Omdat ik het zeg! - Podcast met Jan Verban & zoon Zeno

Aflevering 28 - Bijdehand of brutaal?

Jan Verban

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 29:38

In aflevering 28 praten Jan en Zeno over een onderwerp dat veel ouders zullen herkennen: brutaliteit, grapjes maken en waar de grens ligt. Wanneer is iets nog plagen of humor, en wanneer wordt het brutaal?

Aan de hand van een luisteraarsvraag bespreken Jan en Zeno hoe zij thuis omgaan met grote mond, grapjes, corrigeren en weerbaarheid. Jan vertelt waarom hij het juist belangrijk vindt dat kinderen tegen een grapje kunnen, maar ook waarom er duidelijke grenzen zijn. Want binnen het gezin kan veel, maar buiten de deur werkt dat natuurlijk anders.

Verder hoor je in deze aflevering ook:

  • hoe Zeno’s presentatie over basketbal ging
  • dat er een nieuw neefje is geboren: Sami
  • hoe het tienminutengesprek op school verliep
  • waarom Jan en Patrick bijna elke avond streamen
  • en een hilarisch fragment uit een livestream over Zeno’s gymleraar

Een eerlijke, grappige en herkenbare aflevering over opvoeden, corrigeren, humor en hoe kinderen leren wat wel en niet kan.

👉 Volg Omdat ik het zeg! in je podcast-app, geef ⭐⭐⭐⭐⭐ als je moet lachen, en stuur deze aflevering door in je favoriete groepsapp.

📲 Volg ons ook op Instagram: https://www.instagram.com/omdatikhetzeg_depodcast/

Jan: Zeno, twee weken geleden.
Zeno: Eén week?
Jan: Nee, twee. Vorige week was jij bij een fanochtend van Willem II.
Zeno: O ja!
Jan: Ga jij vreemd?
Zeno: Nee, omdat een vriend van mij naar Monkey Town was. En kijk, ze gingen allemaal foto’s maken met Willem II en ik zei: nee hè.
Jan: Oh, je hebt die foto’s geweigerd?
Zeno: Ja. Dat was een vriend van mij die een beetje voor Feyenoord is.
Jan: Zijn die Willem II-supporters een beetje fanatiek?
Zeno: Ik weet het niet. Maar soms waren ze wel een beetje agressief. We stonden bij die blokkenbak, omdat Jim erin sprong, en toen duwde iemand mij erin.
Jan: Echt waar?
Zeno: Ja, terwijl ik allergisch ben voor stof en die stoffen blokkenbak.
Jan: En toen?
Zeno: Toen ging hij ons slaan.
Jan: Nee, helemaal niet.
Zeno: Echt waar. Vraag maar aan Jim.
Jan: Oké. Maar voor de rest was het wel leuk?
Zeno: Ja.

Jan: Dat was ook een reden dat wij de podcast een keertje niet hebben kunnen doen. Denk je dat de mensen ons gemist hebben?
Zeno: Ik heb mezelf in ieder geval niet gemist.
Jan: Nee?
Zeno: Nee, omdat als ik in de spiegel kijk, zie ik mezelf al.
Jan: Ja, dat is ook zo. Dat is fijn.

Jan: We hebben nog even gekeken of we een ander moment konden vinden, maar dat werd zo lastig. En omdat we het ook gewoon leuk moeten houden voor ons allebei, dachten we: één keer niet.
Zeno: Eén keer niet.
Jan: Precies.

Jan: We hebben wel een hele leuke vraag en daar gaan we het zo over hebben. Het gaat over brutaliteit. Wanneer slaat een leuke grap om naar brutaliteit? Waar ligt de grens? Hoe praten wij daarover? Hoe voeden wij jou daarin op? En hoe voed jij mij daarin op?
Zeno: Volgens mij doe ik jou daar niet echt mee opvoeden.
Jan: Nee, maar mensen vinden dat je dat misschien zou moeten doen.
Zeno: Wow, ik ben een kind van hem hè.
Jan: Ja, maar jij kan mij soms ook dingen leren. Dat vind ik ook heel belangrijk.
Zeno: Leren, maar niet opvoeden.
Jan: Een klein beetje.
Zeno: Ik ben niet de kip die hier zit te broeden.
Jan: Opvoeden en broeden, dat is wel een verschil.

Jan: Like en deel natuurlijk eventjes als je het leuk vindt. En dan gaan we nu naar: wat gebeurt?

Jan: Wat is de afgelopen tijd gebeurd? Het belangrijkste in de afgelopen twee weken.
Zeno: Oei, oei, oei. Even denken. Oh, mijn presentatie.
Jan: Staat er wel op, inderdaad. Je presentatie. Hoe ging die?
Zeno: Goed. Normaal als ik een presentatie moet doen, dan denk ik: oké, presentatie. Maar aan deze presentatie hebben we echt misschien twee maanden gewerkt.
Jan: Ja, je hart ging echt zo: boem boem boem.
Zeno: Het was over basketbal. Het ging goed.
Jan: Had je tips en tops?
Zeno: Ja. Nee, tips en tops.
Jan: En wat waren de tips?
Zeno: Dat weet ik niet.
Jan: En tops?
Zeno: Goed gedaan, goed gepraat, goed blablabla.
Jan: Oké, prima.

Jan: En wat was nou het belangrijkste van de afgelopen twee weken?
Zeno: Monk?
Jan: Dat vond ik niet het belangrijkste.
Zeno: Voor mij wel.
Jan: Ja, dat snap ik.
Jan: Nee, er is een nieuw neefje geboren.
Zeno: Neefje? O, neefje.
Jan: Hoe heet het neefje?
Zeno: Sami.
Jan: Sami, inderdaad.

Jan: Dan hadden wij nog twee andere punten opgeschreven. Eén daarvan was het tienminutengesprek met jouw juf.
Zeno: Ja, oké. Dat was niet echt bedreigend voor mij.
Jan: Nee, en ook niet voor mij. Want ik had wel een beetje verwacht hoe dat zou gaan. Maar dat is ook wel goed om straks mee te nemen bij dit onderwerp.

Jan: En dan nog: Patrick en ik streamen bijna elke avond.
Patrick: Goedemorgen.
Jan: Kun je je stem ook even muten? Nee, grapje. Patrick en ik streamen bijna elke avond. Vandaag gaan wij streamen, Zeno.
Zeno: Welke game? Kunnen jullie dat raden?
Jan: Dat zeggen we in de volgende podcast.
Zeno: Je kan kiezen uit Roblox, Fortnite, Minecraft en Arc Raiders.
Jan: Patrick en ik streamen in ieder geval vrijwel elke avond Arc Raiders. En dat gaat ook steeds beter.
Patrick: Ja, zeker.
Jan: Er begint een kleine community op te staan. We hebben een Discord, Twitch groeit en op TikTok ga ik ook af en toe live. En daar heb ik straks een Zeno’s blik op.

Jan: Dan gaan we nu naar de stickervraag.
Zeno: Stickervraag. Vraag.
Jan: Nou, die sound kan nog beter. Maar goed.
Jan: Een luisteraar stuurde: “Ha Jan, een vraag voor jullie beiden. Jullie grote vriend Zeno was in de carnavalsaflevering een beetje op oorlogspad. Een beetje stoken, irriteren, grapjes maken. Als meester van groep 7/8: zeer herkenbaar, want dat doen kinderen. Hoe spreken jullie je kinderen daarop aan? Ik vind jullie band erg leuk, maar er zit wel een duidelijk verschil tussen vader en zoon. Aanspreken en optreden hoort er zeker bij. En hoe ervaart Zeno dat?”

Zeno: Hoe bedoelen ze dat?
Jan: Nou, dat jij best veel grapjes maakt. Tegen mij ook. Soms ook beledigende grapjes.
Zeno: Nou… ja. Niet te veel.
Jan: Nee, dat vind ik ook niet. Maar dat is dus waar we het over hebben. Ik vind ook dat jij dat niet te veel doet.
Zeno: Misschien één keer per week.
Jan: Elke dag wel een beetje. Het enige is: ik doe dat ook naar jou.
Zeno: Ja, dus dan mag ik het ook doen.
Jan: Ik doe dat naar jou, jij doet dat naar mij. Ik vind ook dat dat moet kunnen. Grapjes horen er ook een beetje bij.

Jan: Ik vind ook dat dat zorgt voor een stukje weerbaarheid.
Zeno: Weerbaarheid?
Jan: Dat je goed tegen iets kan als iemand iets over je zegt. Of iets flauws tegen je zegt.

Jan: Ik had bijvoorbeeld met Cas laatst. Hij was aan het fietsen op straat en toen waren kinderen een beetje vervelend tegen hem. Toen zei ik tegen hem: “Cas, denk je dat het om jou ging? Of denk je dat die kinderen gewoon iemand wilden uitdagen?” Ze zeiden dat hij een klein kind was. Toen zei ik: “Ben jij een klein kind?”
Zeno: Niet voor mijn leeftijd.
Jan: Precies. Dus waarom zeiden ze dat dan? Alleen maar om jou te irriteren.
Zeno: Ja, als iemand dat zegt, moet je gewoon doorgaan.
Jan: Ja, waarom zou jij je aangesproken voelen als iemand iets zegt wat niet waar is? Dan zou ik denken: boeit mij dat.

Jan: Maar er zit natuurlijk wel verschil in een grapje maken of brutaal zijn. Ben jij weleens brutaal tegen mij?
Zeno: Ja, zeker.
Jan: Vaak?
Zeno: Nee, niet heel vaak.
Jan: Wanneer ben jij wel brutaal?
Zeno: Toen ik jonger was.
Jan: Ja, toen jij jonger was had jij daar wel meer moeite mee. Dat is ook onderdeel van groter worden.

Jan: Wanneer ben jij brutaal?
Zeno: Ik weet niet. Het is altijd op een andere manier.
Jan: Wanneer je wel brutaal bent is als je echt oververmoeid bent. Of heel erg honger hebt.
Zeno: Moe, honger. Ja.
Jan: Maar dan ga je niet echt schelden. Te ver gaan vind ik als je begint te schelden tegen ons. Maar eigenlijk doe jij dat niet echt.
Zeno: Nee, dat doe ik niet.
Jan: Bij jou is de uiting eerder dat je dan niet meewerkt. En een beetje in jezelf gaat zitten. Maar dat gebeurt echt weinig tegenwoordig.
Zeno: Toen noemden jullie mij een moppereend.
Jan: Ja, we hadden zo’n boek van een moppereend. Die trekt zijn schoudertjes op, met zijn kopje gebogen, en loopt zo.
Jan: Doe dat eens voor de camera.
Jan: Ja, zo. Maar zo loop jij nog wel eens. Heel zelden, maar inderdaad.
Jan: Toen ik dat twee jaar geleden tegen je zei, flipte jij helemaal.
Zeno: Ja!

Jan: Maar als ik eerlijk ben, vind ik jouw brutaliteit allemaal wel binnen de perken. Dat bleek ook uit het tienminutengesprek. Jouw juf zei ook: “Zeno is lekker mondig, zoekt af en toe de grens op, maar weet heel goed tot hoever hij kan gaan.” Van brutaliteit merkt ze eigenlijk niks.
Jan: En dat vind ik eigenlijk ook. Ik snap dat andere mensen misschien denken: als jij mij vaak een dikke noemt tijdens een aflevering als grap, dat dat niet kan. Maar ik vind dat niet zo erg.
Zeno: Maar ik zeg het ook niet tegen zomaar mensen. Ik zeg het eigenlijk altijd tegen iemand uit het gezin.
Jan: Precies. Niet tegen de juf, niet tegen vrienden. Dat scheelt.

Jan: Spreek ik jou wel eens aan op gedrag?
Zeno: Ja, zeker.
Jan: Een paar keer is dat echt serieus geweest. Dat er op school iets was gebeurd. Niet heel vaak, maar dan nemen we ook echt even de tijd. Dan gaan wij zitten. Met een kopje thee. En toen heb ik je ook een keer echt aangesproken. Ik heb de juf erover geappt, jij bent naar school gegaan en je hebt zelf excuses aangeboden.
Zeno: Sorry.
Jan: Ja, en dat vond de juf toen ook echt heel knap. Dat je gewoon binnenkwam en meteen sorry zei tegen het kindje waar het mee te maken had. Het was allemaal niet heel heftig.
Zeno: Nee.
Jan: Maar jij neemt dingen vaak wel van ons aan. Als wij zeggen: zo zou je je moeten gedragen.
Zeno: Doe ik het meest dan?
Jan: Ja.

Jan: Niet altijd?
Zeno: Niet altijd.
Jan: Wanneer niet?
Zeno: Dingen als: stop met stoeien.
Jan: Nee, dat zeggen wij op het moment dat we weten: nu is het een half uur leuk geweest, maar straks gaat het fout.
Zeno: Ja, maar als we stoeien gaat Cas gelijk vol hard in. En ik weet dat ik sterker ben. Kijk, het hardste wat ik een keer doe is hem van de bank afduwen. Maar als ik echt hard was, dan waren de gevolgen niet te overzien voor Cas.
Jan: Dus jij bent eigenlijk nog heel mild voor je broertje.
Zeno: Ja. Ik ben natuurlijk lief voor mijn broertje.
Jan: Misschien houdt hij zich ook wel heel erg in.
Zeno: Nou, hij springt op mijn nek.
Jan: Nee, dat valt allemaal wel mee.

Jan: Dus even kort samengevat: aanspreken doe ik zeker als ik vind dat je te ver gaat. En dan nemen we het ook serieus. Ik vind grapjes richting mij kunnen. Dat hebben jullie bovendien waarschijnlijk ook van mij geleerd. En ik vind dat de leefbaarheid en gezelligheid ten goede komt als je niet alles altijd serieus neemt. Maar er is wel een grens. En ik snap ook dat die grens voor andere mensen ergens anders ligt dan voor ons.
Jan: Patrick, hoe kijk jij daartegenaan?
Patrick: Bij ons ligt die grens ook redelijk hoog. Maar ik ken inderdaad ouders waar het een stuk strenger is.
Jan: Ja, en dat is ook een keuze die mensen zelf maken. Maar daarom moet je ook weten: wat binnen ons huis oké is, is buiten misschien niet oké.

Jan: Wij zitten best streng op schelden.
Patrick: Ja, dat vooral.
Jan: En geweld. Niet tegen elkaar misschien, maar zeker tegen papa en mama.
Zeno: Ja, daar worden jullie wel snel boos om.
Jan: Jullie mogen ons niet slaan. Daar ligt echt een grens.

Jan: Dan gaan we nu naar de iets luchtigere vragen. De eerste vraag is duidelijk van iemand die niet vaak luistert: voor welke voetbalclub is Zeno?
Zeno: Een vraagje voor jou: hoe lang kijk je deze podcast? Hoe lang kijk je Jan Verban-filmpjes?
Jan: Maar goed, voor welke club ben je?
Zeno: Feyenoord.
Jan: Oké, Feyenoord.

Jan: Hoe reageer je als hij te ver gaat? En hoe leg je uit hoe hij dat kan voorkomen of anders?
Jan: Daar hebben we het eigenlijk al over gehad. Dan neem ik je wel altijd even apart. Echt even één op één. Juist zonder broertje of zusje erbij. Ook als zij er wel mee te maken hebben. En dat doen we bij Cas en Amena hetzelfde. Amena is op dit moment degene die de meeste correcties nodig heeft.
Zeno: Zeker. Maar ook heel gezellig.

Jan: Krijgt Zeno wel eens straf als hij een te grote mond geeft?
Jan: Ja, dat is wel gebeurd. Tegenwoordig niet vaak meer, maar dat is misschien drie of vier keer gebeurd.
Zeno: In mijn oudere leeftijd, dus boven de vier.
Jan: Ja, zoiets. En dan was het vaak: ga maar even naar boven. Ga maar even op je bed liggen. Even bijtanken. En dan kwamen we later weer lief vragen: “Hé Zeentje, ben je alweer wat leuker?”
Zeno: Ja, ik ben leuk!

Jan: Word ik wel eens boos na de podcast op Zeno door brutaliteit?
Jan: Nee. Dat is nog nooit gebeurd.

Jan: Vind jij dat je qua brutaliteit op je vader lijkt?
Zeno: Zeker.
Jan: Dat vind ik ook.

Jan: Wat is de ergste keer dat jullie straf hebben gekregen? Dat was ook een vraag voor mij, want ik ben natuurlijk ook opgevoed. Mijn ouders waren niet echt van straffen geven.
Zeno: Maar jij hebt volgens mij niet eens zo’n harde straf gekregen op iets heel ergs wat jij met je vrienden hebt gedaan.
Jan: Nee, dat klopt.
Zeno: Met die waterballon op die auto.
Jan: Ja. Ik ben wel een keer thuisgebleven toen mijn vrienden met rotte eieren op mensen gingen gooien. Toen dacht ik: dan blijf ik thuis.
Zeno: Ja, dat zou ik ook niet doen.
Jan: Dat zijn wel echt dingen die je niet mag doen.

Patrick: Ik heb jouw vader van de week nog op z’n donder gegeven.
Zeno: Over?
Patrick: Tijdens het streamen.
Jan: Wat had ik gezegd?
Patrick: Je deed een of andere rant die niet terecht was.
Jan: O ja.
Zeno: Wat is een rant?
Jan: Dat je boos wordt tijdens het gamen.
Zeno: Kijk, bij één game doe jij dat veel. En bij de game die wij gaan streamen gebeurt dat ook veel.
Jan: Ja?
Zeno: Fortnite.
Jan: Bro, je hebt het verteld.
Zeno: Oh sorry, knip dit eruit.
Jan: Daarom zeg ik ook “de game”.

Jan: Iemand vroeg: wanneer ga je een corrigerende tik overwegen om hem op te voeden?
Zeno: Jan kan weleens moeilijk zijn.
Jan: Iemand vraagt dus wanneer jij mij een corrigerende tik gaat geven om mij op te voeden.
Zeno: Ik weet niet eens of ik dat ooit heb gedaan.
Jan: Nee. Vroeger sloegen mensen hun kinderen nog wel eens om op te voeden. Dat doen wij niet.
Zeno: Ik doe het niet om op te voeden, maar ik doe het om hem te slaan.
Jan: Nee, nee, nee.

Jan: Dan gaan we nu naar Zeno’s blik op. Ik vind hem zelf heel leuk en hij past heel goed binnen dit thema. Het komt uit een TikTok-livestream.
Zeno: Moet ik ook horen?
Jan: Ja. Dus: wij gingen net van TikTok-stream naar Twitch. En toen kwam er iemand in de chat en die zei: “Hé, ik geef gymles aan jouw zoontjes.” Toen heb ik dit tegen hem gezegd en ik ben benieuwd wat jij daarvan vindt.

Jan: Er kwam dus iemand in de stream en die zei: “Hé, ik geef gymles aan jouw zoontjes.” Dat was waarschijnlijk de meester. Toen zei ik: “O, Cas was wel heel erg onder de indruk dat jij je been had gebroken op het voetbalveld.” Maar het ging eigenlijk alleen om zijn enkel. En toen zei ik: “Als ik nu zie dat het alleen om zijn enkel ging, dan zijn dat niet de mensen van wie ik wil dat mijn kinderen gymles hebben.”
Jan: En daarna zei ik natuurlijk: grapje, grapje, grapje.
Jan: Vind jij dat kunnen? Of vind jij dat brutaal?
Zeno: Ik hoorde het nog niet als grapje, grapje, grapje. Maar daarna vond ik het helemaal oké. Ik vond het wel best grappig.
Jan: Ja? En waarom?
Zeno: Omdat het een grapje is. Als het een grapje is, vind ik het kunnen. Maar niet elk grapje kan.
Jan: Zoals?
Zeno: Er zijn grapjes die te gevoelig liggen. Als mensen geen geld hebben om eten te geven, kan je geen grapje maken over: haha, jij hebt honger.
Jan: Nee, dat kan niet.
Zeno: Nee.
Jan: Dus je snapt wel een beetje waar de grens ligt?
Zeno: Ja.

Jan: Ga jij nu de groetjes doen aan je gymmeester deze week? Of ga jij je schamen als je hem ziet?
Zeno: Schamen.
Jan: Ja? Oké, dat is wel een goede emotie. Schaam jij je weleens voor mij?
Zeno: Ja, soms wel.
Jan: Ja?
Zeno: Ja, als je echt dingen zegt. Bijvoorbeeld als ik zit te gamen met vrienden.
Jan: Dan doe ik altijd alsof ik zijn vriendinnetje ben. Dan zeg ik: “Hi Zeno!”
Zeno: Terwijl ik niet eens een vriendin heb!
Jan: Gelukkig bestaat mute.
Zeno: Gelukkig bestaat mute.
Jan: Ja, ik kan gewoon even muten.

Jan: Nou Zeno, ik vond het een leuk, serieuzer onderwerp. Ik hoop dat mensen nu snappen dat ik jou wel aan durf te spreken op jouw gedrag. We zijn ons er wel bewust van dat er grenzen zijn aan grappen. Ik probeer Zeno daar absoluut in op te voeden. En ik heb het gevoel dat dat ook wel lukt.
Zeno: Ja, nou.

Jan: Wat gaan we deze week nog doen?
Zeno: School. Vijf dagen school. Weekend weer. Voetbal weer.
Jan: Heerlijk, eindelijk een normale week voor jou.
Jan: Ik moet naar Amsterdam. Daar heb ik een soort brainstorm over een mogelijke sketch of serie of iets. Ik moet me daar nog een beetje in verdiepen. Wij gaan straks streamen.
Zeno: Ja!
Jan: Voor het eerst. En vanavond ga ik weer met Patrick streamen. En waarschijnlijk de komende vijf dagen ook weer.
Jan: O, en vanmiddag Feyenoord natuurlijk. Hebben we daar zin in?
Zeno: Tegen PSV?
Jan: Nee, gelukkig niet. Tegen NAC.
Zeno: NAC, NAC, NAC. Kak!
Jan: Zeno, dat kan niet. Nu beledig je weer heel veel mensen.
Zeno: Ja, echt 50.000 heads of something.
Jan: Nou oké. Tot de volgende keer.
Samen: Ciao, ciao. Doei!