Inside Belgian Cycling

#5 Gezondheidsspecial: Dr. Kris Van der Mieren & Prof. Dr. Guido Claessen

Belgian Cycling

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 46:12

Vandaag duiken we in de medische kant van de wielersport. We bespreken de impact van het steeds professioneler wordende jeugdwielrennen op het lichaam van jonge renners. Daarom hebben we vandaag twee experten te gast.

Professor dokter Guido Claessen is cardioloog en sportgeneeskundige, gespecialiseerd in de effecten van intensieve inspanning op het hart. Dokter Kris Van der Mieren is bondsarts en gespecialiseerd in de behandeling van spieren, pezen en gewrichten. Hij leidt verschillende medische projecten binnen Belgian Cycling, waaronder de bekende gezondheidssessies.

Samen praten we over hoe we jonge renners beter kunnen beschermen, begeleiden en laten uitgroeien tot sterke en gezonde topsporters.

We hebben het onder meer over hartritmestoornissen bij jonge renners, mentale druk, de evolutie van het jeugdwielrennen en het belang van gezondheidssessies.

SPEAKER_01

Dag beste luisteraars, welkom bij een nieuwe aflevering van Inside Belgian Cycling. Ik ben Daan jullie host en vandaag duiken we de medische kant van de wielersport in. We bespreken de impact van het steeds professioneler worden de jeugdwielrennen op het lichaam van de renners, een onderwerp waar wij als federatie dagelijks de gevolgen van dien en ons allen aanbelangt. Daarom heb ik vandaag twee experten te gast. Professor Dr. Guido Klaasen is cardioloog en sportgeneeskundige, gespecialiseerd in de effecten van inspanningen op het hart. Hij behaalde een doktoraatsitel over de functie van de rechterharthelft tijdens inspanningen. Daarna volgde hij een fellowship Sportcardiologie aan het Baker Heart ⁇ Institute of Melbourne. Voor ons is hij de voorzitter van het Medisch Comité van Belgen Cycling en verbonden aan de KU Leuven en de U Hasselt. Dr. Chris van der Mieren is sportarts en gespecialiseerd in de behandeling van spieren, pezen en gewrichten. Hij is al jarenlang bondarts van onze nationaal wielderploeg. Hij leidt diverse medische projecten binnen Belgen Cycling, waaronder de bekende gezondheidssessies. We zitten hier op het Sport Vlaanderen Heusen Zolderville, Limburg, waar straks het hypernetperk van onze medische cel van start zal gaan. Welkom, dokter Guido Klaasen, dokter van der Nieren. Dokter Claasen, ik zal me u beginnen. Hoe ben je eigenlijk bij Belgen Cycling terechtgekomen als coördinator van de medische cel?

SPEAKER_02

Ja, dat heeft eigenlijk wel een kleine weg afgelegd. Ik heb altijd een passie gehad voor duursport. Ik heb ook altijd veel sport gedaan. En tijdens mijn doctoraat, die je inderdaad benoemde, benoemde, heb ik ook echt specifiek onderzoek gedaan naar effecten van duursport, specifiek op het hart. En zo ben ik gaan de weg meer en meer betrokken geraakt met wielrennen, omdat eigenlijk daar de cardiovasculaire belasting extreem hoog is. En zo ben ik uiteindelijk in contact met de mensen van Belgian Cycling. En kwam op een bepaald moment de vraag om mee in de medische cel te vertoegen. En je doet hem veel plezier sindsdien.

SPEAKER_01

Die medische cel binnen Belgian Cycling. Hoe is die samenstelling?

SPEAKER_02

Dat is een homogeen geheel, maar bestaat uit toch wel verschillende invalshoeken. Er zijn een aantal sporartsen die vormen het grootste deel van de medische cel. We hebben ook een heel brede kennis, maar toch met elk hun eigen invalshoek. Daarnaast hebben we ook iemand die gespecialiseerd is in gynaecologie, wat toch ook een heel relevant thema is bij vrouwelijke werelders. Wij hebben ook specialismen zoals radiologie, wat dan weer een brede blik geeft in geval van problemen die zich kunnen voortdoen, die beeldvorming vergen. En daarnaast kunnen we gelukkig teren op een heel goed en enorme expertise van het hypernetwerk, wat in geval van specifieke vragen ons een tweede lijn geeft, waarop we graag beroep doen zo nodig. Een perfect voorbeeld was bijvoorbeeld. Dat is de COVID-periode, waarbij we onze infectiologen enorm hard nodig hebben. Zeker met de ledsvorming, die elke week als het ware wisselde. Het was enorm belangrijk om zo het eerste bron advies te kunnen krijgen.

SPEAKER_01

Dankjewel. Dokter Van der Mieren, u zet onze boonstart binnen Belgian Cycling. Hoe bent u bij de federatie gekomen?

SPEAKER_00

Bij mij heeft dat ook inderdaad een hele lange weg afgelegd, maar de wielrenderij is er bij mij met de paplepel ingegeven. Bij mij thuis, bij ons thuis, was wielrennen het koers gereden ben ik zelf beginnen koersen. Geneeskunde gedaan. Op die manier ben ik dan ook bij de medische cel terechtgekomen.

SPEAKER_01

Hoe lang zijn jullie actief binnen Belgen Cycling?

SPEAKER_00

Ik schat ik nu twaalf jaar actief ben binnen Buzencycling.

SPEAKER_01

En hoe heb je de medische begeleiding binnen de Federatie zien veranderen?

SPEAKER_00

Ja, de medische begeleiding in het begin, zo'n goede twaalf jaar geleden, was dat nog meer of minder gestructureerd. En we hebben met een aantal artsen, en dan ook nog in de tijd met mensen van het beleid, onder andere met Josmet en zo, hebben wij een aantal structuren op punt gezet, die ertoe geleid hebben dat er meer in leiding kwam, dat er meer verschillende cellen opgericht werden, onder andere het medisch begeleidend team, de medische cel en zo, dat werd allemaal wat beter afgeleid. De artsen die daarbij betrokken waren, krijgen duidelijkere functies. En op die manier denk ik dat we nu wel tot een beter systeem gekomen zijn dan voorheen. Dat medisch begeleidend team. Wat is de samenstelling daarvan? Met hoeveel zijn jullie? Met vier artsen: dat is Tom Toelinx, Rikke Kinder, Samboesti en ik zelf. Wij begeleiden de nationale teams. Op die manier proberen wij zelf onze renders, rainsters, en de staf die daarbij betrokken is, zo goed mogelijk te begeleiden.

SPEAKER_01

Dus u gaat vaak mee met de Nationale Ploeg, de EK's, de WK's, wat is dan uw taak op die kampioenschappen?

SPEAKER_00

Zo'n kampioenschappen daar komt heel wat bij kijken. In feite is het veel meer dan het kampioenschap op zich. Dus eerst en vooral heb je de voorbereiding. En dat hangt er vanaf hoe en wat. Bijvoorbeeld als de EK in Middelkerken is, is dat allemaal niet zo ingewikkeld. Maar als er een WK in Gigali is, dan komt er veel meer bij kijken qua voorbereiding. Dat gaat van hygiëne tot vaccinaties tot opstellen van medische dossiers. Dus we hebben een medische file, zoals elke huisarts en sportarts eentje heeft van zijn patiënten of haar patiënten. De hele voorbereiding, daar krijgt heel veel tijd in. Voor Kegel zijn we daar toch wel een jaartje mee bezig geweest. En ter plaatse begeleiden wij dan de renners en de renders. Wij proberen ook een soort van middelpunt te zijn tussen de staf, de renners en iedereen die daar aanwezig is. Iedereen kan bij ons terecht bij zijn of haar problemen. Maar ook besproken worden, bijvoorbeeld wij naar dopingcontroles gaan, zekerhuisbegeleidingen, overleg met specialisten van thuisuit. Dus alles wat dat, medisch en paramedes.

SPEAKER_01

Straks zal tijdens het hypernetwerk gedebatteerd worden over enkele stellingen. Dokter Klaasen, u hebt zelf een stelling hartritmestoornissen bij jonge renners de naald in de hooiberg. Kan u die stelling iets meer duiden?

SPEAKER_02

Het is meer dan alleen een stelling, het is voornamelijk de titel van de presentatie. Maar het slaat natuurlijk op het feit dat we op zoek zijn naar iets zeldzaams. Als we kijken naar plotse dood, dat doorgaans het gevolg is van een leef die eigen ritmestoon is, dan zoeken we letterlijk naar iets dat heel zeldzaam is. Gelukkig komt dat maar voor in ongeveer 1 op 100 duizend gevallen bij jonge duursporters, of bij jonge sporters in het algemeen. Maar het is natuurlijk wel ontzettend belangrijk om die ene naald eruit te halen, omdat we willen natuurlijk tragische events vermijden, en vandaar de titel.

SPEAKER_01

En welke preventieve maatregelen worden er eigenlijk zo het best genomen tegen harritmestoornissen of erger?

SPEAKER_02

De currente testings- of screeningsbatterij die gangbaar is, en dat is niet alleen zo voor het wiel in, maar dat is ook voor sportboefening in het algemeen. Is om natuurlijk uit te gaan van een goede vragenlijst en anamneese, zoals we dat noemen, waarbij we de sporter ondervragen, specifiek ook naar weerheid van kla en ook eventuele hartziekten in de familie. Dat zijn de meest essentiële elementen daarin. Een klinisch onderzoek, en tenslotte ook een filmpje van het hart, het zogenaamde EKG, waarbij we de elektrische signalen van het hart in rust gaan bekijken. Bij bepaalde disciplines, en dat is bijvoorbeeld voor het wielderen zo het geval, komen daar soms, ook in functie van de licentie, nog bijkomende onderzoeken bij, dan spreken ook wel bij het hart. En een inspanningstest of een fietsproef, die hoort daar ook bij bij de onderzoeken die geregeld herhaald worden.

SPEAKER_01

Manningstest kan je daarmee al de grootste problemen voorkomen. En vind je dat voldoende? Hoe gaat zo'n test juist in zijn werk?

SPEAKER_02

Het wordt aanbevolen in de wetenschappelijke literatuur. We kijken internationaal gezien, is er enige evidentie, hoewel die ook niet zodanig sterk is. Dat een rust EKG tot de screening behoort en eigenlijk stopt het daar. In het wielrennen gaat men al verder dan in de wetenschappelijke richtlijnen, door daar een fietstest aan toe te voegen. En ook tweejaarlijks op dit moment, maar dat gaat in de toekomst wellicht veranderen, en ego van het hart. Die fietsproef heeft wel een zekere gevoeligheid. En vooral voor het oppikken van ritmestonis. Zeker als we bij jonge sporters kijken, dan zijn we vooral eigenlijk bedacht op het oppikken van overslagen die vanuit de hartkamer komen en die een eerste teken kunnen zijn van een onderliggend hartprobleem. Recente data tonen eigenlijk wel dat het oppikken van die ritmestonissen gevoeliger is, dan aan de hand van geavanceerde beeldvormingstechnieken naar de hartspier te gaan kijken. Dus ik geloof er wel in dat we met die fietsproof, met die vragenlijsten, toch al een heel deel van de problemen vroegtijdig kunnen oppikken. Heel belangrijk is dan natuurlijk welk gevolg dat eraan wordt gegeven.

SPEAKER_01

En als u die testen vergelijkt in België ten opzichte van het buitenland, is dit in de buurlanden ook zo dezelfde testen verplicht?

SPEAKER_02

Als we het hebben over de Belgian cycling en de prof. En de licenties, dan denk ik dat we het redelijk strikt aanpakken, wat ook goed is op een gestructureerde manier, die ook in lijn is met de voorschriften vanuit de UCI. En die lijn trekken we eigenlijk ook door richting de jongere sporters. Als we kijken naar andere hoeken van de wereld. Dan zijn er geografisch wel heel wat verschillen. Tot heel recent in de Verenigde Staten bij sportmedische onderzoeken, was het beperkt tot bodemvragenlijst en een klinisch onderzoek, maar zat er zelfs geen rustfilmje van het hart in. Dat is nu 2025 gelukkig veranderd. Maar dat heeft ook heel veel te maken met beschikbaarheid van zulke onderzoeken. Ik denk op dat vlak in België hebben een hele lage drempel tot de gezondheidszorg. En het bekomen van zo'n filmpje van het hart is gelukkig niet zo heel moeilijk. En we kunnen terecht bij een heel grote aanbod van sportsen die er ook deskundigheid in hebben om hier ietsvol te gaan interpreteren.

SPEAKER_01

Het jeugdwillen wordt, steeds professioneler. Waar ligt de gezonde grens tussen hoe we jonge renners gaan beschermen tegen overbelasting?

SPEAKER_02

Het is heel moeilijk om daar een precieze definitie of balans te gaan definiëren. Dat hangt natuurlijk heel veel af, ook van de maturiteit van de sporter, hoeveel die al gewend is om te doen, hoe lang die al aan sport doet. Maar ik denk alleszins de belangrijkste boodschap is dat we daar wel oog voor moeten hebben voor die belastbaarheid en intensieve. Ik denk de inspanningsfysiologen, en Chris is daar zelfs nog beter geplaatst, denk ik. Weten heel goed dat burn-out bij jonge sporters die veel te vroeg, veel te intensief beginnen, een currant probleem is. Er zijn voorbeelden genoeg van heel goede renners die pas op later leeftijd inschakelen en die des te succesvoller zijn. Dus je hoeft niet op zo'n jonge leeftijd zo intensief bezig te zijn. In tegenstelling, er zijn zelfs duidelijke gegevens die tonen dat meer, in verschillende takken en disciplines u bekwamen, dat het eigenlijk de technische vaardigheden en de lange termijnsprestaties ten goede komt. En dat geldt hetzelfde voor het hart. We moeten vooral onthouden. Het hart is een orgaan dat nog in volle ontwikkeling is op jonge leeftijd. En we weten heel goed dat bepaalde hartziekten pas tot uitinkomen in de adolescentie en zelfs pas tot de leeftijd in de 20er jaren. We moeten daar een beetje voorzichtig zijn. Want een heel hoge dosis sport gooien op een hartspier die in de verkeerde richting evolueert, dat kan soms tot problemen aanleiding geven.

SPEAKER_01

Dokter Van der Mieren, vanaf welk punt wordt een toenemende belasting ongezond voor een kind onder de 18 jaar?

SPEAKER_00

Ik ga aanpikken aansluiten bij wat Guido al zei. Dat is een onderwerp wat in mijn praktijk bijna dagelijks ter sprake komt, en zeker nu dat de screeningsturen beginnen. Het is te veel. Ouders van kinderen van 7, 8, 9, 10, 12 jaar en zo vragen dat aan mij. En om eerlijk te zijn, ik moet daar een genuanceerd antwoord op geven. En ik geef dan het antwoord het verhaaltje dat ik altijd vertel op de gezondheidssessies. Dat is een gemakkelijk verhaaltje. Ik zeg dan tegen de mensen, tegen de kinderen, maar vooral ook tegen de ouders. Kijk, als je een ster wilt worden, dan moet je denken aan het woordje ster. Het gaat over veel meer dan over trein, alleen. Het gaat over de manier hoe je omgaat met je sport. En in het woordje ster heb je eerst de S van slapen. En de slaapkwaliteit van de jeugd, we weten dat die achteruit gaat. Dat heeft ook zijn impact, zijn repercussies voor de draagkracht, de draagbaarheid van het lichaam. Waarom gaat dat achteruit? Dat gaat achteruit omdat de kinderen minder slapen door te veel of te laat met social media bezig te zijn en schermtijd. Ten tweede, trainen. Het is de dag van vandaag niet op normaal dat kinderen die aspiranten zijn, 12, 13, 14 jaar, dat die al met een trainer werken. Ik heb niks tegen trainers, inteendeel, wanneer ze zorgen dat die kinderen een goede structuur hebben. Maar dikwijls voel je toch een bepaald opbod, want zo'n trainer wil zichzelf natuurlijk ook wel graag laten gelden. En zie je toch dat de intensiteit van die trainingen een beetje te veel wordt, al voor jonge kinderen. Dan heb je ten derde, wat ik vertel over het trainen, ik zeg dan tegen de kinderen kijk, het moet plezant blijven. Je moet als spelenderwijs je lichaam leren kennen en je moet, vind ik, op 18, 19 jaar je lichaam door en doorkennen. Ploegleiders van World Team Ploegen zeggen mij dat als je een beloftevolle jonge renner hebt van 21 jaar, of twee beloftevolle renners, die juist hetzelfde kunnen, alles hetzelfde, maar de ene kent zijn lichaam en de andere niet, het verschil is doorbreken of twee jaar en gedaan. Zo groot is dat verschil. Dus je lichaam leren kennen in de jeugdcategorieën is daarin heel belangrijk. Dan de E van eten bezig zijn, en dan de R van de rest, dat is mentaliteit, dat is leren focussen. En ik vind dat dat wel vanaf jonge leeftijd mag. Een kind van 12, 13, 13 jaar moet zich al leren focussen. Op school moet je dat ook leren. Dus ster, die vier zaken, dat zijn de vier basisprincipes die niets kosten, die kosten niets. En die kunnen er in heel grote mate toe bijdragen dat dezelfde belasting voor een lichaam een stuk gemakkelijker vertererd worden. En als er dan een onderliggende patologie is die dan Gido er zal uithalen als het moest nodig zijn, dan zal die een stuk minder naar boven komen wanneer het extreme van het lichaam. De stretch op de hartspier, dat is toch iets wat we zien, bij extreme inspanningen, en ik heb het allemaal meegemaakt, ik weet hoe diep dat je gaat soms. Die stretch is voor een kind is dat enorm, denk ik. We moeten daar een beetje voorzichtig in zijn.

SPEAKER_01

En als u spreekt over het trainen met een trainer, indien er daar toch te veel benadruk wordt opgelegd, is het dan vaak te intensief of te lang.

SPEAKER_00

Ik denk dat een kind er zijn studies. Dat als kinderen met een jeugdbeweging op kant zijn en die spelen en de hele dag een bospel, er zijn kinderen bij die s'avonds 2 marathons gelopen hebben, het gaat over kinderen van 10 tot 12 jaar. Dus die kinderen eten s'avonds een avondmaaltijd en moest je nu zeggen, ik stel voor dat een kind een keer 70 kilometer ga lopen, dan gaat men je verwijten dat je een onwens bent. Maar kinderen doen dat al spelender wijs. Kinderen zijn gemaakt om aanerobe duur inspanningen te doen. Alle aerobe inspanningen, laat diezelfde kinderen 300 meter of 200 meter koers lopen, dan hebben die daar voelen dat. Dus intensieve inspanningen voor die kinderen is niet erg. Alleen daar moet je omzichtiger mee om springen. Dus ik denk om op uw vraag te antwoorden. De intensiteit, de echte intensiteit en de echte weerstandstraining op jouw leeftijd, daar zou ik toch persoonlijk heel voorzichtig me zijn.

SPEAKER_01

U had daar straks ook al aan de gezondheidssessies die je organiseert. Welke verantwoordelijkheden hebben federaties, zoals Belgian cycling, om hun eigen kinderen te beschermen?

SPEAKER_00

Ja, ik denk dat de verantwoordelijkheid van een federatie daarin toch wel groot is. Maar die verantwoordelijkheid wordt ook wel genomen door Belgian Cycling en ook Cycle in Vlaanderen. Dat gaat hand in hand. Dat is iets wat al heel jaren over nagedacht wordt, onder andere met de gezondheidsessies, maar ook de manier waarop wij discusteren over omgaan met de jeugdcategorieën, welke versnellingen, hoeveel wedstrijden per week mogen gereden worden, of per seizoen bijvoorbeeld. De manier waarop we op een mentale manier omgaan met die kinderen. Daar wordt echt op een serieuze manier en op een verantwoordelijke manier over gediscuteerd. En ik denk wel dat de federatie daar een belangrijke rol in speelt en ook een belangrijk verantwoordelijkheid inneemt.

SPEAKER_01

Gaat het dan ook over het opleggen van de reglementen van de versnellheidsbeperking, daar bent u nog steeds voorstander van, want soms komen die onder druk te staan.

SPEAKER_00

Ja, ik ben vanin het begin een grote voorstander. Ik krijg oers van mijn 12 jaar. Bij de nieuwingen toen, dat was vanaf de dag dat je 15 jaar werd. Nu kan dat zijn dat twee dagen nadat je 14 jaar geworden bent, kan je nu al nieuwing worden. Maar toen was de dag dat je 15 werd, en dat was 5016. 5016 voor de kinders, dat is een klein verzetje. Bij de juniors was dat toen 52-15. En je ging naar de belofte de dag dat je 19 jaar werd. Pas op, uit mijn generatie zijn de museum en de van Oudon van deze wereld gekomen. Het is niet dat dat allemaal putsjes waren. Alleen ik denk dat de trapfrequentie bij de jeugd toen wel een stuk groter was. Want als ik de snelheden zie, ik heb ook tijdritten gereden toen, misschien niet zoals nu, maar toch, we rijden toch ook tijdritten. Die trapfrequentie, bijvoorbeeld, dat is iets wat. Ik krijg nu wel eens in groepen waar ook jonge renders bij zitten. Dat is iets wat ik altijd op let. Welke versnelling rijden ze en welke traffrequentie hebben ze. En dat is bijvoorbeeld iets, dat is dikwijls een gevolg van. Als je een render is van nature uit, dikkel ze een beetje laui. En sommige renders, als ze de keuze hebben uit grotere versnellingen, gaan ze gemakkelijker een groter verzet trappen. Dat kan je nog altijd als je later sterker wordt, maar die traffrequentie is iets wat voor mij heel belangrijk is, dat vraagt een bepaalde coördinatie en die moet je van jongs af aan blijven onderhouden. Het is ook zo dat de laadbloeiers, ik heb het zelf meegemaakt, ik was een echte laadbloeier. De laadbloeiers die later. De atleten zijn, de Vinjaarden van deze wereld, dat zijn allemaal laadbloeiers. Wel, die laadbloeiers, die hebben het dikkels moeilijk in de jeugdcategorieën geworden omdat die die grote versnellingen niet aankunnen, dan heb je ook nog dat met de grote versnellingen, de snelheden liggen over, waardoor de Veiligheid. Dat is omgekeerd even redig met de veiligheid. Ook weer een onderwerp de dag van vandaag, zoals bij het profs. En ook de stretch op de jongen groeiende harten, maar dat is dan gidoo zijn terrein. Maar mijn logische boerenverstand zegt van hoe groter die versnellingen zijn, dat zal zeker de stretch de druk op de hartspier niet te goede komen. Maar ik mag daar eigenlijk geen uitspraken over doen, want het is niet mijn terrein, het is mijn aanvoelen dat dat zegt.

SPEAKER_02

Het is nu iets dat we volop aan het onderzoeken zijn. Je kent de ProAdhard studie, een lange termijn studie, het is ook een unieke studie wereldwijd. Waarbij we een heel groot aantal jonge beloftevolle duursporters. Tot zo'n 20 jaar willen opvolgen. En op dit moment hebben we de eerste generatie die tien jaar in de studie zit. En een van de facetten die we daarmee bekijken, is dat we. De link tussen bepaalde trainingsbelasting en anderzijds de rek op de hartspier, hoe groot het sporthard wordt, hoe extreem die sportadaptatie is. En op de lange termijn natuurlijk, of dat ook gepaard gaat met de ritmestonis. Een van de hypotheses die we daarbij hebben, is dat degene die de grootste aanpassingen van de hartspier hebben, misschien op de lange termijn ook al een iets hoger risico hebben op ritmestonis. Dat is op dit moment nog iets dat we aan het uitwerken zijn. Wat we wel zien, is dat vooral de duur van de inspanning ook wel een effect lijkt te hebben op de mate van aanpassingen uit onze data. We hebben daar heel gedetailleerd gaan kijken door alle trainingsfiles, dus elke trainingssessie die gedaan is bij de sporters die in de studie zitten te gaan loggen en capteren. En daarmee complexe analyses te gaan vergelijken met de beeldvorming van het hart, dus hoe groot die volumes zijn. En dan zien we heel duidelijk een signaal dat zone 1, zone 2 is de sterkste voorspeller van hoe groot het hartvolume is, veel meer dan zone 3, zone 4, zone 5. Ook zelfs op jonge leeftijd, dat ook duur, niet alleen intensiteit, een effect heeft op adaptatie. Als je ze ongelimiteerd laat rondrijden, zeker als er ergens toch al een heel beginnend probleem aanwezig is, bijvoorbeeld een genetische predispositie. Dan kan je door alleen duur ook problemen gaan induceren. Dus vandaar opnieuw enige voorzichtigheid, niet alleen intensiteit. Intensiteit is vooral een trier. Je kan ritmestoornissen gaan uitlokken, zeker als er onderliggend een zieke hartspier is. Maar die duur kan ook wel mee bijdragen aan de vorming van die hartspier. En eventueel zelfs sommige gevallen in de slechte richting.

SPEAKER_01

Ja, u haalt het juist ook uit die versnellingen dan, ook die versnellingsbeperkingen staan vandaag wel ter discussie bij de profs. Dat dan meer als oorzaak van mogelijke valpartijen. Hoe kijkt u daarnaar?

SPEAKER_00

Dat is een moeilijke. Dan heeft men vooral over de snelheden en de snelheden op de plaats waar de hoge snelheden mogelijk zijn, dus in afdalingen en zo. Toevallig hadden we gisteren ook een veiligheidsoverleg vanuit Belgencycling. En ik zeg dat 9% van de valpartijen die aangegeven werden door het risico dat aangegeven werd door de renners, 9% was afdalingen, als ik me niet vergis. In elk geval een groot aandeel, waar de snelheden hoog liggen, kan zorgen voor grote valpartijen. We herinneren ons allemaal, enkele zware valpartijen uit het verleden, waarbij de renners serieus gewond geweest zijn, onder andere de valpartijen van Wout van Aert. Die grote versnellingen, die gaan die snelheid zeker opdrijven. Maar een versnellingsbeperking bij de profs, als ik bij de jeugdcategorieën de versnellingen al beperkt. En je kunt daar al zorgen dat de medische risicofactoren dat die beperkt blijven. Voor mij persoonlijk, ik denk dat dat vrij goed onderbouwd is, zoals Gerro daar juist zei. Daar is heel wat wetenschappelijk onderzoek over lopen. Dat zou voor mij al een grote stap vooruit zijn.

SPEAKER_01

De toenemende mentale druk door het steeds professioneler worden bij het jeugdwieren.

SPEAKER_00

Ook een gespreksonderwerp dat dikwijls in de praktijk naar boven komt. Ik merk dat ouders de dag van vandaag zeker niet minder druk leggen op hun kinderen dan pakweg, 30, 40 jaar geleden. Zeker niet minder. En dat heeft misschien te maken zoiets als de Stravas van deze wereld bijvoorbeeld, waar men al van op jonge leeftijd op zit. Dus het vergelijkt een gevaarlijke zaak en dat geeft een hoop mentale druk. De speeltijd wordt daardoor een beetje ondermijnd. En dat is de beste manier voor een kind om het minder aangenaam te maken. Want er gaan enkele winnaars zijn, maar heel veel verliezers in dat spelletje. En ik denk dat dat iets is waar we heel beducht moeten voor zijn, ook vanuit de federatie en vanuit iedereen die betrokken is bij het beleid van de wielrender, dat we er toch een beetje voor zorgen dat we die kinderen daarin beschermen. Dus de mentale druk is er zeker. Daarbij komt ook nog dat de mentale draagkracht van de kinderen de dag van vandaag een stuk minder is. Ik zei dat niet, daar zijn heel wat studies over, en dat heeft heel veel te maken met schermgebruik. Ik kom terug op dat schermgebruik, maar we weten dat alle studies die bijvoorbeeld gebeuren over focus. Focus is een hele belangrijke. De kinderen kunnen zich de dag van vandaag veel minder focussen door op hun studies, van alles en nog wat. En dat is rechtstreeks gerelateerd aan schermgebruik. Dat is ook iets dat trouwens heel veel besproken wordt in de gezondheidsessies. Velen horen dat niet graag, maar het is wel zo. Dus dat is ook iets wat we toch wel mogen zeggen, denk ik.

SPEAKER_01

En dan concreet begeleiding nodig vanuit de federatie naar de ouders toe, om bij wijze van bijvoorbeeld de druk er van af te halen.

SPEAKER_00

Ja, maar begeleiding is misschien een groot woord, een beetje onderrichting, proberen van te wijzen op de valkuilen, denk ik dat een belangrijke is. En het is veel meer dan vanuit de federatie. Wij kunnen niet meer doen dan proberen te duiden op een aantal dingen. Ook te duiden op een aantal zaken die we vanuit de wetenschap ondertussen weten. En de federatie is niet goede advies geven, is goed, maar ik denk dat we daar wel doen wat we moeten doen en niet overdrijven in die goede raadgevingen, denk ik.

SPEAKER_01

En welke tips zou je bijvoorbeeld clubs kunnen meegeven?

SPEAKER_00

Ja, ik zou de tips kunnen meegeven die iedereen wel weet niet te veel druk op de kinderen leggen. Niet te veel prestatiedruk. De trainingen toch speels houden en niet te zwaar maken. Ook naar voeding naartoe. Proberen van de druk een beetje weg te nemen. Het moeten allemaal toch wel wat op een gewone manier kunnen. Zonder al te veel kunstmatige middelen, zoals voedingssupplementen en zo. En dan naar wedstrijden naartoe. De kinderen vooral belonen op basis van hun inzet. En op basis van de vaardigheden die ze geleerd hebben. Misschien iets meer dan op puur en alleen de uitslag die ze gereden hebben. Misschien dat degene die 47e is, veel meer moeite gedaan heeft dan degene die de koers gewonnen heeft. En misschien dat hij later ook het veel verder kan geraken de sport. Dus ik denk dat daar zeker een werkpunt is, maar dat is niet alleen voor de wielrender. Ik zie ook heel mensen uit andere sporten en daar is juist hetzelfde.

SPEAKER_01

Dokter Klaasen, wielrennen is natuurlijk een uithoudingsport. Maar al van kinds af aan, eigenlijk is het wedstrijdformat hetzelfde als bij de profs. Hoe kijkt u daarnaar? Zou er andere formats moeten komen van bij wijze van bij de minimum of de aspirantjes? Anders dan een lange wedstrijd.

SPEAKER_02

Of dat die formats echt moeten veranderen, dat is natuurlijk een moeilijke kwestie. Maar ik sluit me wel volledig aan bij Chris, in die zin dat zeker op jonge leeftijd dat vooral heel belangrijk is dat de sporters, in dit geval de wielrenners, zich amuseren, dat ze plezier halen uit hun sport. Maar effectief is ook wel leren om die focus te hebben en doelen voorop te stellen, waar achter zich kunnen zetten. Maar anderzijds dat we ze toch wel moeten beschermen tegen te vroeg, te snel, te intensief willen gaan. En daar kan vooral educatie een heel belangrijke rol spelen. Educatie, zowel naar de sporters zelfs als naar de ouders en de entourage. Ik denk dat dat is wat Chris al heeft aangehaald. En dat is ook wat we inzetten bij Belgien Cycling. En zoals Chris ook al aangeeft: niet repressief, niet met de vingerwijzing, maar eerder zoveel mogelijk de mensen proberen in te zien wat goed is voor hun kinderen of de sporters die ze begeleiden. De belasting van al die trainingen en competitie, maar ook tegen de mentale druk die daar van alle kanten tegenover kan staan.

SPEAKER_01

En ook kijken naar andere disciplines, bijvoorbeeld, binnen de wielersport. Van niet alleen focussen op de weg, bijvoorbeeld.

SPEAKER_02

Ik denk dat dat een heel belangrijke is. We zien dat ook uiteindelijk in het hendaags wielrennen. Heel veel komen, bijvoorbeeld vanuit het veldrijden gaan nadien richting de baan of de weg. Dan komt vaak ook wel de technische vaardigheden ten goede. En ik zal zeggen het eerder wat laattijdiger overschakelen van andere disciplines naar wegwielrennen, is daar zeker geen nadeel. In tegenstelling is eerder een voordeel als het komt op rijvaardigheid. Dus ik denk dat dat inderdaad wel. Hoe polyvalenter men kan opgeleid worden, hoe beter, denk ik.

SPEAKER_01

Een manier van onderrichting is natuurlijk de gezondheidssessies. Wat is eigenlijk het doel daarvan? En welke thema's komen daar aan bod?

SPEAKER_00

De gezondheidssessies zijn ook een 11, 12 jaar geleden opgericht vanuit Belgic Cycling. Ik leg daar mee aan de basis van. Het doel toen was om het woordzte zelf, om eerst en vooral een beetje uitleg te geven over gezondheid. Hoe doe je op een gezonde manier aan wielrennen. Maar ook een aantal veiligheidszaken die daarin meegenomen worden. Dus de manier waarop er een dopingcontrole kan plaatsgrijpen, de manier waarop dat verloopt, en vooral ook de valkuilen om niet positief of niet op een onterechte manier positief betrapt te worden op een dopcontrole, toch ook nog elke dag actueel. Maar wat het gezondheidsgedeel betreft, dus eigenlijk mijn gedeelte dan, daar probeer ik vooral de nadruk te leggen op de simpele dingen, de zaken die de basis. En ik herhaar het terug het woordje ster, ik gebruik dat altijd een beetje als ezelsbruggetje, dat kan men onthouden, slapen. Lijkt allemaal heel simpel, maar ik zeg dan tegen de jonge renners. Als ik met toprenners het heb over de simpele problemen die men dikwijls tegenkomt, dan gaat het over dat soort van zaken. Een slechte of een goede slaper, dat maakt wel een wereld van verschil. Dat kan je zelf beïnvloeden voor een groot stuk trainen. Dat kan je zelf ook beïnvloeden. En dan gaat het niet over een trainingsschema geven, maar over vooral ervoor te zorgen dat je op een plezante, op een aangename en niet overdreven manier traint. Het eten en drinken goede variatie daarin brengen. Gewoon goede variatie. En dan ga je heel moeilijk al te kort kweken. Gewoon van alles een beetje. En de rest is vooral de mindset: zorgen dat het plezier in de sport aanwezig blijft, zorgen dat de focus goed blijft, en de combinatie met school en zo, dat de druk van buitenuit niet te groot wordt, en daarom dat we ook proberen te promoten om de ouders of de club mensen te laten komen naar de gezondheidssessies. Dus dat is zeker die laatste, de rest, is zeker een heel belangrijk deel om van een jonge renner toch wel een ster te maken later.

SPEAKER_01

En natuurlijk, Dr. Klaasen, een sterren, er moet natuurlijk wel nog steeds getraind worden om enigszins competitief te zijn in het weekend. Als je nu een 14, 15-jarige neemt. Hoeveel uur zou die per week gemiddeld op de fiets moeten zitten? Een minimum tussen een minimum en een maximum.

SPEAKER_02

Ik probeer daar nooit te veel restrictief te zijn. Ik denk dat dat meer een vraag is voor trainers en inspanningsfysiologen, eerlijk gezegd. Ik denk als het komt op sporters met cardiale risico's, wat een beetje meer mijn expertise domein is. Dan streven we er eigenlijk naar om, niet zoals we vroeger deden, om rode of een groene kaart te geven, in de zin van mag sporten of mag niet sporten, maar om eigenlijk voor iedere sporter te gaan zoeken naar wat nu eigenlijk het ideale is qua doos in intensiteit, naargelijk het type van de onderliggende hartaandoen, het zijn ritmesto, het zijn hartspierprobleem. Waarden we vroeger dachten dat elke hartspierproblematiek aanleiding moest geven tot ik zal zeggen volledig stoppen of enkel nog, ik zal zeggen een partijtje golf of andere. Ik zal zeggen, minder intensieve sporten, weten we tegenwoordig dat zelfs bij hartproblemen dat er heel wat sportbeoefening nodig is. Alle moet geïnvidualiseerd zijn, zulke beslissingen. Maar voor de sporters zonder problemen, denk ik dat ik Chris misschien kan aandulen.

SPEAKER_00

Om daar nu een cijfer op te plakken, ik zou zeggen. Veertien jaar de vijf en de acht uur. Het is zo'n beetje gebaseerd op mijn eigen aanvoelen. Ik denk dat daar de gemiddelde wel redelijk goed rond dat tijdsbestek zit, tussen de vijf en de acht uren. En dan ook de invulling daarvan is. Dan hebben we het ook. Want het tijdsbestek, ik bedoel, je hebt een seizoen, je hebt ook een dode periode, zoals we zeggen. Het is niet de bedoeling dat je 52 weken per jaar op een fiet zit. Maar de bedoeling is natuurlijk ook dat op een jaar dat je een aantal maanden met die fiets eventueel bezig bent. Maar daar idealiter wordt dat dan afgewisseld met een andere sport, bijvoorbeeld een beetje gaan tennissen of voetballen of zwemmen of whatever, zoals Gido daar straks al zei. Afwisseling geeft een completer lichaam, een betere spierontwikkeling. En ik denk dat we dat zeker moeten promoten vanuit de begeleiding.

SPEAKER_02

Misschien ook nog een aanvulling daar. Ik denk ook, en dat zien we in toenemende mate, dat een zeker responsabilisering van de sporters en de entourage daar ook heel belangrijk is. Het is niet enkel wij die moeten bepalen van hoeveel we renners of ransters mogen rijden. Maar het is ook heel belangrijk dat ze zelf mee, ik zal zeggen, in staat zijn om alarmsymptomen en signalen op te pikken. Ik zie altijd een beetje de screening. Er zijn heel veel discussies over of dat nu al dan niet levensred. Maar wat ik het belangrijkste vind van een screening, is dat de renner of de rensster de weg kent naar de sportaarts of de cardioloog voor als ze klachten ontwikkelen. En natuurlijk, iedereen weet dat als je zwart wordt voor de ogen en van uw fiets valt, dan weet je dat er iets mis is en dat het verder moet nagekeken worden. Maar sommige andere kla zijn heel wat minder bekend. Iemand die aan het rijden is, het zij in koers, het zij in training. En die plots van de ene moment op de andere voelt dat er iets verandert. En dat kan niet enkel zijn in de borststreek, maar dat kan ook zijn aan de benen die helemaal plots van de ene moment op de ander niet meer meewillen. En die een beetje later verdwijnt dat even onmiddellijk. Dat soort van on-of fenomeen, dat ik het altijd noem, dat moet altijd doen denken aan ritmestonis. Dat is heel belangrijk. Ten tweede, en dat is voor zowel coaches als de rennersrensters zelf. Heel belangrijk is rijd met de hartslagmeter, en kijk ook naar die signalen. Als je daar pieken ziet in hartritme die opnieuw heel plots optreden en die je niet kunt verklaren door op die moment te versnellen, of andere variabelen, dan moet er altijd gedacht worden aan problemen van het hartritme. Zelf meedenken. En als er zaken zijn die verdacht zijn of die niet gewoon zijn, sporters kennen hun lichaam maar altijd goed. Dan is het moment om contact op te nemen met de zorgverleners. Want dat zijn de momenten die levensreddend kunnen zijn. We hebben zo'n aantal gevallen gehad over het laatste jaar, waarbij het telkens opnieuw die, ik zal zeggen, wij noemen het spikes in het hartritmesignaal zijn, die effectief aanleiding hebben gegeven tot medisch contact, en die uiteindelijk ook levensreddend bleken. Dat waren sporters met levensbedreigende ritmesto die echt aan de aandacht kwamen door te gaan kijken naar het hartritmes signaal. En als dat als zulke signalen, zulke pieken gepaard gaan met klachten, dat is altijd iets wat we heel serieus nemen, want daar komt heel vaak iets uit.

SPEAKER_01

Het was ook een van mijn volgende vragen. Tegenwoordig, de dag van vandaag zie je iedereen permanent rondlopen met die wearables. Iedereen meet zijn HRV-waarde, zijn hartslag. Permanent, zijn slaapscoren. Hoe ziet u die evolutie? Positieve evolutie?

SPEAKER_02

Ja, absoluut. Ik denk vooral dat we niet mogen verdrinken, natuurlijk in al die data. De vraag, we kunnen heel veel meten, maar wat doe je met al die informatie? Maar zeker als het komt op hartveiligheid, zal ik maar noemen, dan kunnen we daar toch wel zaken mee openen, ik heb het juist uitgelegd. En zeker als het gepaard gaat met ook het klinische aanvoelen. Dus als men zelf iets gevoeld heeft en gaat terugkijken naar het hartritmeprofiel en daar zijn ook abnormaliteiten, zal ik het noemen. Ja, is echt een heel belangrijke bevinding om serieus te nemen. Zulke tools worden allemaal accurater. Er bestaan tegenwoordig borstbanden, wat echt een EKG-elektrode inzit. Waarbij hebben we vroeger in het duisteren tasten. En als iemand één keer per jaar hardkloppingen had, we konden niet voorhand voorspellen wanneer het zou plaatsvinden. De kans dat we zoiets zouden oppikken, is zeer onwaarschijnlijk. Terwijl nu als ze dat soort wearables aan hebben tijdens hun trainingen, we moeten vooral zien van welke informatie we nuttig vinden en daarop focussen.

SPEAKER_00

Ja, ik sluit me daarbij aan. Ik heb die evolutie zelf van in het begin meegemaakt met alle soorten van meetinstrumenten. En we komen uit een tijd dat de screenings in België, ik lag mee aan de grondslag daarvan. Mijn kamerad is, ook, Wielrenner, is plots gestorven toen ik zelf 22 jaar was, hij ook. En ik moet zeggen, dat heeft er bij mij heel zwaar ingehakt. En dat heeft me ook nooit meer losgelaten, vandaar dat ik toen mij voorgenomen had als de dag dat ik zelf arts word, ga ik er alles aan proberen te doen of mee proberen aan te doen om dat soort van zaken te voorkomen. De meeste van die signalen, van die klinische symptomen, zoals Gido daar juist zei, die komen naar boven in een simpel gesprekje tijdens een screening. Ik heb het een paar keer meegemaakt. Die komen nogal eens bij Gido terecht. Maar zo gaat dat. Dat zijn soms heel onschuldige gesprekjes. Ik herinner me een keer dat iemand zei van kijk, terwijl ze eigenlijk de klink van de deur al in de hand hadden om buiten te gaan naar een consultatie voor iets anders. Ja, nu heb ik iets raar meegemaakt. Ik ben vorige week gevallen. Niet erg, maar ik lag ineens in de gracht en ik weet niet hoe ik daar gekomen ben. Die mensen moeten even terug binnenroepen. En even verder nakijken. Soms komen er ook zo'n zaken naar boven die tijdens een screening bij een kerngezonde jongen. Man of vrouw. Gelukkig kun je die soms oppikken. En gelukkig zijn er dan topcardiologen die daar een oplossing voor hebben. Maar dat gaat dan soms wel ten koste van een sportcarrière. Maar ja, anderzijds heb je dan misschien wel een levend gered. En daar doen we dat uiteindelijk voor.

SPEAKER_01

Tot slot nog een vraag voor jullie beiden. Indien je een zoon of dochter, vriend, vriendin hebt, die op jonge leeftijd gaat beginnen met koersen met wielrennen om 13, 14 jaar, welk advies geef je aan?

SPEAKER_02

Amuseer u. Ik heb plezier in de trainingen en eventuele competitie moesten ervan komen, en je zag goed zit, en blijkt dat het allemaal dat er wat talent in zit en graak verder. Dan kan je in de tweede tijd zien welk vlees er in de Kuip zit en al dan niet verder gaan in de tak van het wielrennen. Maar het belangrijkste bij jeugdwielrennen moet zijn, het plezier dat men eruit haalt.

SPEAKER_00

Ik sluit me daarbij aan en ik niet alleen. De meeste proefwielrenners die wij bij de gezondheidssessies ook uitgenodigd hebben, die hebben dat ook op die manier, exact zoals Gido het nu zegt, ook op die manier vervoerd. Als je aan 16-17-jarige renners en rensters een advies wilt geven, dan is het advies van de renners, van de proefrenders, amuseer jezelf. Zorg dat je je lichaam leert kennen. Werk aan de gewone simpele basisgegevens, maar het is niet door u zelf te willen forceren op jonge leeftijd dat je later per se een proef carrière ga grondstappen in tegendelen. Dus het is amuseren.

SPEAKER_01

Goed, dokter Klaas, dokter van der Mieren bedanken voor deze sessie. Dankjewel alvast en nog een fijne avond.