Omdat ik het zeg! - Podcast met Jan Verban & zoon Zeno
Een podcast van Jan Verban over twijfels in de opvoeding en de wereld van kinderen anno nu.
Soms zwaar, soms juist heerlijk luchtig.
Geen BN’ers of experts — maar gesprekken met zijn 7-jarige zoon Zeno.
Gewoon in de achtertuin.
Omdat ik het zeg! - Podcast met Jan Verban & zoon Zeno
Aflevering 23 - Kinderen & omgaan met geld
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Deze week hebben we het over geld (ja echt), luxe (is dat nodig?) en waarom Zeno binnen een half uur z’n “verdiende” vijftig euro omtovert tot… Robux. 💸🎮
We praten over:
- Sparen vs. meteen uitgeven (en waarom sparen soms 24 jaar duurt)
- Wanneer je mag werken (Zeno ziet zichzelf al bij Albert Heijn: “scam!”)
- Luxe spullen: heb je dat nodig, of is “gewoon praktisch” genoeg?
- Ervaringen vs. dingen kopen (Zeno’s take is verrassend wijs)
- Het duurste dat we ooit kapotmaakten (incl. een bijna-Lambo-moment)
- En natuurlijk: een brainrotquiz, een Philips-mysterieapparaat en Zeno die een presentatie moet houden in de plusklas (spoiler: Michael Jordan ≠ LeBron).
Volgende week: huisdieren — want we denken serieus aan parkietjes (Zeno maakte zelfs een presentatie om mama te overtuigen).
📌 Vergeet niet: delen, doorsturen en luisteren met iemand die “geld sparen” ook vooral als theorie ziet.
👉 Volg Omdat ik het zeg! in je podcast-app, geef ⭐⭐⭐⭐⭐ als je moet lachen, en stuur deze aflevering door in je favoriete groepsapp.
📲 Volg ons ook op Instagram: https://www.instagram.com/omdatikhetzeg_depodcast/
Jan: Hey Zeno, welkom bij de podcast Omdat ik het zeg! Heb je er weer zin in?
Zeno: Ja.
Jan: Het onderwerp is iets anders dan vorige week, toen was je natuurlijk helemaal hyped. Maar nu?
Zeno: Geld. Dat vind ik ook wel leuk.
Jan: Vind je geld leuk?
Zeno: Ja.
Jan: Oké, daar gaan we straks over praten.
Zeno: En daar kun je dingen van games kopen.
Jan: Oh ja, dus eigenlijk hebben we het alsnog over games.
Zeno: Sowieso.
Jan: En we komen terug op een brainrotquiz. We gaan een brainrotquiz voorbereiden voor Zeno.
Jan: Even een huishoudelijke mededeling: Patrick is er weer. Vorige week was de best bekeken of beluisterde aflevering tot nu toe, in de eerste week.
Patrick: Ja.
Jan: Het is misschien te vroeg om te zeggen dat het door Selma komt… of door Patrick juist.
Zeno: Het komt door Selma.
Jan: Ja, laten we dat maar gewoon doen.
Jan: Patrick is weer de stand-in van Selma, die met Amena naar voetbal is. En Patrick heeft ook een zoontje meegenomen. De andere kinderen slopen het huis hier, dus als wij ineens wegrennen dan zien we vuur uit het huis komen en andere dingen.
Patrick: Ik ben verzekerd.
Jan: Jij bent verzekerd. Het zijn er twee van hem en één van mij. Ze zitten lekker aan het Lego. Ze mogen ons niet storen, behalve als er echt iets aan de hand is.
Zeno: Arm gebroken.
Jan: Dat is echt iets aan de hand.
Jan: Wist je dat ik een keer de arm van mijn zusje heb gebroken?
Zeno: Serieus?
Jan: Ja. Niet in een gevecht of zo. Ze zat op mijn rug, ik onderschatte hoe zwaar dat was. Ik zei: “Spring!” Er lag een kussen, maar ze durfde niet. Toen duwde ik haar… en ze viel nét naast dat kussen.
Zeno: Ja…
Jan: Sorry Zeno. Het was een stomme fout. Toen was ik denk ik twaalf. Alsnog sorry Emma.
Jan: Korte reminder: like, deel en stuur door naar je vrienden. Vandaag doen we het over geld. Over luxe producten. En waarom je dat wel of niet nodig hebt. Zullen we eerst naar “wat is gebeurd”?
Jan: Zeno, om met de deur in huis te vallen: hoeveel geld heb je afgelopen week verdiend?
Zeno: Vijftig.
Jan: Vijftig wat? Vijftig cent?
Zeno: Vijftig euro.
Jan: Zeno heeft iets gedaan waar hij vijftig euro voor kreeg. En toen hadden we een gesprek: wat ga je daarmee doen? Zeno, wat heb jij met die vijftig euro gedaan?
Zeno: Laten we niet zeggen dat ik het binnen de eerste dag allemaal heb uitgegeven.
Jan: Nou, niet binnen de eerste dag… binnen het eerste half uur. We zaten vooraf in de auto, lang gesprek. Ik zei: dit heb jij nu echt verdiend. Je moet leren sparen: een deel opzij, een deel uitgeven. Maar ik snap ook dat dit uitzonderlijk is en dat het ook leuk is om eens iets te kopen. Dus de keuze lag bij jou. Je bent acht, het is nog niet zo belangrijk. Wat heb je ermee gedaan?
Zeno: Robux gekocht.
Jan: Dus jij hebt voor 50 euro Robux gekocht.
Zeno: Eigenlijk 60, maar…
Jan: Dat is nog mooier. Vertel eens hoe dat ging.
Zeno: Toen ging ik 10 euro aan jullie extra nog geven.
Jan: Zo ging het niet helemaal. Jij zei: “Papa, vind je het goed dat ik voor 60 euro Robux koop? Dan zeg ik tegen mama dat ze 10 euro van mijn rekening kan halen.”
Zeno: Ja.
Jan: Drie dagen later zeg ik tegen mama: “Je moet iets weten.” Het was 10 euro van Zeno.
Zeno: Ja.
Jan: Dat had je zelf nog niet gezegd. Was dat jouw manier van sparen?
Zeno: Ja.
Jan: Niet erg hoor, je was het vergeten.
Jan: Toen hadden we het over sparen. Jij vroeg: “Waar kan ik dan voor sparen?” Ik zei: bijvoorbeeld een game-pc. Toen zei jij: “Heeft dat wel zin? Ik heb toch een PlayStation.”
Zeno: Ik wil een iPad. En een Switch.
Jan: En je krijgt 1,50 euro zakgeld per week. Ik heb uitgerekend hoe lang je zou moeten sparen voor een goede game-pc.
Zeno: Vertel.
Jan: 24 jaar.
Zeno: Waarom zou ik sparen voor een pc als dat 24 jaar duurt?
Jan: Klopt. Maar op een gegeven moment ga je werken, krijg je meer, misschien verjaardagsgeld.
Zeno: Dat kreeg ik al. Sommige mensen hadden geen cadeau, daarom gaven ze geld.
Jan: En wat heb je daarmee gedaan?
Zeno: Dat weet ik niet meer. Zo snel heb ik het uitgegeven.
Jan: Hoe oud denk jij dat je bent als je gaat werken?
Zeno: Dat ligt eraan waar. Het jongste dat ik heb gezien is 14.
Jan: Waar was dat?
Zeno: Albert Heijn.
Jan: Als je veertien bent wil jij werken?
Zeno: Zodat ik zoveel money kan hebben.
Jan: En wat ga je ermee doen?
Zeno: Een game-pc kopen.
Jan: Jij dacht ook dat je 6 euro per maand kreeg.
Zeno: Ja, ik dacht: best een goed bedrag.
Jan: Maar het is per uur.
Zeno: Wow. Ik ga wel bij Albert Heijn werken.
Jan: Als het 6 euro per maand was, dan zouden ze zeggen: “Zeno, kom maar bij ons werken.”
Zeno: Scam. Gescamd door de Albert Heijn.
Jan: Je kan niet gescamd worden door een winkel…
Zeno: Door de Albert Heijn.
Jan: Alleen als je iets koopt dat over datum is of beschimmeld.
Jan: Wat lijkt je leuk aan een baantje?
Zeno: In de supermarkt werken. Vakken vullen.
Jan: Zijn er nog andere baantjes?
Zeno: Misschien een restaurant openen. Met jou, mama en Cas.
Jan: We hebben zelfs al gekeken naar een restaurant hier in de buurt, maar dat was al verkocht.
Zeno: Gescamd.
Jan: Weet je hoe oud ik was toen ik ging werken?
Zeno: Twaalf.
Jan: Klopt. En ik werkte bij een wijnhandel. Ik tapte wijn in flessen, vier uur per week.
Zeno: Dat is weinig.
Jan: Ik vond het toen heel veel. Ik keek er enorm tegenop.
Zeno: Ik game letterlijk langer dan vier uur per dag.
Jan: Ja, maar werken voelt anders.
Jan: We hebben ook nog het verhaal van die technische winkel… waar ik dozen weg moest gooien. Wij gooiden per ongeluk nieuwe dozen weg, met spullen erin.
Zeno: Ze waren niet blij.
Jan: Nee. Wij waren aan het babbelen. Het was onze fout, maar ook hun fout: ze zeiden gewoon “gooi die dozen weg”.
Jan: Vind jij dat papa en mama mee moeten beslissen wat jij met jouw geld doet?
Zeno: Niet.
Jan: Helemaal niet?
Zeno: Nou… langzaam gaat het er wel naartoe dat je steeds meer zelf mag beslissen.
Jan: Precies.
Jan: Vind jij dat je geld meteen moet uitgeven?
Zeno: Dat vind ik niet. Maar ik kan niet goed sparen. Als ik een brief van 50 zie, die van mij is: ting! Meteen weg.
Jan: Meteen in Robux omgezet.
Zeno: Robux.
Jan: Wat ook met geld te maken heeft: luxe producten. We hadden een gesprek toen we terugliepen van Feyenoord. Jij zei: “Ik vind Tesla een mooie auto.” Ik zei: Tesla is tegenwoordig best normaal. Toen zei jij: “Waarom heb je een luxe auto nodig? Een normale is ook goed.”
Zeno: Zolang je genoeg plek hebt voor mensen.
Jan: Jij vindt functie belangrijker dan luxe.
Zeno: Ja.
Jan: Ik heb net een Lexus gekocht.
Zeno: Die vind ik wel mooi. Met hout afgewerkt.
Jan: Het is wel een luxe auto, maar oud. En jij zei: waarom zou je luxe nodig hebben?
Jan: Vind jij dat wij veel geld uitgeven aan dingen die we niet nodig hebben?
Zeno: Nee, niet per se.
Jan: Ik denk ook niet dat we heel materialistisch zijn. Ik ben niet moeilijk met geld uitgeven, maar kleding boeit me bijvoorbeeld weinig. Ik koop gewoon hetzelfde shirt in acht kleuren.
Zeno: Jij had wel een Feyenoord-shirt aan.
Jan: Feyenoord-shirts zijn duur. Voetbalshirts zijn vaak best luxe.
Jan: Luxe is niet nodig, maar soms is het wel chill. Ik maak veel video’s, dus ik heb een goede camera gekocht. Jij houdt van gamen, ik ook, dus ik heb een PlayStation 5 gekocht. Kleding boeit me niet, meubels boeien me niet. Selma investeert daar meer in omdat ze vindt dat het bij volwassen worden hoort.
Zeno: Die camera is luxe.
Jan: Jij bent ook luxe.
Zeno: Ik ben zoveel geld waard.
Jan: Die camera is een van de duurste dingen die ik ooit heb gekocht. Nou ja, nu is de auto duurder. Of het huis.
Jan: Wat vind jij belangrijker: geld uitgeven aan iets wat je hebt, of aan ervaringen? Bijvoorbeeld vakantie.
Zeno: Iets wat je hebt. Ervaringen kosten veel geld.
Jan: Maar wat is meer waard?
Zeno: Als ik jou was, zou ik vakantie doen. Maar als ik mij ben: allebei.
Jan: Herinneringen maken is belangrijker dan een mooie auto?
Zeno: Best wel. Tenminste… als je maar een auto hebt. Maakt niet uit of het een lambo is. Als je maar vervoer hebt. Desnoods een fiets.
Jan: En als je een fiets hebt?
Zeno: Dan wordt vakantie belangrijker. Herinneringen maken.
Jan: Dat hoeft niet per se op vakantie natuurlijk.
Zeno: Nee, maar het kost soms wel geld.
Jan: Het kan ook zonder geld.
Zeno: Kussengevecht. Spelletjes spelen. Samen voetballen. Naar het strand. Dat is gratis.
Jan: Klopt. Je hebt niet veel geld nodig om herinneringen te maken.
Jan: Met gamen maak je ook herinneringen.
Zeno: Fortnite.
Jan: En Minecraft. Daar zitten ook herinneringen in.
Jan: Patrick, herinneringen of iets kopen?
Patrick: Ligt eraan. Mijn vrouw wil het huis verbouwen, ik wil vakantie. En ik wil het huis slim maken. Ik wil eigenlijk allebei. En ik kan ook niet met geld omgaan.
Jan: Ik ook niet, hoor.
Jan: Zeno, wat is het duurste wat je ooit kapot hebt gemaakt?
Zeno: Vorige week bij die Lambo. Ik raakte iets aan en toen ging er iets af. Toen dacht ik dat ik de Lambo kapot had gemaakt.
Jan: Het kon gelukkig gewoon teruggeklikt worden.
Jan: Ik heb vroeger wel iets duurs kapotgemaakt: de auto van mijn vader… en die Saab waar ik tegenaan reed.
Zeno: Ik dacht: die cabrio waar je die waterballon in gooit.
Jan: Dat waren vrienden van me.
Patrick: Dan had je ze moeten tegenhouden.
Jan: We gingen met vrienden naar een feest, ik was de Bob, zeven jongens in de auto. We waren aan het keten en ik reed tegen de auto voor me aan. Dat was een vervelend moment, maar ik heb ervan geleerd.
Jan: Mijn ouders zeiden altijd: het is maar materie. Dat zeg ik ook tegen jullie. Zoals die slipper in Tenerife: Zeno werd door een golf meegetrokken en verloor een slipper. Hij moest heel hard huilen. Ik zei: ik ben blij dat je veilig bent, die slipper vervangen we.
Zeno: Toen kreeg ik veel mooiere crocs.
Jan: Waar ik trouwens echt lang naar heb gezocht, op een toeristische plek.
Jan: Doet Zeno klusjes voor geld?
Zeno: Niet echt. Maar ik wil meer geld, dus ik vroeg: welke klusjes kan ik doen?
Jan: Mama vindt dat je klusjes gewoon moet doen zonder geld.
Zeno: Kleine klusjes niet, maar grotere wel.
Jan: Zoals?
Zeno: Auto wassen.
Jan: Dat deed ik vroeger ook voor geld. En je hebt ook die wand geschilderd.
Zeno: Daar heb ik niet voor betaald gekregen, maar ik vond het superleuk.
Jan: Grotere klusjes vind je leuker dan kleine?
Zeno: Ja. Auto wassen is leuker.
Jan: Niet de binnenkant water over het stuur, hè.
Zeno: Ewa, vies.
Jan: Goed, ik denk dat we de vragen over geld en luxe producten wel kunnen afsluiten. Ik vind het goed dat jij niet materialistisch bent. Hou dat vast voor de rest van je leven.
Jan: We hebben een voorwerp voor jou. Je mag raden wat het is. En omdat het thema geld is: een leuk verhaal. Selma wilde iets kopen bij een tweedehandswinkel voor 3,50, maar het pinapparaat werkte niet. Ze mocht het op goed vertrouwen meenemen en de volgende dag betalen… dat is drie weken geleden.
Patrick: Dat doet me denken aan Selma en de snackbar…
Jan: Ja: Selma bestelt bij snackbar A en rijdt naar snackbar B om te vragen waarom de bestelling niet klaar is. Dan wil ze het later terugbetalen… en vergeet ze dat.
Jan: Zeno, wat is dit?
Zeno: Ik weet het niet.
Patrick: Mijn vrouw gebruikt het nog.
Zeno: Ik zie een kabel, dus iets met elektriciteit.
Jan: Klopt.
Zeno: Ronddraaiers met stekels… een stuk of twintig?
Jan: Achttien.
Zeno: Dat is min twee.
Jan: Je dacht: om dingen op te laden?
Zeno: Of te verwarmen.
Jan: Het is een krulspeldenapparaat.
Zeno: O, voor haar!
Jan: Merk?
Zeno: Philips.
Jan: Philips is een oud Nederlands merk, bestaat nog steeds. PSV is zelfs ooit door Philips gestart.
Zeno: Dus PSV is eigenlijk een bedrijventeam?
Jan: Ja.
Jan: Ga je hem gebruiken, denk je?
Zeno: Nee.
Jan: Probeer eens buiten de gebaande wegen te gaan.
Zeno: Nee.
Jan: Dan heb ik nog iets voorbereid: brainrots. Drie stroken met op elke strook vijf brainrots. Laat zo snel mogelijk zien welke het zijn.
Zeno: Oké.
Jan: Klopt dat?
Zeno: Alles goed.
Jan: De volgende.
Zeno: Echt vreemd… mijn favoriete brainrots.
Jan: Klopt het?
Zeno: Helaas… er zijn twee trippy troppies. Burberloni, luliloni en cocofanto elefanto.
Jan: Wat vreselijk. Je bent geslaagd voor de quiz.
Zeno: Die was supermakkelijk. Sommige kende ik niet supergoed, misschien alleen John Pork.
Jan: Team Cheese en John Pork vind ik nog oké-ish. Minder vreemd dan de rest.
Jan: Denk jij dat iedereen in jouw klas dit zou kunnen?
Zeno: De helft zeker.
Jan: Dan gaan we bij de rest testen. De deuren langs.
Zeno: Brainrot.
Jan: Over school gesproken: jij hebt de plusklas. Je moet donderdag een presentatie houden. Vind je dat spannend?
Zeno: Een beetje. Ik heb mijn werk nog niet af.
Jan: Hoe ga je dat oplossen?
Zeno: Ik zit op dezelfde school als de plusklas, dus ik kan dinsdag nog afmaken. Maar ik weet niet of het op tijd is.
Jan: Kleine cheat. Waar gaat je presentatie over?
Zeno: Basketbal. Voetbal is te makkelijk.
Jan: En jij zei gisteren: “Dat logo is LeBron James.”
Zeno: Haha!
Jan: Dat is Michael Jordan.
Zeno: Maar LeBron James is toch ook een voetballer?
Jan: Basketballer.
Jan: En Steph Curry is een hele goede rechter.
Zeno: Ik ken curry alleen als eten.
Jan: Zeno, we hebben nog iets dat momenteel speelt en daar gaan we de volgende aflevering over hebben. Wat is dat?
Zeno: We willen misschien een vogeltje halen.
Jan: Parkietjes. Misschien twee. Thema: huisdieren.
Zeno: We liepen naar het stadion, zagen een bordje met “Rest in peace” en een vogeltje dat begraven was. Toen dachten we: dat is wel een leuk vogeltje. We vroegen: wat is de makkelijkste vogel? Parkiet.
Jan: En Zeno maakte een presentatie waarom we parkietjes moeten nemen, en toen werd mama enthousiast. Morgen gaan we kijken bij de dierenwinkel. Als we parkietjes willen die tam worden, moeten ze jong zijn. Dan kunnen ze wennen en trucjes leren.
Jan: Ik ga nog een dag naar Amsterdam voor content en de nieuwjaarsborrel van management. Patrick, wat heb jij deze week?
Patrick: Werken.
Jan: En jij, Zeno?
Zeno: Gamen. En school.
Jan: Patrick en ik gaan zo Ark Raiders spelen.
Zeno: Eindelijk.
Jan: Het is zondag, kwart over tien. Volgende week weer een leuke aflevering. Cas zwemt af en Amena heeft voetbal.
Zeno: Ja. Wat ga je nu doen? Gamen.
Jan: Dank voor het luisteren allemaal. Tot volgende week.
Patrick: Krijgt Zeno hier ook voor betaald?
Jan: Absoluut niet, want ik krijg er ook niet voor betaald.
Zeno: Oké, doei.