Solidariteit Spreekt
Solidariteit Spreekt is de podcast van de UCSIA-Solidariteitsacademie, waar we onderzoeken hoe oude en nieuwe vormen van solidariteit kunnen bijdragen aan duurzame oplossingen voor de uitdagingen van vandaag en morgen.
Het eerste seizoen van drie afleveringen blikt terug op de webinarreeks U-turn, die tijdens de coronapandemie de hoopvolle vraag stelde: kan de crisis zorgen voor een ommezwaai naar een duurzamere en rechtvaardigere samenleving? Vijf jaar later maken we de balans op: wat is er van die ambities terechtgekomen, en hoe ziet de toekomst eruit?
In gesprekken van ongeveer een half uur brengen host Linda De Win en twee gasten hun expertise, kritische reflecties en hoopvolle perspectieven samen over solidariteit, ecologie en het denken over de toekomst.
De podcast wil je niet enkel informeren en inspireren, maar ook verbinden. Wil je de uitdagingen van morgen hoopvol en met vertrouwen tegemoet gaan? Je bent niet alleen. Luister, denk en discussieer mee!
Solidariteit Spreekt
Acht eeuwen minder: Franciscus van Assisi – de volledige audiogids
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Wie was Franciscus van Assisi voor hij een heilige werd? In deze speciale aflevering beluister je de volledige audiogids bij de tentoonstelling Acht eeuwen minder in de Bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap (Universiteit Antwerpen).
In zes fragmenten volg je de sporen die Franciscus naliet in de collectie. Je leert de verwende koopmanszoon kennen die zijn dure kleren voor de voeten van zijn vader wierp. Je hoort over de kruiswonden van de Herentalse zuster Rumolda, over de wolf van Gubbio die een pootje gaf, en over het verrassende verband tussen het franciscaanse 'minder' en het 'meer' van de jezuïeten.
Wil je de collectiestukken met eigen ogen zien? De tentoonstelling loopt tot en met 29 januari 2027 in de Bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap, Grote Kauwenberg 34, Antwerpen.
Meer over de expo en de lezingenreeks: www.ucsia.org/projecten/franciscusjaar
Acht eeuwen minder is een initiatief van de Stichting Jezuïetenerfgoed, een samenwerking tussen UCSIA en het Ruusbroecgenootschap (Universiteit Antwerpen).
Werkten mee aan deze aflevering:
Gilke Gunst & Robrecht Neyrinck
Redactie: Robrecht Neyrinck | Productie: Marijke Celis | Montage & mixage: Robrecht Neyrinck | Muziek: Giuseppe Minervini | Stem intro & outro: Gilke Gunst
Acht eeuwen na de dood van Franciscus van Assisi vertelt de tentoonstelling Acht Eeuwen Minder zijn verhaal aan de hand van de collectie van de Bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap. Deze podcast brengt de volledige audiogids samen: zes fragmenten die elk een andere kant van Franciscus belichten, van de verwende koopmanszoon uit Assisi tot de heilige die acht eeuwen later nog steeds inspireert.
De expo is een initiatief van de Stichting Jezuïetenerfgoed, een samenwerkingsverband tussen UCSIA en het Ruusbroecgenootschap van de Universiteit Antwerpen.
INLEIDING
In het jaar 1226 overleed in het Italiaanse dorpje Portiuncula de man die geboren werd als Giovanni di Pietro Bernardone. Tijdens zijn leven kreeg hij een andere naam, waarmee hij tot zelfs achthonderd jaar na zijn dood in vrijwel alle uithoeken van de wereld bekend staat.
De Stichting Jezuïetenerfgoed, een samenwerking van Universiteit Antwerpen in het Ruusbroecgenootschap en het Universitair Centrum Sint-Ignatius Antwerpen, kortweg UCSIA, wil de aanwezigheid van Franciscus van Assisi traceren in de collecties van de Bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap. De Stichting Jezuïetenerfgoed heeft als doel de wetenschappelijke en maatschappelijke valorisatie van het roerend materieel erfgoed van de jezuïeten in Antwerpen, en daarbuiten.
Met deze tentoonstelling herdenkt de Stichting het achthonderdjarig overlijden van Franciscus van Assisi, ook een jaar na het overlijden van de eerste jezuïetenpaus, die, geïnspireerd door deze heilige Poverello, Franciscus als naam koos.
De bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap bewaart talrijke relevante bronnen die de dialoog tussen de franciscaanse eenvoud en de jezuïetenspiritualiteit tastbaar maken. Aan de hand van zes zones leiden we je graag langs de meest opmerkelijke of onverwachte sporen van Franciscus en zijn gezellen, uit de collectie van de Stichting Jezuïetenerfgoed in de Bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap.
Wie was Franciscus voor hij Franciscus was? In de zone MENS leren we de jongeling uit Assisi kennen, die zijn wereldse leven in 1205 de rug toekeerde om zich voor de armsten in te zetten en God te dienen.
In de zone MYSTIEK zien we hoe Franciscus’ leer als basis diende voor de Sociëteit van Jezus en hoe Ruusbroec en hij – het woord en de daad – twee kanten van dezelfde mystieke munt zijn.
Bij MEDE maken we kennis met de Franciscaanse familie en traceren we hoe de verschillende ordes voorkomen in de collecties.
MILIEU staat voor een van de kernen van Franciscus’ gedachtegoed. We maken de brug naar paus Franciscus’ encycliek “Laudato Si”, gebaseerd op het Zonnelied dat Franciscus van Assisi schreef.
In de zone MINDER leren we meer over het armoede-ideaal dat de Franciscaanse ordes lang na de dood van hun stichters uitdroegen, soms tot extreme gevallen.
Ten slotte zien we bij MEER hoe het franciscaanse "minder" (onthechting) en het jezuïtische "meer" (inzet) eigenlijk naar hetzelfde doel leiden. De innerlijke leegte van Franciscus is nodig om de ruimte te hebben voor het Magis van de jezuïeten.
Welkom, bij ‘Acht Eeuwen Minder’.
MENS
"Ze [laten] hun kinderen bewust vanaf hun eerste levensjaren in alle vrijheid opgroeien zonder te proberen ze binnen de perken te houden. (…) deze verderfelijke methode van opvoeden [is] als het ware vaste wet geworden. De ouders [leren] hun kinderen (…) door gebaren en woorden bepaalde, zeer afkeurenswaardige dingen; en (…) [dwingen] hen niet alleen gemene en onfatsoenlijke dingen te zeggen, maar die ook te doen. En geen van die kinderen [waagt] het uit schroom, zoals die eigen is aan die leeftijd, zich behoorlijk te gedragen. [Doet] er één het wel, dan [kan die] rekenen op zware straf."
Facebookberichten over de jeugd van tegenwoordig en hun opvoeding zijn altijd erg vrolijk van aard. Maar vergis je niet. Dit vertaalde fragmentje is van de hand van de dertiende-eeuwse Franciscaan Thomas van Celano, die de eerste twee levensbeschrijvingen van Franciscus van Assisi schreef.
Pietro Bernardone was een rijke lakenhandelaar uit Assisi. Op het moment van Franciscus' geboorte, in 1181, was Pietro in Frankrijk voor zaken. Bij zijn terugkomst had zijn pasgeboren zoon ondertussen de Bijbelse naam 'Giovanni' of Johannes gekregen van zijn moeder, Pica di Bourlemont. Omdat Pietro sterke banden had met Frankrijk en zijn vrouw Pica uit de Provence afkomstig zou zijn, gaf hij zijn zoon de nieuwe naam 'Franciscus', ofwel de Fransman.
Als telg uit een welstellende familie kreeg Franciscus alle kansen die geld kon bieden: een goede opleiding, de mooiste kleren, en genoeg zakgeld om zijn vrienden royaal te trakteren. Pietro di Bernardone was een gedreven zakenman, trots op zijn bezit en zijn maatschappelijke positie. Hij had grootse plannen voor zijn zoon: een waardige opvolger van zijn handelshuis, iemand die de lakens zou uitdelen. Dat laatste klopte uiteindelijk ook, zij het niet op de manier die Pietro voor ogen had.
Want als jongeman was Franciscus allerminst het heilige type. Hij was de gangmaker van Assisi, altijd in voor een feestje, extravagant gekleed op kosten van vader, en zo vrijgevig met andermans geld dat zijn vrienden hem vast een geweldige kerel vonden. Hij droomde van ridderverhalen en militaire roem, trok ten strijde tegen Perugia, en belandde prompt een jaar lang in gevangenschap. Een langdurige ziekte daarna bracht hem voor het eerst tot een wat serieuzere levenshouding — wat zijn vrienden vermoedelijk een stuk minder leuk vonden.
De eigenlijke bekering voltrok zich in de vervallen kapel van San Damiano, net buiten de muren van Assisi. Franciscus was er binnengegaan om te bidden, toen hij een stem hoorde vanuit het geschilderde, Byzantijnse kruisbeeld boven het altaar: "Franciscus, ga mijn huis herstellen, dat, zoals je ziet, in verval geraakt." Hij nam de opdracht aanvankelijk keurig letterlijk en begon muren te metsen. Dat hij daarvoor stiekem stoffen uit zijn vaders winkel verkocht, maakte Pietro iets minder enthousiast over zijn zoons nieuwgevonden ijver.
Het leidde zelfs tot een openlijke breuk. Pietro sleepte zijn zoon voor de bisschop van Assisi. Franciscus trok zijn kleren uit en wierp zijn dure gewaden letterlijk voor zijn vaders voeten. De bisschop sloeg zijn mantel over de naakte jongeling, die verklaarde voortaan enkel nog zijn hemelse Vader te erkennen, waarop hij Assisi uitwandelde. De verwende koopmanszoon was dood. In zijn plaats stond een man die zijde en feestmalen ingeruild had voor een bedelaarspij, de natuur, en de omhelzing van de melaatse die hij vroeger met een boogje had ontweken.
Rond 1209 kreeg Franciscus de goedkeuring van paus Innocentius III om de Orde der Minderbroeders, ook wel de Franciscanen, te stichten. Naast de mannenorde stichtte Franciscus met Clara van Assisi de Orde der Arme Dames, later de Arme Klaren of Clarissen, en ook een derde orde voor leken die het franciscaanse gedachtegoed wilden toepassen.
Thomas van Celano, die Franciscus persoonlijk had gekend, haalt in zijn levensbeschrijvingen sterk uit naar het milieu waarin Franciscus opgroeide. Maar de bekendste bron over Franciscus van Assisi is wel de Legenda maior uit 1263, door Bonaventura van Bagnoregio. Hij was minister-generaal van de orde en als theoloog met een agenda deelde hij het leven van Franciscus in een strak theologisch kader en presenteerde hem zelfs als een tweede Christus. Deze versie werd in 1266 als de enige waarachtige vita bestempeld, waarop de voorgaande biografieën prompt moesten worden vernietigd. Dankzij de koppigheid van middeleeuwse kopiisten en boekbezitters hebben we vandaag alsnog heel wat vroegere levensbeschrijvingen.
MYSTIEK
Franciscus van Assisi trok zich op 17 september 1224 terug op de berg La Verna in Toscane. Zijn afzondering luidde de meest tekenende episode van de (korte) rest van zijn leven in. Dat is alleen al te zien aan de omvangrijke collectie prenten die het Ruusbroecgenootschap bewaart over de heilige. Op het leeuwendeel van die devotieprenten staat namelijk de stigmatisatie van Franciscus afgebeeld. Dat is het moment waarop hij de vijf wonden van het kruis ontvangt via een serafijnengel die de vorm aanneemt van Christus aan het kruis. Het is een episode aan het einde van Franciscus’ aardse leven, waarin hij geteisterd werd door een ernstige oogaandoening, honger leed door het vasten en allerhande lichamelijke en ook emotionele tegenslagen had. Daarnaast wilde hij in zijn gebeden zo dicht mogelijk bij de pijn en het lijden van Jezus komen. Net door zijn intense imitatio of navolging van Christus, werd hij van bovenaf beloond en verschenen de kruiswonden op zijn lichaam. Twee wonden op zijn polsen, twee wonden op zijn voeten en een wonde in zijn zij. Zelf wilde hij er niet mee te koop lopen, maar broeder Elias, die volgens Thomas van Celano de stigmatisatie vanop de eerste rij had meegemaakt, stelde de wereld hiervan op de hoogte, waardoor de status van Franciscus als Alter Christus of tweede Christus bevestigd werd. Op de prenten zie je broeder Elias heel vaak afgebeeld, verstopt achter een bergje of een struik.
Maar wat heeft dit nu met Ruusbroec te maken?
Jan van Ruusbroec werd aan het eind van de 13e eeuw in Brabant geboren en bracht de laatste decennia van zijn leven door in het Zoniënwoud, in de priorij van Groenendaal, zonder de stigmata, wel te verstaan. Hij was ook géén franciscaan, maar een priester die veel nadacht over de vraag hoe een mens dichter bij God kan komen — en daar ook over schreef, en wel in het Nederlands.
Ruusbroec kende het werk van Bonaventura, de franciscaanse theoloog die een eeuw eerder in de Legenda Maior het leven van Franciscus had opgeschreven. Het is aannemelijk dat Ruusbroec ook een ander werk van de hand van Bonaventura kende, de Itinerarium mentis in Deum, of de Reis van het verstand tot God. Bonaventura beschreef een opklimming van zes trappen, waarbij de gekruisigde Franciscus het eindpunt was. In Ruusbroecs tekst Van den Seven Trappen verschilt de terminologie en de laatste trap misschien, maar de beweging blijft dezelfde. Die tekst zou hij trouwens, samen met nog drie andere teksten, geschreven hebben voor ene zuster Margriet van Meerbeke. Zij was zuster in de pas gestichte gemeenschap van Clarissen in Brussel. Ruusbroec schrijft haar in Van den Seven Sloten zelfs een volledige leefregel en bevestigt dat hij haar eerder bezocht heeft in het klooster. Het grote aantal werken dat hij aan zuster Margriet richtte, samen de aanspreking van ‘lieve zuster’, was voor verschillende onderzoekers reden om te geloven dat het daadwerkelijk om een zus of stiefzus van Ruusbroec ging. Hoewel we de familieband niet met zekerheid kunnen bevestigen, zijn er ook geen sterke argumenten om de theorie omver te werpen. Je kan er dus gerust van uitgaan dat Ruusbroec deel was van de Franciscaanse familie.
Naast het navolgen van Christus bij Franciscus en het schrijven over het navolgen van Christus bij Ruusbroec, bewaren we in de collectie van het Ruusbroecgenootschap het archief van een figuur die de navolging eveneens aan den lijve zou ervaren hebben. Zuster Rumolda, Maria van Beek, of ook wel ‘het heilig nonneke van Herentals’ genoemd, was een zuster Franciscanes uit het begin van de twintigste eeuw. Ze was een erg vroom figuur, die ook op een dag de kruiswonden op haar lichaam zag verschijnen. De bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap beheert haar archief, dat bestaat uit talloze foto’s van zuster Rumolda, haar medezuster en haar stigmata, maar ook doeken waarmee ze het bloed van de wonden opdepte, briefwisseling met leden van de clerus, haar persoonlijke dagboeken waarin ze haar mystieke ervaringen en ontmoetingen met de duivel beschreef, enzovoort.
De stigmatisatie en de mystiek van Franciscus inspireerde veel verschillende mensen, op veel verschillende manieren. Zo werd de navolger van Christus op talloze manieren zelf nagevolgd.
MEDE
De boom van de franciscaanse familie groeide in de loop der eeuwen uit tot een wijdvertakt netwerk van geestelijke ordes en groeperingen, die van wortel tot kruin doordrongen zijn van de idealen die hun aartsvader uitdroeg. Tijdens zijn leven stichtte Franciscus de Ordo Fratrum Minorum, ofwel de orde van de minderbroeders of in de volksmond ook grauwe broeders genoemd. Zij richtten zich op vier kernwaarden: armoede, broederschap, vrede en dienstbaarheid. Ze noemden zichzelf minderbroeders, omdat ze zich niet achter de verheven clerus wilden scharen, maar net in het openbaar en dienstbaar voor het volk wilden leven. In de Fioretti, of voluit I Fioretti di San Francesco, staat dat Franciscus en zijn eerste twaalf minderbroeders een grote gelijkenis vertoonden met de twaalf apostelen rond Christus, opnieuw duikt het beeld op van Franciscus als Alter-Christus. De Fioretti, of de bloemetjes van Sint-Franciscus, is een 14e eeuwse tekst, waarvan het Ruusbroecgenootschap een uitzonderlijk gedrukt exemplaar in bezit heeft dat dateert uit 1475. Deze incunabel of wiegedruk werd overgebracht uit het jezuïetencollege op de Frankrijklei naar de Grote Kauwenberg toen de bibliotheek zich daar vestigde. Het boekje vertelt in een 50-tal hoofdstukken hoe mensen geholpen werden door Franciscus en de zijnen, en in het laatste tiental hoofdstukken ook hoe zijn nalatenschap werd verdergezet na zijn dood.
In de Fioretti komen we ook Clara van Assisi tegen. Na het horen van een preek door haar neef Rufino, die een volgeling van Franciscus was, wilde ze zich meteen toeleggen op dienstbaarheid en dat in volstrekte armoede. Nog geen jaar nadat ze voor het eerst van deze minderbroeders en hun manier van leven hoorde, legde ze haar geloften af, en dat in de handen van Franciscus zelf. Waar Franciscus met zijn minderbroeders een orde stichtte voor mannen, stichtte Clara in San Damiano de orde der Clarissen, of soms ook wel Arme Vrouwen of Arme Klaren. Clara van Assisi wordt steevast met een monstrans afgebeeld, een liturgische houder waarmee de gewijde hostie of het ‘lichaam van Christus’ werd aanbeden. Toen de Saraceense huurlingen van Frederik II het klooster van San Damiano belegerden, kon Clara ze verdrijven door intens te bidden voor bescherming bij de monstrans. Het verblindende licht dat vervolgens uit de monstrans kwam (en misschien ook de scherpe randjes ervan) zorgde ervoor dat de aanvallers op de vlucht sloegen en San Damiano veilig bleef. Arme Klaren aan de ene kant mochten enkel aalmoezen ontvangen en geen bezit hebben, maar de Rijke Klaren of Urbanisten mochten inkomsten genereren en onroerende goederen bezitten.
De clarissen worden gezien als deel van de tweede orde van Franciscus, waar de minderbroeders de eerste zijn. De Eerste Orde bestaat uit drie verschillende takken. De observanten of zij die de oorspronkelijke orderegels naleven of waarnemen, de conventuelen die in conventen of kloosters samenleven, in tegenstelling tot de spiritualen die als bedelorde bestaan, en ten derde de kapucijnen, een aftakking uit de zestiende eeuw die door paus Gregorius XIII werd goedgekeurd om met woord en daad de protestanten te bestrijden. Kapucijnen zijn onder andere te herkennen aan hun baarden, maar vooral aan hun spitse kap of ‘cappucio’, die trouwens net even bruin van kleur is als een cappuccino.
De tweede orde heeft ook verschillende aftakkingen, zoals de clarissen, maar ook de zusters coletienen, en de zusters annunciaten. Zij leven allemaal in kloosters, met eigen accenten op de spiritualiteit van Franciscus.
Naast de eerste en tweede ordes van Franciscus, bestaat de Derde Orde uit gemeenschappen van leken en seculieren. Leden van de derde orde worden ook tertiarissen genoemd en ze worden onderverdeeld in een reguliere tak, dus zij die volgens een regel leven, en seculieren, die tussen het volk leven. Tot de reguliere derde orde behoren ook de zusters Franciscanessen. Zij hebben, in tegenstelling tot de contemplatieve clarissen van de tweede orde, een actieve status, wat betekent dat ze vaak werkzaam zijn binnen de zorg of in het onderwijs. Van de Franciscanessen in Herentals mocht trouwens een aanzienlijke collectie objecten van Mariale devotie naar het Ruusbroecgenootschap overgebracht worden.
De Franciscaanse boom is in de afgelopen acht eeuwen uitgegroeid tot een woekerplant met aftakkingen over heel het Europese vasteland, en ver daarbuiten.
MILIEU
Eind 2015 vond in Parijs de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties plaats. Samen met 195 landen werd het Akkoord van Parijs gesloten, waarin staat dat de klimaatopwarming beperkt zou worden tot maximaal 2° Celsius boven de waarden van vóór de opkomst van de industrie. De maatregelen van het akkoord, waarin de broeikasgassen aan banden werden gelegd, zijn ingrijpend. En dat zou gerust wel eens door toedoen kunnen zijn van Paus Franciscus, de eerste die uit de Jezuïetenrangen opsteeg om Bisschop van Rome te worden. Zelf was hij niet aanwezig op de conferentie, maar in de maanden daarvoor verspreidde hij wel zijn encycliek ‘Laudato si’. De encycliek, een pauselijke rondzendbrief die doorgaans zaken over het geloof of over de maatschappij aankaart, kreeg als ondertitel DE COMMUNI DOMO COLENDA, of, over de zorg voor ons gemeenschappelijk huis. Daarmee bedoelt paus Franciscus natuurlijk de hele natuurlijke wereld, en meer specifiek het klimaat.
De titel van de encycliek ‘Laudato Si’ verwijst naar de tekst Cantico del Sole, ook gekend als het Zonnelied dat Franciscus van Assisi aan het eind van zijn leven schreef. In het lied prijst hij de verschillende aspecten van de schepping en toont hij aan dat alles met elkaar verbonden is. Zo heeft Franciscus het bijvoorbeeld over broeder Zon en zuster Maan, maar ook over broeder Wind, zuster Water, broeder Vuur en zuster Moeder Aarde, die elk op hun beurt geprezen worden voor hun warmte, hun zorg voor de schepselen, de vruchten die ze voortbrengen, enzovoort. Daarnaast bezingt Franciscus ook zuster Lichamelijke Dood: zij wordt geprezen omdat ze net de weg opent naar het eeuwige leven. Dat hij het hier expliciet over de dood heeft als een onvermijdelijk en zelfs vreedzaam deel van de natuur, kan te maken hebben met het moment waarop hij het Zonnelied schreef, namelijk aan het einde van zijn leven, toen hij zwaar ziek was na het ontvangen van de stigmata en hij amper nog kon zien. De fysieke blindheid zorgde zoals vaak voor een spiritueel scherpere kijk. Dat zorgde ervoor dat het Zonnelied nog eeuwen na Franciscus van Assisi kon inspireren.
Paus Franciscus heeft in 2015 met zijn encycliek ‘Laudato Si’ zelfs voor een uitbreiding van de geloofsartikelen gezorgd. Naast het voeden van de hongerigen, het lessen van de dorstigen, het kleden van de naakten, het herbergen van de vreemdelingen, het verzorgen van de zieken, het bezoeken van de gevangenen en het begraven van de doden, moet de gelovige nu ook zorg dragen voor het gemeenschappelijk huis en dus voor de schepping. Zo noemde paus Franciscus een achtste werk van barmhartigheid.
Het Zonnelied is misschien wel het bekendste wapenfeit van Franciscus van Assisi. De heilige onderhield een erg nauwe band met de natuur en dat is te zien in een aantal episodes uit zijn leven. Het stadje Gubbio werd lang geteisterd door een vraatzuchtige wolf die zich te goed deed aan het vee en zelfs mensen aanviel. Hoezeer de bevolking de wolf ook probeerde te verjagen, geen wapen leek het beest te deren. Na het slaan van een kruisteken besloot Franciscus de wolf te trotseren. Die kwam na het horen van Gods naam voor de heilige zitten luisteren. Franciscus liet de wolf inzien dat hij grove misdaden had begaan, en als hij daarmee zou stoppen, de bevolking hem zou voeden zodat hij nooit meer honger zou hebben. Broeder Wolf gaf Franciscus daarop een pootje en deed geen vlieg meer kwaad. Blijkbaar werd tijdens renovatiewerken in 1872 in de kapel van Gubbio, de San Francisco della Pace het geraamte van een grote wolf gevonden …
Van Broeder Wolf in Gubbio, de vogels die naar zijn preken luisterden in het stadje Bevagna, van de ziekenboeg van San Damiano waar Franciscus het Zonnelied liet opschrijven, tot helemaal in de collectie van het Ruusbroecgenootschap. Franciscus, zowel de heilige van Assisi als paus Franciscus, presenteerden zich als de grootste verdedigers van zuster Moeder Aarde, en de Stichting Jezuïetenerfgoed bewaart hun beider nalatenschap in geklimatiseerde ruimtes.
MINDER
“Neem geen goud-, zilver- of kopergeld mee in je beurs, neem geen reistas mee voor onderweg, geen twee stel kleren, geen sandalen en geen stok.” Dat staat te lezen in het Mattheüs-evangelie. Het is een passage die Franciscus van Assisi gebruikte als zijn oorspronkelijke leefregel, de Regula Primitiva. Daarmee kreeg hij in 1210 officieel de toestemming voor zijn nieuwe religieuze groepering van minderbroeders. Het woord ‘minder’ betekent niet dat de broeders per definitie minderwaardig zijn, maar gaat wel uit van een nederigheid die aangenomen wordt door de volgelingen van Franciscus. Franciscus wilde dat de minderbroeders iedereen beschouwden als hun meerdere en dat ze zich in ultieme dienst stelden voor de ander. Daarmee waren ze niet alleen minderbroeders, maar tegelijk ook broeders van de minderen van de samenleving.
De orde werd in 1210 door paus Innocentius III mondeling goedgekeurd, maar met de voorwaarde dat Franciscus een nieuwe regel zou voorzien. Op basis van uitwisseling bij verschillende kapittels van minderbroeders, kwam in 1221 een herwerkte regel tot stand. Het was een lijvig document: een proloog en 24 hoofdstukken, met talloze passages uit het evangelie en heel radicale opvattingen over armoede. Zowel de lengte van de regel als de dwangmatige focus op armoede waren voor de Romeinse Curie reden om de regel nog niet goed te keuren, waardoor die als Regula non bullata werd bestempeld, ofwel de regel zonder pauselijke zegen. In 1223 werd uiteindelijk een light-versie van de regel, met minder bijbelcitaten en in slechts 12 hoofdstukken, de regula bullata, door paus Honorius III bevestigd in de bul ‘Solet annuere’. Hoewel Franciscus uiteraard tevreden was dat zijn orde nu ook juridisch als orde bekend stond, gaf het hem een wrang gevoel. De ingekorte regel was voor Franciscus een verwatering van zijn na te streven armoede-ideaal. Voor zijn dood in 1226 schreef of dicteerde hij nog zijn Testament; daarin formuleerde hij zijn wensen voor de orde. De broeders en zusters moesten zo simpel en puur mogelijk leven.
Hij schrijft: “Zij die kwamen om dit leven te leiden, gaven alles wat ze konden krijgen aan de armen. Zij waren tevreden met één pij, een koord om hun middel en een onderbroek. Meer wilden we niet hebben. We waren ongeletterd en ik werkte en wil nog werken met mijn handen; en ik eis dat alle andere broeders gepast werk uitvoeren. Wie dat niet kan, moet het maar leren, niet voor het loon maar om een goed voorbeeld te geven en om de ledigheid te verdrijven. En als we geen loon voor onze arbeid krijgen, dan nemen we onze toevlucht tot de tafel van de Heer en gaan we van deur tot deur bedelen.”
Bij de stichting van de minderbroeders in 1209, waren de Franciscanen met 12. Aan het einde van Franciscus’ leven, liep het aantal mensen dat zijn voorbeeld volgde op tot wel 5000, over de drie ordes heen. Maar waar een simpele regel geldt, is veel ruimte voor interpretatie, en met 5000 volgelingen zorgde dat soms voor spanningen binnen de minderbroeders en grauwzusters. Met zulke aantallen bezitloos rondtrekken werd al snel een utopie. Dat zorgde ervoor dat een stroming binnen de Franciscanen zich in kloosters of conventen kon vestigen. De individuele broeder bleef armoede nastreven, maar de gemeenschap zelf kon wel bezit hebben. Zij werden de Minderbroeders Conventuelen genoemd, maar kregen al snel de opmerking dat hun levensstijl te luxueus was. In 1517 werd daarom door paus Leo X beslist om de Minderbroeders Observanten in het leven te roepen. Zij volgden de regel van Franciscus weer strikter, en wanneer we het vandaag over de Franciscanen hebben, worden daarmee deze Observanten bedoeld. Volgens sommige leden van de orde waren zelfs de Observanten te los met het naleven van de regel en zo verschenen de Minderbroeders Kapucijnen. Zij gingen terug naar het allereerste begin en de radicale armoede en soberheid. Ze zijn te herkennen aan hun erg ruwe kledij en aan de puntige kap die aan hun pij hangt. Het armoede-ideaal was in de loop der eeuwen een inspiratiebron voor velen.
Zo was er in 1521 een ridder uit het Baskenland herstellende van een zware beenbreuk door een kanonskogel, Ignatius van Loyola. In Pamplona, waar hij in de ziekenboeg lag, wilde hij zijn geliefde ridderverhalen lezen, maar daar konden ze hem alleen maar van Voragine’s Gulden Legende en Het leven van Christus door Ludolfus van Saksen voorzien. Geïnspireerd door de levens van onder andere Franciscus, besloot hij zijn harnas aan de haak te hangen en in te wisselen voor een bedelaarspij in de mode van de Franciscanen. Hij wilde zich met zijn armoede-ideaal vestigen in Jeruzalem, maar werd door de oorlogen daar snel teruggefloten naar Spanje. Ignatius legde zich toe op intensieve studie over hoe de medemens in elkaar zit, zodat ze zichzelf volledig ten dienste konden stellen. Dat leidde in 1540 tot de stichting van de Sociëteit van Jezus of de Jezuïeten. Net als Franciscus streefde Ignatius naar een radicale navolging van Christus' armoede, rechtstreeks geïnspireerd door de franciscaanse idealen die hij in de ziekenboeg van Pamplona ontdekte. Hij ruilde zijn harnas in voor een eenvoudige bedelaarspij en adopteerde Franciscus' radicale concept van bezitloosheid als blauwdruk voor zijn eigen jezuïetenspiritualiteit.
De geschiedenis van de jezuïeten werd echter ook sterk getekend door pauselijke inmenging; zo vaardigde de franciscaanse paus Clemens XIV in 1773 met de brief Dominus ac Redemptor de totale opheffing van de orde uit. Eeuwen later kwam de cirkel op bijzondere wijze rond met de verkiezing van paus Franciscus: de allereerste jezuïetenpaus, die nota bene de naam van de heilige van Assisi aannam.
Voor minder doen we het niet. Of toch?
MEER
Franciscanen laten actief macht, status en bezit los en streven naar ‘minder’. Bij jezuïeten zien we net dat ‘meer’ centraal staat in hun spiritualiteit, met hun begrip ‘magis’. Het zou makkelijk zijn om ‘minder’ en ‘meer’ hier als wederzijds uitsluitende termen te zien, maar dan zouden we aan het gedeelde doel van de ordes voorbijgaan. En dat is net wat we niet willen.
Zowel franciscanen als jezuïeten ijveren voor het helpen van de armsten van de samenleving. Waar Franciscanen daardoor in solidariteit een leven van armoede opnemen, streven Jezuïeten ernaar in alles wat ze doen de lat hoger te leggen. En dat voor de grotere eer van God: Ad Majorem Dei Gloriam. Niet per se met gigantische marmeren kerken, met goud bezette plafonds of barokke schilderijen van onschatbare waarde, hoewel dat er van tijd tot tijd ook wel eens aan te pas komt, maar vooral om de wereld te veranderen met een intellectuele en actieve inzet. Jezuïeten willen dat God gevonden wordt in alle dingen, maar dat betekent niet dat het een zoektocht naar de heilige graal moet worden en daarom helpen ze de gelovigen graag een handje.
De Sociëteit van Jezus neemt soms de eenvoud van de Franciscaanse spiritualiteit als uitgangspunt en transformeert die tot een instrument dat de gelovige op een zintuiglijke reis meeneemt. De reden daarvoor zien we in de Geestelijke Oefeningen die door Ignatius van Loyola werden opgesteld. In de vijfde contemplatie schrijft Ignatius dat de zintuigen in de voorgaande contemplaties een plaats krijgen, het zogeheten applicatio sensuum. Een Jezuïet moet zich in gedachten baseren op wat hij ziet, hoort, smaakt en voelt. Deze verbeelde zintuiglijke benadering van geloof zien we een veel theatralere opstelling dan de zuivere focus op het woord zoals bij de Franciscanen.
Zo is er bijvoorbeeld de kruisweg. De kruisweg is de route die Jezus ging van zijn veroordeling tot zijn dood aan het kruis in Jeruzalem. Pelgrims bezochten de stad en liepen dezelfde route om er te bidden en stil te staan bij het lijden van Christus. In de late middeleeuwen was zo’n afstand reizen een erg dure en ook gevaarlijke onderneming. In de veertiende eeuw begonnen heel wat Franciscanen daarom in hun eigen instellingen de kruisweg na te bootsen met verschillende kapelletjes die de veertien staties van de Via Dolorosa van Christus voorstelden. Door langs deze kapelletjes te gaan en te bidden, was de gelovige alsnog in staat zich in het lijden van Jezus te verplaatsen, zonder het Heilige Land effectief te moeten bezoeken. De Franciscaan Leonardo da Porto Maurizio ging in het begin van de achttiende eeuw Italië rond en richtte er niet minder dan 567 kruiswegen op. Hoewel het geen louter Franciscaanse uitvinding is, zijn de minderbroeders wel verantwoordelijk voor de grote popularisering van de gebedsreeks.
De Kruisweg zien we bij de 16e-eeuwse jezuïet Hiëronymus Nadal voorgesteld in zijn roemrijke gravures van het Evangelie. Waar de franciscaanse kruisweg vooral een lichamelijke en fysieke tocht voorstelt, zien we in het werk van Nadal een mentale reis die gemaakt moet worden. Op een enkele afbeelding wordt de kijker meegenomen in een visuele puzzel om de Passie intellectueel te ontcijferen. Over Geestelijke oefeningen gesproken. Hoewel beide ordes dus het lijden van de mens Christus willen navolgen, zien we toch een verschil tussen hart en hoofd, die elk op hun eigen manier handig om het Goddelijke Plan beter te begrijpen.
Soms is minder dus echt meer, maar meer hoeft niet per se minder te zijn.
Dit was de audiogids bij Acht Eeuwen Minder. Wil je de sporen van Franciscus ook met eigen ogen zien? De tentoonstelling loopt nog tot en met 29 januari 2027 in de Bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap op de stadscampus van Universiteit Antwerpen. Kom de collectiestukken bij elk fragment bekijken, en ontdek acht eeuwen geschiedenis van dichtbij.
Dit najaar organiseert UCSIA ook een lezingenreeks over Franciscus.
Daarin vertellen gerenommeerde onderzoekers meer over de wortels en de ontwikkeling van de Franciscaanse ideeën over vrede, armoede en ecologie en hoe dat gedachtegoed vandaag nog doorwerkt.
Wil je meer weten? Kijk dan op www.ucsia.org!
People on this episode
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Barokke Influencers
Barokke InfluencersDe Ongelooflijke Podcast
NPO Luister / EO