SPEAKER_07Ja, kan daar gerust op inpikken. Het zijn problematieken die zich aan het eind van de keten, vooral bij Charcute bedrijven, het gaat hier dan over hoogwaardige kookham voordoen. Dus de problematiek of de oorzaken, die kunnen wat we noemen, multifactoreel zijn. Dat betekent eigenlijk dat er verschillende oorzaken in die keten zich kunnen voordoen die bijdragen tot dat probleem. Wij hebben redelijk zicht op de mogelijke oorzaken. Maar wat gebeurt er als er een probleem wordt vastgesteld, is dat je niet kan toewijzing doen naar één bepaalde speler in die keten toe. Als veroorzaker van het probleem. En daarom zijn we nu aan het werken aan een project om daarbij komend inzicht in te krijgen. En we werken aan een project waarin we vertrekkend van het sneedje ham helemaal de afgelegde weg gaan kunnen terugtrasseren naar het begin van de keten. En daarmee ook in de keten gaan kijken van wat heeft dat slecht stukje sliceende ham allemaal meegemaakt doorheen die keten. Ook van omgevingsfactoren. We kijken zelfs naar klimaatfactoren, omdat we ook zien dat dat probleem vaak cyclisch opduikt. We hebben wel ergens een idee van waar het aan zou kunnen liggen, maar we willen nu inzicht kijken in het relatieve belang van die verschillende mogelijke oorzaken. En dat kunnen we pas doen als we die tracering kunnen doen van een slecht stukje helm doorheen die keten heel zijn afgelegde weg volgen tot aan het begin. En dus komt ook genetica terug in beeld. Genetica is een van de mogelijke oorzaken. Jurin heeft daar juist gesproken over het hallotaan, dat is eigenlijk het stressgen, wordt dat ook wel genoemd, maar er zijn er ook nog factoren op kwekende stallen en dergelijke, die kunnen bijdragen tot problematiek. De slachtprocessing. Ja koeling in het slachthuis en dergelijke en zo natuurlijk ook in de processing zelf. We gaan weer alle partijen weg samenbrengen om de koppen is bij elkaar te steken. En vanuit dat nieuw gegeven dat we onder andere door die genotypese technologie in staat zijn om vanuit een plakje ham eigenlijk helemaal de weg terug te bouwen naar het begin. Dat aan te grijpen om beter inzicht te krijgen. En ook de spelers in de keten beter te engageren en op keteniveau strategieën eigenlijk te gaan kunnen bedenken, uitwerken om die problematiek beter aan te pakken, want we gaan het als keten moeten doen.
SPEAKER_00Ja, oké. We spreken hier al de hele tijd over de vleesverwerkende keten. Dierenwelzijn is daar ook een heel belangrijke factor in. Jurgen zei het al dat de bieren een beetje liever zijn voor elkaar, dat speelt daar ook wel in mee. Zijn er nog zo zaken, misschien in het project Future Flemish Peak, kan je een beetje toelichten. Wordt er daar ook naar gekeken?
SPEAKER_07Ja, ik heb inderdaad aangehaald, we werken daar rond de robuustijd van het varken, maar dierenwelzijn was ook een aspect dat wij bekeken hebben. Dat begon al bij de genetica, zoals Jurgen daar heeft aangehaald, maar ook in het slachthuis. En wij gewerkt aan een objectieve monitoring van stressgevoeligheid, zodra de varkens aankwamen, eigenlijk in het slachthuis. Om dan onder meer met camera-technologieën kunnen te beoordelen hoe de groep onder stress staat of gestaan heeft, hoeveel rust we ze moeten geven. Zeker dat dieren wel zijn, zeker dankzij de genetica kant en dan de slaghuiskant, hebben we daar ook gekeken. Maar we kunnen daar uiteraard nog verder gaan. En we staan open om in die richting verder onderzoek te lanceren.
SPEAKER_00Jurgen, we vertellen het al, door heel die ketengedreven aanpak, zijn jullie ook op nieuwe parameters gaan beginnen focussen. Zijn daar nu al resultaten van zichtbaar? Dat die resultaten van die selecties eigenlijk al nu zichtbaar zijn in bepaalde beren, in bepaalde petra en varken.
SPEAKER_06We hadden in de kraanstal het kenmerk Zwammers. Dat is een fenomeen waarbij dat bergetjes eigenlijk de pootjes niet kunnen sluiten en niet vlot naar de uier kunnen gaan, na de geboorte, om best te zuigen. En daar hebben we de incidentie van 2% naar een halve procent kunnen brengen. Het zijn marginal gains, noemen we dat, die kenmerken die belangrijk zijn naar dieren. Zo hebben we ook een kenmerkbalbreuken, dat is een liefesbruk, bij de mensen komt dat ook wel eens voor. En ook daar hebben we wel wat vooruitgang geboekt. Naast dan ook, en dat is recenter, vanuit het Future Pick, die eigenlijk nog maar anderhalf jaar gereden gestopt is. Haven we die nieuwe volkwarden op die sociale kenmerken, dat vakken iets liever moeten zijn voor elkaar. Daar hebben we een index voor. En zijn de fokken al mee aan de slag. En we hebben ook een index op vlak van beenwerk. Er mag iets meer bot zijn. Maar ook daar weer, als je vlucht voor een puit, kom je een pad tegen. Als er meer bot is, heeft die uitsnijder iets meer verlies, want been is een afvalproduct. Dus als je een percentje meer been hebt, heeft hij een percentje minder snijderend. Enzijds, anderzijds. En de consument vooral. Belangrijkste speler en Hans de keten heeft ook wel iets te zeggen.
SPEAKER_00Oké, zeker.
SPEAKER_07Dan kunnen we nog toevoegen dat hij over benen en zo begint. Dus misschien goed om aantaal dat eigenlijk. Men moet beseffen dat het varken dat daar eigenlijk amper iets van verloren gaat in die keten. Dus alles wordt alle nevenstromen hoor op een nuttige manier verwekt in die been, bijvoorbeeld, daar kan je dus gebruik van maken als grondstof voor, om daar uiteindelijk gelatine van te maken. Maar een voorbeeld, het gaat zelfs ook het vijfde kwartier, zoals dat er wordt genoemd en dergelijke, dat wordt allemaal gevaliseerd. Maar dat is eventjes uitgezijde dat ik dat belangrijk verpelde.
SPEAKER_00Nu Jurgen, en jullie namen deel aan het Future Flemish Peak project. Nu hebben jullie nog uit andere projecten of nog uit andere initiatieven bepaalde inzichten gekregen om naar die ketengedreven aanpak te gaan.
SPEAKER_06Recent hebben we te maken gekregen als sector, als varkensector. Met het stekstofverhal, de stikstofemissie. En daar waren we al bezig met het ontwikkelen van een excretiefwaarde bij onze beren. En dat is gebaseerd op de heel technisch AVVT-techniek, bij de maastbank aanhefte die varkenshouders deden. Dat is een techniek die bijna niemand toepast. De meesten passen de regreterechte techniek toe om die excretiecijfers van hun varkens te breken in. Ik, als ingenieur en als datatechneut was al een tijdje bezig om die aanhefte via de AVVT, andere voeders en voedertechnologieën te doen vanuit de wetenschap dat we scharpe voederconversies hadden in de selectiemasterij. En vanuit die techniek hebben we samen met Leuven, met een onderzoeker die doctoreerde, Wem Horsen. Een index gaan berekenen om eigenlijk de erfelijkheid van excretie, stikstof en fosfaat in de mest te gaan berekenen. Nu, je weet, Maast is een heel belangrijke bron van emissie. Het gaat dan over stikstofemissie, die problematiek van minister De Mier in der tijd, en het stikstofakkoord die daaruit uitgevloeid is uiteindelijk. En nu zijn wij heel concreet bezig met een demoproject, waarin we een groep beren met een hoge volkwaarde excretie vergelijken, ten opzichte van beren met een volkwaarde lage excretie. We vergelijkt niet de beren, maar hun nakomelingen in normale vleesvarken, gekruiste vleesvarkens. En dat doen we in samenwerking met PVL van Bochelt. Het zou wel eens kunnen blijken, dat de trend naar steeds maar meer groei, genetica, de groei die belangrijk is bij de rechtstreekse klant zijn de varkensoder, dat die eigenlijk niet de juiste weg is, dat mogelijk wel is de varkensgenetica met een lagere dagelijkse voedderopname en een tragere groei, efficiënter is in het omzetten van vlees en een lagere excretie heeft, en uiteindelijk ook een lagere emissie zal hebben, maar dat is een onderdeel van het onderzoek. Ik ben benieuwd aan de interne berekeningen vanuit de slechtse maastreden van die aard, maar we willen nou wel eens bevestigd zien, die inzichten en dat demoproject, eigenlijk, die ook een vorm van een onderzoek is.
SPEAKER_00Oké, heel interessant. Steven, je vermelde al het project Future of Lame Speak. Pro Tenderham. Eigenlijk past dat allemaal een beetje in onze roodmap, die we hebben bij Vlaandersfood. Kan je daar nog kort even iets over zeggen?
SPEAKER_07Ja, met die roodmap bieden wij concepten aan. Dat zijn grote thema's waar wij innovaties rond verwachten. Dat gaat van het varken zelf tot en met het charcuterie-product. Maar even zeer rond nevenstromen en daar mogelijkheden. En rond duurzaamheid, aspecten dat in deze podcast aan bod gekomen zijn. Maar er zit ook bijvoorbeeld een concept in, wat wij pik data genoemd hebben. Dat is wel eentje dat ik in de toekomst belangrijker zie worden. We zijn gewoon van in de keten, grondstoffen en materialen, tussen producten, etc. met elkaar te delen, van de ene partij naar de andere. Uiteindelijk deel je niet alleen producten, maar ook data met elkaar. En als die data op met elkaar gedeeld worden, kan je ook beginnen innoveren, kan je bijvoorbeeld problemen aanpakken die multifactoreel zijn, zoals bijvoorbeeld het probleem dat we bij het HAM-ID-product gaan aanpakken. Het problematiek van het slicen van die ham, waar af en toe toch wel iets fout kan lopen. Dus ja, dat concept pikdata, daar verwacht ik in de toekomst toch wel ook nog wat verdere projecten rond te kunnen ontwikkelen. We hebben al ook daar een aanzet gedaan in Future Flemish Peak. Maar ik denk dat daar wel een gericht project rond nodig is, want de uitdagingen zijn daar niet in. Uiteindelijk data. Dan kom je bij eigenaarschap van data, confidentialiteit. Anderzijds zijn daar weer al opportuniteiten en technieken waar je data kan gaan anonymiseren en ook bepaalde informatie uithalen en met elkaar delen, zonder dat je hoeft te weten van waar die data komt. Dus zo zijn we toch wel ideeën aan het ontwikkelen om ook daar projecten rond te starten. Maar in het algemeen biedt dat programma de kans om met je ideeën voor die sector, voor die keten tot bij Vlaanders voet te stappen. Wij gaan met initiatiefnemers graag in gesprek bekijken wat wij kunnen doen met welk projecttype. Misschien daar even toelichten. En protener, dat was een collectief projecttype. Daardoor wordt de kennis vergaard door een kennisinstelling en zitten de deelnemers in een begeleidingsgroep. Future Manag was een ander projecttype, dat was een iCon-project, waar de bedrijven zelf aan de slag gingen en zelf resultaten bekwamen, waar zij dan eigenaar van waren. Dus dat zijn allemaal zaken die wij bekijken met initiatiefnemers. Die wordt dan beoordeeld op hun belang, hun hoogdringendheid en natuurlijk op de kwaliteit van het onderzoek dat we in dat project eigenlijk gaan doen en uitwerken en dergelijke.
SPEAKER_00Dit verhaal hier vandaag, ik kan mij voorstellen dat dit wel inspirerend werkt voor heel veel luisteraars. Als ze dus een idee hebben, Steven, om ook zelf mee te stappen in zo'n ketenverhaal binnen of buiten de vleessector. Wat moeten ze dan concreet doen? Kunnen ze dan contact opnemen met jou?
SPEAKER_07Ja, uiteraard. Bij mij komt maar eigenlijk, Vlaanderen Voet heeft veel deuren waarop geklopt kan worden. Het kan even bij mijn collega's en dat kan via de websites zijn. Daar kan men ook altijd via ons vraag atnemen. kanaal inner welke vraag trouwens stellen, maar ook kan men daar al met een idee beginnen aan bij Vlaanderengoed aankloppen. Dus laat zeggen, we staan open via allerlei kanalen. Er is niet één persoon die je moet aanspreken. Uiteindelijk zal het wel terechtkomen of bekeken worden vanuit het programma dat we hebben. En die rookmappen van varken tot charcuterie. Maar hoe dat tot bij ons komt, maakt eigenlijk niet uit. Als het maar tot bij ons komt. En dat mag een pril idee zijn trouwens. Wij gaan altijd graag in discussie. Sommige pril ideeën worden niet uitgewerkt tot een project, maar andere natuurlijk wel. En ook uit die discussie komen soms nieuwe ideeën weer naar voren, die dan wel tot een project kunnen maken.
SPEAKER_00Oké, heel duidelijk, dankjewel. Nu Jurgen, voor we afsluiten, hoor ik nog heel graag van jou, hoe jij de toekomst ziet van de fokkerij, waar jij zelf nu nog kansen ziet voor innovatie. Je hebt al heel veel gedaan, maar ik kan me voorstellen, er zijn nog altijd uitdagingen. Je kan altijd blijven verder gaan. Hoe zie jij dat?
SPEAKER_06Een heel belangrijke uitdaging voor de genetica wereld, is uiteindelijk die genetische diversiteit te kunnen bewaren. We zien bij een ander dier de cap, dat dat eigenlijk in de handen zit van een paar spelers, maar meer wereldwijd. En we stellen vast dat het soms grondig fout loopt, ook daar. Ongetwijfeld bijna Vlaandersfood heeft men dat ook in kaart gebracht, die problematiek. En zover hopen wij dat het niet komt. We zijn een kleine regionale mondiale speler, als het zo mag zijn, want het Pitrain ras is uiteindelijk een wereldras geworden. Wij zijn klein geblieven, en andere organisaties hebben dat ras opgepakt en ook gaan verleden uiteindelijk. Maar die genetische diversiteit, waarom? Enerzijds om de uitdagingen die op ons afkomen van het milieu. Dus de global warming. Het is een feit, we moeten dat niet gaan ontkennen. Sommige politiekers zijn daar specialisten in. Maar wij als industrie geloven dat we daarmee moeten aan de slag gaan naar de toekomst. Dat gaat ongetwijfeld ook zorgen voor meer en andere ziektes. Als je klimaat verandert in uw land, dan komen misschien wel Afrikaanse ziektes, waar we nog nooit van gehoord hebben, we hebben corona gehad bij de mens. Het handavirus was nu actueel. Het stopt nooit. Zeker door de globalisering, wordt het enorm snel verspreid. Dat zijn uitdagingen die wij hopen ook te kunnen tackelen met genetische diversiteit. Niet alleen link aan het milieu, maar ook zeker de turbulenties in de markt. En consumenten wensen veranderen altijd maar sneller. We zien ook de geopolitiek plots voeder kost geschikt door het tak, door de oorlog in de graanschuur Oekraïne. We hebben het allemaal meegemaakt. Het komt altijd maar sneller op ons af. Diversiteit is altijd een vorm van een buffer en een starte, die wij traditioneel binnen onze organisatie by design eigenlijk, gemerkt hebben dat dat een voordeel is. Dus dat is een belangrijk aspect. En de nieuwe technologieën. Genomics, wat we die hier al genoemd, die evoluties zijn ook van die art een beetje vergelijkbaar met de computerchips. Ik dacht, dat is de wet van more of zo. Ook daar ventiplaats en snapchips, de costrace is systematisch aan het dalen, waardoor er eigenlijk nieuwe toepassingen komen. Nu recent hebben we kunnen vaststellen. Dat we op een spier in een plakje ham. Uite retail, konden we eigenlijk al de vader aanwezen op het KI-centrum. Dat is een use case. Als dat allemaal systematisch kan gebeuren met die goedkope genomics technologie, die gaan we nog moeten ontwikkelen wellicht in dat project. Dus dat is een aspect. Ik zie ook een evolutie, enerzijds Belgische retail varken. Ten opzichte van een exportvarken, die eigenlijk wel nog een beetje die karkaskwaliteit en die unique selling proposition van ons Belgische varken in Eerhoudt. We moeten nog altijd twee of drie varken gaan exporteren. Dat is zeker nog een aspect. Daar zie ik nog die twee sporen die wij gaan volgen. De Europese, maar steeds ook de wereldhandel en vlees, wordt steeds meer een strijd van ketens. Het zijn die ketens die de data die verzameld worden en die verschillende schakels het best kunnen integreren. En op basis van die data beslissingen en technologie ontwikkelen, die gaan winnen. Dus volgens mij ga je dat best doen via een ecosysteemstrategie, waarbij je value-based marketing gaat gebruiken, zodat je op basis van die informaties, als er zaken foutlopen, dat je het varken opbrengt op het eind van de keten bij de consument. Je kunt gaan verdelen en incentives geven om problemen downstream bij andere schakels te gaan oplossen. Dat is een beetje de visie. Datadelen zit in ons DNA al by design in ons kleine ecosysteem van fokker KI-centrum. Zumoder, slachtuis zit daar ook allemaal bij. En uiteindelijk selectiemeasterijwerking. En informatieverzameling via een platform die online staat. Dat is onze AISA database, waar iedereen een login heeft en eigenlijk kan volgen. Wat is er hier aan de hand. En we hopen dat de schakels en de spelers downstream van het slagtis ook aan te kunnen toevoegen. Als ik dat nog in mijn carrière kan meemaken, dan gaan we als keten toch wel wat verweeslijkt hebben.
SPEAKER_00Oké, daar kunnen wij aan meewerken, Steva.
SPEAKER_07Ja, uiteraard. Ik hoop dat dit inspirerend werkt voor een iedereen de keten die met innovatieve ideeën rondloopt zit. Wij zijn van Vlaanderen Goet het innovatieplatform. Niet alleen voor de woningsindustrie, zoals hier uit deze podcast blijkt, maar ook voor ketens. Dus vandaar een kleine oproep. Sluit u aan bij ons als innovatieplatform. Kom met u de ideeën af. Wij werken het idee uit tot een project dat is het begin van een samenwerking, maar ook vooral het begin van realisaties.
SPEAKER_00Oké, ik denk dat dat een heel mooie afsluiter is van deze podcast. Daar is er mij alleen nog jullie te bedanken, Jurin en Steven, voor jullie komst en het hele fijne gesprek. Ik heb superveel bijgeleerd, vond het ook heel inspirerend, en ik ben er zeker van dat onze luisteraars daar ook zo over denken. Dan ga ik onze luisteraars nog bedanken voor het luisteren en graag tot een volgende keer.