Omdat ik het zeg! - Podcast met Jan Verban & zoon Zeno

Aflevering 14 - Broers & Zussen

Jan Verban

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 25:39

In deze aflevering van “Omdat ik het zeg!” duiken Jan en Zeno in de wondere wereld van broers en zussen. Hoe kwamen ze op de namen Zeno, Cas en Amena? Is het leuker om de oudste te zijn? En klopt het eigenlijk dat enig kinderen gemiddeld gelukkiger zijn?

Naast de stickervragen van luisteraars bespreken ze:

  • de eeuwige strijd: Sint-Maarten vs. Halloween
  • Sinterklaas vs. Kerst (en waarom de Kerstman het zwaar heeft)
  • wat Zeno vertelt als iemand vraagt wat zijn vader voor werk doet
  • de plusklas, onderzoeken aan de universiteit van Tilburg
  • ruzie maken én dikke vrienden zijn met je broertje en zusje
  • Feyenoord vs. PSV aan de keukentafel

In “Zeno’s Blik Op” gaat het deze week over de verkiezingen: hoe beleef je politiek als kind, waarom weet iedereen alles over Amerikaanse verkiezingen maar bijna niets over de Nederlandse, en hoe voelt het om de burgemeester een hand te geven?

Luister mee voor veel gelach, een paar serieuze momenten en heel veel herkenbare verhalen over het leven met broers en zussen.

👉 Volg Omdat ik het zeg! in je podcast-app, geef ⭐⭐⭐⭐⭐ als je moet lachen, en stuur deze aflevering door in je favoriete groepsapp.

📲 Volg ons ook op Instagram: https://www.instagram.com/omdatikhetzeg_depodcast/

Podcast: Omdat ik het zeg!Aflevering: Broers en zussen


Jan: Hoi Zeno.

Zeno: Hoi papa.


Jan: Wat doen we vandaag?

Zeno: Een podcast opnemen.


Jan: Van?

Zeno: Omdat ik het zeg.


Jan: En waar gaat het vandaag over?

Zeno: Broers en zussen.


Jan: Ja. En vind je het niet gek dat er geen woord is voor broers én zussen tegelijk? Dat je altijd “broers en zussen” moet zeggen?

Zeno: Ja.

Jan: Niet zoiets als “brussen” of “zoers”.

Zeno: Zoers klinkt echt heel smerig.

Jan: Ja, dat is waar. Brussen kan nog wel.

Zeno: Ja.

Jan: In het Engels heb je wel “siblings”, van “sister” en “brother”. Sibling.

Zeno: Sibling.

Jan: Geen idee of dat helemaal klopt, maar goed: daar gaan we het straks over hebben.


We krijgen nog steeds heel veel leuke reacties. En deze keer ook heel veel vragen. Zó veel zelfs, dat we deze aflevering geen “Gezien in de media” hebben gedaan.


We twijfelen een beetje of we daarmee door moeten gaan. Selma en ik zijn elke week aan het zoeken naar leuke fragmenten uit bijvoorbeeld het Jeugdjournaal of zo. Maar als je niks echt leuks tegenkomt, is het eigenlijk ook niet zo interessant om erover te praten.


Dus: als jullie iets leuks tegenkomen wat wij hier móeten bespreken, stuur het alsjeblieft naar ons op. Dan doen we het item “Gezien in de media” er gewoon weer in. En anders praten we gewoon extra lang door over andere dingen – wat eigenlijk vaak nog leuker is.


Zeno: Ik vind “Gezien in de media” wel een van de leukste dingen.

Jan: Ja, we hadden ook niet met jou besproken dat we het er even uit hielden. Weet je wat, Zeno: als mensen leuke dingen blijven opsturen, dan gaan we het gewoon weer doen.

Zeno: Alsjeblieft doen.

Jan: Ja, alsjeblieft. En wat moeten mensen sowieso doen?


Zeno: Als je dit op YouTube kijkt: liken, abonneren en delen.

En als je dit op Spotify luistert: een hartje geven, volgen en vijf sterren geven.


Jan: En onze social media in de gaten houden: “Omdat ik het zeg, de podcast” op Instagram.

Zeno: En het allerbelangrijkste: delen. Altijd delen.


Vandaag doen we eerst de stickervragen – vragen die jullie insturen via de vraagstickers op Instagram. Dat zijn drie hele leuke vragen. Daarna gaan we naar het hoofdonderwerp: broers en zussen. Daar zijn heel veel vragen over binnengekomen, dus we kijken hoeveel we kunnen bespreken.


Daarna doen we nog Zeno’s Blik Op, dat gaat natuurlijk over de verkiezingen. En we sluiten af met wat Zeno komende week gaat doen – en een beetje wat ik ga doen.


Maar eerst iets anders. We hadden in eerdere afleveringen gezegd dat we op Instagram jullie mening gingen vragen over een paar stellingen. Daar is heel veel op gereageerd, en die ga ik nu met Zeno doornemen.



Stickervragen & polls


Jan: Zoet of zout, wat kies jij altijd?

Zeno: Zoet.

Jan: De uitslag: 53% zoet en 47% zout. Mooi verdeeld.

Zeno: Dat vind ik best logisch.


Jan: Volgende: Sint-Maarten of Halloween? Wat zei jij?

Zeno: Halloween natuurlijk.

Jan: Ik ook Halloween. Ik ken Sint-Maarten serieus niet uit mijn eigen jeugd. Maar de uitslag is 49% Sint-Maarten en 51% Halloween.


Dat betekent dat we veel volgers hebben uit Amsterdam en de noordelijke provincies, want daar wordt Sint-Maarten veel gedaan. Ik heb dat nooit gedaan als kind.


Zeno: Ik vind mensen laten schrikken om snoepjes te krijgen leuker dan liedjes zingen om snoepjes te krijgen.

Jan: Snap ik. Maar als je als kind altijd iets anders hebt gedaan, vind je dat natuurlijk ook leuk.


Laatste: Sinterklaas of Kerst?

Zeno: Natuurlijk Sinterklaas.

Jan: Ik ook. Maar 64% koos voor Kerst.


Die oude man zit nu in Spanje en hoort dit. Die denkt: wat een klap in mijn gezicht.

Zeno: Sinterklaas, als je dit kijkt: ik ben nog steeds Team Sinterklaas. Kerstman als je dit kijkt: weg met je.

Jan: Ja, doei Kerstman.



Jingle: Stickervragen


Jan: Dan nu: welkom bij Stickervragen! Vragen die worden gesteld op de Instagram van “Omdat ik het zeg”.


Vraag: Hoe zijn jullie op de namen van de kinderen gekomen?


Jan: Ik denk dat dat vooral voor Selma en mij is, want ik denk niet dat jij hebt meegedacht over je eigen naam. Of wel? Weet jij hoe we op jouw naam zijn gekomen?

Zeno: Jullie waren het allebei eens. Jij had een andere naam, mama had een naam, en uiteindelijk werd het Zeno.


Jan: We kenden vroeger een jongen die Zeno heette. Die kwamen we ergens tegen. Toen zei Selma: “Dat is wel een leuke naam als we ooit een kind krijgen.” En ik zei: “Ja, eigenlijk wel.” We hadden wel discussie, want ik vond het in het begin een beetje een aparte naam, en daar houd ik niet zo van.


Nu vind ik het een superleuke naam – door jou. Ik heb nooit heel sterke meningen gehad over namen. Ik denk altijd: het kind maakt de naam. Maar ik heb toen wel gezegd: de volgende naam mag wel iets normaler.


Zeno: En Cas is niet heel normaal.

Jan: Nee, Cas zelf is niet normaal, maar de naam is wel normaal. Cas is iets gewoner als naam. Misschien zelfs té normaal, want op het voetbalveld staan we elke keer met twee of drie Cassen in één wedstrijd.


In jouw team zit een Cas, in Cas zijn team zit een Cas, en hij speelt vaak tegen twee Cassen. Het is echt niet normaal.


En dan Amena. Daar hadden we ook al een naam voor toen jij nog niet geboren was, want we zochten ook meisjesnamen. Ik keek naar Pakistaanse namen, omdat Selma half Pakistaans is. Toen kwamen we de naam “Amena” tegen, en die vonden we heel leuk.


Uiteindelijk hebben we dat veranderd naar Amena, door jou en Cas. Jullie zaten achterin de auto, een beetje chagrijnig, en ik vroeg: “Jongens, wat vinden jullie mooier: Amena of Amena?” Jullie zeiden toen: “Amena, dat is meer een prinsessenaam.”


Toen kwam ik thuis en zei tegen Selma: “Zij vinden Amena mooier, zullen we dat doen?” En zo hebben jullie dus ook een kleine bijdrage geleverd.


Zeno: Nu denken we: Amena, wat is dat voor rare naam?

Jan: Als ik “Amena” hoor, vind ik dat nog steeds leuk. Maar Amena past gewoon beter bij haar.



Vraag: Wat vertelt Zeno als iemand vraagt wat zijn vader voor werk doet?


Jan: Wat zeg jij als iemand vraagt wat ik voor werk doe?

Zeno: TikTokker. Influencer.

Jan: Oké, duidelijk.


Zeno: Als het een vriend is, zeg ik: hij sponsort McDonald’s.

Jan: Of hij wordt gesponsord door McDonald’s. Allebei klopt half.


We gaan best vaak naar de McDonald’s. Deze snippet mogen ze wel sponsoren trouwens.


Zeno: Dan krijg ik 50 euro.

Jan: Ja, jij begint erover, dus eigenlijk zou jij dan ook moeten meedelen.



Diepe vraag: Waar zou je spijt van hebben als je er morgen niet meer zou zijn?


Jan: Van een luchtige vraag naar een hele diepe:

“Waar zouden jullie spijt van hebben als je er morgen niet meer zou zijn?”


Zeno: Ik?

Jan: Ja.

Zeno: Dit vind ik vooral jammer, geen spijt: dat ik vandaag heb gehoord dat ik naar de plusklas mag, en dat ik dan morgen weg ben. Dan kan ik niet meer naar de plusklas.


Jan: Ach lieverd. En wat is de plusklas precies?

Zeno: Ik weet niet precies wat jij doet, maar een vriend van mij zit ook in de plusklas. In plaats van gewone lessen doe je dan een soort projecten of dingen die je leuk vindt, bijvoorbeeld voetbal. En het is een extra uitdaging.

Volgens mij doe je in plaats van Engels bijvoorbeeld Spaans.


Jan: Vandaag kregen we een bericht van je juf: ze merkte dat jij behoefte had aan meer uitdaging en vroeg of wij het goed vonden als je naar de plusklas ging. We zeiden: als hij het zelf leuk vindt, dan mag het. Ze vroeg of wij het aan jou wilden vragen en ik zei: als jij het vraagt, is ook goed.


Binnen een minuut had je een enorme grijns op je gezicht. Het was heel duidelijk dat je het wilde. Dus hou ons maar op de hoogte hoe het gaat met jouw verdere schoolcarrière.


Jan: Waar zou ik spijt van hebben als ik er morgen niet meer ben?

Dat ik een keer een waterballon in een cabrio heb gegooid. Daar hou ik het op.

Zeno: Maar dat heb je niet gedaan, ik was erbij.

Jan: Klopt, ik probeerde iemand tegen te houden. Dus ik was medeplichtig.

Zeno: Ik zeg gewoon dat jij het hebt gedaan, dat is een leuker verhaal.



Broers en zussen


Jan: Oké, broers en zussen. Zeno, hoeveel broers en hoeveel zussen heb je?

Zeno: Nul zussen, nul broers.

Jan: Zo weinig?

Zeno: Ik heb één broertje en één zusje.

Jan: Dat klopt. Jij hebt alleen maar een broertje en een zusje.


Zeno: Ik ben de grootste.

Jan: En de…?

Zeno: Oudste.


Jan: Wat vind je ervan dat je de oudste bent?

Zeno: Leuk. Dan kan ik zien dat mijn broertje naar bed moet en ik nog even mag chillen.

Jan: Is dat het belangrijkste?

Zeno: Ja.


Jan: Soms zeg ik tegen jou: jij bent gemaakt om je broertje te helpen. Ik heb zelfs een keer gezegd dat je ervoor gemaakt bent om zijn rits dicht te doen. Ik vind mezelf dan heel grappig. Tegen Cas zeg ik soms: jij bent gemaakt om lief te doen tegen Zeno.


Maar serieus: jij bent een hele lieve grote broer.


Cas doet nu mee aan een onderzoek bij de universiteit van Tilburg, een intensief traject van veertien weken. Daar zijn we al lang mee bezig, maar het is pas net begonnen. Hij gaat daar twee uur heen en als hij thuiskomt, ontlaadt hij bij jou.


Jullie gaan meteen spelen. Jij vraagt: “Cas, hoe was het? Wat heb je gedaan?” En hij vertelt gelijk enthousiast tegen jou. Jullie zijn dan zó lief samen, daar word ik heel blij van. En dat hebben jullie allebei ook met Amena: jullie zijn heel lief voor haar.


Jan: Voel jij die zorg ook terug van Cas en Amena?

Zeno: Soms wel, soms ook echt niet.

Van Amena krijg ik het bijna nooit.

Jan: Nee.

Zeno: Nou ja, eigenlijk best vaak.

Cas is soms een beetje brutaal. Hij vroeg laatst bijvoorbeeld niet hoe mijn kinderfeestje was geweest.


Jan: Vind je dat moeilijk?

Zeno: Niet zo erg. Ik heb ook een papa en mama, dat vind ik fijn.

Jan: En wij vragen het wel.

Zeno: Ja.


Jan: Dat komt nog wel, daar hoef je niet bang voor te zijn. Dat heeft ook met leeftijd te maken.



Enig kind?


Jan: Had je soms liever enig kind willen zijn?

Zeno: Oh, echt niet.

Jan: Nee?

Zeno: Soms denk ik: stel dat ik alleen was, zonder broers of zussen om mee te spelen… dat lijkt me saai.


Jan: Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die enig kind zijn gemiddeld gelukkiger zijn en vaak een hechtere band met hun ouders hebben. Maar dat betekent natuurlijk niet dat dat voor iedereen zo is. Er zijn ook gezinnen met veel kinderen waar het juist heel goed gaat.


Ik heb in elk geval een hele goede band met jullie.

Zeno: Ja.


Jan: Gemiddelden uit onderzoek zeggen niks over ons als gezin. Wij kunnen het gewoon heel fijn hebben met z’n vijven.



Vertellen dat er een zusje kwam


Jan: Weet je nog dat we vertelden dat je nog een zusje kreeg?

Zeno: We zaten op de opvang. We waren vier of vijf of zo. Toen zei jij: “We hebben een verrassing thuis.” En wij riepen: “Worstjes! Knakworstjes!”


Jan: Ja. En eigenlijk hadden jullie gelijk, want Amena is natuurlijk ook gewoon vlees en bloed.

Zeno: Zeg nou godverdomme, zeg nou godverdomme!

Jan: Dan hadden we kunnen zeggen: je zusje heeft een knakworst – dat is óók vlees.


Thuis lieten we jullie een paar kleine schoentjes zien. Jullie dachten dat het voor ons jongste nichtje was. Toen zei mama: “Nee, het is jullie nieuwe zusje.”


Jij snapte het wel, Cas iets minder. Die vroeg: “Zit die nu al in je buik?”

Jullie waren in ieder geval allebei superblij.


Ik heb het ook gefilmd, dus we kunnen het ooit nog terugkijken. Volgens mij waren het roze/meisjesschoentjes, dus ik denk dat jullie toen ook doorhadden dat het een meisje was.



Op wie lijk je?


Jan: Lijk jij op je broertje en zusje?

Zeno: Best wel op mijn broertje, qua uiterlijk.

Jan: En op Amena?

Zeno: Daar lijk ik ook wel op.


Jan: Amena is wel echt heel jong nog. Ze is opgevoed als meisje, maar qua interesses lijkt ze heel erg op jullie. Ze kan goed voetballen, houdt van hijskranen, auto’s en…

Zeno: Viaducten.


Jan: Ja, als ze een viaduct ziet vanuit de auto, dan schreeuwt ze: “Viaduct!” Ze wordt helemaal gek van viaducten.


Laatst zat ik met jou, een vriendje van je, Cas en Amena in de auto. Amena riep steeds “Viaduct!” en jullie drie jongens keken elkaar aan: “Wat is een viaduct?”

Zo leren jullie dus ook dingen van je kleine zusje.


Jan: Zou je nog meer broers of zussen willen hebben?

Zeno: Ik weet het niet. Ik denk dat het zo goed is.

Jan: Dat denk ik ook. Mocht er ooit nog een kindje bij komen, dan vertellen we het jullie.

Zeno: En dan ben ik nog steeds blij dat ik de oudste ben.



Groot gezin


Jan: Ik kom uit een gezin met vier kinderen…

Zeno: Hoeveel kinderen hebben jouw papa en mama?

Jan: Acht. Ik heb drie broers en vier zussen, plus mij.


Zeno: Acht kinderen?! Zijn dat allemaal met dezelfde papa en mama?

Jan: Ja. Best bijzonder hè? Ik dacht altijd al dat drie kinderen veel is, maar acht is echt een heel groot gezin.


Papa wilde altijd veel kinderen, mama ook. Daarom hebben we nu drie kinderen, en dat is ook best veel.



Zusje of broertje erbij?


Jan: Stel, je zou nog een broer of zus krijgen. Zou je dan liever een broertje of een zusje willen?

Zeno: Ik denk dat jullie dan zelf zouden kiezen. Jullie hebben al twee jongens en één meisje.

Jan: En wat zegt je gevoel?

Zeno: Gevoel zegt: meisje.

Jan: Dat snap ik wel.



Moeten broers en zussen vrienden zijn?


Jan: Vind jij dat broers en zussen echt vrienden moeten zijn?

Zeno: Nee, niet per se. Zelfs Cas en ik hebben vaak ruzie, maar we zijn ook heel lief voor elkaar. Dus we zijn een soort vrienden.


Jan: Ik vind dat jullie juist echt vrienden zijn. Maar niet iedereen heeft dat met zijn broer of zus. Als je totaal andere interesses hebt of een groot leeftijdsverschil, is het moeilijker.


Met mijn broers en zussen heb ik ook periodes gehad dat ik meer met de één had en dan weer met de ander. Dat is heel normaal.


Zeno: Met wie heb je nu het meeste contact?

Jan: Nu het meest met Diesd. Toen ik kind was, met mijn oudere zus Marleen, later met Emma, mijn jongere zusje. En vanaf het moment dat ik het huis uit was, juist weer met Diesd, omdat we allebei gameden en Feyenoord-fan waren.


Nu is het met iedereen goed, maar niet meer dagelijks contact met iedereen. Diesd is ook niet meer zo actief in de appgroep, en dat mag ook.



Battlefield-verhaal


Jan: Over Diesd gesproken: hij vroeg laatst of ik weer een keer online Battlefield met hem wilde spelen.


Ik dacht: leuk, doen we. Ik wilde Battlefield kopen: 70 of 80 euro. Toen kwam ik erachter dat ik ook nog mijn online abonnement moest verlengen. Dat kostte 120 euro per jaar.


Dus ik 190 euro verder, een uurtje Battlefield gespeeld met Diesd… zegt hij: “Ja, dit is niet mijn spel, hoor. Ik denk dat dit de laatste keer is dat we het spelen.”


Ik had letterlijk net 200 euro naar PlayStation overgemaakt.

Maar goed, ik kan natuurlijk zelf ook nog verder spelen. Het was vooral een grappig verhaal.



Stickervraag: broertje of zusje verkopen


Jan: Dan een heel luchtige stickervraag van Berjan:

“Voor hoeveel geld zou je je broertje of zusje verkopen?”


Zeno: Amena: 1 euro.

Cas: 1 cent.


Jan: Nou, duidelijk.

Zeno: Nee joh, tuurlijk niet.

Jan: Onbetaalbaar?

Zeno: Onbetaalbaar.

Jan: Perfect antwoord.



Belangrijkste taak als grote broer


Jan: Wat is jouw belangrijkste taak als grote broer?

Zeno: Irriteren.

Jan: Irriteren?

Zeno: En helpen. Dat zijn twee tegenovergestelde dingen.


Jan: Klopt. Maar ik denk dat je gelijk hebt. Door te plagen en te helpen leren ze omgaan met tegenslag, sociale dingen, en ook met liefde en steun. Daar ben ik het helemaal mee eens. Jij geeft perfecte antwoorden vandaag.



Op wie lijken de kinderen?


Jan: Op wie lijken jullie het meest, denk jij?

Zeno: Mama.

Jan: Ja, als kind lijk jij heel erg op mama, en nu nog steeds.


Cas lijkt meer op mij, denk ik. En Amena zit er een beetje tussenin, maar ook meer richting mama.


Ze lijken allemaal een beetje op ons allebei. En jullie lijken onderling ook op elkaar.



Ruzie en aandacht verdelen


Jan: Wie hebben het vaakst ruzie in huis?

Zeno: Cas en ik. Honderd miljard miljoen procent.

Jan: Dat denk ik ook. Dat is ook heel normaal.


Heb jij het gevoel dat wij jullie alle drie evenveel aandacht geven?

Zeno: Ja. Soms denk ik dat Cas en Amena iets meer aandacht krijgen. Maar dan denk ik ook: ik ben de oudste, ik kan meer zelf.


Jan: Krijg je daar een vervelend gevoel van?

Zeno: Nee, eigenlijk niet.


Jan: We zijn daar wel bewust mee bezig. We proberen met ieder apart ook dingen te doen. Ik ben vorig jaar met jou weg geweest, laatst met Cas. Mama doet ook dingen één-op-één.


We hebben zelfs een aparte aflevering gemaakt over één-op-één-tijd.


Zeno: Ik heb de laatste tijd wel het gevoel dat jij vaker met mij meegaat, naar Feyenoord bijvoorbeeld.

Jan: Dat klopt. Jij bent voor Feyenoord, Cas is voor PSV.


Ik heb tegen Cas gezegd: “Prima, maar dan ga je niet meer mee naar Feyenoord, en ik ga niet met jou naar PSV.” Dat is zijn eigen keuze.


Zeno: Ik hoop niet dat Amena voor Ajax is.

Jan: Nee, ik ga niet nóg een kind verliezen aan een andere club, zeker niet aan Ajax.



Zeno’s Blik Op – Verkiezingen


Jan: Dan nu: Zeno’s Blik Op. Heb je wat meegekregen van de verkiezingen?

Zeno: Eigenlijk niet.


Jan: Kinderen op school riepen wel: “Vandaag stemmen, stemmen!”

Zeno: Ja, ik dacht: waarvoor stemmen we eigenlijk? Niemand wist het precies.


Jan: Dat is ook best ingewikkeld in Nederland. Je kende stemmen wel via Donald Trump en Kamala Harris, toch?

Zeno: Ja.


Jan: Gisteren bracht ik jullie naar voetbal en daarna ging ik stemmen – voor mezelf en voor Selma. Jullie vroegen: “Waarvoor ga je stemmen?” En ik zei: “Voor de politiek.” Dat vonden jullie heel vaag.


Ik vind het wel bijzonder dat jullie meer meekregen van de Amerikaanse verkiezingen dan van de Nederlandse.

Zeno: Misschien omdat toen de hele wereld meekijkt, en nu vooral Nederland.


Jan: Dat is een heel wijs antwoord. Op school kijken jullie nu meer Smurfen dan nieuws, geloof ik. Eerst keken jullie Jeugdjournaal, nu Smurfen. Ook een soort groei.


Je zei dat je spijt had dat je een van de laatste afleveringen van het Jeugdjournaal niet had gezien, omdat er iets met “Stemmen!” in zat.


Ik ga je niet vertellen wie er gewonnen heeft. Maar ik kan wel zeggen: als Rob Jetten de baas van alles zou zijn, dan wordt het misschien een fijne orde en winnen we allemaal aan het einde van de dag.



Komende week & Halloween


Jan: Wat gaan we de komende week doen?

Zeno: Naar Feyenoord.

Jan: Naar Feyenoord, zaterdag.


Zeno: Ik denk dat ik daar een beetje ga schrikken, en mensen laat schrikken. Jullie mogen in de reacties raden waar dat over gaat. En ik denk dat ik ook wat snoep ga eten.


Jan: Ik denk dat jullie het al weten…

Zeno: Happy…

Jan en Zeno: Halloween!


We gaan zo nog een Halloween-filmpje opnemen dat jullie waarschijnlijk al hebben gezien tegen de tijd dat deze aflevering online staat.


Aanstaande dinsdag heb ik een drukke dag: ’s ochtends ga ik naar een evenement van het Wereld Natuur Fonds, en later die dag word ik geïnterviewd door het clubmagazine van Feyenoord – als het lukt tussendoor.


Voor de rest wordt het weer een drukke, maar leuke week.



Afsluiting


Jan: Wil je nog wat zeggen tegen de mensen?

Zeno: Hopelijk heb je een leuk Halloween gehad.


Jan: Heel erg bedankt voor het luisteren. Wij vonden het weer superleuk. Ik heb echt tranen gehad van het lachen, dat is altijd een goed teken.


Stuur de aflevering vooral door naar vrienden, familie, groepsapps – alles helpt.

Wij gaan nog even foto’s maken, nog een filmpje opnemen, en dan spreken we jullie…


Zeno: Volgende week weer!